SNCU: stop met brede functieomschrijvingen Geplaatst 21 augustus 2026 door Redactie FlexNieuws De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) vraagt aandacht voor verkeerde functie-indelingen van uitzendkrachten. In sectoren als de glastuinbouw, bouw, logistiek en metaal worden uitzendkrachten nog te vaak weggezet onder de vage noemer van ‘algemeen medewerker’. De SNCU wil af van dit automatische ‘manusje-van-alles’ en roept uitzendbureaus en inleners op tot meer zorgvuldigheid. Brede functieomschrijving Het gebruik van een brede functieomschrijving zoals ‘algemeen medewerker’ kan bij een klein bedrijf met een handjevol mensen begrijpelijk zijn, omdat taken daar in de praktijk door elkaar lopen. Zodra een organisatie echter groeit naar een omvang van 50 tot 60 medewerkers, gaat deze vlieger niet meer op. Lees ook: SNCU ziet fors meer klachten over geweigerde ziekmeldingen van arbeidsmigranten In de praktijk voeren uitzendkrachten op de werkvloer vaak specifieke, gespecialiseerde werkzaamheden uit. Zo hoort iemand die op de heftruck rijdt of vaktechnisch werk verricht in de metaal, niet ingedeeld te worden als algemeen medewerker. Een te lage of te algemene functie-indeling betekent onderaan de streep dat de uitzendkracht niet het salaris krijgt waar hij of zij recht op heeft. Juiste beloning SNCU-directeur Jaap Buis roept de sector op tot scherpte en een kritische blik op de functiewaardering: “Het ‘manusje-van-alles’ wordt te makkelijk gebruikt als een soort vergaarbak,” aldus Buis. Lees ook: FlexNieuws lezersonderzoek: toelatingsstelsel en een dure cao leveren uitzenders meeste kopzorgen op “In organisaties van enige omvang is er simpelweg sprake van afgebakende taken en verantwoordelijkheden. Als je op de heftruck zit, ben je geen algemeen medewerker, maar een heftruckchauffeur met de bijbehorende functiegroep en beloning. We vragen uitzendbureaus en inleners om hier echt zorgvuldiger in te handelen. Een juiste functie-indeling is geen administratief detail, maar het fundament onder de juiste beloning.” Cao-naleving De SNCU ziet sinds 2024 een toename in het aantal vragen en signalen over verkeerde functie-indelingen, wat onderstreept dat dit thema in de praktijk steeds vaker tot discussie leidt. Lees ook: ‘Omvangrijk, ondoorzichtig en bewerkelijk’: de nieuwe beloningsregels in de praktijk De SNCU benadrukt dat het correct inschalen van uitzendkrachten een essentieel onderdeel is van de cao-naleving. De stichting adviseert uitzendorganisaties om functiebeschrijvingen op de werkvloer periodiek te toetsen aan de werkelijke werkzaamheden en de geldende inleenbeloning, om zo fouten en achterstallige loonbetalingen te voorkomen. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags beloning, SNCU, uitzendkrachten | Laat een reactie achter
Analyse premies Werkhervattingskas 2027 Geplaatst 20 augustus 2026 door Henk Geurtsen Naast de feitelijke wijziging in de premie is het natuurlijk ook interessant om te kijken wat de ontwikkelingen zijn van de Whk-premie in de diverse sectoren, want dit geeft informatie over hoe de kostprijs van flexkrachten zich ontwikkelt ten opzichte van de kosten van eigen medewerkers bij inleners. De ontwikkeling van de Whk-premie in de diverse sectoren is als volgt: Stijging t.o.v. 2026 63 Daling t.o.v. 2026 3 Gelijkblijvende premie 1 Lees ook: Huidige rekenmodellen voor kostprijsberekeningen kunnen in de prullenbak Uitzendbureaus en detacheringsbedrijven Om te beginnen komt het nog regelmatig voor dat detacheringsbedrijven denken dat ze thuishoren in sector 44 of 45 in plaats van in sector 52. Dat is onjuist. Met de komende Wtta en de verplichte certificering komt dit vanzelf boven water, omdat de juiste sectorindeling een onderdeel vormt van de inspectie. De Whk-premie sector 52 stijgt in 2027 met 0,09% ten opzichte van 2026. Hoe verhoudt zich dat tot andere sectoren? Premieontwikkeling 2027 gunstiger dan sector 52 23 Premieontwikkeling 2027 ongunstiger dan sector 52 43 Premieontwikkeling 2027 gelijk aan sector 52 0 Dit betekent dat de Whk-premie in ongeveer 2/3 van de sectoren zich minder gunstig ontwikkelt dan in sector 52. Gemiddeld over alle sectoren stijgt de Whk premie in 2027 van 1,91% naar 2,04%. Dat is een stijging van 0,13 procentpunt. Dit betekent dat de premie voor sector 52 zich met een stijging van 0,09% in 2027 gunstig ontwikkelt ten opzichte van het gemiddelde van alle sectoren. Premie ZW-flex De ZW-flex premie in sector 52 daalt in 2027 met 0,3% (van 3,71% naar 3,41%). Voor 2027 is er goed nieuws voor de bureaus met een hoog ziekteverzuim: de maximale premie voor de ZW-flex daalt van 6,49% naar 5,96%, dus 0,53 procentpunt. Dit is belangrijk bij de keuze tussen eigenrisicodragerschap voor de ZW, of het publieke bestel (dus via het UWV). De maximale premie voor de grote werkgevers (premieloon 2027 > € 4.540.000) heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld: 2022 10,39% 2023 8,27% 2024 7,22% 2025 5,65% 2026 6,49% 2027 5,96% Dit betekent een kostendaling in 2027 voor de bureaus die te maken hebben met de maximale premie als gevolg van een hoog ziekteverzuim. Door de daling van de maximale premie ZW-flex is het in 2027 in een aantal situaties iets minder aantrekkelijk om eigenrisicodrager voor de ZW te worden. Bij vragen over dit onderwerp kan Experts in Flex adviseren. Payrollbedrijven De Whk-premie sector 45 stijgt in 2027 met 0,14% ten opzichte van 2026. Hoe verhoudt zich dat tot andere sectoren? Premieontwikkeling 2027 gunstiger dan sector 45 37 Premieontwikkeling 2027 ongunstiger dan sector 45 26 Premieontwikkeling 2027 gelijk aan sector 45 3 Voor de payrollbedrijven ontwikkelt de Whk-premie zich in 2027 als onder het gemiddelde ten opzichte van de meeste andere sectoren. De maximale premie ZW-flex voor de grote werkgevers in sector 45 (premieloon 2027 > € 4.540.000) heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld: 2022 2,72% 2023 2,64% 2024 1,80% 2025 2,00% 2026 2,24% 2027 2,40% Dit betekent dat de maximale premie ZW-flex stijgt met 0,16% in 2027. Sector 52 heeft als enige sector een maximumpremie die afwijkt van de overige sectoren. Voor alle overige sectoren, dus ook de payrollbedrijven in sector 45, gelden de maximale percentages zoals hier weergegeven. Inzicht in de totale analyse De totale analyse is hier gratis te downloaden. Totale kostprijs 2027 De Whk is een van de puzzelstukjes in de kostprijsberekening. Tijdens het FlexFuture event wet- en regelgeving op 1 december a.s. zal verdere aandacht worden geschonken aan de kostprijsberekening 2027. Het event van dit jaar is een bijzondere jubileumeditie. Exact op 1 december 2026 is Henk Geurtsen namelijk 50 jaar werkzaam in de flexbranche. Lees ook: Henk Geurtsen, 50 jaar expert in de flexbranche Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags Kostprijs, werkhervattingskas | Laat een reactie achter
ATR, belangenbehartigers en vakbonden kritisch over nieuwe zorgplicht uitleners BRP-registratie: onderbouwing en handhaving ontbreken Geplaatst 19 augustus 2026 door Redactie FlexNieuws Het kabinet wil met de nieuwe zorgplicht de registratie van EU-arbeidsmigranten in de Basisregistratie Personen (BRP) verbeteren. Uitleners, zoals uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven, krijgen daarbij een centrale rol toebedeeld. Het ATR bracht, zoals gebruikelijk bij nieuwe wetgeving, een advies uit over het ontwerpbesluit. De conclusie is helder: dien het voorstel niet in, tenzij het kabinet de adviespunten ter harte neemt. Wat houdt de zorgplicht in? Arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland willen blijven, moeten zich als ingezetene inschrijven bij hun gemeente. In de praktijk registreert een aanzienlijk deel zich toch in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), ook als het verblijf langer duurt. Dat kan gevolgen hebben voor onder meer sociale zekerheid en toegang tot de zorgverzekering, en het geeft gemeenten onvoldoende zicht op waar arbeidsmigranten daadwerkelijk wonen. Om dit te verbeteren wil het kabinet een bevorderings- en vergewisplicht invoeren voor uitleners. Dat staat uitgewerkt in het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Baadi). Beide plichten gelden alleen voor uitleners die arbeidskrachten ter beschikking stellen tegen minder dan 150% van het wettelijk minimumloon. Een meldplicht, waarbij uitleners de gemeente actief zouden moeten informeren over niet-geregistreerde arbeidskrachten, is vooralsnog niet opgenomen. Die keuze hangt samen met het ontbreken van toezicht en handhaving: zolang dat niet is geregeld via de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), komt er ook geen administratieplicht. ATR: onderbouwing van de 50%-ambitie ontbreekt Het kabinet wil met de maatregelen de correcte registratie van arbeidsmigranten met 50% verbeteren. Uit onderzoek waarnaar de toelichting verwijst, blijkt dat 37% van de doelgroep niet weet dat inschrijving verplicht is, 23% zich bewust niet inschrijft, 20% dit niet mag van de verhuurder en 9% zich niet kan inschrijven. Van al deze groepen samen verwacht het ministerie ongeveer 20% te bereiken met de nieuwe verplichtingen. Het ATR twijfelt echter of die ambitie haalbaar is. Het adviescollege mist een concrete, kwantitatieve onderbouwing van hoe een relatief lichte bevorderings- en vergewisplicht, zonder meldplicht en zonder handhaving, tot een verbetering van circa 50% zou moeten leiden. Daarom adviseert het college de verwachte bijdrage van beide verplichtingen concreet inzichtelijk te maken. Geen toezicht, geen handhaving Een tweede pijnpunt is het ontbreken van publiekrechtelijk toezicht op de nieuwe verplichtingen. Juist de groep uitleners die zich weinig aantrekt van wettelijke regels vormt volgens de onderliggende probleemanalyse de kern van de registratieproblematiek. Het ATR zet vraagtekens bij de effectiviteit van een zorgplicht zonder sanctiemogelijkheid, en adviseert de handhaving te bevorderen en concreet te maken hoe die vorm gaat krijgen. Voor uitleners die te goeder trouw handelen, blijft de eenmalige vergewisplicht overigens relatief eenvoudig uitvoerbaar: die hoeft geen vaste vorm te hebben en kan mondeling of per e-mail. “Niet nog een verplichting, maar de hele keten” Peter Loef, programmamanager Arbeidsmigratie bij de ABU, schrijft in een bericht op LinkedIn dat hij het probleem herkent dat het ATR signaleert, maar plaatst het ook in een breder perspectief. Volgens hem legt het advies een fundamenteel punt bloot over hoe dit soort problemen doorgaans wordt aangepakt: met een te smalle blik en te weinig oog voor de praktijk. “We moeten oppassen dat we maatschappelijke problemen steeds proberen op te lossen door een nieuwe verplichting bij één partij in de keten neer te leggen”, schrijft Loef. Meer dan de helft van de arbeidsmigranten werkt rechtstreeks in dienst bij een reguliere werkgever, niet via een uitzendorganisatie, zo constateert Loef. “Arbeidsmigratie is nadrukkelijk breder dan de uitzendsector.” Loef pleit voor een aanpak die de hele keten aanspreekt: goede informatie aan arbeidsmigranten, een toegankelijk registratieproces bij gemeenten, samenwerking tussen publieke en private partijen, en uiteindelijk ook handhaving van de registratieplicht. “Een correcte BRP-registratie is een gedeelde verantwoordelijkheid”, zegt hij, van werknemer, werkgever, gemeente en rijksoverheid samen. De ambitie om de registratie te verbeteren steunt de ABU. Maar, zo besluit Loef: “Organiseer de hele keten: informatie, toegankelijkheid, verantwoordelijkheid én handhaving.” Internetconsultatie Het advies van de ATR is een standaardstap voordat het kabinet een wetsvoorstel voorlegt aan de Tweede Kamer. Daarbij valt op dat de ATR vaak (zeer) kritisch is, maar dat die adviezen door het kabinet ook regelmatig worden genegeerd. Een ander onderdeel van die voorbereiding is de internetconsultatie. Die is voor dit voorstel inmiddels ook afgerond. Kritische geluiden die daarin staan sluiten veelal aan bij de punten die de ATR en ook de ABU aangeven. Zo vindt ook de FNV dat de reikwijdte van het voorstel te beperkt is, omdat een belangrijk deel van de arbeidsmigranten rechtstreeks in dienst is bij werkgevers. De VNG wijst op de noodzaak van toezicht en handhaving, die vooralsnog niet georganiseerd zijn. Raymond Puts van Otto Workforce noemt de bevorderingsplicht in zijn reactie “een logisch en uitvoerbaar instrument” om internationale medewerkers goed te informeren over hun rechten en plichten, waaronder registratie in de BRP. Dat past, zo schrijft hij, ook bij de rol van uitzenders. Loef wijst er eveneens op dat de bevorderingsplicht nu al onderdeel is van de Fair Employment Code van de ABU. Volgens Puts is het echter beter om de plicht neer te leggen bij de huisvesters of publieke instanties, aangezien zij beschikken over relevante informatie over het woonadres. Ook de NBBU laat in haar reactie op de internetconsultatie weten dat het wetsvoorstel “geen recht doet aan het gelijkheidsbeginsel” en niet proportioneel is, en dat het regeldruk veroorzaakt die geen doel dient. Vervolg Het kabinet is nu aan zet om te beoordelen of en wat het gaat doen met deze kritische geluiden. Daarna gaat het voorstel naar de Tweede Kamer voor verdere behandeling. De eerder genoemde streefdatum voor invoering van deze plichten is 1 januari 2027. Lees ook: Internetconsultatie gestart: nieuwe zorgplicht BRP-registratie voor uitleners Strengere regels BRP-registratie: wat betekent dit voor uitzendbureaus? Bron: ATR-advies, 25 juni 2026 / persbericht Adviescollege toetsing regeldruk, 13 augustus 2026 Geplaatst in Politiek | Tags Baadi, BPR | Laat een reactie achter
Accountmanager Cristina vergrootte haar kennis met een opleiding. ‘Dan merk je ineens hoeveel je eigenlijk niet weet’ Geplaatst 19 augustus 2026 door SEU “Ik dacht eigenlijk dat ik mijn werk best goed deed.” Cristina zegt het met een glimlach. Toch kreeg ze steeds vaker vragen van klanten die ze niet kon beantwoorden. “Dan belde een klant met een vraag over zzp’ers of gelijkwaardige beloning. En dan dacht ik: ik moet dit eerst even uitzoeken. Nu ik zelf begrijp hoe het zit, kan ik mijn klanten veel beter helpen.” Cristina Meeuwsen-Francken werkt al 3,5 jaar als accountmanager bij Demt-Flex. Ze bezoekt dagelijks klanten in de bouw en industrie en weet precies wat er speelt bij haar opdrachtgevers. Ze kent de markt, spreekt de taal van haar klanten en heeft haar zaken op orde. “Ik hou me vooral bezig met relatiemanagement, de planning en ervoor zorgen dat de juiste mensen op de juiste plek terechtkomen.” Toch liep Cristina steeds vaker tegen hetzelfde aan. Klanten stelden vragen over wet- en regelgeving, het inhuren van zzp’ers, gelijkwaardige beloning, arbeidsvoorwaarden en nieuwe ontwikkelingen in de branche. “Ik moest dingen uitzoeken of navragen. Dit kostte veel tijd.” Dat was niet erg. Maar het voelde ook niet helemaal goed. “Ik wilde gewoon begrijpen hoe het zat. Als klanten vragen stellen, wil je ze goed kunnen helpen.” En dus ging Cristina op zoek naar de antwoorden. Ze koos voor de Artra-opleiding voor uitzendprofessional, waarmee ze haar kennis kon vergroten. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide langzaam uit tot een andere manier van kijken naar haar vak. Meer dan mensen plaatsen Tijdens de opleiding ontdekte Cristina dat er veel meer achter het vak schuilgaat. “Veel mensen hebben een beeld bij uitzenden en denken dat het draait om het aan elkaar plakken van inlener en kandidaat.” Ze schudt haar hoofd. “Maar er komt zoveel meer bij kijken. Zelfs als je denkt dat je je vak beheerst, dan is er nog veel te leren. Over wet- en regelgeving bijvoorbeeld.” “Soms zat ik in de les en dacht ik: wacht even, zo heb ik daar eigenlijk nooit naar gekeken.” Dan ging het over onderwerpen waarvan ze dacht dat ze die wel kende. En regels waarvan ze nooit precies had geweten waarom ze bestonden. En gesprekken waarbij ineens duidelijk werd hoeveel invloed het werk van een uitzendprofessional op het leven en inkomen van iemand eigenlijk heeft. Nieuwe werkwijzen Ze ontdekte hoeveel handelingen vanzelfsprekend waren geworden. “Je doet dingen op een bepaalde manier omdat dat nu eenmaal de werkwijze is. Pas als je de achtergrond leert kennen, ga je begrijpen waarom bepaalde regels bestaan.” Dat inzicht bleef hangen. “Ik vroeg mezelf steeds vaker af: waarom doen we dit eigenlijk zo?” En dat resulteerde in het aanpassen van bestaande en het opzetten van nieuwe processen, bijvoorbeeld rondom gelijkwaardige beloning. “Klanten waarderen dat wij daar zo proactief in zijn. En ook voor collega’s werken de (ver)nieuwde processen verhelderend.” Adviserende rol Waar gesprekken met klanten vroeger vooral gingen over personeelsbehoefte en planning, gaan ze nu steeds vaker over risico’s, verantwoordelijkheden en de toepassing van regels in de praktijk. “Klanten verwachten niet alleen dat je mensen levert, maar ook dat je weet waar je over praat. Vroeger moest ik op zoek naar een antwoord. Nu kan ik veel beter uitleggen hoe iets werkt en waarom bepaalde keuzes belangrijk zijn. En dat maakt ons een betrouwbare partner voor de klant.” Volgens Cristina zit daar de echte meerwaarde: het kunnen vertalen van de regels naar de praktijk. Lees ook: Barbara Kramer (SEU): ‘Aantoonbaar bekwaam zijn, daar kan niemand meer omheen’ Kennis maakt echt verschil Kort nadat ze haar diploma behaalde, kreeg Demt-Flex een audit van een opdrachtgever. “Een grote inlener toetst de uitleners waarmee zij zaken doen.” Zij willen weten of wij processen goed hebben ingeregeld. We hadden een gesprek over gelijkwaardige beloning. ” Ze denkt even na. “Toen merkte ik eigenlijk pas hoeveel verschil die kennis maakt. Kennis is macht. Ik zat zelfverzekerd aan tafel, omdat ik begreep waar het over ging en goed kon uitleggen hoe wij de dingen georganiseerd hebben.” Kennis veranderde ook de organisatie Na de audit werd steeds duidelijker dat de impact van het hebben van kennis verder gaat dan alleen Cristina zelf. “We merkten dat de kennis die ik had opgedaan niet alleen mij hielp, maar eigenlijk de hele organisatie.” Collega’s kwamen vaker met vragen. Processen werden aangescherpt. Gesprekken met opdrachtgevers kregen meer diepgang. “Ik ben een wandelende encyclopedie geworden. Daardoor ontstond ook het besef dat kennis niet bij één persoon moet zitten.” Dat leidde tot een volgende stap. Meerdere collega’s volgen inmiddels dezelfde opleiding en bereiden zich voor op het SEU-examen. Daarnaast besloot Demt-Flex om het behalen van het diploma mee te laten wegen bij de doorgroei naar een seniorfunctie. Commercieel manager Tygo Meeuwsen: “Dit doen we omdat we zien dat investeren in de ontwikkeling van medewerkers zich terugbetaalt. Medewerkers vergroten niet alleen hun vakinhoudelijke kennis, maar ontwikkelen ook vaardigheden die bijdragen aan hun persoonlijke groei en aan de organisatie als geheel. We zijn momenteel bezig om dit intern verder vorm te geven.” Cristina vult aan: “Dat laat zien dat vakmanschap voor ons meer is dan ervaring alleen.” Blijven leren Terugkijkend heeft Cristina maar van één ding spijt: dat ze niet eerder aan de opleiding en het examen begon. Niet omdat ze haar werk daarvoor niet goed deed, maar omdat ze nu ziet hoeveel verschil actuele kennis maakt. Voor klanten, collega’s, voor haarzelf. “Vroeger moest ik op zoek naar antwoorden. Nu kan ik klanten helpen om de juiste keuzes te maken. Ik had dit veel eerder moeten doen.” Lees ook: Waarom het SEU-examen zo pittig is Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags leven lang leren, leven lang ontwikkelen, SEU | Laat een reactie achter
AWVN: loonafspraken ook in juli boven 3 procent Geplaatst 18 augustus 2026 door Redactie FlexNieuws De loonafspraken in nieuwe cao’s zijn ook in juli boven de 3 procent uitgekomen. De dalende lijn die sinds begin 2025 zichtbaar was in de loonafspraken, is gestagneerd op een niveau boven de 3%. Dat meldt AWVN als belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur van Nederlandse werkgevers in het cao-bericht over juli. Het maandgemiddelde kwam uit op 3,2%. Het landelijk gemiddelde is eveneens 3,2%. De 18 cao’s die afgelopen maand werden afgesproken, gelden voor 110.000 werknemers. Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken. Concurrentiepositie AWVN maakt zich al langere tijd grote zorgen over de ontwikkeling van lonen en loonkosten en het effect daarvan op de Nederlandse concurrentiepositie. Terwijl de waarschuwingen over de Nederlandse economie steeds luider klinken, blijven de loonafspraken historisch hoog. Tot 2022 kwamen loonafspraken decennialang niet boven de 2% uit. AWVN voorziet echter aanhoudend hoge loonwensen van de vakbonden. Die werden recent opnieuw gevoed door naar boven bijgestelde (voorlopige) inflatieverwachtingen van het CPB (CPB MEV 2027). De werkgeversvereniging vindt de nadruk in de cao-onderhandelingen op koopkracht onverstandig. In het recente verleden – sinds 2022 – heeft inflatieangst niet geleid tot afspraken die de economie en het verdienvermogen van werknemers ondersteunen, stelt AWVN. Lees ook: AWVN: ook loonafspraken juni boven 3 procent Verder wijst AWVN er op dat de koopkrachtcijfers van het CPB slechts een deel van de economische werkelijkheid weergeven. In een recent rapport constateert ABN AMRO dat de daadwerkelijk ontvangen lonen de afgelopen vijf jaar aanmerkelijk sterker stegen dan de cao-lonen (ABNAMRO-rapport). Met het door de vakbonden gevreesde koopkrachtverlies valt het dus wel mee, stelt AWVN. Kerncijfers Loonafspraken juli, gemiddeld 3,17% Loonafspraken kalenderjaar 2026, gemiddeld 3,18% Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 3,76% Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in september 2023 Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020 Aantal nieuwe cao-akkoorden in juli 2026 18 voor 110.000 werknemers Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand juli 30 Aantal aflopende cao’s in 2026 423 voor 2,9 mln. werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2026 ingaan 258 voor 1,9 mln. werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 30 voor 24.000 werknemers Het cao-seizoen in één oogopslag Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen). Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags AWVN, cao, CAOWijzer, loonafspraken | Laat een reactie achter