“De uitzend-cao 2026-2028 is écht nieuw.” De opvallende veranderingen op een rij. Geplaatst 22 mei 2025 door Henk Geurtsen Nu ook de leden van de NBBU akkoord zijn gegaan met een nieuwe CAO voor Uitzendkrachten is de exacte inhoud bekend. Die CAO – die in gaat op 1 januari 2026 – is echt anders dan de lopende CAO. Het meest in het oog springende onderdeel is de inlenersbeloning. Een overzicht van alle veranderingen en de impact daarvan: De meest ingrijpende wijzigingen Geen standaard opbouw-percentages voor de reserveringen; Geen standaardlijstje met elementen van de inlenersbeloning waar je rekening mee moet houden. Wat daarvoor in de plaats komt: Reserveringen Alle reserveringen worden afhankelijk van de situatie bij de inlener. Niet meer het automatisme van 25 vakantiedagen reserveren; Niet meer het lijstje met feestdagen vanuit de uitzend-cao volgen met de dagen die van toepassing zijn. Ook niet meer het automatisme dat het alleen om feestdagen gaat die op doordeweekse dagen vallen; Geen vast percentage/uren voor kort verzuim/bijzonder verlof; Afscheid van de 8,33% vakantiebijslag. Ook deze moet per inlener vastgesteld worden. Complicerend daarin is dat we gewend zijn aan een situatie dat de vakantiebijslag wordt gereserveerd over het feitelijk loon. Die regel vervalt ook. De situatie bij de inlener is bepalend. Zo zijn er bijvoorbeeld cao’s waar bijvoorbeeld het overwerk meetelt in de grondslag voor de reservering van de vakantiebijslag. Inlenersbeloning In de nieuwe cao wordt er onderscheid gemaakt tussen essentiële arbeidsvoorwaarden en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden. De arbeidsvoorwaarden zijn als volgt omschreven in de cao: De uitzendkracht heeft recht op gelijkwaardige beloning. Gelijkwaardige essentiële arbeidsvoorwaarden: Het loon en overige vergoedingen; De arbeidstijden, daaronder begrepen overwerk, rusttijden, arbeid in nachtdienst, pauzes, de duur van vakantie en het werken op feestdagen. Gelijkwaardige niet-essentiële arbeidsvoorwaarden: De uitzendkracht heeft met betrekking het totaal van de niet-essentiële arbeidsvoorwaarden, zijnde de niet hierboven genoemde essentiële arbeidsvoorwaarden, eveneens recht op ten minste gelijkwaardige beloning ten opzichte van de werknemer in dienst van de opdrachtgever met een gelijk(waardig)e functie. Gelijkwaardige essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden: Het totaal aan arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht, moet ten minste gelijkwaardig zijn aan het totaal aan arbeidsvoorwaarden van de werknemer in dienst van de opdrachtgever met dezelfde of een vergelijkbare functie. Toelichting in de cao: Een uitzendkracht heeft recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Dat houdt in dat de arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht minimaal gelijkwaardig moeten zijn aan de arbeidsvoorwaarden van de werknemer in dienst van de opdrachtgever die hetzelfde of vergelijkbaar werk verricht. Dit betekent niet dat alle arbeidsvoorwaarden in de praktijk precies hetzelfde moeten zijn, maar dat de uitzendkracht alles bij elkaar opgeteld wel hetzelfde moet krijgen. De uitzendonderneming kan er binnen de doelstellingen van gelijkwaardige beloning voor kiezen om sommige arbeidsvoorwaarden hetzelfde toe te passen en andere arbeidsvoorwaarden op een gelijkwaardige manier. Wanneer een essentiële arbeidsvoorwaarde voor de uitzendkracht anders wordt toegepast dan bij de opdrachtgever, dan moet een eventueel nadeel door middel van een andere essentiële arbeidsvoorwaarde worden gecompenseerd. Dit nadeel mag niet door middel van een niet-essentiële arbeidsvoorwaarde worden gecompenseerd. Alleen een nadeel door het anders toepassen van een niet-essentiële arbeidsvoorwaarde kan door middel van een essentiële arbeidsvoorwaarde worden gecompenseerd. Wat betekenen deze cao-teksten zoal? Het loon en overige vergoedingen wordt op een hoop gegooid. Het aan de uitzendkracht toegekende totaalbedrag moet (minimaal) gelijkwaardig zijn aan de totaaloptelling van het loon en de overige vergoedingen zoals dat bij de inlener van toepassing is. Bijzonder is daarin dat onder de vergoedingen ook netto bedragen thuishoren, zoals reiskostenvergoedingen. De cao zegt daarover dat als deze waarde bij de opdrachtgever is uitgedrukt in een bedrag, dan wordt dit bedrag voor de vergelijking als brutowaarde gezien. Simpel uitgelegd op basis van twee items uit de essentiële arbeidsvoorwaarden: als het salaris € 3.000,- per maand is en de reiskostenvergoeding € 250,-, dan is het totaalpakket aan essentiële arbeidsvoorwaarden € 3.250,-. ORT-toeslagen Onder de overige vergoedingen van de essentiële arbeidsvoorwaarden valt bijvoorbeeld ook de toeslag voor onregelmatige diensten. Afhankelijk van het soort diensten die er worden gedraaid is het bedrag aan overige vergoedingen elke verloningsperiode verschillend. Op zich geeft de cao de speelruimte om de verdeling van de diverse beloningselementen anders te doen als dat bij inlener het geval is. Maar verlaag je bijvoorbeeld het uurloon en verhoog je de vakantiebijslag, dan zal de ORT-toeslag ook anders uitpakken. Levert dat per saldo een positief verschil voor de uitzendkracht op, dan is er niets aan de hand (maar heb je mogelijk wel een hogere kostprijs, zonder dat dit tot uiting komt in een hoger tarief). Levert het een negatief verschil op voor de uitzendkracht, dan zul je dit moeten compenseren (en waar laat je dat dan in je kostprijs en in je tarief). Leaseauto Een ander gevolg, wat in de praktijk vooral de detacheringsbureaus gaat raken (ja, al deze wijzigingen gelden ook voor de detacheringsbureaus): de medewerker krijgt in nogal wat gevallen een leaseauto ter beschikking. De reiskostenvergoeding valt onder de essentiële arbeidsvoorwaarden. Hierdoor moet de waarde van de reiskostenvergoeding gewoon meegenomen worden in het arbeidsvoorwaardenpakket, terwijl de medewerker een leaseauto heeft. Mag de leaseauto privé gebruikt worden dan telt die mee in het pakket essentiële arbeidsvoorwaarden en mag de waarde “uitgeruild” worden met de andere arbeidsvoorwaarden. Vraag die zich dan voordoet bij de leaseauto is hoe je die waarde van de ter beschikking gestelde auto moet bepalen. Daarover geeft de cao geen voorschriften of handvatten. Controles NEN, ABU, NBBU en SNCU Omdat er niet meer een op een zaken afgevinkt kunnen worden of alle beloningsonderdelen kloppen, zullen de controles ingewikkelder worden. Je moet er ook rekening mee houden dat er meer discussiepunten kunnen ontstaan, zeker in de controles over 2026. Kostprijsberekening De kostprijsberekening wordt door deze wijzigingen echt anders, complexer en per inlener/inleners-cao ontstaan er behoorlijke verschillen in de manier van kostprijsberekening. Voorbereiden op 2026 Er verandert veel en het is ingrijpend. Dat vraagt goede voorbereidingen. En dan is de nieuwe uitzend-cao ook nog eens niet de enige verandering waar de flexbranche in 2026 mee te maken gaat krijgen. Tijdens het FlexFuture-event wet- en regelgeving 2026 zullen alle belangrijke zaken aan de orde komen. Het programma is al vrijwel volledig ingevuld en de inschrijving is vandaag opengesteld, waarbij kaarten nu met een Early Bird korting besteld kunnen worden. Website: www.flexfuture.nl (De oorspronkelijk paragraaf over de Leaseauto is enigszins aangepast op basis van nieuwe informatie) Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags Uitzend CAO 2026 | 6s Reacties
FlexNieuws Top 100 event: ‘Weg met de CFO, tijd voor de Chief Value Officer’ Geplaatst 22 mei 2025 door Arthur Lubbers Ruim 150 vakgenoten troffen elkaar dinsdag 20 mei jl. tijdens het FlexNieuws Top 100 Live-event bij het hoofdkantoor van ABN AMRO in Amsterdam. Dit is de officiële presentatie van het rapport Future proof ondernemen in de wereld van flex – met daarin uiteraard de FlexNieuws Top 100 2025. Een middag boordevol actuele, relevante informatie voor flexondernemers met sterke inhoudelijke presentaties van Patrick Tom (Bureau Cicero) over de Wtta en Maarten Tanja & Marita Hoogeveen (Köster Advocaten) over het belang van voldoen aan wet- en regelgeving bij het kopen en verkopen van een flexonderneming. Wees een goede flexwerkgever Als rode draad door deze middag loopt het thema ‘ondernemen in flex in moeilijke tijden’. Want dat zijn het. “Wat de economie ook doet, we blijven onder de kraptegrens (van 5% werkloosheid). En die krapte op de arbeidsmarkt wordt niet minder. In tegendeel, de vergrijzing komt nu pas echt op gang”, zegt dagvoorzitter en hoofdredacteur FlexNieuws Wim Davidse. “Als gevolg van de krapte toont de ABU Marktmonitor al drie jaar lang een krimp in uitzenduren. Een combinatie van economische groei en een krimpende uitzendsector – dat is nog nooit eerder gebeurd.” Wordt alles dan minder voor uitzenders? “Nee”, zegt Davidse. “Alles wordt anders. De flexwerkgever doet het beter dan de gewone werkgever. De kansen liggen in het ontzorgen van organisatie door goed werkgeverschap.” Zijn advies aan uitzenders: “Zet volop in op de kandidaat. Dat is het goud van je organisatie.” “Wij leggen het ondernemerschap en de beslissingsbevoegdheid zo laag mogelijk in de organisatie” Daniëlle Keijl (OTTO Work Force) ‘Groei doet pijn’ Daniëlle Keijl (OTTO Work Force) en dagvoorzitter Wim Davidse De flexbedrijven in de FlexNieuws Top 100 presteren heel wisselend. De één kende het afgelopen moeilijke jaar omzetkrimp, de ander groei. Enkele van de sterkste groeiers zijn OTTO Work Force (€ 933,5 miljoen (+ 13,6%)), Home of People (€ 165 miljoen (+34,1%)) en 365Werk (€ 43,7 miljoen (47,4%)). Opvallend genoeg spraken de drie topvrouwen van deze verschillende uitzendorganisaties tijdens het event nauwelijks over de cijfers. Hun doel is ook niet zo snel mogelijk, zo veel mogelijk groeien. Hun focus ligt op het creëren van een aanstekelijk werkklimaat en het bewaken van een organisatiecultuur waarin ondernemerschap centraal staat. Daniëlle Keijl (Managing Director Nederland OTTO Work Force), de grootste bemiddelaar in arbeidsmigrantanten in Nederland: “We hebben inmiddels 750 stafcollega’s en er werken 80.000 mensen voor OTTO Work Force. Het is best lastig je cultuur te behouden als je steeds groter wordt. Groei doet ook pijn.” Keijl wil er voor waken dat de groei ten koste gaat van de cultuur. “Wij proberen ongeacht de omvang en de nieuwe groeifase overal het ondernemerschap en daarmee beslissingsbevoegdheid zo laag mogelijk in de organisatie te leggen.” Keijl weet dat dat risico’s met zich meebrengt. “Soms gaan er zaken fout. Maar fouten maken mag, dat moet je niet afstraffen.” ‘Sturen op tevredenheid’ Dat ligt in lijn met de managementaanpak van Wies van ’t Slot, DGA 365Werk, een uitzendbureau in Groningen (met inmiddels een hub in Amsterdam) dat zich vooral richt op de sectoren schoonmaak, productie en logistiek. “Wij laten het ondernemerschap ook meegroeien met de organisatie, de medewerkers hebben veel beslissingsbevoegdheid. En ik stuur alleen op klant- en kandidaattevredenheid.” En met succes. “Wij verliezen geen opdrachtgevers en wij slagen erin in een krimpende markt marktaandeel van de concurrentie af te pakken.” Deze ‘piranha-strategie’ werkt volgens haar alleen als je je