Maandelijkse archieven: januari 2026

Arbeidsmarkttrends 2026: de nieuwe realiteit van flexibel werk

De arbeidsmarkt verandert sneller dan ooit. Waar 2025 vooral het jaar van onzekerheden was, wordt 2026 het jaar waarin organisaties écht moeten schakelen. Nieuwe wet- en regelgeving, geavanceerdere AI-toepassingen, structurele schaarste in bepaalde sectoren en veranderende behoeften van jong talent dwingen organisaties tot fundamentele keuzes in hun workforce-strategie.

Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden

Het einde van het klassieke uitzend- en detacheringsmodel is een feit. Naast de bestaande verplichtingen vanuit de wet Waadi treedt per 1 januari 2026 de nieuwe CAO voor uitzenden en detachering (voor VvDN-leden) in werking. Die creëert een totaal nieuw speelveld: de introductie van ‘gelijkwaardige’ beloning.

De impact zal enorm zijn: de tarieven voor inleners stijgen significant, omdat uitzend- en detacheringsbureaus alle arbeidsvoorwaardenpakketten moeten waarderen en gelijkwaardig uitbetalen.

Met het vervallen van het handhavingsmoratorium neemt de onzekerheid rond zzp-inhuur toe. Vooral nu de boetevrijstelling per 1 januari vervalt, zullen inleners terughoudender zijn.  Dit zal volgens ons impact hebben op de mogelijkheden voor zzp’ers.

AI van ondersteuning naar autonomie

De opkomst van Agentic AI zorgt in 2026 voor autonome AI-agents. Waar het afgelopen jaar veel werd geëxperimenteerd met AI-toepassingen, zien we dat organisaties het komend jaar echt sprongen gaan maken met AI-agents. Misschien nog niet zoveel als mogelijk, maar we zullen zeker interessante toepassingen zien.

Hoewel de werkloosheid de laatste maanden van 2025 iets toenam, zorgen demografische trends als vergrijzing en sterke concurrentie ervoor dat skills-schaarste structureel blijft en in specifieke sectoren verder zal toenemen.

Gen-Z verandert de spelregels

Gen-Z-medewerkers hebben andere verwachtingen: directe groeimogelijkheden, transparantie, autonomie en hybride werken als norm. Organisaties zullen zich moeten aanpassen om deze groep, die gemiddeld kortere arbeidsrelaties aangaat (minder dan 1,5 jaar), aan zich te binden.

Geopolitieke ontwikkelingen, kostenstijgingen en handelstarieven blijven van grote invloed op workforce-strategieën. Het is duidelijk dat voorspelbare omgevingsfactoren voorlopig niet terugkeren, waardoor onzekerheid recruitmentbeslissingen zal beïnvloeden.

High-tech én high-touch

AI-matching, autonomous sourcing agents en persoonlijke begeleiding zullen gelijktijdig nodig zijn. Het is duidelijk dat AI grote impact gaat hebben op zowel recruitment-afdelingen als dienstverlenende organisaties op het gebied van werving & selectie, uitzenden en detacheren. High-tech en high-touch versterken elkaar in deze nieuwe realiteit.

De arbeidsmarkt van 2026 dwingt organisaties hun workforce-strategie opnieuw uit te vinden. Nieuwe regelgeving, gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, strengere regels rond zzp-inhuur en de opkomst van autonome AI-agents maken het klassieke flexmodel onhoudbaar. Tegelijkertijd blijft skills-schaarste structureel en stelt Gen-Z nieuwe eisen aan werkgevers. In een wereld waarin onzekerheid het nieuwe normaal is, ontstaat een arbeidsmarkt waarin high-tech en high-touch elkaar versterken en waar alleen organisaties die tijdig anticiperen toekomstbestendig blijven.

 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsmarkttrends 2026: de nieuwe realiteit van flexibel werk

Veranderingen in regelgeving: hoe bereid je je team voor?

Regelgeving verandert continu: van nieuwe cao-afspraken tot aangepaste wetgeving bij flexibele contracten. Als uitzender of detacheerder merk je dit meteen: processen opnieuw bekijken, je team up-to-date houden én opdrachtgevers informeren. Pak je veranderingen goed aan, dan voorkom je fouten en misverstanden én blijf je boetes voor.

Goed voorbereid zijn? Dat biedt juist kansen. Je team wordt sterker, zelfverzekerder en kan flexibel inspelen op wat er komt. In deze blog delen we praktische tips om je team niet alleen op de hoogte te brengen van veranderingen, maar ook actief klaar te stomen. Van korte kennisupdates tot praktische tools: zo maak je van regelgeving een kracht, in plaats van een last.

Begrijp de veranderingen: wees een stap vooruit

De eerste stap is logisch: weet wat er verandert, en wat dat betekent voor jullie werk. Nieuwe wet- en regelgeving kan soms ingewikkeld lijken, maar als je het goed aanpakt, wordt het beheersbaar én benut je het als kans.

Zo pak je het aan:

  • Volg betrouwbare bronnen: houd de website van de overheid en brancheorganisaties in de gaten en schrijf je in voor nieuwsbrieven, zodat je niks mist uit de branche.
  • Vertaal naar de praktijk: wat betekent de verandering voor jouw processen, teamleden en opdrachtgevers? Maak een overzicht met de kernpunten.
  • Analyseer impact: welke stappen in je werkproces moeten aangepast worden? Welke rollen in je team moeten extra actie ondernemen? Waar kun je proactief handelen om problemen te voorkomen?

Pak je dit structureel aan, dan ben jij een stap voor én weet je team precies wat het moet doen.

Tip: Betrek je team al bij deze analyse. Laat ze meedenken over oplossingen en scenario’s. Zo voelen ze zich verantwoordelijker en blijft kennis niet hangen bij één persoon.

Communiceer helder en regelmatig

Stel je voor: jij bent teamleider bij een uitzend- of detacheringsbureau. De nieuwe cao is net bekend. Welke stappen zet je?

Neem eerst een stap terug en bedenk wat dit betekent voor je team en jouw werk. Nodig daarna je team uit voor een korte meeting. Leg uit wat er verandert, waarom het belangrijk is en wat het betekent voor het dagelijkse werk.

Na de meeting deel je een overzicht, zodat iedereen het rustig na kan lezen. En het belangrijkste: vraag je team om vragen en zorgen te delen. Zo krijg je misschien inzichten die je zelf nog niet had bedacht én voelt je team zich gehoord.

Met korte, duidelijke en interactieve communicatie weet iedereen precies wat er staat te gebeuren.

Train je team op nieuwe regels en processen

Nu je team op de hoogte is wat er allemaal gaat veranderen, is het tijd om ze écht klaar te stomen. Want weten wat er komt is belangrijk, maar het is nóg belangrijker om te weten hoe het werkt in de praktijk. 

  • Volg een workshop/training: laat je team oefenen met concrete voorbeelden en situaties uit de praktijk. Zo maken ze de regels direct eigen.
  • Maak checklists: zo geef je houvast voor dagelijkse taken.
  • Samen leren: organiseer een korte leersessie waarin teamleden hun ervaringen delen. Zo leert iedereen van elkaar.

Focus niet alleen op de regels, maar ook op de dagelijkse toepassing. Zo verandert kennis in actie en is je team klaar om soepel in te spelen op veranderingen.

Maak je processen flexibel en toekomstbestendig

De arbeidsmarkt staat nooit stil, maar je wil niet dat je team telkens opnieuw het wiel moet uitvinden. Door je processen flexibel in te richten, maak je het makkelijker om nieuwe regels snel op te pakken en te vertalen naar de praktijk.

Zorg dat je stappenplannen en protocollen makkelijk aan te passen zijn. Zo kan je team bij een nieuwe wet direct schakelen zonder chaos.

Digitale hulpmiddelen en overzichtelijke templates helpen je team om consistent te werken en geen stappen over te slaan.

Bedenk van tevoren al een aantal realistische ‘wat als’ situaties. Bijvoorbeeld: wat doe je als een klant ineens een afwijkend contract wil, of een wet ineens verandert? Zo is je team voorbereid op onverwachte situaties.

Van regels naar kansen

Veranderingen in regelgeving zijn onvermijdelijk, maar dit hoeft geen stress-moment te zijn. Met een team dat op de hoogte, goed getraind en flexibel is, kun je van elke verandering een kans maken. Het draait om inzicht, communicatie, praktijkgericht trainen, en slimme processen. Zo wordt je team sterker, zelfverzekerder, en klaar om soepel in te spelen op wat er komt.

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Veranderingen in regelgeving: hoe bereid je je team voor?

Patrick Tom (Bureau Cicero) over Wtta: ‘Begin op tijd en doe je huiswerk’

“De komst van het toelatingsstelsel doet in de flexbranche veel stof opwaaien. En bij inlenend Nederland begint het ook te dagen wat er allemaal aan zit te komen”, zegt Patrick Tom van Bureau Cicero, een van de inspectie-instellingen die in het kader van de Wtta de inspecties gaat uitvoeren.

“Don’t shoot the messenger”, start Tom zijn betoog in een FlexNieuws-webinar over het onderwerp (zie onder). Hij legt uit wat de aanleiding is geweest voor de Wtta. De komst van het toelatingsstelsel vindt zijn oorsprong in de aanbevelingen van de Commissie Roemer om malafide uitzenders van arbeidsmigranten aan te pakken. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een verplichte toelating voor alle uitleners die arbeidskrachten ter beschikking stellen: uitzenders, payrollers, detacheerders en partijen die doorlenen. Er zijn uitzonderingen en ontheffingen mogelijk, maar grofweg geldt de Wtta dus voor de hele markt, wat lang niet iedereen terecht vindt. “Ik begrijp dat sentiment. Maar daar is nu eenmaal voor gekozen.”  

Snel SNA-keurmerk behalen

Een inspectie-instelling als Bureau Cicero voert audits uit en toetst of de uitlener voldoet aan het verplichte normenkader dat geldt voor de Wtta. Volgt daar een positief rapport uit, dan beslist vervolgens de toelatende instantie Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) op basis van dit rapport en andere wettelijke eisen, zoals het storten van een waarborgsom, of deze uitlener wel of niet in het register wordt toegelaten. Wat kun je als uitzender of detacheerder nu al doen om tijdig toegelaten te worden? Tom: “Zorg dat je zo snel mogelijk het SNA-keurmerk behaalt als je dat nog niet hebt. Kom je (in het worst case-scenario) daar niet doorheen, dan krijg je een huiswerklijstje waarmee je aan de slag kunt. Dan zit je toch anders in de wedstrijd dan wanneer je een negatief rapport krijgt in het traject van het toelatingsstelsel en je daardoor niet meer mag uitlenen.” 

Reken op wachttijden

Er zijn drie routes naar toelating mogelijk (zie schema hieronder), maar het meest logische – en dat beveelt Tom ook aan – is het doen van een aanvraag met een geldig SNA-certificaat. “Dan moet je op 30 juni 2027 wel echt in het SNA-register staan. Zorg ervoor dat je op tijd bent, want er gaan wachttijden ontstaan en SNA moet het inspectierapport verwerkt hebben en in het register hebben geplaatst op die datum. Begin er dus op tijd mee”, benadrukt Tom.

Daar komt bij dat de Wtta veel werk met zich meebrengt en ongetwijfeld zal leiden tot wachttijden, ook bij de inspectie-instellingen, verwacht Tom. “Er zijn circa 15.000 uitzenders en SNA-kent nu circa 4.000 deelnemers die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uiteindelijk zal het aantal wel iets lager liggen – er komen consolidaties en uitzenders zullen backoffice-partijen gaan inschakelen – maar al die bedrijven moeten door dezelfde hoepel springen.” 

Tijdig aanmelden voor overgangsregeling

Vanaf 1 januari 2028 moeten uitleners (uitzenders en detacheerders) dus in het register staan als zij willen blijven uitlenen. Dat lijkt ver weg, maar de tijd begint te dringen gezien de enorme aantallen flexbedrijven en de beperkte capaciteit. Om te voorkomen dat uitleners na 1 januari 2028 niet meer mogen uitlenen, geldt het overgangsrecht. Dan kun je ook blijven uitlenen als je je vóór 1 januari 2027 hebt aangemeld bij de NAU én nog geen inspectierapport hebt. Om in de overgangsregeling terecht te komen moet je je aanmelden bij het aanmeldloket, dat wordt geopend van 1 november 2026 tot 31 december 2026.

Als je niet onder de overgangsregeling valt en niet tijdig bent toegelaten en toch (na 1 januari 2028) arbeidskrachten ter beschikking stelt, dan kun je rekenen op forse boetes, weet Tom. “Er is dan een verbod op uitlenen, wat betekent dat je strafbaar en beboetbaar bent. En niet alleen jij, maar ook jouw opdrachtgever. Die boetes kunnen oplopen tot € 90.000 per terbeschikkingstelling.”

Borgsom

Om toegelaten te worden moet je als uitlener ook een borgsom van € 100.000 betalen. “Daar is veel over te doen, en dit is zelfs een politiek compromis”, zegt Tom. De borgstorting geldt per entiteit binnen een concern. Die borgsom valt na vier jaar vrij en je krijgt er geen rente over. “Again, don’t shoot the messenger.” Ook hiervoor is overigens een overgangsrechtregeling. En starters hoeven ‘slechts’ € 50.000 neer te leggen.

Inleners medeverantwoordelijk 

Niet alleen uitleners moeten aan nieuwe verplichtingen voldoen, dat geldt ook voor inleners. De inlener krijgt een vergewisplicht; hij wordt verplicht te checken of de leverancier van flexkrachten waarmee hij wil samenwerken is toegelaten. En de inlener moet informatie verstrekken over de arbeidsvoorwaarden (in het kader van gelijkwaardig beloning). “Die informatie over arbeidsvoorwaarden moet aantoonbaar worden doorgeleid in de hele keten”, benadrukt Tom. En inleners krijgen een registratieplicht; zij moeten vastleggen welke (flex)krachten onder hun leiding en toezicht werken. Ook dient de inlener een verklaring juridisch werkgever te ontvangen; hij moet namelijk weten wie de juridisch werkgever is van de flexkracht en die juridisch werkgever moet dus zijn toegelaten. “Die opdrachtgever moet begrijpen dat als het niet goed georganiseerd is, jullie samen een probleem hebben.” 

Wtta ook sleepwet tegen schijnzelfstandigheid

De Wtta heeft ook effect op de zzp-markt. Tom krijgt bijna dagelijks de vraag of de Wtta ook voor zzp-bemiddeling geldt. Het antwoord: “In principe niet, maar wel als die zzp’er onder leiding en toezicht van de opdrachtgever werkt. Dan zou je als leverancier toegelaten moeten zijn. Maar dan heb je nog een probleem: dan is er namelijk sprake van een fictieve dienstbetrekking (schijnzelfstandigheid).”

Die schijnzelfstandigheid wordt met de komst van het toelatingsstelsel volgens Tom meer zichtbaar. Opdrachtgevers hebben straks namelijk de verplichting te registreren wie onder hun leiding en toezicht werkt. Ook zzp-bemiddelaars zullen zich heel goed moeten realiseren dat zij dit in de overeenkomst goed moeten regelen en bij hun opdrachtgevers moeten checken. “In die zin is de Wtta ook een soort sleepwet.”

Pre-audits: werk aan de winkel

Bureau Cicero voert inmiddels Wtta pre-audits uit. Daaruit blijkt volgens Tom dat er nog werk aan de winkel is voor uitleners en inleners om aan de eisen te voldoen. “De informatie over arbeidsvoorwaarden die van de opdrachtgever is verkregen moet voldoen aan de normen en goed zijn doorgeleid naar de uitzendkracht. Denk aan functie-inschaling, periodeloon, arbeidsduur, toeslagen, et cetera. Aan die vertaalslag van de arbeidsvoorwaarden bij de inlener naar de juiste beloning van de flexkracht schort het nog wel.” 

Ook arbeidsovereenkomsten zijn nog lang niet altijd compleet, zo blijkt uit de pre-audits. “Het is soms diffuus of het om payrolling of uitzenden gaat. Of zaken als de opzegtermijn en de aanspraak vakantieregeling zijn niet goed vastgelegd”, weet Tom. “Als het gaat om de administratieve organisatie hebben uitleners nog behoorlijk wat huiswerk.”

Zijn tip aan uitleners: “Doe mee aan zo’n pre-audit. We kunnen meteen het SNA-keurmerk meenemen. Dat heeft verder geen gevolgen, maar geeft je wel tijdig inzicht in hoe je ervoor staat.”

Dit artikel is een samenvatting van het uitgebreide FlexNieuws-webinar waarin Patrick Tom (Bureau Cicero) met Wim Davidse (FlexNieuws) ingaat op de gevolgen van de komst van de Wtta.

 

Lees ook het dubbelinterview van FlexNieuws over de invoering van de Wtta met Patrick Tom (Bureau Cicero) en Kees van Nieuwamerongen (interim-directeur van de toelatende instantie Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU)).

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Patrick Tom (Bureau Cicero) over Wtta: ‘Begin op tijd en doe je huiswerk’

SNA-controle per 1 januari 2026: wat verandert er in normeis 5.8?

Per 1 januari 2026 verandert de manier waarop binnen het SNA-keurmerk wordt gecontroleerd op de toepassing van relevante (cao-)lonen. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de overgang van gelijke beloning naar gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten per 1 januari 2026.

Dit heeft gevolgen voor de interpretatie en toetsing van SNA-normeis 5.8 (Eisen met betrekking tot cao-lonen). In dit artikel lees je hoe inspectie-instellingen vanaf 2026 normeis 5.8 toetsen en waar je rekening mee moet houden.

De beschreven wijziging ziet specifiek toe op de steekproeven die in 2026 worden uitgevoerd en dus een controleperiode in 2026 kennen.

SNA-normeis 5.8: kern van de verplichting

Normeis 5.8 stelt dat je onderneming moet waarborgen dat een procedure is vastgesteld, is ingevoerd en wordt onderhouden om relevante (cao-)lonen toe te passen. Inspecteurs toetsen op drie samenhangende onderdelen:

  1. Het uitvraagproces
  2. De loonbetaling gebaseerd op de uitvraag
  3. De bevestiging aan de uitzendkracht

Hieronder lichten wij deze onderdelen toe.

1. Het uitvraagproces: focus van de controle

In de eerste periode richt de SNA-controle zich vooral op het uitvraagproces tussen de onderneming en de inlener. Dit proces vormt de basis om uitzendkrachten minimaal gelijk of, waar van toepassing, gelijkwaardig te kunnen belonen. Met ingang van 2026 is het proces formeel verankerd in het SNA Handboek Normen door een interpretatierapport.

De procedure moet borgen dat bij de inlener minimaal de volgende elementen worden uitgevraagd:

  1. De functie-inschaling en trede volgens de beloningsregeling van de inlener
  2. Het geldende periodeloon binnen de schaal
  3. De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (eventueel te compenseren in geld)
  4. De normale arbeidsduur bij de inlener
  5. Alle toeslagen voor onregelmatige arbeid of (fysiek) belastende omstandigheden
  6. Initiële loonsverhogingen: tijdstip en omvang gelijk aan die bij de inlener
  7. Kostenvergoedingen, voor zover deze netto kunnen worden uitgekeerd
  8. Periodieken: hoogte en tijdstip zoals bij de inlener bepaald
  9. Vergoeding van reisuren en reistijd (tenzij reeds aangemerkt als gewerkte uren)
  10. Eenmalige uitkeringen, ongeacht doel of reden
  11. Thuiswerkvergoedingen, waarbij het niet-wettelijk vrijgestelde deel bruto wordt uitgekeerd

Deze informatie moet herleidbaar zijn naar de inlener en vastgelegd zijn in de administratie van de onderneming.

Met deze uitvraag sluit de SNA-controle nadrukkelijk aan bij het normenkader van de Wtta. De NAU (Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt) onderzoekt momenteel of de eindejaarsuitkering, vakantiedagen en vakantiebijslag worden toegevoegd aan bovenstaande elf elementen. Vermoedelijk komt het element thuiswerkvergoeding te vervallen. Zodra hierover duidelijkheid is, volgt een update op dit artikel.

2. Loonbetaling op basis van de uitvraag

Na toetsing van het uitvraagproces controleert de inspecteur of de vastgestelde procedure in de praktijk werkt. Door de introductie van gelijkwaardige beloning verandert de interpretatie van normeis 5.8. In de steekproef wordt binnen deze normeis specifiek gekeken naar twee loonelementen:

  1. Het brutoloon
  2. De initiële loonstijging

De inspecteur toetst of het bruto uurloon en de initiële loonsverhoging van de uitzendkracht overeenkomen met de uitgevraagde informatie bij de inlener. Is dit het geval, dan is dit onderdeel van deze normeis voldoende aangetoond. De daadwerkelijke uitbetaling wordt steeds getoetst onder normeis 5.3.b.

Afwijking binnen gelijkwaardige beloning

Kiest de onderneming voor een ander brutoloon of een andere loonstijging? Dat is toegestaan binnen het kader van gelijkwaardige beloning, maar dan beoordeelt de inspecteur de compensatie die de uitzendkracht ontvangt. Daarbij geldt:

  • Er wordt geen perfect sluitende rekensom verlangd
  • Wel moet aannemelijk worden gemaakt dat de compensatie:
    • daadwerkelijk bestaat;
    • van toepassing is;
    • werkt in de praktijk;
    • redelijk aansluit bij het verschil met gelijke beloning.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van niet-objectief waardeerbare aanspraken, geldt een aannemelijkheidstoets. De onderneming moet dan laten zien dat deze compensatie aantoonbaar is geborgd en daadwerkelijk aan de uitzendkracht wordt toegekend.

3. Bevestiging aan de uitzendkracht

Tot slot wordt getoetst of de uitzendkracht tijdig en correct wordt geïnformeerd. In de procedure moet vastgelegd zijn dat de ondernemer vóór aanvang van iedere terbeschikkingstelling (voor zover van toepassing) de volgende informatie bevestigt aan de werknemer:

  1. De verwachte ingangsdatum
  2. De naam en contactgegevens van de inlener, waaronder een eventuele contactpersoon en werkadres (voor zover mogelijk
  3. De functienaam en, indien beschikbaar, de functienaam volgens de beloningsregeling van de inlener
  4. Indien van toepassing de vermoedelijke einddatum van de terbeschikkingstelling

Ook deze vereisten sluiten aan bij het bestaande normenkader van de Wtta.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

De wijziging per 1 januari 2026 vraagt om:

  • een zorgvuldig ingericht en gedocumenteerd uitvraagproces;
  • duidelijke keuzes en onderbouwing bij toepassing van gelijkwaardige beloning;
  • aantoonbare borging van compensaties;
  • transparante communicatie richting uitzendkrachten.

Ondernemingen die hier tijdig op anticiperen, verkleinen het risico op afwijkingen tijdens de SNA-controle aanzienlijk.

Coulance?

Er wordt op dit moment onderzocht of begin 2026 tot uiterlijk 1 mei 2026 coulance wordt toegepast bij eventueel geconstateerde afwijkingen. In dat geval zal een non-conformiteit op normeis 5.8 niet leiden tot een extra vervolginspectie na drie maanden, maar wordt het herstel beoordeeld tijdens de eerstvolgende reguliere inspectie na zes maanden. Ten tijde van het schrijven van dit artikel is hierover nog geen definitief besluit genomen.

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor SNA-controle per 1 januari 2026: wat verandert er in normeis 5.8?

Voorspellingen 2026: 10 experts delen hun verwachtingen voor de flexbranche

Het jaar van oplopende werkloosheid en krimpende flex

Han Mesters, Sector Banker Zakelijke Dienstverlening ABN AMRO Bank

Al in 2025 zagen we bij veel grote bedrijven de focus op winstgevendheid toenemen. Maatschappelijke impact en duurzaamheid verdwenen meer naar de achtergrond. Deze beweging heeft consequenties voor zowel werknemers in vaste dienst als flexmedewerkers. Door de focus op winst zijn bedrijven terughoudend met het aannemen van nieuwe medewerkers en dringen zij ook de kosten van externe inhuur (flex) terug. Tevens vinden grote reorganisaties plaats met als doel de winst te vergroten. De werkloosheid zal daardoor toenemen in 2026.

hh

Zuinig zijn op mensen

Jurriën Koops, algemeen directeur ABU

In 2026 blijft de arbeidsmarkt krap en is talent schaars. Daarom moeten we zuinig zijn op iedereen die werkt. Skillsbased werven helpt om breder te kijken en talent beter te benutten. Investeren in werkgeluk en duurzame inzetbaarheid is cruciaal om mensen te binden. Uitzenders staan voor een belangrijke opgave. Zij moeten zich heruitvinden en bouwen aan een robuuste waardepropositie voor de toekomst. Niet alleen als bemiddelaar, maar als partner die werkenden begeleidt en ontwikkelt. De nieuwe cao biedt kansen om deze waarde te versterken.

hh

Leren wordt de kern van elke arbeidsrelatie

Dominique van der Kinderen, manager sales Artra

In 2026 wordt ontwikkeling geen arbeidsvoorwaarde meer, maar een noodzaak. Door snelle technologische veranderingen en sterk veranderende wensen van professionals verwachten medewerkers continu bijscholing en groeiruimte. Organisaties die leren centraal zetten, trekken talent aan én houden het vast. De flexibele arbeidsmarkt draait daarmee steeds meer om ontwikkelpotentieel in plaats van cv’s.

 

hh

Backoffice uitbesteden én juridisch werkgever blijven

Diederik Keverling Buisman, operationeel directeur BackOfficer

We verwachten dat in 2026 meer uitzendbureaus hun backoffice uitbesteden, maar wél juridisch werkgever willen blijven. Die trend zet in 2026 sterker door dan in 2024 en 2025. De belangrijkste reden? De druk om snel de administratie op orde te hebben en compliant te werken, zodat men kan voldoen aan de toelatingseisen van de Wtta

 

hh

hh

Complexer, maar met mooie kansen

Henk Geurtsen, oprichter Experts in Flex

Veel nieuwe regelgeving (gelijkwaardige beloning, de Wet Meer zekerheid flexwerkers en de WTTA): uitzenden en detacheren was al een complex vakgebied, maar wordt nóg specialistischer. Kennis van zaken en kunnen uitleggen aan opdrachtgevers wat je meerwaarde is, dat zijn belangrijke pijlers om tot de succesvolle bedrijven te blijven behoren. Marktkansen zijn er en blijven er, mits je kwaliteit biedt en uitstraalt.

 

hh

Modulaire tooling wordt de norm

Niels Keizer, ceo One People Services

One People Services voorziet dat de softwarekeuze van recruiters en uitzendbureaus verandert. In plaats van één groot alles in één systeem kiezen steeds meer bureaus per onderdeel voor de beste tool. Eén voor sourcing, één voor matching, één voor automatisering of backoffice.

Door AI en automatisering zijn deze tools goed te koppelen. Dat geeft het beste van twee werelden. Je werkt met bewezen specialistische oplossingen, zonder vast te zitten aan één alles in één systeem dat op papier veel belooft, maar in de praktijk middelmatig is.

De aandacht verschuift daardoor naar integraties en datakwaliteit. Bureaus die dit op orde hebben, werken sneller, efficiënter en blijven wendbaar. Doordat gespecialiseerde tools vaak voorop lopen in innovatie, profiteren zij sneller van nieuwe toepassingen.

hh

Kennis wordt hét strategische fundament

Barbara Kramer, directeur SEU (Stichting Examens Uitzendbranche)

De nieuwe cao, Wtta en inlenersaansprakelijkheid maken dat actuele kennis geen nice to have meer is, maar een harde strategische noodzaak. Inleners kennen hun verantwoordelijkheid vaak onvoldoende, waardoor deskundig en proactief advies nóg urgenter wordt. Dat vraagt om professionals met parate, aantoonbare vakkennis, óók in de backoffice. Actuele kennis voorkomt fouten, versterkt compliance, verhoogt kwaliteit én productiviteit. Opleiden en certificeren is geen kostenpost, maar het strategische fundament voor een wendbare, toekomstbestendige organisatie.

hh

Schaarste drijft herstel na dip

Reinder Koelewijn, Sectormanager Commercial Services Rabobank

Na een lichte terugval in het eerste kwartaal van 2026 door stijgende kosten, zal de uitzendmarkt zich herstellen dankzij aanhoudende krapte. Consolidatie in de uitzendbranche versnelt schaalvoordelen en innovatie. De strijd om talent blijft bepalend voor groei en de toegevoegde waarde voor de inlener. Kortom: mensgerichtheid is key!

hh

hh

hh

Geen jaar van innovatie, maar van executie

Rik Verbrugge, strategie en executie manager RecruitNow

De invoering van de nieuwe cao dwingt bureaus met heel veel verschillende regelingen te werken, elk met eigen regels. Fouten kosten imagoschade en direct geld. Het gevolg? De meeste bureaus keren zich naar binnen voor compliance, terwijl juist nú AI doorbreekt naar productiviteit.

McKinsey rapporteert: de zes procent high performers die workflows herontwerpen, zien drie keer meer impact. Die kloof gaat exponentieel groeien. Tegelijkertijd gaan nieuwe AI-first spelers hun intrede proberen te maken. Zonder legacy, API-native, AI-first, geen spaghetti-systemen en tegen veertig tot zestig procent lagere kosten.

Mijn voorspelling: er komt een harde split tussen winnaars en verliezers. Mogelijk verdwijnt ongeveer tien procent van de bureaus in 2026. Niet alleen de allerkleinsten, maar ook de mid-market spelers zonder schaalvoordelen én zonder tech-DNA. High performers zijn degenen die AI versneld overal testen en toepassen en niet alleen bezig zijn met ‘eerst compliance regelen’. 2026 wordt geen jaar van innovatie, maar van executie.

hh

Detachering, het redelijke alternatief

Frank Roders, CEO Compagnon

Met de nieuwe cao krijgt de uitzendbranche het zwaar in 2026. Maar detachering? Daar ben ik optimistischer over. Daar wordt al goed betaald, zijn de opdrachten langer en kan je door met je eigen arbeidsvoorwaarden. Ook voor de klant wel zo prettig. Zeker als de detacheerder het SNA-certificaat heeft en de VvDN-CAO volgt. Detachering wordt het redelijke alternatief!

 

 

 

 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Voorspellingen 2026: 10 experts delen hun verwachtingen voor de flexbranche