Sieto de Leeuw neemt afscheid met koninklijke onderscheiding op zak Geplaatst 26 maart 2026 door Redactie FlexNieuws Sieto de Leeuw is op 25 maart 2026 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. De koninklijke onderscheiding werd uitgereikt door locoburgemeester Steven de Vries tijdens een afscheidsbijeenkomst waar collega’s, vakbondsbestuurders en relaties uit de arbeidsmarktwereld samenkwamen om De Leeuws vertrek in te luiden. De Leeuw ontving de onderscheiding voor zijn bijzondere verdiensten voor de uitzendbranche, de arbeidsmarkt en het Nederlandse bedrijfsleven na een loopbaan van ruim veertig jaar. Vier decennia in dienst Sinds 1996 zette De Leeuw zich in uiteenlopende rollen in voor de ABU en de uitzendbranche: als directeur, als bestuurslid namens Randstad, bijna twintig jaar als voorzitter van de cao-delegatie en de laatste tien jaar als onafhankelijk voorzitter. In die hoedanigheden leverde hij een belangrijke bijdrage aan goed geregeld uitzendwerk, betere arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en de verdere professionalisering van de branche. Daarnaast vervulde hij bestuurlijke rollen bij VNO-NCW en de World Employment Confederation (WEC). Lees ook: Sieto de Leeuw: ‘De allocatieve rol van uitzenders op de arbeidsmarkt is cruciaal en verdient meer aandacht’ Blijvende impact Naast zijn werk in de uitzendbranche bekleedde De Leeuw diverse maatschappelijke functies, onder meer bij het College voor de Rechten van de Mens, de SER en Stichting Talent naar de Top. Daarin zette hij zich in voor gelijke kansen, diversiteit en inclusie. De Leeuw staat bekend om zijn vermogen om uiteenlopende belangen samen te brengen en tot breed gedragen oplossingen te komen. Met zijn kennis en verbindende stijl laat hij een blijvende stempel achter op de arbeidsmarkt. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags ABU | Reacties uitgeschakeld voor Sieto de Leeuw neemt afscheid met koninklijke onderscheiding op zak
Freelanceplatformen: ‘Rechtsvermoeden van werknemerschap leidt nu al tot misverstanden’ Geplaatst 26 maart 2026 door Claartje Vogel Voor de oprichters van freelanceplatformen Temper en YoungOnes is het rechtsvermoeden van werknemerschap een belemmering voor de flexibele arbeidsmarkt. Zij waarschuwen dat minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) met dit plan duizenden werkenden in de weg zit, omdat hij geen onderscheid maakt tussen bijvoorbeeld kwetsbare werkenden, bewuste ondernemers en bijverdienende studenten. Maarten Zoomers (Temper): “Het leidt nu al tot misverstanden.” Temper en YoungOnes zijn platformen waarop zzp’ers kortlopende klussen in onder meer de horeca en logistiek vinden. Volgens de ondernemers verdienen zij weliswaar vaak minder dan 38 euro per uur, maar kiezen zij bewust voor het zzp-schap. Rechtsvermoeden onder 38 euro Begin maart stemde de ministerraad in met het voorstel van minister Aartsen voor een rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit wetsvoorstel houdt in dat iedereen die minder dan 38 euro per uur verdient, via de rechter eenvoudiger een arbeidsovereenkomst kan opeisen. De wet moet in 2027 ingaan. Lees ook: Minister Aartsen wil in 2027 al het rechtsvermoeden werknemerschap bij tarief onder de 38 euro ingevoerd hebben De ondernemers stellen voorop: het is logisch en terecht dat de minister kwetsbare groepen zoals gedwongen zelfstandigen wil beschermen. “Maar deze maatregel gaat niet werken”, zegt Pim Graafmans, CEO en oprichter van YoungOnes. “Hij past niet bij een hele grote groep bewuste freelancers die helemaal niet in loondienst willen.” Hij verwacht dat freelancers die via het YoungOnes-platform werken er geen gebruik van maken. “Het levert ze niets op, want ze zijn heel blij als zzp’er en wat ze daarmee verdienen.” ‘Niet slecht, maar te onduidelijk’ Dat zegt ook Maarten Zoomers, CEO van Temper. “Wie via Temper werkt, kiest heel bewust voor autonomie en regie over zijn agenda. In de afgelopen elf jaar heeft dan ook nog nooit iemand zelf om een arbeidsovereenkomst gevraagd. Tegelijkertijd blijkt dat flexibiliteit en zekerheid prima samengaan, bijvoorbeeld met de collectieve verzekeringen die standaard voor iedere klus op Temper beschikbaar zijn.” Volgens hem is het rechtsvermoeden geen ‘foute maatregel’, maar is de communicatie tot nu toe niet duidelijk genoeg. “Het rechtsvermoeden is een instrument voor mensen die een arbeidsovereenkomst willen en verdienen, maar tot nu toe niet de macht hadden om die op te eisen. Die extra ondersteuning juichen wij alleen maar toe. Maar dit alles blijkt onduidelijk voor opdrachtgevers.” Onrust onder opdrachtgevers Zoomers merkt dat er nu al veel misverstanden ontstaan. “Opdrachtgevers hebben veel vragen: betekent dit dat een dienstbetrekking de norm wordt? Mag ik onder die 38 euro geen freelancers inzetten? Die ongerustheid is onterecht. Die 38 euro is geen nieuw minimumtarief voor zzp’ers. Het is ook geen vrijbrief: boven het grenstarief moet je ook voldoen aan de Deliveroo-criteria voor zelfstandig ondernemerschap.” Zoomers hoopt dus op betere overheidscommunicatie. “Voor opdrachtgevers verandert er in de praktijk weinig”, legt hij uit. “Dat zullen wij ook blijven uitleggen. Echt ondernemerschap blijft gewoon mogelijk, ook onder de grens van 38 euro. De Deliveroo-criteria blijven leidend. Dat het model van Temper hierbinnen past, werd in juli 2024 nog bevestigd door de rechter.” ABU: geen zorgen onder zzp-dienstverleners De onrust lijkt tot nu toe beperkt tot ondernemers die werken met freelancers onder de tariefgrens. “Wij hebben geen reacties gekregen op het voorstel”, vertelt Margreet Drijvers, programmamanager zzp-dienstverlening bij brancheorganisatie ABU. “Veel zzp-dienstverleners werken dan ook met hogere tarieven.” Zij noemde het rechtsvermoeden al eerder ‘een fijne maatregel’. ABU hoopt juist dat het straks ook publiekrechtelijk handhaafbaar wordt. Dat zou betekenen dat de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst het ook kunnen gebruiken om schijnzelfstandigheid vast te stellen. Dat zou volgens Drijvers de maatregel effectiever maken. “Als het initiatief altijd bij het individu ligt, heeft het te weinig effect,” zegt Drijvers. “Een kwetsbare werkende stapt niet snel zelf naar de rechter.” Misverstanden en communicatie Graafmans hoopt dat het uiteindelijke wetsvoorstel beter aansluit bij de praktijk van bijverdieners. “De student die gemiddeld 39 uur per jaar werkt, hoort niet in hetzelfde wettelijke kader als fulltime schijnzelfstandigen”, zegt hij. Hij suggereert de KOR-grens (Kleine Ondernemersregeling) van 20.000 euro omzet per jaar te gebruiken om onderscheid te maken. Kleine ondernemers onder dit bedrag zijn vrijgesteld van btw-administratie. “Deze regeling kan een scheidslijn zijn tussen fulltime zzp’ers en bijverdieners.” Een andere oplossing is een urencriterium van maximaal 832 uur per opdrachtgever per jaar. Hij baseert die grens op de bestaande uitzondering voor studenten bij het verbod op oproepcontracten. Graafmans: “Wie onder beide grenzen blijft, moet eenvoudig als zelfstandige kunnen werken zonder dat het rechtsvermoeden van 38 euro per uur geldt.” Vervolg De ministerraad is akkoord, nu de Tweede Kamer nog. In principe steunen veel partijen het rechtsvermoeden, maar er zijn nog wel wat discussiepunten en twijfels. Zo willen partijen als GroenLinks-PvdA en BBB net als ABU dat het een publiekrechtelijk rechtsvermoeden wordt. Daarnaast vrezen partijen op rechts voor de impact op de markt. Lees ook: Welke zzp’ers werken voor minder dan 38 euro per uur en hoeveel zijn het er? Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags rechtsvermoeden bij laag tarief, schijnzelfstandigheid, Temper, Youngones | Reacties uitgeschakeld voor Freelanceplatformen: ‘Rechtsvermoeden van werknemerschap leidt nu al tot misverstanden’
Sieto de Leeuw: ‘De allocatieve rol van uitzenders op de arbeidsmarkt is cruciaal en verdient meer aandacht’ Geplaatst 25 maart 2026 door Arthur Lubbers U bent achttien jaar lang voorzitter geweest van de cao-delegatie namens de ABU. Dat zijn vaak stevige onderhandelingen geweest. Wat was voor u het hoogtepunt? “Ik heb die cao-onderhandelingen altijd leuk gevonden, verslavend zelfs. Voor mij was het hoogtepunt de zomer van 2000, toen ik op een ferry naar Newcastle met de FNV-onderhandelaar in alle stilte tot een akkoord ben gekomen. Daar is een cao uitgekomen waarin de inlenersbeloning is opgenomen en het terugdringen van de flexibiliteit.” “In feite hebben we dat nu met de nieuwe uitzend-cao (die sinds 1 januari 2026 is ingegaan, red.) weer gedaan. Dit is een uitwerking van het SER MLT-advies. Met de gelijkwaardige beloning hebben we onze nek uitgestoken. Zo zetten we telkens stappen voorwaarts.” De grote vakbonden, met de FNV voorop, zijn nog steeds boos dat er een cao voor uitzendkrachten is gekomen zonder hen. En CNV claimde onlangs nog dat het toepassen van die gelijkwaardige beloning op grote schaal misgaat. Wat is uw reactie daarop? “De FNV liet op voorhand al weten dat het niet kon kloppen, nog voordat er enige invulling was gegeven aan de gelijkwaardige beloning. Ik zou zeggen: kom niet te snel met conclusies.” “Wat het bericht van CNV betreft; er werken dagelijks zo’n 250.000 uitzendkrachten. Er zullen een paar gevallen zijn waarbij fouten worden gemaakt. Het gaat erom die fouten te herstellen en daar doen uitzenders hun stinkende best voor. Je moet je wel realiseren dat het heel veel betekent voor onze leden, want het toepassen van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden is maatwerk. Je kunt niet één op één alle regels voor vaste mensen toepassen op uitzendkrachten. Je hebt te maken met verschillende doelgroepen.” Inleners moeten beseffen dat de tijd van goedkope wegwerparbeid voorbij is “En waar het echt niet goed gaat, betreft het partijen die geen lid zijn (van de ABU of NBBU, red.). Het is voor sommige jongens in de markt de sport om zich niet aan de regels te houden. En inleners gaan daarbij ook niet vrijuit. Er zijn opdrachtgevers die nog steeds op zoek zijn naar de laagste prijs voor arbeid.” Er zijn ook opdrachtgevers die vinden dat uitzenden met de komst van de nieuwe cao (te) duur is geworden. Hebben zij gelijk of niet? “Zoals gezegd is dit een uitwerking van het SER MLT-advies. Daar waren VNO-NCW en MKB-Nederland bij. Het is een gevolg van de afspraken die opdrachtgevers zelf hebben gemaakt. Het is een prachtig advies waar alle partijen voor getekend hebben. En dat geldt ook voor de strengere regels voor uitzenden uit het wetsvoorstel Wet Meer Zekerheid Flexwerkers.” “Inleners moeten beseffen dat de tijd van goedkope wegwerparbeid voorbij is. De ABU heeft altijd als uitgangspunt gehad: kwaliteit plus toegevoegde waarde, voor opdrachtgever en werkende. Dat laatste telt ook. Ik hanteer altijd de kindnorm: vraag je af of je dit ook voor je eigen kind zou willen.” Lees ook: Bruno Bruins beoogd nieuwe voorzitter van de ABU De Wtta is het gesprek van de dag in de uitzendwereld. Hoe kijkt u aan tegen het toelatingsstelsel? “Eigenlijk is de Wtta een publiek-private uitwerking van ons 14-puntenplan uit 2020. (Daarin pleit de ABU al voor hogere toetredingsdrempels tot de markt, red.) Dus daarover ben ik positief, maar ik plaats daarbij wel twee kanttekeningen. Ten eerste moeten we waken voor de ongebreidelde regeldruk vanuit Den Haag. Ten tweede het gebrek aan handhaving. De Arbeidsinspectie krijgt dit niet voor elkaar. Dus de vraag is hoe we die handhaving samen gaan vormgeven, waarbij ook het inleengedrag van opdrachtgevers moet veranderen.” We voeren een discussie over contractvormen, maar de discussie moet gaan over werk. “Want het weren van malafide partijen door het invoeren van het toelatingsstelsel kan pas slagen bij goede handhaving. Als de pakkans heel klein is, zullen de partijen die zich nu niet zoveel van de regels aantrekken, dat na de komst van de Wtta ook niet doen.” U pleit ook voor een contractneutraal (sociaal) stelsel. Is het geen illusie om te denken dat dit er ooit komt? “We voeren een discussie over contractvormen, maar de discussie moet gaan over werk. En dat kan alleen maar wanneer zekerheid georganiseerd wordt voor alle werkenden, ongeacht contractvorm. Dan heb je drie dingen nodig: werk, gelijke kansen en een contractneutraal stelsel. Alleen als je deze fundamentele verandering doorvoert en stopt met pleisters plakken zoals Den Haag nu doet, dan kom je uit de discussie tussen vast en flex.” “En nee, dat is geen illusie. Wouter Koolmees (oud-minister van SZW) was het destijds met mij eens, maar gaf ook aan dat dit niet in één kabinetsperiode lukt. Daar is een langetermijnvisie voor nodig.” “Daar hoort overigens een stelsel van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) bij. Mijn voorganger Aart van der Gaag geeft in zijn boek (Zonder werk vaart niemand wel, red.) ook aan dat we dit gewoon moeten doen. De infrastructuur is er: er zijn 35 arbeidsmarktregio’s en werkcentra. Maak daar leerwerkcentra van waar alle werkgevers en werknemers terecht kunnen voor vragen over leven lang ontwikkelen. Nu is de ABU daarin druk bezig met publiek-private samenwerking, met goede voorbeelden. Maar er kunnen veel meer partijen in de werkcentra aansluiten als je daar ook LLO in meeneemt, denk aan het opleidingsfonds. Dan kom je eindelijk uit de sectorale groef van die opleidingsfondsen.” U startte in 2017 met de opdracht de ABU weer te laten focussen op de kernactiviteiten uitzenden en payrolling. En de beweging naar het Brede Huis van Werk in samenwerking met andere brancheverenigingen in gang te zetten. Bent u in die missie geslaagd? “We hebben hard gewerkt om die focus op uitzenden te houden en het dienstenportfolio van de ABU uit te breiden. Dat is uitstekend gelukt.” “Aanvankelijk richtten we ons met het Brede Huis van Werk op de institutionele kant, maar we zijn er al snel achter gekomen dat we ons meer op de inhoudelijke samenwerking moesten richten. En dat is ook nodig, want uitzenders hebben hun portfolio ook uitgebreid. In vergelijking met twintig jaar geleden doen ze veel meer: uitzenden, werving en selectie, detacheren, zzp-bemiddeling. Je kunt eigenlijk niet meer spreken van uitzenders, het zijn arbeidsmarktintermediairs.” “Daarom werken we samen met bijvoorbeeld de VvDN, die is opgericht als gevolg van de beweging naar bredere dienstverlening. En vanuit onze eigen tak voor zzp-bemiddeling hebben we in samenwerking met de NBBU en Bovib een eigen keurmerk ontwikkeld. Hoe we die samenwerking in de toekomst gaan vormgeven? Daar ligt een prachtige taak voor mijn opvolger.” Lees ook: Sieto de Leeuw benoemd tot erelid van de ABU U wordt opgevolgd door ex-minister en staatssecretaris Bruno Bruins, iemand die de polder ook goed kent. Wat wordt zijn belangrijkste opdracht? “Bruno wacht een heel mooie taak. De ABU heeft de boel intern op orde met de drie strategische pijlers: goed werk, bredere scope en een sterke, leuke vereniging. Nu is het zaak de waarde van goed werk, en daarmee ook uitzendwerk, extern te verkopen.” Dat is wel nodig, want het imago van uitzenden is ronduit slecht. Had de ABU daar niet meer tegen kunnen doen? “De laatste vijf tot tien jaar is arbeidsmigratie sterk in opkomst. Dat zien we ook terug in de populatie uitzendkrachten. En dat is op zich goed: ook de SER vindt dat arbeidsmigratie nodig is, alleen wel goed gereguleerd. De uitzendbranche heeft echter last van partijen die het niet goed doen, die niet zijn aangesloten bij de ABU of NBBU, en waar uitwassen rondom arbeidsmigranten zijn. Daar wordt uitzenden volledig mee geïdentificeerd. Alles wordt op één hoop gegooid, zonder dat er oog is voor de vele mensen die wij vanuit een achterstandspositie aan het werk helpen.” Uitzenders spelen een cruciale rol op de arbeidsmarkt. “Maar wij hadden inderdaad meer aandacht kunnen besteden aan de belangrijke allocatieve rol van uitzenders. Zij spelen een cruciale rol op de arbeidsmarkt. Er zijn bijvoorbeeld duurzaamheidsprojecten in de haven van Rotterdam waarbij MKB-bedrijven gedetacheerden van onze ABU-leden kunnen inzetten. En ja, tegen een fatsoenlijke beloning. Zonder hen zou het werk niet gedaan kunnen worden. Maar dat is dan minder bekend in Den Haag.” “De uitzendbranche heeft zich sterk ontwikkeld, waarbij uitzendwerk een voorportaal voor vast is. Zie het als een verlengde proeftijd. Ik ken uitzendondernemers bij wie de vlag uitgaat als een uitzendkracht na een (half) jaar vast in dienst gaat bij de opdrachtgever. Dat is hun allocatieve missie, waarbij ze zorgen dat de opdrachtgever een goed gemotiveerde kracht in huis krijgt.” U spreekt met veel waardering over uitzendondernemers… “Ik ben ook retetrots op onze ABU-leden. Ik zie dat zij vanuit hun hart invulling geven aan de inclusieve samenleving en hoe zij op een geweldige manier hun rol op de arbeidsmarkt vervullen. Dat gaat om meer dan geld, allemaal gunnen we iedereen werk en een zeker bestaan. Als ik bij leden op bezoek ben geweest, rij ik vaak met een grote grijns terug. Ik wou dat de hele wereld wist welke mooie dingen uitzenders doen.” U stopt als bestuursvoorzitter van de ABU en met uw andere werkzaamheden. Waarom? “Voor mij is het nu tijd om prioriteit te geven aan mijn familie. Niet werk, maar mijn familie staat nu op één, twee en drie.” Erelid van de ABU Sieto de Leeuw is tijdens de ALV in december 2025 benoemd tot erelid van de ABU. Dit is een erkenning voor zijn uitzonderlijke verdiensten voor de uitzendbranche en de arbeidsmarkt in Nederland en daarbuiten. De Leeuw was sinds 2018 lid van de SER en was acht jaar lang lid van de Raad van Advies van het College voor de Rechten van de Mens. De afgelopen 30 jaar zette De Leeuw zich in verschillende ABU-rollen in voor de uitzendbranche: als directeur van de ABU, als bestuurslid namens Randstad en de laatste tien jaar als voorzitter. Op 25 maart neemt Sieto de Leeuw officieel afscheid van de ABU. Geplaatst in In de branche, Interviews | Tags ABU, cao, contractneutraal stelsel, LLO, Uitzenden | Reacties uitgeschakeld voor Sieto de Leeuw: ‘De allocatieve rol van uitzenders op de arbeidsmarkt is cruciaal en verdient meer aandacht’
Naheffingen blijven uit in zorgsector: stilte voor de storm of bewuste koers? Geplaatst 25 maart 2026 door Annet Maseland Eind 2025 kwamen de eerste gevallen van naheffing door de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid in de bouwsector naar buiten. Van Gelder Groep, een van de grootste bouwers van infrastructuur in Nederland, heeft een voorziening genomen voor een mogelijke naheffing door de Belastingdienst, meldt het Financieele Dagblad. Om hoeveel geld het gaat is niet bekend, wel dat het een substantieel bedrag is. Dat roept de vraag op hoe het staat in de zorgsector, een andere sector waar de Belastingdienst veel schijnzelfstandigheid verwacht. Die zorgsector kán nog helemaal niet zonder zzp’ers, schrijven artsenorganisaties in een brandbrief aan de Tweede Kamer, waarin zij oproepen tot risicogericht handhaven. Ondertussen overlegt de minister van VWS met brancheorganisaties over diverse mogelijkheden om uit de impasse te komen. Een van de opties: de inzet van zzp’ers. Er gebeurt weinig op het vlak van naheffingen “Ons beeld is dat er weinig naheffingen worden opgelegd in de zorgsector”, zegt fiscaal econoom Angélique Verhagen. Haar kantoor, Verstegen accountants en adviseurs, heeft klanten in heel Nederland. In het kader van het toezicht voert de Belastingdienst gesprekken met deze klanten waarin de inspecteurs vragen welke stappen worden gezet om de inzet van zzp’ers te verminderen. Er volgt een verslag. En dan blijft het in 99 van de 100 gevallen lange tijd opvallend stil vanuit de inspectie. Lees ook: De gevolgen van handhaving schijnzelfstandigheid tekenen zich af in de zorg Is het stilte voor de storm? Of is er mogelijk maatschappelijk iets ingestoken? Verhagen denkt dat het laatste weleens het geval zou kunnen zijn. “Veel zorgorganisaties willen niets liever dan stoppen met zelfstandigen. Ze verleiden hun zzp’ers om toch vooral in loondienst te komen, maar die willen gewoon niet. Daar zijn allerlei redenen voor. De vrijheid om te werken wanneer je wilt en alleen dat werk te doen dat je interessant vindt. Soms is het ook gewoon de hogere betaling. Vervolgens zit de zorginstelling in een spagaat. Want uitzendbureaus leveren over het algemeen niet of vragen tweeënhalf keer het cao-loon. En de zorg moet wel verleend worden. Mogelijk ziet de Belastingdienst dat ook in: als we nu gaan handhaven, hebben we echt de poppen aan het dansen. Mogelijk dacht de Belastingdienst dat starten met handhaving genoeg zou zijn om de sector in beweging te krijgen.” Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, is de mening van fiscaal jurist Boris Emmerig van Holla Advocaten. “Het is een gegeven dat er volop bezoeken lopen bij intermediairs die zzp’ers leveren aan zorginstellingen. Als die intermediairs een naheffing krijgen, raakt dat natuurlijk ook hun klanten, de zorginstellingen. Deze procedures kosten veel tijd. Een controle duurt vaak maanden.” Jurgen van Warmerdam van brancheorganisatie NBBU bevestigt dat ook bij de bemiddelaars controles plaatsvinden. “Er zijn ook al bemiddelaars verwikkeld in procedures.” Casusposities Ondertussen blijft op de achtergrond de vraag spelen of je de inhuur zo kunt inrichten dat je wél kunt werken met zelfstandigen in de zorg. Volgens Emmerig blijft die mogelijkheid altijd bestaan. Maar de vooruitzichten voor werken als zzp’er in de zorg zijn zonder meer verslechterd: “De meeste casusposities die zijn voorgelegd aan de Belastingdienst en het ministerie van Sociale Zaken zijn beoordeeld als dienstbetrekking.” Arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn heeft de casussen ook gezien, maar benadrukt dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst een individuele toets geldt. “Daarin spelen alle omstandigheden van het geval een rol.” Veel ingediende zorgcasussen zijn volgens hem te summier onderbouwd om iets te kunnen zeggen over andere situaties, laat staan over functies of een hele sector. Lees ook: Zelfstandige zorgondernemers inhuren? Het kan wél als je het goed inricht Angélique Verhagen geeft dat ook aan. “Het valt me in de voorbeelden en de gesprekken op dat de Belastingdienst vooral naar de gezagsverhouding kijkt. Een zorgverlener moet bij een zorgorganisatie werken volgens de kwaliteitsstandaarden van die zorgorganisatie. Dat houdt volgens de Belastingdienst een gezagsverhouding in. Nu kun je dát al betwisten, maar afgezien daarvan komen ze aan de andere gezichtspunten van het Deliveroo-arrest niet toe. Denk aan de duur van de opdracht, het opnemen van een resultaatsverplichting, inspraak in het opstellen van het contract, etcetera. De nuance is eruit, terwijl uit de jurisprudentie keer op keer blijkt: je moet álle gezichtspunten meenemen.” Risico’s beperken Fiscalist Verhagen adviseert veel van haar klanten om de inhuur af te bouwen of heel goed te onderbouwen. “Ik mag het misschien op punten niet met de Belastingdienst eens zijn, maar ik werk voor de zorgorganisatie. Het gaat over grote bedragen. Dat risico wil je beperken. Er is een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Gelijk krijgen betekent procederen. En daar zit de gemiddelde zorgorganisatie nu eenmaal niet op te wachten. Als een zorginstelling er echt niet onderuit kan om zzp’ers in te zetten, adviseren we vooral heel goed te onderbouwen waarom iemand zelfstandig is.” Boris Emmerig zou juist het liefste zien dat meer zorginstellingen de gang naar de rechter zouden maken. “Als je in een spagaat zit, moet je ook iets doen om daar weer uit te komen.” Duidelijkheid in eerder stadium Je kunt op verschillende manier in een vroeger stadium duidelijkheid aan de Belastingdienst vragen, schrijft hij in een post op LinkedIn. Vooroverleg over de beoordeling van een arbeidsrelatie. Hiervoor is zelfs een formulier beschikbaar, compleet met een checklist. Afgifte van een ‘beschikking geen verzekeringsplicht’. Dit biedt meer zekerheid dan vooroverleg en bovendien is de rechtsbescherming beter. Standpunt over beheersmaatregelen. De opdrachtgever beschrijft per Deliveroo-criterium hoe de werkrelatie eruit ziet om buiten dienstbetrekking te kunnen werken. De Belastingdienst kan op basis daarvan oordelen dat er (per saldo) geen sprake is van een dienstbetrekking. Het is aan de opdrachtgever en -nemer om aan te tonen dat volgens de beheersmaatregelen wordt gewerkt. Zijn advies: “Ga niet dat vrijblijvende vooroverleg voeren. Maar vraag op representatieve gevallen een beschikking geen verzekeringsplicht aan. Waarschijnlijk zal daar niet positief op worden beslist, met alles wat we nu weten. Maar als je het daar dan niet mee eens bent en je vindt dat het wél kan, dan moet je gewoon je zaak bepleiten bij de rechter. Moge de beste dan winnen.” Wetgeving met oog voor de zorgpraktijk “Zzp’ers in de zorg moeten er gewoon kunnen zijn”, schrijft Jurgen Warmerdam. “Opdrachtgevers zouden hen ook zonder zorgen moeten kunnen inhuren. De kern van het probleem is niet dat er regels zijn, maar dat die regels onvoldoende houvast bieden vooraf. Zorginstellingen, bemiddelaars en zzp’ers worden geconfronteerd met open normen, interpretatieruimte en handhaving achteraf.” Hij pleit voor nieuwe wetgeving die moet uitgaan van voorspelbaarheid en voorafgaande zekerheid. “Dat kan bijvoorbeeld door heldere toetsingskaders te introduceren die vooraf uitsluitsel geven over de aard van de arbeidsrelatie.” Die wetgeving moet bovendien worden afgestemd op de zorgpraktijk, met roosters, teamwerk en continuïteitseisen die niet één-op-één te vergelijken zijn met andere sectoren.” Lees ook: AWVN-onderzoek: verschuiving van zzp naar uitzending en detachering zet door, maar werkgevers vrezen kosteneffect Flexwet Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags handhaving, schijnzelfstandigheid, zorg-zzp’ers | Reacties uitgeschakeld voor Naheffingen blijven uit in zorgsector: stilte voor de storm of bewuste koers?
Wat betekent de nieuwe toelatingswet voor uitleners én inleners? De NAU legt uit Geplaatst 24 maart 2026 door Redactie FlexNieuws Kees van Nieuwamerongen staat sinds vorig jaar aan het hoofd van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), de nieuwe autoriteit die verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA). “Daarmee zijn wij eigenlijk een regulerende partij binnen de uitleenmarkt: we kijken wie toegang krijgt tot de markt en wie niet.” De kern van de wet is relatief eenvoudig: bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen (uitzendbureaus, detacheerders en andere uitleners) mogen dat straks alleen nog doen als ze officieel zijn toegelaten. Die toelating wordt zichtbaar in een openbaar register. “Eind volgend jaar hebben wij een register staan. Daarin kunnen met name inleners zien: met wie mag ik zaken doen? Partijen die in dat register staan, zijn door ons toegelaten tot de markt.” Wie personeel inhuurt van een partij die niet in het register staat, loopt risico op een boete. “Dan ben je gewoon strafbaar.” Terug naar regulering van de uitzendmarkt De WTTA betekent feitelijk een terugkeer naar regulering van de sector. Tot begin jaren negentig konden uitzendbureaus alleen opereren met een vergunning. Daarna werd de markt vrijgegeven. Dat heeft volgens Van Nieuwamerongen ook negatieve effecten gehad. “Als gevolg daarvan hebben we nu heel veel uitzendbureaus en uitleners in Nederland. Dat heeft ook tot misstanden geleid in de markt.” Vooral kwetsbare groepen werknemers kunnen daarvan de dupe worden. “Denk aan mensen die voor te lage beloning werken, mensen van wie belastingen niet worden afgedragen, of slechte huisvesting hebben. Het gaat niet alleen om arbeidsmigranten, maar om iedereen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt.” De Wtta is in het belang van werknemers, maar ook van bedrijven die het wél goed willen doen Het rapport van de Commissie Roemer uit 2020 pleitte daarom voor strengere regulering van de sector. “Een van de aanbevelingen was: ga de markt weer reguleren. Zorg dat niet iedereen zomaar een uitzendbureau kan beginnen.” De WTTA moet die professionalisering afdwingen. “Het is in het belang van werknemers, maar ook van bedrijven, zowel uitleners als inleners, die het wél goed willen doen. Die worden nu vaak uit de markt geconcurreerd door partijen die zich niet aan de regels houden.” Toelating wordt verplicht De wet maakt het huidige vrijwillige certificeringssysteem verplicht. Op dit moment kunnen uitzendbureaus een certificaat aanvragen bij de Stichting Normering Arbeid (SNA). “Dat is nu vrijwillig. Als je het niet hebt, kun je nog steeds personeel uitlenen.” Met de WTTA verandert dat. “Het hele stelsel met inspectie-instellingen wordt verplicht. Iedereen die arbeid ter beschikking wil stellen moet een inspectierapport laten maken.” Daarnaast gelden nog andere eisen, zoals een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en het storten van een waarborgsom. Wie niet aan de eisen voldoet, krijgt geen toelating. “Dan mag je dus geen zaken meer doen in de markt.” Lees ook: Eerste Kamer stemt in met toelatingsstelsel (Wtta) Niet alleen voor grote uitzendbureaus De NAU verwacht dat ongeveer 15.000 organisaties een toelating zullen aanvragen. “Dat zijn uitzendbureaus, maar ook andere partijen die personeel uitlenen. Dat kan een heel breed gezelschap zijn.” Veel bedrijven realiseren zich volgens Van Nieuwamerongen nog niet dat zij onder de wet kunnen vallen. De wet heeft namelijk een brede definitie van ‘terbeschikkingstelling van arbeid’. Van Nieuwamerongen gebruikt een eenvoudig voorbeeld. “Stel: een bedrijf heeft het wat rustiger en een ander bedrijf heeft het juist druk. Dan wordt gezegd: mag ik gebruikmaken van jouw medewerkers?” Als de medewerkers vervolgens onder leiding van het andere bedrijf werken en er een vergoeding tegenover staat, kan dat al onder de wet vallen. “Dan ben je eigenlijk al bezig met het uitlenen van arbeidskrachten.” Ook mkb valt onder de wet Het gaat dus veel verder dan alleen de grote uitzend- en payrollbedrijven en kan ook kleinere bedrijven in het mkb betreffen. “Denk aan bedrijven in de bouw of de zorg, accountantskantoren, ingenieursbureaus of softwarebedrijven die personeel uitlenen.” Voor kleine of incidentele vormen van uitlenen kan een ontheffing mogelijk zijn. “Als minder dan tien procent van je omzet uit uitleenactiviteiten komt, kun je een ontheffing aanvragen.” Maar dat moet wel worden aangetoond. “Dan moet je dus wel kunnen laten zien dat het inderdaad maar een klein deel van je omzet is.” Daarnaast zijn enkele sectoren uitgezonderd van de wet, waaronder: beveiligingsbedrijven, sociale werkvoorziening en BBL-leerwerktrajecten. Veel bedrijven weten eigenlijk niet eens precies van wie de werknemers afkomstig zijn die bij hen rondlopen Belangrijke rol voor inleners De WTTA raakt niet alleen uitleners. Ook opdrachtgevers krijgen een belangrijke verantwoordelijkheid. “Voordat je zaken doet met een uitlener moet je in het register kijken: mag ik met deze partij zaken doen?” Doet een bedrijf dat niet en huurt het personeel in via een niet-toegelaten partij, dan kan ook de inlener worden beboet. “Die verantwoordelijkheid ligt dus echt aan beide kanten.” Volgens Van Nieuwamerongen betekent dit dat organisaties hun inhuurprocessen moeten gaan controleren, omdat er soms met ingewikkelde constructies wordt ingehuurd. “Veel bedrijven weten eigenlijk niet eens precies van wie de werknemers afkomstig zijn die bij hen rondlopen.” Strak tijdpad richting 2028 De invoering van de WTTA verloopt in verschillende stappen. De planning op hoofdlijnen: 2026: aanwijzen inspectie-instellingen, voorbereidingen door bedrijven 1 november-31 december 2026: aanmelden voor overgangsregeling 2027: opening toelatingsloket, aanvragen toelating 1 januari 2028: start handhaving Het SNA-keurmerk kan gebruikt worden als middel om toegelaten te worden. Wie dat niet heeft, komt in aanmerking voor het overgangsrecht. “Van de 15.000 zijn er 4.000 partijen die in het bezit zijn van een SNA. Dat betekent dat 11.000 partijen gebruik zouden kunnen maken van het overgangsrecht.” Het moment eind 2026 is volgens Van Nieuwamerongen cruciaal. “Als je gebruik wilt maken van de overgangsregeling, moet je je echt in die periode aanmelden.” Bedrijven die dat niet doen, lopen een groot risico. “Dan weet je eigenlijk al dat je op 1 januari 2028 niet meer actief kunt zijn in de markt.” Lees ook: Nieuwe versie Wtta-normenkader gepubliceerd: een ‘tijdelijke aanpassing’. Begin nu met voorbereiden Volgens Van Nieuwamerongen is het belangrijkste advies aan bedrijven simpel: begin zo snel mogelijk. “De eerste stap is kijken: val ik onder deze wet of niet?” Dat kan onder meer via een beslisboom op de website van de NAU of met hulp van adviseurs en accountants. “Als je nooit personeel uitleent, is er niks aan de hand. Maar doe je dat wel, dan moet je het verdere proces in.” Ook opdrachtgevers moeten volgens hem aan de slag. “Inleners moeten nu al kijken: met wie doen wij eigenlijk zaken?” De wet betekent voor veel bedrijven een forse professionaliseringsslag. “Er zijn nog veel bedrijven die hun administratie niet volledig op orde hebben,” zegt Van Nieuwamerongen. Denk aan contracten van werknemers, belastingaangiftes, controle op werkvergunningen en correcte huisvesting van arbeidsmigranten. “Voor kleine bedrijven kan dat echt een enorme tour de force worden.” Uiteindelijk is het doel van de wet volgens Van Nieuwamerongen duidelijk: een eerlijkere arbeidsmarkt. De concurrentie op prijs heeft in sommige gevallen geleid tot een race to the bottom. Met de WTTA moet dat veranderen. “Het hele argument van concurrentievervalsing – ‘mijn concurrent doet het ook’ – zou daarmee moeten verdwijnen.” Volgens hem vraagt de wet ook om een morele keuze van bedrijven. “Je kunt proberen onder de regels uit te komen. Maar je kunt ook zeggen: ik wil gewoon op een fatsoenlijke manier zaken doen.” Webinar terugkijken Dit is een samenvatting van het webinar over de Wtta tijdens de Webinar Week eerder deze maand, waarin Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) uitgebreid in gesprek gaat met NAU-directeur Kees van Nieuwamerongen. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags NAU, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor Wat betekent de nieuwe toelatingswet voor uitleners én inleners? De NAU legt uit