"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Naheffingen blijven uit in zorgsector: stilte voor de storm of bewuste koers?

Nadat in de bouwsector de eerste gevallen van naheffing door de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid bekend werden, bleef het in de zorgsector opvallend rustig. Is het stilte voor de storm?

Eind 2025 kwamen de eerste gevallen van naheffing door de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid in de bouwsector naar buiten. Van Gelder Groep, een van de grootste bouwers van infrastructuur in Nederland, heeft een voorziening genomen voor een mogelijke naheffing door de Belastingdienst, meldt het Financieele Dagblad. Om hoeveel geld het gaat is niet bekend, wel dat het een substantieel bedrag is.

Dat roept de vraag op hoe het staat in de zorgsector, een andere sector waar de Belastingdienst veel schijnzelfstandigheid verwacht. Die zorgsector kán nog helemaal niet zonder zzp’ers, schrijven artsenorganisaties in een brandbrief aan de Tweede Kamer, waarin zij oproepen tot risicogericht handhaven. Ondertussen overlegt de minister van VWS met brancheorganisaties over diverse mogelijkheden om uit de impasse te komen. Een van de opties: de inzet van zzp’ers.

Er gebeurt weinig op het vlak van naheffingen

“Ons beeld is dat er weinig naheffingen worden opgelegd in de zorgsector”, zegt fiscaal econoom Angélique Verhagen. Haar kantoor, Verstegen accountants en adviseurs, heeft klanten in heel Nederland. In het kader van het toezicht voert de Belastingdienst gesprekken met deze klanten waarin de inspecteurs vragen welke stappen worden gezet om de inzet van zzp’ers te verminderen. Er volgt een verslag. En dan blijft het in 99 van de 100 gevallen lange tijd opvallend stil vanuit de inspectie.

Is het stilte voor de storm? Of is er mogelijk maatschappelijk iets ingestoken? Verhagen denkt dat het laatste weleens het geval zou kunnen zijn. “Veel zorgorganisaties willen niets liever dan stoppen met zelfstandigen. Ze verleiden hun zzp’ers om toch vooral in loondienst te komen, maar die willen gewoon niet. Daar zijn allerlei redenen voor. De vrijheid om te werken wanneer je wilt en alleen dat werk te doen dat je interessant vindt. Soms is het ook gewoon de hogere betaling. Vervolgens zit de zorginstelling in een spagaat. Want uitzendbureaus leveren over het algemeen niet of vragen tweeënhalf keer het cao-loon. En de zorg moet wel verleend worden. Mogelijk ziet de Belastingdienst dat ook in: als we nu gaan handhaven, hebben we echt de poppen aan het dansen. Mogelijk dacht de Belastingdienst dat starten met handhaving genoeg zou zijn om de sector in beweging te krijgen.”

Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, is de mening van fiscaal jurist Boris Emmerig van Holla Advocaten. “Het is een gegeven dat er volop bezoeken lopen bij intermediairs die zzp’ers leveren aan zorginstellingen. Als die intermediairs een naheffing krijgen, raakt dat natuurlijk ook hun klanten, de zorginstellingen. Deze procedures kosten veel tijd. Een controle duurt vaak maanden.” Jurgen van Warmerdam van brancheorganisatie NBBU bevestigt dat ook bij de bemiddelaars controles plaatsvinden. “Er zijn ook al bemiddelaars verwikkeld in procedures.”

Casusposities

Ondertussen blijft op de achtergrond de vraag spelen of je de inhuur zo kunt inrichten dat je wél kunt werken met zelfstandigen in de zorg. Volgens Emmerig blijft die mogelijkheid altijd bestaan. Maar de vooruitzichten voor werken als zzp’er in de zorg zijn zonder meer verslechterd: “De meeste casusposities die zijn voorgelegd aan de Belastingdienst en het ministerie van Sociale Zaken zijn beoordeeld als dienstbetrekking.”

Arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn heeft de casussen ook gezien, maar benadrukt dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst een individuele toets geldt. “Daarin spelen alle omstandigheden van het geval een rol.” Veel ingediende zorgcasussen zijn volgens hem te summier onderbouwd om iets te kunnen zeggen over andere situaties, laat staan over functies of een hele sector.

Angélique Verhagen geeft dat ook aan. “Het valt me in de voorbeelden en de gesprekken op dat de Belastingdienst vooral naar de gezagsverhouding kijkt. Een zorgverlener moet bij een zorgorganisatie werken volgens de kwaliteitsstandaarden van die zorgorganisatie. Dat houdt volgens de Belastingdienst een gezagsverhouding in. Nu kun je dát al betwisten, maar afgezien daarvan komen ze aan de andere gezichtspunten van het Deliveroo-arrest niet toe. Denk aan de duur van de opdracht, het opnemen van een resultaatsverplichting, inspraak in het opstellen van het contract, etcetera. De nuance is eruit, terwijl uit de jurisprudentie keer op keer blijkt: je moet álle gezichtspunten meenemen.”

Risico’s beperken

Fiscalist Verhagen adviseert veel van haar klanten om de inhuur af te bouwen of heel goed te onderbouwen. “Ik mag het misschien op punten niet met de Belastingdienst eens zijn, maar ik werk voor de zorgorganisatie. Het gaat over grote bedragen. Dat risico wil je beperken. Er is een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Gelijk krijgen betekent procederen. En daar zit de gemiddelde zorgorganisatie nu eenmaal niet op te wachten. Als een zorginstelling er echt niet onderuit kan om zzp’ers in te zetten, adviseren we vooral heel goed te onderbouwen waarom iemand zelfstandig is.” Boris Emmerig zou juist het liefste zien dat meer zorginstellingen de gang naar de rechter zouden maken. “Als je in een spagaat zit, moet je ook iets doen om daar weer uit te komen.”

Duidelijkheid in eerder stadium

Je kunt op verschillende manier in een vroeger stadium duidelijkheid aan de Belastingdienst vragen, schrijft hij in een post op LinkedIn

  1. Vooroverleg over de beoordeling van een arbeidsrelatie. Hiervoor is zelfs een formulier beschikbaar, compleet met een checklist.
  2. Afgifte van een ‘beschikking geen verzekeringsplicht’. Dit biedt meer zekerheid dan vooroverleg en bovendien is de rechtsbescherming beter.
  3. Standpunt over beheersmaatregelen. De opdrachtgever beschrijft per Deliveroo-criterium hoe de werkrelatie eruit ziet om buiten dienstbetrekking te kunnen werken. De Belastingdienst kan op basis daarvan oordelen dat er (per saldo) geen sprake is van een dienstbetrekking. Het is aan de opdrachtgever en -nemer om aan te tonen dat volgens de beheersmaatregelen wordt gewerkt.

Zijn advies: “Ga niet dat vrijblijvende vooroverleg voeren. Maar vraag op representatieve gevallen een beschikking geen verzekeringsplicht aan. Waarschijnlijk zal daar niet positief op worden beslist, met alles wat we nu weten. Maar als je het daar dan niet mee eens bent en je vindt dat het wél kan, dan moet je gewoon je zaak bepleiten bij de rechter. Moge de beste dan winnen.”

Wetgeving met oog voor de zorgpraktijk

“Zzp’ers in de zorg moeten er gewoon kunnen zijn”, schrijft Jurgen Warmerdam. “Opdrachtgevers zouden hen ook zonder zorgen moeten kunnen inhuren. De kern van het probleem is niet dat er regels zijn, maar dat die regels onvoldoende houvast bieden vooraf. Zorginstellingen, bemiddelaars en zzp’ers worden geconfronteerd met open normen, interpretatieruimte en handhaving achteraf.”

Hij pleit voor nieuwe wetgeving die moet uitgaan van voorspelbaarheid en voorafgaande zekerheid. “Dat kan bijvoorbeeld door heldere toetsingskaders te introduceren die vooraf uitsluitsel geven over de aard van de arbeidsrelatie.” Die wetgeving moet bovendien worden afgestemd op de zorgpraktijk, met roosters, teamwerk en continuïteitseisen die niet één-op-één te vergelijken zijn met andere sectoren.”

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *