Vrije val Brunel Nederland verder versneld in Q1, winst gekelderd Geplaatst 8 mei 2026 door Wim Davidse Wereldwijd zag Brunel de omzet in het eerste kwartaal met 1% groeien (organisch, dus na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen), naar 298,9 miljoen euro. In het laatste kwartaal van vorig jaar was er nog -4% omzetkrimp, in heel 2025 -7%. Ook druk op de marge, stabilisatie van winst en conversieratio In het eerste kwartaal van 2026 kromp de totale brutomarge met nog maar -1% (organisch), ook een flinke verbetering ten opzichte van vorig jaar (-14% in het hele jaar). De brutomarge als percentage van de jaaromzet zakte nog licht naar 17,9%, van 18,2% een jaar eerder. De operationele kosten daalden met -2% een fractie meer dan de bruto marge, waardoor de winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) ongeveer stabiliseerde op (een lage) 2,7%. De conversieratio (winstmarge als percentage van de brutomarge, zegt iets over de productiviteit en efficiency van de organisatie) kwam in Q1 uit op een (ook lage) 14,9%, wat wel wat beter was dan de 14,8% van een jaar eerder. De theoretische streefwaarde is 25%, dus in de mondiale Brunel-praktijk liggen er nog steeds uitdagingen op vier terreinen: omzet, marge, kosten en productiviteit. De aandelenbeurs was niet onder de indruk en zette een uur na de opening van de beurs het aandeel Brunel (BRNL.AS) op ongeveer -1%, terwijl de beurs (AEX) ongeveer een half procent moest inleveren. Mooi herstel in Duitsland, Midden-Oosten gaat nog prima Er was eindelijk weer omzetgroei in de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland): +7% (na -21% in het hele jaar 2025), en conform de bij de vorige kwartaalcijfers uitgesproken verwachtingen. Die groei had het Randstad-concern nog niet weten te realiseren: dat verloor in Q1 nog -4% omzet in Duitsland. Met die groei werd de DACH-regio weer de grootste van de Brunel-groep: bijna 18% van de totale mondiale omzet. De omzet in de door de Iran-oorlog zwaar getroffen regio Middle East & India groeide met +9%, en in de Americas was er zelfs +13% omzetgroei. Rest of world deed het met +7% ook prima. Dan was er nog wat groei in de regio Australasia (+3%) en wat krimp in Asia (-3%) in Q1. Maar veruit de sterkste omzetkrimp werd ook dit kwartaal weer gerealiseerd in Nederland: daar viel de omzet met -24% nog dieper dan de -23% in het voorgaande kwartaal, en kwam uit op 39,1 miljoen. Nederland krijgt harde klappen in twee sectoren De enorme omzetkrimp van Brunel Nederland is niet alleen opvallend binnen Brunel International, maar ook binnen de Nederlandse flexbranche. Daarvan zijn nog op dit moment nog niet alle cijfers beschikbaar, maar ten opzichte van de cijfers die er al wel zijn, valt de -24% van Brunel Nederland wederom enorm uit de toon, zeker na de +11% van Randstad Professional in Nederland (zit in de +1% van Randstad NL in Q1). Zoals we eerder zagen, is de Nederlandse omzet van Brunel voor een flink deel (zo’n 63% in 2025) afkomstig uit de Financiële dienstverlening en de Publieke sector. Die Nederlandse omzet is goed voor bijna 94% van de concern-omzet in die twee verticals – en daar ging het, zo blijkt uit het persbericht van Brunel International, met margedalingen van ongeveer een derde in Q1, dus opvallend slecht (onderstaande cijfers zijn vóór correctie, dus niet-organisch). De totale Nederlandse brutomarge zakte in Q1 iets minder hard dan de omzet: met -23%. Het brutomargepercentage kroop daardoor weer iets omhoog, van 22,9% in Q1 2025 naar 23,4% in Q1 2026. De winst kreeg een dreun van -75%, en daardoor werd de EBIT-marge twee derde kleiner, van 5,2% naar maar 1,7%. (Ter vergelijking: Randstad rapporteerde in april een winstdaling van -23% en een daling van de EBITA-marge van 5,7% naar 4,4% in Nederland.) De Nederlandse conversieratio kreeg daardoor weer een flinke knauw, en zakte van een nog heel behoorlijke 22,5% naar een heel lage 7,2%. Die flinke winstdaling is mede te danken aan relatief beperkte daling van de operationele kosten in Nederland: -7% in Q1. Ook weer van invloed: de verslechtering van de ratio direct personeel / indirect personeel, die zakte naar 5,6 van 6,8 een jaar eerder (dat is -17,6%). Dat is een gevolg van de krimp van het aantal directs (bemiddelde kandidaten) met -27% (-24% in Q4 2025, -16% in het hele jaar) en de minder sterke krimp van het aantal indirects (eigen mensen) met -11% (-6% in Q4 2025, -10% in het hele jaar). De sterk negatieve trend van het aantal bemiddelde kandidaten, die begin 2025 inzette, is in onderstaande grafiek goed zichtbaar. Verwachtingen Brunel International verwacht dat de jaar-op-jaar trends uit het eerste kwartaal van 2026 zullen doorzetten in het tweede, of zoals ceo Peter de Laat het zegt: “We expect a gradual continuation of [our] recovery”. “We blijven ons operationele model verbeteren, waarbij de focus ligt op efficiëntie en schaalbaarheid. Dit wordt ondersteund door digitale en AI-gestuurde recruitment-mogelijkheden die end-to-end wervingsprocessen versnellen door de productiviteit en leveringssnelheid te verhogen.” [cursivering door mij] De prestaties in het Midden-Oosten blijven vooralsnog met onzekerheid omgeven. Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Brunel | Laat een reactie achter
Nederlandse detacheerder STAR breidt uit naar de Franse markt Geplaatst 8 mei 2026 door Redactie FlexNieuws Op de foto Sil Hoeve, CEO van The Specialist Group STAR Specialists (STAR), onderdeel van The Specialist Group (TSG), breidt zijn activiteiten uit naar Frankrijk. Met deze stap wil de detacheerder inspelen op de groeiende vraag naar technische specialisten bij internationale klanten met projecten in Frankrijk en bij Franse bedrijven die werken aan industriële en energieprojecten. Lees ook: Multi-specialist in technisch personeel TSG is ‘een Volvo met een Lamborghini-motor’ Toenemende aanvragen STAR levert technische specialisten voor projecten in power, infra, industrie, high tech en life sciences. In de nieuwste FlexNieuws TOP 100 staat het bedrijf op plek 23 met een omzet van 289 miljoen euro. Vanuit het internationale delivery team in Antwerpen ondersteunt STAR al projecten in meerdere Europese landen. De uitbreiding naar Frankrijk komt voort uit een toename in aanvragen van zowel multinationals waarmee STAR al samenwerkt als van Franse bedrijven. STAR verwacht de komende jaren tientallen specialisten op Franse industriële projecten in te zetten. Frankrijk is een van de grotere industriële en energie-investeringsmarkten van Europa, met sterke groei in onder meer elektrificatie, CO₂-reductie en industriële transformatie. Zo investeren Franse netbeheerders Enedis en RTE naar verwachting tot 2040 bijna 200 miljard euro in het elektriciteitsnet. Daarnaast mobiliseert de Franse overheid 54 miljard euro voor industriële modernisering en energietransitie via het nationale investeringsprogramma France 2030. Tegelijkertijd is de vraag naar ervaren technische specialisten groter dan het aanbod. Met een lokale aanwezigheid hoopt STAR klanten in deze markt direct te kunnen ondersteunen. Lees ook: The Specialist Group overname door Oaktree en TSG Management Projecten worden ondergebracht Op dit moment is STAR al betrokken bij Franse projecten via internationale opdrachten voor klanten, zoals EPC-contractors en industriële multinationals. Met de uitbreiding worden deze lopende projecten ondergebracht in een Franse entiteit, met lokale plaatsingen en ondersteuning dichter bij klanten en specialisten. STAR verwacht in mei 2026 operationeel te zijn in Frankrijk. De eerste structurele inzet van specialisten op Franse projecten staat gepland voor de zomer van 2026. Volgens het bedrijf past de uitbreiding in de bredere groeistrategie in West-Europa. Lees ook: TSG neemt Zweedse detacheerder over Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags STAR, TSG | Laat een reactie achter
Daan neemt activiteiten failliete zorgdetacheerder Highcare over Geplaatst 7 mei 2026 door Redactie FlexNieuws Detacheerder Daan heeft de activiteiten van Highcare overgenomen, het moederbedrijf van Ambucare en Zorgzusters. Highcare Groep uit Breda werd twee weken geleden failliet verklaard — een van de grootste faillissementen in de zorgdetachering van de afgelopen jaren. Highcare was jarenlang een van de grootste detacheerders van gespecialiseerd zorgpersoneel, zoals zoals ambulanceverpleegkundigen en operatieassistenten, in Nederland, met circa 250 medewerkers en 150 zzp’ers. Het bedrijf groeide hard door overnames, gesteund door investeerder Bencis, maar ging desondanks onderuit. De overname door Daan zorgt ervoor dat het personeel zijn werkzaamheden kan voortzetten en