SLUIT MENU

CBS: statushouders gaan sneller aan het werk, vaker via uitzendbureau

Statushouders vinden beduidend sneller werk vinden dan tien jaar geleden. Meer dan een kwart maakt de eerste stappen op de arbeidsmarkt via een uitzendbranche. Dat blijkt uit het CBS rapport Asiel en Integratie 2026, dat vandaag is verschenen.

13 procent na drie maanden aan het werk

Van de statushouders tussen 18 en 65 jaar die in 2024 hun verblijfsvergunning ontvingen, was 13 procent na drie maanden aan het werk. Ter vergelijking: van de groep die in 2014 een vergunning kreeg, werkte na diezelfde periode slechts 1 procent. Het aandeel werkende statushouders in de eerste maanden na vergunningverlening is sindsdien geleidelijk gestegen: van 6 procent in 2021 tot 13 procent in 2024.

De ontwikkeling zet ook op langere termijn door. Drie jaar na het verkrijgen van de vergunning in 2014 had 19 procent van de statushouders werk, terwijl dat voor de groep uit 2021 al bijna 33 procent was. Na zeven jaar had bijna 52 procent van de statushouders uit 2014 een baan – voor jonge mannen tussen 18 en 35 jaar lag dat percentage boven de 70 procent.

Uitzendbureau als springplank

Een deel van de statushouders vindt werk via de uitzendbranche. Van de werkende statushouders die hun vergunning in 2024 kregen, begon ongeveer de helft als oproepkracht. Meer dan een kwart had zijn eerste baan in de uitzendbranche — flink meer dan tien jaar terug. De helft van de statushouders is na een halfjaar werkzaam in de horeca of de uitzendbranche.

24-wekeneis afgeschaft

De toegenomen arbeidsmarktdeelname hangt ook samen met beleidswijzigingen. De zogeheten 24-wekeneis — die stelde dat asielzoekers maximaal 24 weken per jaar mochten werken — is eind 2023 afgeschaft. Dat heeft de drempel om te beginnen met werken verlaagd.

Minister Aartsen wil tempo verder opvoeren

Ondanks de gestegen arbeidsparticipatie blijft er ruimte voor verdere groei. In de eerste jaren nadat iemand een status heeft gekregen en moet inburgeren, werkt nog steeds 75 procent niet. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) wil daar verandering in brengen. Meer dan tachtig gemeenten gaan zorgen voor startbanen voor statushouders, zo snel mogelijk na vestiging. Daarin worden werk en inburgering gecombineerd, zodat nieuwkomers de taal op de werkvloer leren. Uit een evaluatie van eerdere proeven in Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven bleek dat 44 procent van de deelnemers aan het werk ging.

Aartsen kondigt aan voor de zomer met een bredere aanpak te komen voor werk voor nieuwkomers.

Rekenkamer: potentieel blijft te vaak onbenut

In januari 2026 concludeerde de Algemene Rekenkamer in het rapport Onbenut potentieel dat Nederland het arbeidspotentieel van statushouders onvoldoende benut, ondanks grote personeelstekorten in sectoren als zorg, bouw en techniek. Werk dat aansluit bij de opleiding en werkervaring uit het land van herkomst blijft zeldzaam; statushouders vinden vaak laagbetaalde banen met flexibele contracten.

De Rekenkamer pleitte voor een koerswijziging waarbij het beleid meer uitgaat van het daadwerkelijke potentieel van statushouders, en wees op het belang van gerichte bijscholingstrajecten om mensen op hun eigen niveau aan het werk te krijgen.

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *