Redactie FlexNieuws 7 juli 2026 0 reacties Print Eerste Kamer stemt in met wet meer zekerheid flexwerkersDe wet meer zekerheid flexwerkers definitief een feit en gaat 1 januari 2028 in. Een deel wordt al eerder van kracht. Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met de wet meer zekerheid flexwerkers. De wet heeft als doel werknemer meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd te geven. Minister Vijlbrief (SZW) noemt het wetsvoorstel een manier om excessen aan te pakken, zonder flexibele contracten helemaal overboord te gooien. “Werk moet mensen zekerheid bieden. Over het aantal uren dat ze moeten werken en over hoe hoog hun inkomen is. Dat geeft een stabiele basis om plannen te maken en jezelf te ontwikkelen. Met dit wetsvoorstel pakken we de uitwassen aan. Het uitgangspunt moet zijn dat bij structureel werk ook een structurele en vaste arbeidsrelatie hoort. En flexibele contracten blijven natuurlijk mogelijk, voor bijvoorbeeld het oppakken van tijdelijke klussen, het vervangen van zieke werknemers of als opstapje voor jongeren.” Hij laat weten blij te zijn dat het voorstel op steun kon rekenen van zowel werkgevers als vakbonden, en op een brede meerderheid in beide Kamers. Strengere grens voor draaideurconstructies Het uitgangspunt wordt dat tijdelijke contracten alleen nog bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Waar nu na een onderbreking van zes maanden weer een tijdelijk contract mag worden aangeboden, geldt straks na drie tijdelijke contracten een verplichte pauze van drie jaar voordat een werkgever opnieuw een tijdelijk contract mag aanbieden. Daarmee wordt bijna alle ruimte voor draaideurconstructies weggenomen. Einde voor nulurencontracten Nulurencontracten verdwijnen en maken plaats voor het bandbreedtecontract, met een afgesproken minimum- en maximumaantal uren waarbij het verschil niet groter mag zijn dan 30 procent. Bij een minimum van 10 uur ligt het maximum dus op 13 uur. Werknemers mogen oproepen boven dat maximum weigeren, en bij structureel meer werk moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden. Voor bijbanen van AOW-gerechtigden, scholieren en studenten met een andere hoofdactiviteit geldt een uitzondering. Voorwaarden uitzendwerk Voor de uitzendsector zelf verandert er het meest, en het snelst. Uitzendkrachten moeten straks minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn. Voor beloning volgde die verplichting al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, maar wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wet vastgelegd. Dit onderdeel treedt al op 31 december 2026 in werking, ruim voor de rest van de wet. De ABU/NBBU cao uitzenden en de VvDN cao detachering voldoen hier al aan. Wel is – op aandringen van de Tweede Kamer – er een ‘stopknop’ in de wet gekomen. De minister van SZW krijgt de bevoegdheid om de mogelijkheid om via een cao af te wijken van het principe van gelijke beloning te beperken. De minister kan – bij aantoonbaar misbruik -specifieke arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarvan in geen geval mag worden afgeweken. Denk aan loon, toeslagen, verlofregelingen en scholing. Afwijking via compenserende arbeidsvoorwaarden – zoals nu afgesproken in de lopende cao’s – is dan niet langer mogelijk voor die aangewezen onderdelen. Daarnaast wordt fase A binnen uitzenden wettelijk teruggebracht in duur. Ook dat is al opgenomen in de cao. Onderdeel van breder arbeidsmarktpakket De wet is het tweede wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat door beide Kamers is geloodst, na de wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. De voorstellen komen voort uit de afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgevers, en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021. Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws