"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Nieuwe Talentstrategie van kabinet richt zich op strategische sectoren en afbouw laagproductieve arbeidsmigratie

Het kabinet heeft haar Talentstrategie gepresenteerd, een breed pakket aan maatregelen dat Nederland moet klaarstomen voor de toekomst door mensen gericht op te leiden, aan te trekken en te behouden voor de sectoren die het meest bepalend zijn voor de welvaart van later.

Aanleiding van de talentstrategie is een fundamentele zorg over de toekomstige arbeidsmarkt, zo stelt het Kabinet in een brief over haar talentstrategie voor Nederland.  Door de vergrijzing moet er over enkele jaren meer werk verzet worden door relatief minder mensen, terwijl er nu al een groeiende mismatch bestaat tussen gevraagde en beschikbare vaardigheden. Doel van de strategie is dat de economie gemiddeld 1,5 procent per jaar blijft groeien.

Vier domeinen, plus cruciale publieke sectoren

Het kabinet kiest voor gerichte investeringen in vier domeinen waar voor Nederland kansen liggen om te groeien: digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, energie- & klimaattechnologie en life sciences & biotechnologie. Deze keuze sluit aan op adviezen van econoom Mario Draghi, oud-ASML-topman Peter Wennink en de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.

Daarnaast erkent het kabinet dat ook een reeks publieke voorzieningen dringend om extra vakmensen vraagt: het funderend onderwijs, de kinderopvang, het sociaal domein, de eerstelijnszorg, de ouderenzorg en de woningbouw. Voor deze sectoren is slimmer werken volgens het kabinet niet genoeg. Hier is simpelweg extra personeel nodig. Het onderwijs kampt nu al met een tekort van circa 7.400 fte, in de kinderopvang wordt in 2035 een tekort van zo’n 35.000 medewerkers verwacht.

Vier actielijnen

Om dit te realiseren werkt het kabinet met medeoverheden, werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen langs vier lijnen:

(1) slimmer, innovatiever en productiever werken, onder meer via 428 miljoen euro extra voor onderzoek;

(2) beter en gerichter opleiden voor de cruciale domeinen, van funderend onderwijs tot hbo en wo;

(3) iedereen laten meedoen door leren en ontwikkelen de norm te maken, mede via de beweging naar een “skillsgerichte arbeidsmarkt”; en

(4) een strategische inzet op arbeids-, kennis- en studiemigratie.

Gericht aantrekken toptalent, minder laagproductieve arbeidsmigratie

Vooral op dat vierde spoor zet het kabinet stevig in. Nederland wil hoogproductieve arbeidsmigratie actief faciliteren om de vier cruciale domeinen te bedienen, terwijl de afhankelijkheid van laagproductieve arbeidsmigratie wordt afgebouwd. De Netherlands Point of Entry, het centrale aanspreekpunt voor internationaal toptalent, gaat zich exclusief richten op het aantrekken van mensen voor de cruciale opgaven.

Ook wordt op korte termijn een vakkrachtenpilot verkend waarmee, onder strenge voorwaarden, goed opgeleide krachten van buiten Nederland kunnen worden aangetrokken, en blijven fiscale regelingen zoals de expatregeling in stand. In Europees verband zet Nederland, samen met de Benelux-landen, in op een ambitieuze agenda rond het verwachte Skills Portability Initiative, dat vaardigheden en beroepskwalificaties makkelijker overdraagbaar moet maken.

Tegenover die gerichte werving staat een rem op arbeidsmigratie die niet bijdraagt aan een hoogproductieve economie. Een keuze die wat het kabinet betreft in lijn is met het advies ‘Gematigde groei’ door de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Arbeidsmigratie, Wat werkt voor de toekomst en het SER-advies (2025) ‘’Arbeidsmigratie naar waarde’’

Verder schrijft het kabinet dat er “in Nederland (…) nog altijd sprake van arbeidsmigratie richting laagproductieve banen, met meer risico op misstanden zoals onderbetaling en slechte huisvesting.” Ook dat is een aanleiding om deze vormen van arbeidsmigratie af te remmen, naast het tegengaan van misstanden, waarbij wordt verwezen naar onder meer naar de invoering van de Wtta.

Eén arbeidsmarktinfrastructuur

Het kabinet wil daarnaast, samen met sociale partners, werkgevers, UWV, gemeenten en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), bouwen aan één arbeidsmarktinfrastructuur: een herkenbaar punt waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terecht kunnen voor vragen over werk, scholing en personeel. Via die infrastructuur moeten de landelijke doelen van de Talentstrategie worden vertaald naar concrete regionale uitvoering, voortbouwend op bestaande regionale publiek-private opleidingsinfrastructuren en de Landelijke Meerjarenagenda Arbeidsmarktinfrastructuur.

Vervolg

De Talentstrategie maakt onderdeel uit van de bredere Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. De komende maanden werkt het kabinet de plannen verder uit, onder meer via het nog te sluiten mbo-Pact “Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst”. De Tweede Kamer ontvangt de komende maanden verschillende kamerbrieven over de nadere uitwerking, en eind 2026 volgt een voortgangsupdate over de gehele Talentstrategie.

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *