Maandelijkse archieven: januari 2026

Handhaving herschikt interimmarkt, structurele vraag houdt stand

Bob van Berkel, voorzitter RIM

Iets meer dan vier op de tien bureaus voor interim-management (43%) verwacht de komende twee jaren omzetgroei, terwijl 37% juist rekent op een (forse) daling. De sector merkt het effect van intensievere handhaving op schijnzelfstandigheid, maar er blijft structureel vraag naar interimmanagers.

Dat blijkt uit een tweejaarlijks onderzoek van kennisplatform ZiPconomy onder bureaus voor interim-management. Het is voor het eerst sinds de start van het onderzoek in 2019 dat zo’n grote groep bureaus een omzetdaling voorziet.

De belangrijkste oorzaak voor verwachte omzetdaling is volgens de respondenten intensievere handhaving op schijnzelfstandigheid (48%). Daarnaast noemen zij bezuinigingen bij de overheid (28%), geopolitieke onzekerheid (36%) en een afnemende economie (41%). Opvallend is dat deze factoren door andere bureaus juist ook worden gezien als kansen voor omzetgroei.

Marge blijft stabiel

Bob van Berkel, voorzitter van brancheorganisatie Raad voor Interim-management (RIM) en opdrachtgever van het onderzoek, herkent het dubbele beeld. “De handhaving leidt tot kritischer kijken naar de inrichting van opdrachten. Dat is een gezonde ontwikkeling. Het versterkt uiteindelijk de positie van de echte interimmanager, die past bij flexibele vraagstukken en ondernemerschap.”

Hoewel de effecten van handhaving merkbaar zijn – een derde van de bureaus zag de omzet de afgelopen twee jaren dalen – bleef de gemiddelde marge stabiel op 21,3 procent. Het gemiddelde uurtarief steeg naar 157 euro, terwijl het aantal opdrachten afnam.

Blijvende vraag naar interimmanagers

Ondanks economische en politieke onzekerheid blijft de vraag naar interimmanagers volgens RIM aanwezig. “Organisaties staan voor strategische keuzes, zeker in tijden van verandering. Juist daar is de interimmanager van grote waarde”, stelt Van Berkel.

Van Berkel benadrukt dat interim-management als vak meer erkenning vraagt. Ook in de wetgeving rond inhuur zelfstandige experts: “Interimmanagers moeten leidinggeven en zijn tijdelijk ingebed in organisaties. Dat hoort bij veranderopdrachten. Net als het feit dat die opdrachten nu eenmaal tijd kosten. Een gemiddelde interim-management opdracht duur nu zo’n twaalf maanden, zo blijkt uit het onderzoek.”

Het feit dat de tarieven voor interim-managers zijn gestegen en de bureaumarges gelijk zijn gebleven, wijst op een blijvende en duurzame behoefte aan interimmanagers. Juist ook in dit segment van veranderopdrachten. De huidige onzekerheid lijkt daarmee tijdelijk; de structurele vraag blijft.
“Economische en maatschappelijke transities leiden tot strategische, vaak tijdelijke vraagstukken. Juist deze context maakt interim-management tot een blijvend relevante oplossing, ondanks — of juist dankzij — de huidige onzekerheid”, aldus Van Berkel.

 Het onderzoek is gebaseerd op de respons van 43 gespecialiseerde bureaus en is uitgevoerd door ZiPconomy in opdracht van de Raad voor Interim Management (RIM).

Het rapport (42 pagina’s) is hier te downloaden. Luister voor meer duiding over dit onderzoek naar een podcast met Bob van Berkel (RIM), Wim Davidse en Hugo-Jan Ruts (onderzoeker) op Spotify of Youtube

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Handhaving herschikt interimmarkt, structurele vraag houdt stand

Krappe arbeidsmarkt dwingt technieksector tot andere kijk op vakmanschap

Op de krappe technische arbeidsmarkt verliest het mbo-diploma geleidelijk zijn status als harde vaste toegangseis. Meer dan de helft van de werkgevers (57%) geeft aan bij werving vaker te kijken naar motivatie, vaardigheden en praktijkervaring dan naar formele diploma’s. 

Bovendien zegt 52 procent meer waarde te hechten aan medewerkers die specifieke handelingen veilig kunnen uitvoeren dan aan een allround mbo-diploma. Dat blijkt uit de tweede editie van de TechBarometer van ROVC, een trendrapport over technisch Nederland.

Vacature-eisen sluiten niet altijd aan bij de praktijk

De druk op de technische arbeidsmarkt blijft hoog. Met naar schatting ruim zeventigduizend openstaande technische vacatures raakt niet alleen de sector zelf overbelast, maar kunnen ook bredere maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en woningbouw, onder druk komen te staan. Tegelijkertijd blijft een deel van het beschikbare talent onbenut. Zo kunnen zij-instromers, arbeidsmigranten en praktijkgeschoolden buiten de boot vallen door bepaalde instroomeisen. 

Volgens de TechBarometer vindt 29 procent van de werkgevers de vacature-eisen hoger dan noodzakelijk. Toch blijft 34 procent van de werkgevers het mbo-diploma hanteren als harde wervingseis. 

Vaardigheden en leervermogen worden belangrijker

“Het is positief dat steeds meer bedrijven hun wervingspatronen heroverwegen,” zegt Waldo Linders, directeur Opleidingen & Trainingen bij ROVC. “Vakmanschap laat zich niet vangen in een diploma. Motivatie en leerbaarheid zijn veel betere graadmeters voor succes.” 

Wel is er een belangrijke voorwaarde volgens Linders: het taakgericht organiseren van werk. “Wat helpt is het opknippen van functies in taken en mensen dáár startbekwaam voor maken. Zo verlaag je de instroomdrempel op een verantwoordelijke manier.” Ruim één op de drie bedrijven ziet dat deze aanpak werkt (36%).

Praktijkvoorbeelden

Dat een skillsgerichte benadering kan bijdragen aan duurzame inzetbaarheid, blijkt ook uit de praktijk. Zo investeert Plukon Food Group bewust in de ontwikkeling van technici, ook wanneer zij niet beschikken over een klassiek mbo-diploma. 

Volgens Head of Learning Steffen Westra is continue ontwikkeling cruciaal. “Om toekomstbestendig te blijven, moeten we blijven investeren in het ontwikkelen van mensen. Reskilling en upskilling zijn daarbij essentieel.” Deze focus vergroot niet alleen de instroom, maar versterkt ook betrokkenheid en doorgroeimogelijkheden.

Dat sluit aan bij de wensen van technici zelf: 70% geeft aan regie te willen over het eigen ontwikkelpad. Anders werven alleen is daarmee niet voldoende. Zonder structurele investeringen in ontwikkeling lopen organisaties het risico talent weer te verliezen.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Krappe arbeidsmarkt dwingt technieksector tot andere kijk op vakmanschap

OneStopSourcing start WHOA-procedure en probeert zo tijd te kopen om faillissement af te wenden

Broker OneStopSourcing kan zijn financiële verplichtingen aan leveranciers uit 2025, waaronder bureaus en zzp’ers, nog steeds volledig nakomen. Het bedrijf probeert via een WHOA-procedure een faillissement te voorkomen.

OneStopSourcing, verantwoordelijk voor de inhuur en administratieve afhandeling van externen en zzp’ers bij onder meer overheidsorganisaties, kampt met acute betalingsproblemen. Het bedrijf werkt aan een herstructurering van zijn schulden en heeft daarvoor een WHOA-procedure (Wet homologatie onderhands akkoord) opgestart.

Met deze regeling kan een onderneming schulden herstructureren en, onder voorwaarden, een faillissement voorkomen door een bindend akkoord met schuldeisers te sluiten, ook als niet alle schuldeisers daarmee instemmen.

Zonder een dergelijk akkoord dreigt een faillissement, zo heeft OneStopSourcing leveranciers in een e-mail laten weten. Een deel van hen – waaronder enkele honderden zzp’ers – wacht inmiddels al enkele maanden op betaling van facturen uit het laatste deel van 2025.

Structurele cashflowproblemen

OneStopSourcing verzorgt de administratieve afhandeling van extern ingehuurd personeel bij onder meer de Belastingdienst, de Tweede Kamer en diverse andere overheidsinstellingen, zoals provincies, gemeenten en universiteiten. In totaal gaat het om ongeveer 900 ingezette externen.

Het bedrijf ontvangt facturen van het ingezette personeel en factureert deze door aan de opdrachtgevers. Met leveranciers en zzp’ers zijn relatief gunstige betalingsvoorwaarden afgesproken, waardoor OneStopSourcing hen vaak sneller moet betalen dan dat het zelf wordt betaald door opdrachtgevers. Dat is overigens geen ongebruikelijk model in de branche.

Om dit verschil te overbruggen maakte OneStopSourcing gebruik van factoring. Volgens de directie ligt een verstoorde relatie met het factoringbedrijf aan de basis van de ontstane problemen.

Eind vorig jaar communiceerde OneStopSourcing nog dat de problemen tijdelijk en voornamelijk administratief van aard waren. Met opdrachtgevers werden afspraken gemaakt over snellere betaling en aandeelhouders zouden bereid zijn een kapitaalinjectie te doen. Het bedrijf gaf aan dat het vrijmaken van geld vanuit de aandeelhouders wel enige tijd zou vragen. Er werd gecommuniceerd dat de zaken in de loop van het eerste kwartaal weer op orde zouden zijn. 

OneStopSourcing heeft de afgelopen periode afspraken kunnen maken met een aantal leveranciers en ook groepen zzp’ers. Maar bij een aantal (kleinere) schuldeisers is het geduld op, met een dreigend faillissement als gevolg. 

Schuldeisers gevraagd mee te bewegen

Om tijd te kopen en te zorgen dat het bedrijf ook verder kan wordt de oplossing nu gezocht in een WHOA-procedure. In een bericht aan schuldeisers stelt een advocaat van het bedrijf: “Op deze wijze kan een deel van de schulden worden geherstructureerd tot een niveau dat voor de onderneming financieel draagbaar is. Het doel van dit traject is om continuïteit te behouden en een faillissement te voorkomen.”

Schuldeisers zullen daarbij moeten instemmen met een akkoord waarbij zij een deel van hun vordering prijsgeven. Welk concreet voorstel OneStopSourcing hen zal doen, is nog niet bekend. 

Vorderingen vanaf 1 januari 2026 vallen buiten de beoogde regeling. Volgens OneStopSourcing zullen uren die gemaakt zijn in 2026 wel regulier en tijdig worden uitbetaald. 

Afkoelingsperiode aangevraagd

OneStopSourcing gaat op korte termijn een afkoelingsperiode van vier maanden aanvragen bij de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens deze periode kunnen schuldeisers geen individuele verhaalsacties ondernemen en kan geen faillissement worden aangevraagd door afzonderlijke schuldeisers.

Binnen die periode moet een akkoord tot stand komen. Of voldoende schuldeisers daarmee zullen instemmen, is nog onzeker. Binnen een WHOA-traject is niet unanimiteit vereist; instemming van schuldeisers die gezamenlijk minimaal twee derde van de totale schuldenlast vertegenwoordigen kan voldoende zijn. Uiteindelijk beslist de rechter. Die zal vooral ook kijken naar de toekomstverwachting van het bedrijf. Daarnaast geldt dat schuldeisers, ook degenen die tegen een akkoord stemmen, met een mogelijke WHOA-deal niet slechter af mogen zijn dan bij een faillissement. 

Herhaling TCP-affaire?

Alhoewel het bedrijf er alles aan doet om verder te kunnen, roept de zaak herinneringen op aan de TCP-affaire uit 2019. Die broker – ook actief als payroller voor uitzendbureaus – deed onder andere het contractbeheer van zzp’ers die bij ING bank actief waren. Het bedrijf kwam in de financiële problemen nadat een uitzender TCP niet meer betaalde voor de payrolldienst die TCP leverde. TCP probeerde de ontstane actuele cashflow problemen op de lossen door geld uit de broker BV te gebruiken om de cashflowproblemen in de payroll BV op te lossen. Dat bleek tevergeefs. Het bedrijf ging uiteindelijk failliet, zonder dat de zzp’ers en andere leveranciers uitbetaald werden. 

Het werd zzp’ers door de TCP-affaire pijnlijk duidelijk dat ze in het geval van een faillissement simpelweg een van de schuldeisers zijn en niet zoals uitzendkrachten een speciale positie genieten. 

Overigens koos ING er destijds voor om de zzp’ers – nogmaals – te betalen. Ook om er zo voor te zorgen dat de zzp’ers hun opdrachten voor de bank konden afmaken. 

Zo ver is het bij OneStopSourcing nog lang niet. Deze zaak zal wel de oproep versterken om ook bij MSP- en broker-dienstverlening geldstromen tussen eindklant-dienstverlener-leveranciers/zzp’er via een aparte, beschermde rekening te laten lopen. Dat is bij uitzendarbeid (g-rekening) al verplicht.  

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor OneStopSourcing start WHOA-procedure en probeert zo tijd te kopen om faillissement af te wenden

ING verwacht dit jaar een shake-out in de uitzendmarkt

Dat stelt ING.

Voor dit jaar rekent ING op een groei van 1% van de flexbranche, die bestaat uit uitzenders, detacheerders, arbeidsbemiddelaars en payrollers. De verwachting is namelijk dat (geringe) economische groei leidt tot meer vraag naar personeel. Overigens stelt ING dat na twee jaren van krimp het aantal gewerkte uren in flexbranche in 2025 al stabiliseerde.

ING concludeert dat de uitzendsector de weg omhoog lijkt te hebben gevonden. Zo is in het tweede en derde kwartaal van 2025 voor het eerst in twee jaar het aantal uitzendbanen gegroeid (beide kwartalen +9.000). Ook voor 2026 rekent ING op (beperkte) verdere toename van het aantal uitzendbanen.

Dit komt overigens niet overeen met de daling in uitzendbanen die het UWV eind vorig jaar meldde.

Tekort aan personeel en uitzendkrachten

Volgens ING blijft de structurele krapte op de arbeidsmarkt de grootste uitdaging voor flexbedrijven. Ruim de helft heeft last van personeelstekorten, zowel eigen personeel als uitzendkrachten. Minder toestroom van uitzendkrachten remt de groei.

Hogere tarieven in 2026

Krapte op de arbeidsmarkt leidt ook tot hogere tarieven. Naast stijgende loonkosten kost de werving en selectie van kandidaten ook meer tijd en moeite. Afgelopen jaar stegen de tarieven in de flexbranche met 5%, wat minder is dan in de jaren daarvoor. In 2026 verwacht ING echter weer een sterke stijging van de tarieven. Naast aanhoudende personeelsschaarste komt dit ook door strengere wet- en regelgeving die uitzenden en detacheren in 2026 duurder maken.

Shake-out en herpositionering

Het duurder worden van uitzenden (door strengere wet- en regelgeving) heeft grote gevolgen voor de uitzendbranche. ING verwacht dit jaar een shake-out van uitzendbureaus. Vooral uitzenders die hun bestaansrecht ontlenen aan concurrentie op arbeidsvoorwaarden komen in de knel. Voor hen is er geen (of minder) plek in de markt.
Waar het voorheen vooral om volume (in uitzenduren) ging, moeten uitzenders het in de toekomst vooral hebben van kwaliteit en specialisatie. ING voorziet dat er een strategische herpositionering plaatsvindt in de markt met een verschuiving van (traditioneel) uitzenden naar HR-dienstverlening als gevolg. Ook ziet de bank kansen voor uitzenders in de arbeidsmobiliteit tussen krimp- en groeisectoren door het aanbieden van opleidingen en loopbaanbegeleiding.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ING verwacht dit jaar een shake-out in de uitzendmarkt

Helft Nederlandse recruiters ervaart toenemende moeite bij het vinden van talent

LinkedIn onderzocht de toekomstverwachtingen van vijfhonderd Nederlandse wervingsprofessionals. Ruim de helft (53%) gaf aan dat het afgelopen jaar uitdagender was om geschikt talent aan te trekken; wereldwijd lag dit aandeel op twee derde. Met het oog op 2026 verwacht 53 procent dat het vinden van het juiste talent verder zal bemoeilijken. Slechts een kleine minderheid (12%) voelt zich hier volledig op voorbereid. 

Verschil in druk

De ervaren druk verschilt per sector en type organisatie. IT-bedrijven en kleinere ondernemingen geven relatief vaker aan dat zij uitdagingen ondervinden. In de IT-sector speelt de krapte al meerdere jaren, terwijl kleinere organisaties aangeven te concurreren met grotere werkgevers met ruimere middelen. Recruiters noemen de volgende aandachtspunten als belangrijkste uitdagingen:

  • De toenemende druk om vacatures sneller in te vullen (37%)
  • Selectiever werven om minder zichtbaar talent te identificeren (36%)
  • Het aantrekken van kandidaten met voldoende AI-vaardigheden (35%)

“De arbeidsmarkt staat op een kruispunt”, zegt Jan Devos, Talent Solutions lead Benelux bij LinkedIn. “De druk was al hoog en veel wervingsprofessionals zien die in 2026 alleen maar verder toenemen. Het onderzoek laat zien dat vooral het vervullen van nicherollen, gecombineerd met steeds hogere organisatieverwachtingen, de druk op recruiters vergroot.”

AI als ondersteuning bij recruitment 

AI speelt een steeds grotere rol binnen recruitmentprocessen. Uit het onderzoek blijkt dat twee derde van de Nederlandse recruiters aangeeft dat AI het wervingsproces binnen hun organisatie heeft beïnvloed. Voor een derde is AI in korte tijd een onmisbaar onderdeel geworden. Ongeveer de helft van de respondenten ervaart dat AI bijdraagt aan een sneller wervingsproces en het identificeren van geschikte kandidaten. Tegelijkertijd geeft een kwart aan AI juist als belemmerend te ervaren bij het aantrekken van talent.  

Nederlandse organisaties lijken voorzichtiger in hun adoptie van AI dan internationale collega’s. Waar wereldwijd ruim 90 procent van de wervingsprofessionals aangeeft dat hun organisatie in 2026 zal investeren in AI voor onder meer sourcing, screening en planning, ligt dit percentage in Nederland per toepassing tussen de 50 en 60 procent. 

Effecten van AI-ondersteuning 

De onderzoeksresultaten sluiten aan bij een bredere ontwikkeling waarin AI steeds vaker wordt ingezet om werving en selectie efficiënter te organiseren. Ook LinkedIn ontwikkelt AI-ondersteunde toepassingen om recruiters te helpen bij het vinden, benaderen en selecteren van kandidaten. 

In de praktijk kan AI bijdragen aan het verkorten van de eerste fases van het wervingsproces, zoals zoeken en voorselecteren. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor persoonlijke interactie en inhoudelijke beoordeling. Internationale toepassingen laten zien dat deze verschuiving kan bijdragen aan beter onderbouwde matches in een krappe arbeidsmarkt. 

Daarnaast is er Hiring Assistant, een AI-assistent voor recruiters die gebruikmaakt van het LinkedIn-netwerk en die momenteel alleen beschikbaar is in het Engels. Grote internationale organisaties zetten deze tool in om kandidaten te identificeren die anders mogelijk buiten beeld blijven. Volgens LinkedIn besparen vroege gebruikers gemiddeld meerdere uren per vacature en zien zij verbeteringen in respons en efficiëntie.

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Helft Nederlandse recruiters ervaart toenemende moeite bij het vinden van talent