Zwaarwerkregeling Bouw & Infra voor uitzendkrachten verlengd tot en met 2027 Geplaatst 21 juli 2026 door Redactie FlexNieuws De zwaarwerkregeling geeft vakkrachten die aan de voorwaarden voldoen de mogelijkheid om maximaal drie jaar voor hun AOW-leeftijd te stoppen met werken. Tot die AOW-leeftijd ontvangen zij dan een maandelijkse uitkering uit het Aanvullingsfonds Bouw & Infra. Met de verlenging blijft die mogelijkheid ook in 2027 bestaan voor uitzendkrachten in de sector. Voorwaarden ongewijzigd Voor uitzendkrachten gelden dezelfde spelregels als voor bouwplaats- en uta-medewerkers. Om in aanmerking te komen, moet iemand in de afgelopen 25 jaar minimaal 20 jaar in de Bouw & Infra hebben gewerkt. Zowel dienstjaren als uitzendkracht als jaren in loondienst bij een bouw- of infrabedrijf tellen daarbij mee. Daarnaast moet de uitzendkracht vakkracht zijn en deelnemen aan de pensioenregeling van bpfBOUW. Premie voor uitzendondernemingen opnieuw vastgesteld De verlenging heeft ook gevolgen voor uitzendondernemingen: zij betalen de premie voor de zwaarwerkregeling Uitzend aan het Aanvullingsfonds Bouw & Infra. Deze premie is voor de nieuwe periode opnieuw vastgesteld. Voor 2027, 2028 en 2029 bedraagt de premie 2,93 procent van de pensioengrondslag van vakkrachten; voor 2030 daalt dit naar 0,74 procent. Omdat een eenmaal toegekende zwaarwerkuitkering maximaal drie jaar doorloopt, wordt de premie naar verwachting geheven tot uiterlijk eind 2030. Of eerder, als de regeling dan al volledig is gefinancierd. Gesprekken over voortzetting na 2027 Cao-partijen in de uitzendbranche en in de Bouw & Infra willen nog dit jaar met elkaar in gesprek over een mogelijke voortzetting van de regeling na 2027. Daarbij gelden een structurele afspraak en een financiering op basis van evenredigheid als belangrijke uitgangspunten. De onderhandelingen gaan na de zomer van start. Bronnen: Bouwend Nederland, NBBU Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags Bouw & Infra, cao | Laat een reactie achter
Administratiekantoor of backofficepartner: zo maak je de juiste keuze Geplaatst 21 juli 2026 door Flexhub Voor veel uitzendbureaus lijkt de keuze overzichtelijk: de administratie moet kloppen, dus je werkt met een administratiekantoor. Zeker in de beginfase is dat vaak logisch. De boekhouding wordt gedaan, lonen worden verwerkt en facturen gaan de deur uit. Maar bij groei verschuift de vraag. Dan gaat het niet meer alleen om wat er achteraf administratief wordt verwerkt. Steeds vaker draait het om wat daarvoor gebeurt: hoe afspraken worden vastgelegd, hoe beloning wordt toegepast, hoe dossiers worden opgebouwd en hoe processen controleerbaar blijven. Daar zit vaak het echte verschil tussen een administratiekantoor en een backofficepartner. In de video hieronder wordt dat kort toegelicht: een administratiekantoor verwerkt vooral wat al is gebeurd, terwijl een backofficepartner eerder in het proces meekijkt. Administratie kijkt terug Een administratiekantoor werkt meestal achteraf. Er zijn uren gewerkt, contracten opgesteld, afspraken gemaakt en facturen verstuurd. Daarna volgt de verwerking. Kloppen de cijfers? Zijn de gegevens compleet? Sluit alles op elkaar aan? Dat is belangrijk werk, zeker in een branche waar fouten snel geld kosten. Maar in de uitzendbranche staat administratie zelden op zichzelf. Een loonstrook is het resultaat van alles wat daarvoor is afgesproken en ingericht: de juiste cao, beloning, reserveringen, contractvorm en urenverwerking. Als er eerder in het proces iets mis gaat, komt dat vaak pas later in de administratie naar boven. Herstel is dan vaak nog mogelijk, maar de fout heeft meestal al tijd, geld of vertrouwen gekost. Lees ook: Wtta: waarom je inleners nu al moet meenemen richting 2027-2028 Een backofficepartner zit eerder in het proces Een backofficepartner kijkt daarom niet alleen naar de verwerking achteraf, maar ook naar de voorkant en de midoffice. Hoe wordt een uitzendkracht geonboard? Welke informatie komt van de opdrachtgever? Hoe worden klantafspraken vastgelegd? Wie controleert of de juiste cao en beloningsafspraken worden toegepast? Wat gebeurt er bij verzuim? In die zin is administratie eerder het sluitstuk dan het beginpunt. Terwijl een backofficepartner zich richt op de keten eromheen. Denk aan contractbeheer, verloning, facturatie, debiteurenbeheer, verzuim, cao-toepassing, dossieropbouw en audits. Dat maakt de rol breder. En in de uitzendbranche ook specialistischer. De uitzendbranche vraagt specifieke kennis Een administratiekantoor werkt vaak voor meerdere sectoren. Dat is prima voor algemene financiële administratie, maar de uitzendbranche kent een eigen dynamiek. Er zijn wisselende opdrachtgevers, verschillende cao’s, korte mutatielijnen, flexibele contractvormen, reserveringen, pensioenregels en verzuimvraagstukken. En dan hebben we het nog niet over de toenemende druk op compliance. Daardoor is de foutgevoeligheid groot. Een verkeerde beloningsafspraak is niet alleen een administratief foutje. Het kan namelijk gevolgen hebben voor marge, klantrelatie, aansprakelijkheid en vertrouwen. En een incompleet dossier is niet alleen onhandig, maar kan bij een controle direct een risico worden. De vraag is dus niet alleen: wie verwerkt mijn administratie? De vraag is ook: wie begrijpt het proces waaruit die administratie ontstaat? Wet- en regelgeving maakt het verschil zichtbaarder De ontwikkelingen in de sector vergroten dat verschil. De Wtta vraagt straks meer aantoonbare beheersing van processen. Ook gelijkwaardige beloning vraagt om betere informatie van opdrachtgevers en een zorgvuldige vertaling naar contracten, lonen en facturen. Daarmee wordt administratie minder vaak een kwestie van achteraf goed boeken. Het wordt steeds meer een kwestie van vooraf goed vastleggen, controleren en kunnen uitleggen. En dat vraagt om meer dan algemene administratieve ondersteuning. Niet omdat een administratiekantoor geen waarde heeft, maar omdat de samenhang tussen commercie, operatie, verloning, facturatie en compliance steeds belangrijker wordt. Lees ook: Wanneer groei vraagt om een andere backoffice-inrichting Wanneer is een administratiekantoor genoeg? Voor kleinere bureaus kan een administratiekantoor nog steeds prima passen. Zeker als de processen overzichtelijk zijn, de cao-complexiteit beperkt is en er intern voldoende kennis aanwezig is. Maar zodra de vragen verschuiven naar cao’s, verzuim, audits, Wtta, procesinrichting of groei, verandert de behoefte. Dan gaat het niet meer alleen om verwerking, maar veel meer om grip op de backoffice als geheel. De keuze gaat dus niet alleen over administratie. Het is vooral een inrichtingsvraag: wie zorgt dat processen, afspraken en controles zo zijn ingericht dat de uitvoering blijft kloppen? De kernvraag De termen lopen in de markt nogal eens door elkaar: administratiekantoor, backofficepartij, salarisverwerker, backofficepartner. Maar de naam zegt niet altijd wat een partij echt doet. De kernvraag voor uitzendondernemers is daarom concreet: wordt de administratie alleen verwerkt? Of is de backoffice zo ingericht dat groei, wetgeving en dagelijkse uitvoering beheersbaar blijven? Voor veel bureaus gaat juist dat verschil de komende jaren zwaarder wegen. Over de auteur Jaco Slagboom is co-CEO van Flexhub en heeft jarenlange ervaring in de flexbranche. Vanuit die praktijk deelt hij inzichten over ondernemerschap, wet- en regelgeving en de uitdagingen waar uitzendbureaus dagelijks mee te maken hebben. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags administratie, backoffice services, flexhub | Laat een reactie achter
Jurriën Koops (ABU): ‘Transparantie en consolidatie leiden uiteindelijk tot een gezonder verdienvermogen’ Geplaatst 21 juli 2026 door Redactie FlexNieuws Jurriën Koops is sinds 2014 directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), de grootste brancheorganisatie voor uitzendbureaus in Nederland. In de podcast van FlexNieuws gaat hij in gesprek met hoofdredacteur Wim Davidse over de staat van de uitzendmarkt, een week nadat de ABU-marktmonitor over periode zes verscheen. Het beeld daarin is niet vrolijk: op vrijwel alle fronten krimpen de uren. Toch klinkt Koops allesbehalve somber. Tussen de cijfers door schetst hij, zoals Davidse het noemt, een sector op ‘een kantelmoment’: minder vanzelfsprekende groei, maar met ruimte voor een nieuwe rol. Onze branche heeft eigenlijk twee procent groei nodig De krimp in uitzenduren is volgens Koops niet nieuw, maar wel hardnekkig: al een aantal perioden en eigenlijk al een aantal jaren op rij. Eén oorzaak wijst hij niet aan. Nederland groeit nauwelijks harder dan één procent, terwijl de sector traditioneel harder moet groeien om dynamiek te voelen. “Onze branche heeft eigenlijk twee procent groei nodig,” stelt hij. Daarbovenop spelen wet- en regelgeving, technologie en verdringing door vaste contracten mee: opdrachtgevers nemen mensen bij krapte sneller in vaste dienst in plaats van mensen in te lenen. Lees ook: ABU marktmonitor: aantal uren weer flink in de min, omzet stijgt Die factoren raken de sectoren binnen de uitzendmarkt heel verschillend. Waar administratief werk alweer voor het vierde jaar op rij krimpt, met deze periode een terugval van bijna twintig procent, groeien techniek en industrie juist. “Administratief werk laat al vier jaar lang een beeld van krimp zien,” constateert Koops, die de invloed van AI op kantoorfuncties bij banken en verzekeraars groot noemt. Voor techniek en industrie geldt het tegenovergestelde: “Techniek en industrie laten een ander beeld zien. Daar zie je groei in uren en in omzet.” De verklaring ligt volgens hem in de grote maatschappelijke opgaven: de bouw, de energietransitie en de ICT vragen om mensen, terwijl kantoorwerk steeds vaker wordt weggerationaliseerd. Klaplopers eruit, of het systeem valt om Terwijl de markt krimpt, verandert ook de wet- en regelgeving ingrijpend. “De regeldruk is echt wel enorm aan het toenemen,” zegt Koops, die merkt dat ondernemers vooral duidelijkheid en voorspelbaarheid willen. De belangrijkste verandering is de Wtta, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, die de sector na een periode van private zelfregulering terugbrengt onder publiek toezicht, met private uitvoering. “We hebben niet zo heel veel alternatieven,” zegt Koops, wijzend op eerdere stelsels met een vergunningsplicht en op de huidige praktijk waarin malafide bureaus vrij spel hebben. Voor toegelaten uitzenders moet de Wtta vooral kwaliteit afdwingen. “Die moeten er echt voor gaan zorgen dat de cowboys geen kans meer krijgen,” zegt Koops over de rol van private controlerende instellingen. Voor bureaus die zich niet melden, is stevigere handhaving nodig: “Daar heb je gewoon de blauwe sirenes voor nodig,” vindt Koops. Uiteindelijk moet dit systeem ertoe leiden dat de markt gezonder en transparanter wordt. “Er zal ook consolidatie optreden, want het wordt voor ondernemingen – en zeker voor kleine ondernemers – moeilijker om binnen dit systeem te acteren. Die transparantie en consolidatie leiden uiteindelijk tot een gezonder verdienvermogen. Omdat klaplopers en speedbootjes die voortdurend om je heen cirkelen, dan geen kans meer maken. Als dat niet lukt, zal het draagvlak onder onze leden ook heel rap verdwijnen.” Daarvoor is volgens Koops ook binnen het systeem waakzaamheid geboden: signalen over misstanden moeten snel bij de toezichthouder terechtkomen, of ze nu van SNA, de Arbeidsinspectie, Fair Work, vakbonden of ABU-leden zelf komen. Gebeurt dat niet, dan ontstaat een nieuw lek in het systeem, waarschuwt Koops. Dat de invoering mogelijk nog tot 2029 kan duren, zorgt voor frustratie bij leden die nu al fors investeren, terwijl malafide concurrenten voorlopig ongestoord doorgaan. Die teleurstelling was volgens Koops goed voelbaar tijdens de ledenvergadering van de ABU, twee weken voor deze opname. Toch is stoppen geen optie: als de Wtta mislukt, dreigen volgens hem juist meer sectorspecifieke uitzendverboden. Een stoelendans met te veel stoelen en te weinig mensen Niet alleen de regelgeving verandert, maar ook het bredere overheidsbeleid verschuift. Vorige week introduceerde het kabinet een nieuwe talentstrategie, gevolgd door de installatie van de Productiviteitsraad. Koops is te spreken over de koerswijziging: de discussie gaat volgens hem eindelijk niet meer alleen over het onderscheid tussen flexibele en vaste contracten, maar over productiviteit en toegevoegde waarde. “Ik denk dat productiviteit de grootste uitdaging is voor iedere werkgever,” zegt hij. Ook voor uitzendbureaus zelf, die met minder mensen meer waarde moeten leveren. Lees ook: Nieuwe Talentstrategie van kabinet richt zich op strategische sectoren en afbouw laagproductieve arbeidsmigratie De kern van het probleem is een combinatie van schaarste en mismatch: de werkenden van vandaag beschikken niet per se over de vaardigheden die morgen nodig zijn. Koops vat dat treffend samen: “Het is eigenlijk een soort stoelendans met te veel stoelen en te weinig mensen.” Om die dans te organiseren is omscholing nodig, net als denken in loopbanen in plaats van losse plaatsingen: van baan naar baan, in plaats van alleen van uitkering naar baan. Van intermediairs vraagt dat een andere houding: niet simpelweg mensen leveren, maar meedenken over planning en werkinrichting, dichter op de organisatie van de klant. “Het resultaat moet een transitie van laagproductief werk naar hoogproductief werk zijn,” aldus Koops, die daarin dé kans voor de branche ziet nu de instroom van arbeidskrachten structureel krapper wordt. Drie miljoen loopbanen als moonshot Op 3 september viert de ABU haar nieuwe strategie, die loopt tot en met 2030 en de veelzeggende naam Goed Werk draagt. De ambitie is groot: de branche wil bijdragen aan de loopbaan van drie miljoen werkenden, en dus niet alleen aan die van uitzendkrachten. Koops relativeert het getal meteen zelf: “Beschouw het als een ‘moonshot’,” zegt hij over het ontstaan ervan, bedoeld om binnen de organisatie energie los te maken. Zet de werkenden centraal en organiseer de dienstverlening daaromheen Concreet valt de strategie uiteen in een aantal ambities. Voor kandidaten gaat het om kansrijke toegang tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld voor nieuwkomers en statushouders, parttimers die meer uren willen werken en ouderen die langer willen doorwerken. Daarnaast wil de ABU uitzenden minder als transactie en meer als relatie behandelen, met aandacht voor een toereikend inkomen, grip op roosters en flexibiliteit die ook de werkende iets oplevert. Ook wil de branche de werkende zelf een stem geven in de eigen cao. “We helpen jaarlijks meer dan 800.000 mensen aan het werk,” rekent Koops voor. “En al wordt daarvan maar tien procent gehoord, dan is dat al een grote stap.” Voor opdrachtgevers ligt de meerwaarde vooral in het productiviteitsvraagstuk: niet alleen voldoende mensen leveren, maar ook helpen de bestaande capaciteit beter te benutten. De rode draad door de hele strategie vat Koops samen in één zin: “Zet de werkenden centraal en organiseer de dienstverlening daaromheen.” Wie meer wil weten, kan op 3 september terecht op de Goed Werk Parade, een festivalachtig evenement dat volgens Koops het laatste feest van de zomer moet worden. Dat de sector op een kantelmoment staat, ontkent Koops niet. Veertig jaar lang draaide uitzenden vooral om schaalgrootte en lage kosten: die tijd is voorbij. Toch blijft hij overtuigd van de toekomst van de branche, ook al wordt die kleiner in aantal spelers. “Uiteindelijk is de markt belangrijker dan welke wet- en regelgeving dan ook,” besluit hij. De volledige aflevering van deze FlexNieuws Podcast, met ook aandacht voor het laatste nieuws, staat nu op Spotify en YouTube. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags ABU, wetgeving | Laat een reactie achter
AWVN: ook loonafspraken juni boven 3 procent Geplaatst 20 juli 2026 door Redactie FlexNieuws De dalende lijn die sinds begin 2025 zichtbaar was in de loonafspraken, is gestagneerd op een niveau van net boven de 3%. Dat meldt AWVN in het cao-bericht over juni. Het maandgemiddelde kwam uit op 3,2%. Ook in mei en in april zaten de loonafspraken al boven 3 procent. Het gemiddelde over de eerste helft van 2026 is eveneens 3,2%. De 40 cao’s die afgelopen maand werden afgesproken, gelden voor 594.000 werknemers. Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken. Loonafspraken lopen voorop op inflatie AWVN maakt zich al langere tijd grote zorgen over de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten en het effect daarvan op de Nederlandse concurrentiepositie. Terwijl de waarschuwingen over de Nederlandse economie steeds luider klinken, blijven de loonafspraken historisch hoog. Tot 2022 kwamen loonafspraken decennialang niet boven de 2% uit. Volgens AWVN volgen cao-onderhandelingen normaal gesproken de ontwikkeling van de economie, maar is nu het omgekeerde aan de hand. Terwijl het CBS meevallende cijfers rapporteert, lopen loonafspraken juist vooruit op mogelijke inflatie. Die zou het gevolg kunnen zijn van geopolitieke ontwikkelingen zoals de Iran-oorlog. Deze omgekeerde beweging zorgt voor een aanzienlijk risico. Al een tijd is duidelijk dat de inflatie mede wordt aangejaagd door binnenlandse ontwikkelingen zoals hogere loonkosten. Die prijsstijgingen raken nu juist de groepen met lagere inkomens relatief hard – de groepen die de vakbeweging zegt te willen beschermen, aldus AWVN. Volgens de werkgeversvereniging is het beter om in cao’s gerichte maatregelen te treffen in plaats van algemene hoge loonafspraken te maken. Lees ook: Loonafspraken opnieuw ruim boven inflatie; AWVN bezorgd Kerncijfers Loonafspraken juni, gemiddeld 3,16% Loonafspraken kalenderjaar 2026, gemiddeld 3,18% Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 3,76% Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in september 2023 Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020 Aantal nieuwe cao-akkoorden in juni 2026 40 voor 594.000 werknemers Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand juni 42 Aantal aflopende cao’s in 2026 423 voor 2,9 mln. werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2026 ingaan 246 voor 1,9 mln. werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 31 voor 24.000 werknemers Het cao-seizoen in één oogopslag Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen). Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags AWVN, cao, CAOWijzer, loonafspraken | Laat een reactie achter
De Q2-cijfers van PageGroup en ManpowerGroup vallen wel en niet mee Geplaatst 20 juli 2026 door Wim Davidse Vorige week kwamen de Q2-cijfers van de ABU Marktmonitor al binnen, afgelopen maandag die van PageGroup, en donderdagmiddag die van ManpowerGroup. De uren in de ABU Marktmonitor bleken in het 2e kwartaal (de perioden 4, 5 en 6, dus samen 12 weken) met -5,8% gekrompen ten opzichte van het 2e kwartaal van vorig jaar, na een krimp van -5,1% in Q1. Dat was een sterkere krimp dan in de vier voorgaande kwartalen. Deze keer publiceerde PageGroup helemaal niets over Nederland, behalve dan: “In response to the[…] market conditions, we reduced our fee earner headcount in the [EMEA] region by 62, mainly in France and the Netherlands.” Verder was afgelopen maandag een heel goede dag voor de aandelenkoersen van de beursgenoteerde staffing companies. Want PageGroup bleek nog maar –0,2% gekrompen (brutomarge) ten opzichte van 1 jaar eerder, totaal mondiaal (in Q1 was dat nog -4,9%). In Europa bedroeg de krimp -4,8% (nog-9,2% in Q1), waarvan -2% in Temp en -6% in Perm. (In het eerste kwartaal was de brutomarge van Page Nederland met een enorme -26% gekrompen.) Het aandeel van PageGroup steeg daarop met een heel stevige 19,7% in waarde, dat van Randstad steeg met 6,4% en dat van Brunel met 2,9%. ManpowerGroup ging in Amerika met +4,9% de dag uit. (Toelichting: De PageGroup is een ietwat vreemde eend in de flex-bijt: uitzenden, detacheren en zzp-bemiddeling (Temporary, Temp) zijn relatief onbelangrijk voor de groep, goed voor minder dan een derde van de totale mondiale brutomarge. Permanent (Perm, recruitment voor vast) is goed voor 70%; bij Randstad is dat ongeveer 15% – de business- en verdienmodellen verschillen dus aanzienlijk. Ten tweede: de groep rapporteert geen omzetcijfers, maar de bruto marge; de afgelopen 5 jaren bedroeg hun bruto marge ongeveer 49-50% van hun omzet – een enorm hoog percentage, dat kan worden teruggevoerd op het grote aandeel Permanent in hun business.) Het tweede kwartaal van ManpowerGroup Nederland Bij de ManpowerGroup ligt de nadruk vooral “gewoon” op uitzenden. Wereldwijd kwam in het tweede kwartaal 65% van de totale bruto marge van Manpower (vooral grootschalig uitzenden); Experis (professionals) was goed voor 19%, Talent Solutions (RPO, MSP en Talentontwikkeling) voor 16%. Manpower was van de drie business lines net als in Q1 de enige met omzetgroei (+8% groei, na +6% in Q1), maar de andere business lines gaan wel richting stabilisatie en groei: Experis deed -2%, na -9% in Q1; Talent Solutions stabiliseerde, na -1% in Q1. De totale mondiale omzet van de groep groeide met +6% (gecorrigeerd voor werkbare dagen, overnames en wisselkoersveranderingen) naar 4,86 miljard Amerikaanse dollars (4,24 miljard euro); in het eerste kwartaal van 2026 was de omzetgroei nog +3%, dus een mooie verbetering. De brutomarge daarentegen zakte ook in Q2 weer – van 16,9% van de omzet in dezelfde periode vorig jaar naar 16,1% nu. De EBITA (de winst voor rente, belastingen en afschrijving op goodwill) steeg een fractie: met +0,1 procentpunt naar een nog steeds behoorlijk lage 2,1% (was zelfs nog 1,4% in Q1). De conversieratio kwam daarmee op een 13,0% – 20% is eigenlijk wel het minimaal wenselijke niveau, maar desalniettemin een heel stuk hoger dan in Q1. De omzet in de Americas-regio groeide met +14% erg sterk (+4 in Q1), in Zuid-Europa met +4% (was +3%) en in de APME-regio (AsiaPacific Middle East) met +5% (was +8%). De omzet in Noord-Europa groeide met +2%, nadat er nog -1% krimp was geweest in Q1. Overal in deze laatste regio was er groei (het sterkst in Overig met +14% en in België met +8%) – behalve in Duitsland (maar: nog maar -1% krimp, na nog -14% in Q1) en in Nederland. De ManpowerGroup-omzet in Nederland kromp met -6%. In Q1 was dat nog -5% en in het hele jaar 2025 nog -4%. Ook ten opzichte van de ABU-omzetgroei is dat weer een opvallende ontwikkeling. De urenkrimp van ManpowerGroup Nederland zal dus nog een behoorlijk stuk groter zijn dan die van de ABU Marktmonitor (die was zoals gezegd -5,8% in Q2). De Raad van Bestuur van ManpowerGroup voorziet dat de omzet in Noord-Europa in Q3 nog iets meer zal gaan groeien en dat de brutomarge en de EBITA-marge zich in het derde kwartaal zullen stabiliseren. Op de aandelenbeurs in New York werd zeer enthousiast gereageerd: het aandeel MAN schoot uit de startblokken, naar een plus van bijna 30% om in het eerste uur een paar procenten lager te handelen. Concluderend: nog behoorlijk auw in Nederland… Vorige week werd al duidelijk dat de inhuur van uitzendkrachten in andere landen (België, Frankrijk, de VS) steeds minder krimpt – daar lijkt de weg terug naar stabilisatie of mogelijk zelfs herstel ingezet. De Nederlandse cijfers vallen weer tegen, en een ook beetje mee: de omzet in de ABU Marktmonitor was in het tweede kwartaal wat harder gegroeid dan in het eerste. Dat bleek een gevolg te zijn van de nóg sterkere stijging van het gemiddelde uurtarief – de uren waren juist meer gaan krimpen. Maar: die krimp was nog net niet zo sterk als in mijn eerste prognose voor 2026 voorzien (-6%). De stijging van het gemiddelde uurtarief is daarbij enerzijds onvoldoende om alle kostenstijgingen te dekken en anderzijds verontrustend sterk – opdrachtgevers zijn er bepaald niet enthousiast over. De Nederlandse ontwikkeling van de eerste staffing company die z’n cijfers heeft gepubliceerd (ik laat Page Nederland maar even buiten beschouwen), wijken behoorlijk negatief af van het ABU-beeld. Daar moet dan rekenkundig gezien tegenover staan dat “de rest” het gemiddeld beter heeft gedaan dan de ABU Marktmonitor. De komende weken wordt ons beeld weer scherper, als we nog de cijfers van Randstad, Brunel, Adecco Group, de VvDN en de totale Nederlandse flexbranche gaan zien. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags ABU marktmonitor, ManpowerGroup, PageGroup | Laat een reactie achter