als uitzender onderscheidt in innovatie en dienstverlening. ‘Motor achter de groei’ Ook Margo Werring (Commercial Director Home of People) weet op basis van haar ruime ervaring in de uitzendwereld (onder meer bij Adecco) dat het uiteindelijke om cultuur draait om de beste dienstverlening te kunnen bieden. Home of People, met roots in de agrarische sector (Westland), streeft naar landelijke dekking door groei in de bestaande markt en door een buy & build-strategie. Om desondanks de eigen cultuur te behouden hanteert Home of People een pragmatische aanpak die past bij het werk dat de uitzendkrachten doen. “Onze medewerkers gaan een paar dagen per jaar mee met de flexkrachten, staan ’s ochtends tussen hen in op het busje te wachten.” Zo houden zij feeling met het werk dat gedaan wordt. En dat is belangrijk volgens Werring. “Wij zijn de motor achter onze medewerkers en zij zijn de motor achter de groei van onze klanten.” “Waar halen we straks nog de mensen vandaag om onze koelkast te vullen?” Margo Werring (Home of People) Wet- en regelgeving grootste uitdaging Dat het niet eenvoudig is succesvol te ondernemen in flex momenteel geven de drie topvrouwen direct toe. Werring ziet dat het imago rondom arbeidsmigranten zwaar te lijden heeft en voelt de druk van de hoeveelheid veranderende wet- en regelgeving. Om nog maar te zwijgen over de krapte op de arbeidsmarkt door de vergrijzing. “Waar halen we straks nog de mensen vandaag om onze koelkast te vullen?” Ook Daniëlle Keijl ziet de wet- en regelgeving als een uitdaging en ligt (spreekwoordelijk) vooral wakker van het organiseren van goede huisvesting voor arbeidsmigranten. Volgens Van ’t Slot vergt de veranderende wet- en regelgeving – en de volgorde waarin die komt – wel heel veel aanpassingsvermogen van uitzenders. “Beleidsmakers zouden eens een dagje mee moeten lopen op de backoffice van een uitzendbureau. Dan zien ze wat het toepassen van de inlenersbeloning in de praktijk inhoudt. En wat de daadwerkelijke gevolgen zijn van de komst van de Wtta.” “Beleidsmakers zouden eens een dagje mee moeten lopen op de backoffice van een uitzendbureau.” Wies van ’t Slot (365Werk) Purpose belangrijker dan cijfers De drie topvrouwen zijn het erover eens dat uitzenders zullen moeten accepteren dat het een kandidatenmarkt blijft. En wie de kandidaat heeft, krijgt de omzet. Om succesvol te zijn in zo’n moeilijke markt moet je je als flexwerkwerkgever onderscheiden. Gastheer van FlexNieuws Top 100 Live-event Han Mesters (ABN AMRO) sluit zich daar volledig bij aan. “Slimme flexbedrijven benutten op de schaarse arbeidsmarkt de duurzaamheidsrapportageverplichting CSRD en de S (Social) binnen ESG. Je kunt je onderscheiden als uitzender door aantrekkelijk werkgeverschap.” Investeren in menselijk kapitaal past volgens Mesters in de grotere tendens waarin het minder om kille cijfers draait en meer om purpose. “De CFO zou eigenlijk de CVO moeten worden, de Chief Value Officer.” Lees ook: Flexbranche in turbulente tijden: “Durf te investeren in human capital” Bekijk de digitale versie van het rapport Future proof ondernemen in de wereld van flex – met daarin uiteraard de FlexNieuws Top 100 2025. Openingsfoto: v.l.n.r. Daniëlle Keijl (OTTO Work Force), Margo Werring (Home of People), Wies van ’t Slot (365Werk) en dagvoorzitter Wim Davidse. Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags aanstekelijk werkgeverschap, FlexNieuws TOP 100 | Reacties uitgeschakeld voor FlexNieuws Top 100 event: ‘Weg met de CFO, tijd voor de Chief Value Officer’
FlexNieuws TOP 100-rapport: future proof ondernemen in de wereld van flex Geplaatst 22 mei 2025 door Redactie FlexNieuws En natuurlijk ook veel analyses en interviews over de omzet en sectorgroei. Mét de volledige uitkomsten van ons onderzoek onder flexondernemers. En met experts die daarop reageren en adviseren. En collega-ondernemers die reflecteren en inspireren. Download het rapport Future proof ondernemen in de wereld van flex hier. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags FlexNieuws TOP 100 | Reacties uitgeschakeld voor FlexNieuws TOP 100-rapport: future proof ondernemen in de wereld van flex
Leden LBV, ABU en NBBU stemmen in met nieuwe Cao voor uitzendkrachten Geplaatst 21 mei 2025 door Redactie FlexNieuws De leden van de NBBU hebben dinsdag unaniem ingestemd met de nieuwe Cao voor uitzendkrachten. Eerder gingen de leden van vakbond LBV en de ABU al akkoord. Deze nieuwe cao betekent wat de onderhandelingspartijen betreft een belangrijke stap vooruit voor de branche. Uitzendkrachten krijgen recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. De cao heeft een looptijd van drie jaar: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. Gelijkwaardige beloning en betere voorwaarden Met de nieuwe cao krijgen uitzendkrachten recht op een beloning die minimaal gelijkwaardig is aan die van medewerkers met een gelijke of vergelijkbare functie in dienst bij de opdrachtgever. Er mogen verschillen zijn in arbeidsvoorwaarden, maar de totale waarde moet gelijkwaardig zijn. Uitzendkrachten profiteren van verbeterde arbeidsvoorwaarden, waaronder een betere pensioenregeling, winstuitkeringen (indien de opdrachtgever die biedt), en budgetten voor scholing en vitaliteit. Marco Stavinga (LBV): “Deze cao markeert een doorbraak. Met deze cao maken we gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden concreet en uitvoerbaar. Een belangrijke stap in een langer proces waar we als vakbond met overtuiging aan blijven bouwen.” Jurrien Koops, directeur ABU: “Met deze cao doen we wat we al sinds 2021 hebben beloofd. In het SER-advies uit dat jaar is afgesproken dat er geen verschil meer mag zijn in de waarde van de beloning tussen uitzendkrachten en mensen in vaste dienst. We spraken met de bonden af om dit te realiseren. Dat hebben we de afgelopen jaren stap voor stap gedaan en is met deze cao afgerond.” Vooruitlopen op wetgeving: Wet meer zekerheid flexwerkers Per 1 januari 2026 gaat ook de eerder afgesproken verbeterde pensioenregeling in. Daarnaast treedt naar verwachting (deels) de Wet meer zekerheid flexwerkers in werking, met daarin maatregelen voor meer zekerheid over werk en inkomen. Onlangs is het wetsvoorstel hiervoor ingediend bij de Tweede Kamer. In de nieuwe cao zijn de aankomende wettelijke verplichtingen al verwerkt. Daarmee is de sector goed voorbereid op de invoering van de wet. Implementatie vraagt tijd en aandacht De introductie van gelijkwaardig belonen is complex en vraagt om nieuwe processen, aangepaste software en nauwkeurige administratie. NBBU-directeur Marco Bastian: “We moeten rekening houden met honderden cao’s. Uitzendbureaus krijgen te maken met vernieuwde processen, complexe administratie en benodigde aanpassingen in software. We hebben voldoende tijd nodig om onze leden te helpen deze afspraken zorgvuldig en uitvoerbaar te implementeren.” Stappenplan juiste beloning De cao-teksten zijn beschikbaar op de websites van NBBU, ABU en LBV. Daarnaast lanceren de organisaties binnenkort het platform wijzerbelonen.nl. Hier vinden uitzendondernemingen en inleners een overzichtelijk stappenplan om tot de juiste beloning te komen, uitleg over cao-onderdelen en richtlijnen, en een standaard uitvraagformulier waarmee opdrachtgevers eenvoudiger de benodigde informatie kunnen aanleveren. FNV, CNV nog steeds boos Vakbond CNV en FNV reageerden eerder verbolgen over het feit dat de werkgeversorganisaties ABU en NBBU het akkoord hebben afgesloten met alleen de kleinere bond LBV. “De LBV heeft geen achterban van betekenis, stelt geen harde eisen en handelt volgens ons niet onafhankelijk. Toch wordt met hen een cao gesloten.” stelde FNV-bestuurder Karin Heynsdijk. Eind vorig jaar liepen onderhandelingen tussen ABU en NBBU de traditionele onderhandelingspartijen FNV en CNV over een nieuwe CAO vast. FNV zinspeelt op acties nu deze CAO definitief is. Lees ook: Onderhandelingsakkoord over nieuwe uitzend cao, FNV en CNV verbolgen. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Reacties uitgeschakeld voor Leden LBV, ABU en NBBU stemmen in met nieuwe Cao voor uitzendkrachten
Detachering: van hosanna-stemming naar historische krimp Geplaatst 21 mei 2025 door Arthur Lubbers Stijgers en dalers in detachering Over heel 2024 bedroeg de gemiddelde krimp van de detacheringsbranche 6,5%, gebaseerd op de vier VvDN-kwartaalmonitoren van vorig jaar. De deelnemende detacheerders in de meest recente FlexNieuws TOP100 – die vrijwel allemaal ook aan zzp-bemiddeling en recruitment doen – presteerden weliswaar gemiddeld iets beter, maar ook hieruit bleek dat de meeste detacheerders een omzetdaling kenden vorig jaar. Uitschieter in negatief opzicht is Orion Engineering, de tech-detacheerder zag de omzet vorig jaar dalen van € 50 naar € 40 miljoen (-20%). Ook Welten Groep kende een roerig jaar waarin de omzet uitkwam op € 55,1 miljoen (-7,7%). Met een nieuw directieteam wil de detacheerder van hoger opgeleid personeel de weg omhoog weer gaan vinden. YER, een grote speler die zich richt op diezelfde doelgroep (omzet: € 347 miljoen) deed het niet veel beter (omzetdaling -5%). Een van de meest opvallende conclusies uit de cijfers van de FlexNieuws TOP100 2025 is dan ook dat het segment van de flexbureaus dat zich richt op hoogopgeleiden is gekrompen – met uitzondering van Brunel Nederland. Lees ook: de FlexNieuws TOP 100 van 2025: met alle (record)cijfers, toppers en inzichten Maar er zijn dus ook detacheerders die in 2024 hun omzet wel flink zagen groeien. Bijvoorbeeld Maandag Nederland, waarvan de omzet steeg naar € 504 miljoen (+4,3%). En Compagnon, dat zich richt op HR-professionals, boekte een keurige omzetgroei van 10% (omzet 2024: € 28,5 miljoen). BlueOcean Staffing (onder meer Techsharks) en DC Engineers boekten zelf dubbelcijferige groei. En voor drie detacheerders was het niets minder dan een topjaar: Synsel Techniek (+44,2%), TecqGroep (+50%) en Kracht Recruitment (+54%). Kortom: een sterk wisselend beeld. Maar over het algemeen is de omzetontwikkeling binnen de detacheringsbranche relatief zwak. Gouden tijden na corona Ook de cijfers van de Marktmonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) laten een ongekende omslag op de detacheringsmarkt zien. Direct na de coronacrisis kende de detacheringsbranche gouden tijden. De omzet van detacheerders groeide elk kwartaal meer. Met als hoogtepunt een omzetgroei van 18% in topjaar 2022. De omzet van detacheerders binnen het IT-vakgebied steeg zelfs met 20% ten opzichte van een jaar geleden. Ook Engineering (+18%) en Financial (+13%) lieten dubbele groeicijfers zijn. Deze vakgebieden worden gezien als de motor van de detacheringswereld. De verklaring van de VvDN zelf voor deze explosieve groei was dat detacheerders blijkbaar op de krappe arbeidsmarkt met grote tekorten toch goed in staat zijn professionals aan zich te binden. Detacheerders bieden de zekerheid van een vast contract met de vrijheid om voor verschillende opdrachtgevers te kunnen werken. En investeren meer dan de gemiddelde werkgever in opleiding en ontwikkeling van hun mensen. Dat maakt hen een aantrekkelijke werkgever voor onder meer hoger opgeleide specialisten. Ook voor opdrachtgevers is het interessant een beroep te kunnen doen op externe professionals met kennis en expertise die ze zelf niet in huis hebben. De VvDN sprak van een ‘stevig fundament onder de arbeidsmarkt’ waar detacheerders op een krappe arbeidsmarkt hun toegevoegde waarde naar zowel de opdrachtgever als de kandidaat weten te bewijzen. 1. Omzetontwikkeling in de flexbranche Van afvlakkende groei… Toch kwam begin 2023 de kentering in de omzetontwikkeling. Weliswaar was er nog sprake van een omzetgroei van 11% in vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder, maar vanaf dat moment vlakte de omzetgroei in de loop van 2023 verder af (zie grafiek). Dat ook detacheerders last hadden van een ‘uitdagende’ arbeidsmarkt bleek uit het feit dat er meer gedetacheerden op de bank kwamen te zitten. De leegloop (periode zonder opdracht) steeg in het eerste kwartaal van 2023 naar 5,4%. (Het jaar daarvoor was dit nog 3,8%). De omzetgroei bleek vervolgens kwartaal na kwartaal afnemen. … naar forse krimp Tot de bescheiden groei zelfs omsloeg naar krimp begin 2024. Voor het eerst kreeg de detacheringsbranche te maken met dalende omzetten. En die omzetkrimp werd elk kwartaal groter. De omzet van Nederlandse detacheerders daalde in het eerste kwartaal van 2024 nog met -2,7 % ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2023. Na een ongekende groei in de jaren daarvoor was dit even wennen. Over heel 2024 bedroeg de gemiddelde krimp van de detacheringsbranche 6,5%, gebaseerd op de vier VvDN kwartaalmonitoren van vorig jaar. Toch kwam de krimp volgens de VvDN niet helemaal als een verrassing. De branchevereniging wijt de omzetdaling van detacheerders aan een complexe mix van afgekoelde economie, brede onzekerheid (mede door geopolitieke spanningen) en afnemende drukte op de arbeidsmarkt gecombineerd met blijvende krapte. Onder die omstandigheden zou de detacheringsbranche moeilijker haar toegevoegde waarde kunnen bewijzen. De leegloop neemt toe, de duur van opdrachten wordt korter (van > 6 maanden naar 3-6 maanden), maar detacheerders blijven investeren in hun mensen. Begin 2024 stijgt het aantal medewerkers in vast dienstverband naar 69%. Detacheerders verwachten dat de schaarste naar voldoende gekwalificeerd (senior) personeel zal blijven toenemen en sorteren voor op betere tijden. Hun geduld wordt nog op de proef gesteld, want in de loop van 2024 is de vraag naar gedetacheerden alleen maar verder afgenomen. Met als voorlopig dieptepunt een omzetdaling van 10% in het vierde kwartaal van 2024 ten opzichte van een jaar eerder (zie grafiek hieronder). Van de hosanna-stemming van een paar jaar geleden is weinig meer over. Detacheerders kampen met de moeilijke markt. Opdrachtgevers worden terughoudend, opdrachten korter en de tijd tussen opdrachten langer. De ‘moeilijke tijden’ zijn aangebroken, erkent ook de VvDN. Detacheerders moeten strategische keuzes maken: hoeveel mensen nemen ze vast in dienst en welke tijd tussen opdrachten accepteren ze? Opvallend is dat het aandeel gedetacheerden met een vast dienstverband eind 2024 75% bedroeg. Detacheringsbureaus blijven ervoor kiezen om gespecialiseerde medewerkers aan zich te binden, ondanks de complexe marktomstandigheden. Dit omdat bij economische groei en toenemende krapte op de arbeidsmarkt de vraag naar de juiste medewerkers op lange termijn weer zal toenemen, is de verwachting. Maar wanneer de weg naar boven weer gevonden wordt? Voor de detacheringsbranche is 2025 dus een heel spannend jaar. Brunel Nederland licht in de plus De omzetontwikkeling van Brunel Nederland, een van de marktleiders in de detacheringsbranche, verliep gemiddeld. Brunel kende aanvankelijk in 2023 een geweldige groei, die pas aan het eind van dat jaar begon af te vlakken (zie grafiek). In het eerste kwartaal van 2024 groeide de omzet van Brunel in Nederland nog met +6%, maar ook deze groei nam steeds verder af en sloeg halverwege 2024 om in krimp in het derde kwartaal. Het was voor het eerst in drie jaar dat Brunel Nederland de omzet zag krimpen. Maar vergeleken met het gemiddelde in de markt viel de schade mee. In zowel het derde als het vierde kwartaal van 2024 daalde de omzet van Brunel Nederland met slechts 1% (zie afbeelding hieronder). In de FlexNieuws TOP100 presteert Brunel Nederland dan ook stabiel. De omzet groeide in 2024 naar € 217,3 miljoen, een omzetgroei van 2% ten opzichte van het jaar daarvoor. 2. Omzet 2024 Q4 Detacheren versus uitzenden De uitzendbranche beleefde een coronapiek, maar sinds 2022 presteerden de detacheerders gemiddeld beter dan de uitzenders. De uitzendbranche kent sinds het tweede kwartaal van 2022 al geen omzetgroei meer, waar de detacheerders pas eind 2023 in de min schoten. De omzetdaling van de uitzenders bleef echter bescheiden, met 1,3% in het vierde kwartaal van 2024 (oplopend naar 3,3% 2025). Dat is veel geringer dan de omzetdaling van 10% in het vierde kwartaal van 2024 die detacheerders moesten incasseren. Als verklaring kan gelden dat uitzenden zeer cyclisch is en detachering meer laat-cyclisch. Detacheerders hebben nu veel meer last van de onrust en onzekerheid op de markt. Toch is het opmerkelijk dat de detacheringsbranche in 2024 (-6,5%, VvDN Marktmonitor) veel slechter heeft gepresteerd dan de uitzendbranche in Nederland (-1,5%, ABU Marktmonitor). Overigens moet gezegd dat tariefstijgingen zowel de omzetkrimp van uitzenders als detacheerders (deels) compenseert. Zo is de omzet van de uitzenders weliswaar relatief licht gedaald in 2024, maar het aantal uitzenduren kelderde vorig jaar fors, met bijna 8%. Dat impliceert dat uitzenders hogere tarieven hebben kunnen vragen. Dat is ook wel nodig, want de kosten (onder meer lonen) stijgen immers ook. Uitzenders hebben in 2024 een gemiddelde tariefstijging van 7% gerealiseerd. Ook detacheerders hebben hun tarieven kunnen verhogen vorig jaar, gemiddeld met circa 4%. Dat dempt uiteraard de omzetdaling. Verschuiving zzp naar detachering? Hoewel de VvDN de huidige uitdagingen erkent, ziet de branchevereniging ook kansen. De strengere handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) zorgt voor onzekerheid bij bedrijven die zzp’ers (willen) inhuren. Om risico’s te vermijden, lijkt het logisch dat ondernemingen steeds vaker voor detacheringsbureaus kiezen om zeker te zijn dat ze niet met schijnzelfstandigheid te maken krijgen. Dit is vooral zichtbaar in de IT-sector waar veel gebruik wordt gemaakt van zzp’ers. Ook Han Mesters (ABN AMRO) verwacht een ‘omgekeerd waterbed-effect’. “De drempel om zzp’er te worden ligt hoger en Mario Bersem inleners zijn terughoudender bij het inhuren van zzp’ers. De zzp’er zal misschien in vaste banen of detacheringsconstructies terugvallen”, zei hij in een podcast van ZiPmedia. Mesters denkt dat er vooral kansen voor detacheerders liggen. “Detacheerders hebben opleidingsbudget beschikbaar en hebben laten zien dat mensen, die in een bepaalde professie zijn opgeleid, toch ook snel weer elders inzetbaar zijn te krijgen.” Zijn collega Mario Bersem, eveneens sectoreconoom bij ABN AMRO, ziet detachering ook als goed alternatief voor het zzp-schap. “Wat zelfstandigen drijft is het autonoom kunnen werken. Als zij dat niet langer als zzp’er kunnen doen, is het niet zo’n grote stap om dat op detacheerbasis (bij verschillende opdrachtgevers) te doen.” Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags detachering, FlexNieuws TOP 100, uitzendbranche | Reacties uitgeschakeld voor Detachering: van hosanna-stemming naar historische krimp