de continuïteit van zorg gewaarborgd blijft. Daan- #44 in de FlexNieuws TOP 100 – richt zich met recruitment, detachering en interim-management op de sectoren Zorg, Onderwijs, Sociaal domein, Ruimtelijk domein en Woningcorporaties. De overname versterkt met name de positie in de zorgsector, waar de vraag naar gespecialiseerd personeel onverminderd hoog is — ook al staat de inzet van extern zorgpersoneel onder toenemende druk van zorgverzekeraars die de kosten willen terugdringen. “Highcare past perfect bij Daan. We delen dezelfde waarden en ambitie: het maken van impact in de zorg door te investeren in mensen,” aldus Yvonne van Beerschoten, manager zorg bij Daan. Bron: Daan, Nationale Zorggids Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags DAAN | Laat een reactie achter
CBS: statushouders gaan sneller aan het werk, vaker via uitzendbureau Geplaatst 7 mei 2026 door Redactie FlexNieuws Statushouders vinden beduidend sneller werk vinden dan tien jaar geleden. Meer dan een kwart maakt de eerste stappen op de arbeidsmarkt via een uitzendbranche. Dat blijkt uit het CBS rapport Asiel en Integratie 2026, dat vandaag is verschenen. 13 procent na drie maanden aan het werk Van de statushouders tussen 18 en 65 jaar die in 2024 hun verblijfsvergunning ontvingen, was 13 procent na drie maanden aan het werk. Ter vergelijking: van de groep die in 2014 een vergunning kreeg, werkte na diezelfde periode slechts 1 procent. Het aandeel werkende statushouders in de eerste maanden na vergunningverlening is sindsdien geleidelijk gestegen: van 6 procent in 2021 tot 13 procent in 2024. De ontwikkeling zet ook op langere termijn door. Drie jaar na het verkrijgen van de vergunning in 2014 had 19 procent van de statushouders werk, terwijl dat voor de groep uit 2021 al bijna 33 procent was. Na zeven jaar had bijna 52 procent van de statushouders uit 2014 een baan – voor jonge mannen tussen 18 en 35 jaar lag dat percentage boven de 70 procent. Uitzendbureau als springplank Een deel van de statushouders vindt werk via de uitzendbranche. Van de werkende statushouders die hun vergunning in 2024 kregen, begon ongeveer de helft als oproepkracht. Meer dan een kwart had zijn eerste baan in de uitzendbranche — flink meer dan tien jaar terug. De helft van de statushouders is na een halfjaar werkzaam in de horeca of de uitzendbranche. 24-wekeneis afgeschaft De toegenomen arbeidsmarktdeelname hangt ook samen met beleidswijzigingen. De zogeheten 24-wekeneis — die stelde dat asielzoekers maximaal 24 weken per jaar mochten werken — is eind 2023 afgeschaft. Dat heeft de drempel om te beginnen met werken verlaagd. Minister Aartsen wil tempo verder opvoeren Ondanks de gestegen arbeidsparticipatie blijft er ruimte voor verdere groei. In de eerste jaren nadat iemand een status heeft gekregen en moet inburgeren, werkt nog steeds 75 procent niet. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) wil daar verandering in brengen. Meer dan tachtig gemeenten gaan zorgen voor startbanen voor statushouders, zo snel mogelijk na vestiging. Daarin worden werk en inburgering gecombineerd, zodat nieuwkomers de taal op de werkvloer leren. Uit een evaluatie van eerdere proeven in Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven bleek dat 44 procent van de deelnemers aan het werk ging. Aartsen kondigt aan voor de zomer met een bredere aanpak te komen voor werk voor nieuwkomers. Rekenkamer: potentieel blijft te vaak onbenut In januari 2026 concludeerde de Algemene Rekenkamer in het rapport Onbenut potentieel dat Nederland het arbeidspotentieel van statushouders onvoldoende benut, ondanks grote personeelstekorten in sectoren als zorg, bouw en techniek. Werk dat aansluit bij de opleiding en werkervaring uit het land van herkomst blijft zeldzaam; statushouders vinden vaak laagbetaalde banen met flexibele contracten. De Rekenkamer pleitte voor een koerswijziging waarbij het beleid meer uitgaat van het daadwerkelijke potentieel van statushouders, en wees op het belang van gerichte bijscholingstrajecten om mensen op hun eigen niveau aan het werk te krijgen. Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags statushouders | Laat een reactie achter
Wachten is ook een keuze: wat doe je zonder SNA-keurmerk nu de Wtta nadert? Geplaatst 7 mei 2026 door Jonathan de Hek De belangrijkste keuze voor uitzendbureaus gaat niet over hoe het SNA-keurmerk precies geregeld moet worden, maar over de vraag of je je organisatie hier nu al op inricht of het uitstelt in de hoop dat het later eenvoudiger wordt. SNA wordt de ondergrens Waar het SNA-keurmerk voorheen werd gezien als kwaliteitslabel of administratieve last, verschuift dat onder de Wtta naar een harde voorwaarde. Zonder SNA kom je in de praktijk simpelweg niet meer in aanmerking voor toelating. Dat verandert de spelregels. Het gaat niet meer om het halen van een vinkje, maar om de vraag of je organisatie structureel aantoonbaar compliant is. En daar zit het verschil tussen theorie en praktijk. Waarom juist bureaus zonder SNA nu moeten beslissen Bureaus zonder SNA-keurmerk staan voor een andere uitdaging dan partijen die al gecertificeerd zijn. Zij moeten niet alleen een aanvraag doen, maar hun hele operatie langs een nieuwe meetlat leggen. Dat gaat zelden alleen over documenten. In de praktijk zien we bijvoorbeeld: urenregistraties die in Excel staan en niet aansluiten op verloning inlenersinformatie die versnipperd is over mails en systemen verschillen tussen contract, factuur en loonstrook beloningsafspraken die niet eenduidig zijn vastgelegd Dat zijn geen incidenten, maar patronen die in de loop der tijd zijn ontstaan. Bij een inspectie worden ze voor het eerst systematisch naast elkaar gelegd en dan is het niet de inspecteur die je patroon ontdekt, maar jij, in real time, terwijl iemand meekijkt. Wachten is geen neutrale optie Een veelgehoorde gedachte is: “we regelen het SNA-keurmerk wel als het nodig is.” In de meeste gevallen is dat onrealistisch. Niet omdat de aanvraag ingewikkeld is, maar omdat de voorbereiding tijd kost. Het gaat om samenhang. Sluiten je processen op elkaar aan? Kun je uitleggen hoe je tot een beloning bent gekomen? Is je administratie niet alleen aanwezig, maar ook logisch en controleerbaar? Dat bouw je niet in een paar weken. Wachten is dus geen uitstel. Het is een keuze met directe consequenties voor je continuïteit. Drie routes die bureaus nu overwegen In de praktijk zien we drie duidelijke richtingen ontstaan. 1. Zelf certificeren en volledig compliant worden De meest directe route: je vraagt SNA aan en richt je organisatie zo in dat je voldoet. Op papier logisch. In de praktijk betekent het dat je processen moet standaardiseren, vastleggen en continu beheren. Dat vraagt discipline en structurele aandacht, niet alleen een eenmalige inspanning. 2. Bewust afschalen of stoppen met uitzenden Een kleinere groep kiest ervoor om niet mee te gaan in de toenemende regelgeving, bijvoorbeeld door zich te richten op werving en selectie buiten de scope van de Wtta. Dat is een legitieme keuze, maar wel één die direct raakt aan je verdienmodel en groeipotentie. 3. Samenwerken met een compliant partner Steeds meer bureaus kiezen ervoor om delen van het werkgeverschap of de backoffice onder te brengen bij een partij die al compliant is. Zo organiseren ze complexiteit en risico buiten de eigen organisatie. Deze route vraagt concessies in autonomie, maar biedt vaak meer zekerheid en schaalbaarheid, zeker voor bureaus die willen groeien zonder zelf alle compliance-structuren op te tuigen. Systemen en processen worden leidend Waar compliance voorheen vaak neerkwam op controle achteraf, verschuift de focus naar beheersing in het proces zelf. Dat betekent dat systemen niet langer ondersteunend zijn, maar leidend. Je moet kunnen aantonen dat: beloning gebaseerd is op correcte en actuele inlenersinformatie processen vastliggen en controleerbaar zijn data consistent door de hele keten loopt Daarnaast wordt de rol van de inlener belangrijker. Zonder juiste input over functies, schalen en toeslagen kun je simpelweg niet correct verlonen. De kwaliteit van je samenwerking bepaalt daarmee direct je eigen compliance. De echte vraag De discussie gaat uiteindelijk niet over SNA. Het gaat om de vraag of je organisatie is ingericht op structurele controle, transparantie en verantwoordelijkheid. Het SNA-keurmerk is daarin het beginpunt, niet het eindpunt. En wachten is geen uitstel van die beslissing. Wachten ís de beslissing, alleen meestal niet degene die je had gemaakt als je de gevolgen had kunnen zien aankomen. Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags flexhub, SNA-keurmerk, WTTA | Laat een reactie achter