Maandelijkse archieven: april 2025

Intussen, in Q1: omzet Randstad krimpt verder, ook organische winstdaling in Nederland

Vorige week zagen we al de eerste Q1-flexomzetcijfers, en die waren niet okee, en eerder deze week stelden we vast dat de Randstad-groep in Nederland al een paar jaar krimpt, in een groeiende markt, dus marktaandeel verliest. Dat zakte van 7,0% in 2023 naar 6,4% in 2024. En nu zijn ook de Q1-cijfers van de Randstad-groep binnen. Wereldwijd is de omzet organisch (dus gecorrigeerd voor overnames, wisselkoersverschillen en werkbare dagen) gekrompen met -4%, van 5,9 miljard euro vorig jaar naar 5,6 miljard euro dit jaar. (In het vorige kwartaal was de totale omzetkrimp nog -7%.) Vooral Duitsland (-10%) en Frankrijk (-9%) kregen klappen, en die twee landen zijn samen goed voor ruim 20% van de totale groepsomzet. Alleen in Italië en Spanje/Portugal was er omzetgroei (+4%).

De totale, wereldwijde brutomarge en kosten zakten allebei met -6% ten opzichte van een jaar eerder, zodat de zogenoemde onderliggende EBITA (voor aftrek van bijzondere kosten, zoals bijvoorbeeld integratiekosten) met -15% afnam. De onderliggende EBITA-marge kwam uit op 3,0% van de omzet (2,6% na aftrek van de bijzondere kosten), de brutomarge op 19,3% (was nog 20,2% in Q1 2024). (EBITA = earnings before interest, taxes, and amoritzation – ofwel de winst voor aftrek van rentekosten, belastingen en afschrijving op goodwill in overnames.)

Al met al lijkt het langzaam maar zeker minder slecht te gaan met Randstad. De conversieratio (EBITA gedeeld door brutomarge) zakte in de loop van 2024 steeds verder in, maar dat proces lijkt nu gestopt. Ondanks de matige outlook (geen verbeteringen ten opzichte van Q1) leken beleggers en speculanten het te waarderen, en zetten het aandeel RAND.AS ruim +8% hoger in de AEX.

Nederlandse glijvlucht gaat door

In Nederland werd de omzet van de Randstad-groep weer duidelijk kleiner: 714 miljoen euro, na een organische krimp van -7% ten opzichte van een jaar eerder (in Q4 was dat overigens nog een toen tegenvallende -10%). Daarmee is de kwartaalomzet de kleinste sinds eind 2020, en in de grafiek is een duidelijke glijvlucht zichtbaar, af en toe onderbroken door een relatief hoge Q4-omzet.

Daarmee realiseerde Randstad een zelfde omzetkrimp als de ManpowerGroup, en veel slechter dan de ABU Marktmonitor.

De Operational omzet (vooral grootschalig uitzenden) kromp met -6%, de Professional omzet (onder andere detacheren) met maar liefst -14%.

De Nederlandse winstgevendheid lijkt in eerste instantie op te veren: tegenover een krimpende omzet presenteert Randstad een groeiende EBITA, van 36 miljoen euro vorig jaar naar 41 miljoen euro dit. Ofwel: een groei van +14%, en dus ook een hogere EBITA-marge: nu 5,7% na vorig jaar nog 4,8%. Maar als er vervolgens wordt gecorrigeerd voor overnames (dat zal Zorgwerk betreffen), resteert een EBITA-krimp van -6%. Niet fijn, die organisch lagere winst – maar die krimp is aanzienlijk kleiner dan de totaal-mondiale -15% en valt in het niet bij de -70% die in Duitsland werd gerealiseerd…

Nog één krimpcijfer: de krimp van het personeelsbestand in Nederland. Dat werd in Q1 -2,2% kleiner dan een jaar eerder. In Q4 van 2024 nam het aantal medewerkers in Nederland nog af met -8,8%, en in Q3 zelfs nog met -9,6%.

Verwachtingen / Interessant begin van het jaar

Het lijkt dus inmiddels wat minder slecht te gaan met Randstad mondiaal en in Nederland, maar goed gaat het zeker nog niet. En zoals gezegd, voorziet Randstad geen verbeteringen. De komende weken verschijnen ook de kwartaalcijfers van Brunel, Adecco Group, de VvDN en de totale flexbranche.

Stay tuned!

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Intussen, in Q1: omzet Randstad krimpt verder, ook organische winstdaling in Nederland

Hoeveelheid openstaande vacatures neemt af, provincie Drenthe is een uitzondering

De Nationale Vacaturebank berekende het aantal openstaande functies per duizend banen, oftewel de vacaturegraad. Hoe hoger de vacaturegraad, hoe meer vraag er is naar personeel.

Utrecht kent met bijna 42% de hoogste vacaturegraad van alle provincies. Een jaar eerder voerde de provincie de lijst ook aan. Toch is er sprake van een daling, want in februari 2024 bedroeg de vacaturegraad bijna 50%. ‘’De banenmarkt is wat minder gespannen dan een jaar geleden, maar een vacaturegraad van 42%, zoals in Utrecht, is nog altijd aan de hoge kant’’, aldus Sharita Boon, directeur van Nationale Vacaturebank. Utrecht wordt gevolgd door Zeeland op plek twee en Noord-Brabant op plek drie.

De meest gevraagde vacature in Utrecht is projectleider. Opvallend genoeg is het de enige provincie in Nederland waar dit het geval is. Dat is te verklaren door de grote bedrijven, zoals de NS en Rabobank, die gevestigd zijn in de Domstad.

Operator het meest gevraagde beroep

In vier van de twaalf provincies is operator het meest gevraagde beroep. Dit is vooral in provincies, zoals Zeeland en Noord-Brabant, waar veel zware industrie is gevestigd. 

‘’Door de aard van de werkgelegenheid in die provincies is het begrijpelijk dat juist daar behoefte is aan operators. In die functie ben je namelijk verantwoordelijk voor het productieproces of het bedienen van machines. Iets wat veel voorkomt in fabrieken en havengebieden. Zo kun je bijvoorbeeld als operator aan de slag in het Brabantse Zevenbergen. Met een mbo-opleiding verdien je daar maximaal 4.500 euro bruto per maand’’, aldus Sharita Boon. 

Stijging vacaturegraad in Drenthe

Hoewel in bijna alle provincies het aantal openstaande vacatures in een jaar tijd is gedaald, is Drenthe een uitzondering. In februari 2024 bedroeg de vacaturegraad daar nog 32,6% en in februari van dit jaar steeg dat naar 34,1%. 

Ook Drenthe kent een hoge vraag naar operators. Toch staat operator op de tweede plek van meest gevraagde beroep in de noordelijke provincie, want de vraag naar monteurs is het grootst. Vergeleken met 2024 steeg het aantal openstaande vacatures voor monteurs met ruim 33%. De gestegen vraag naar schilders was zelfs nog groter met een stijging van meer dan 35%. Door de gestegen vraag komt schilder op nummer drie van de meest gevraagde beroepen in Drenthe. 

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Hoeveelheid openstaande vacatures neemt af, provincie Drenthe is een uitzondering

Wat de praktisch opgeleide Gen Z’er écht wil

De technische sectoren schreeuwen om mensen. Juist in deze sectoren ontstaat de komende jaren een flink gat: ongeveer een kwart van de vakspecialisten uit Generatie X en de Babyboomers gaat met pensioen, terwijl de instroom van jonge vakmensen achterblijft. Er zal dus veel behoefte zijn aan jonge mensen die hun handen willen werken. Bouwen, sleutelen, maken, als het even kan met een vast contract.

Eenzijdig beeld Gen Z

In de media wordt volgens het onderzoek van ABN Amro het beeld neergezet dat Gen Z in een chique stad woont, alleen voor duurzame bedrijven wil werken, eindeloze flexibiliteit en ontwikkelingsmogelijkheden eist, mondig is over alle maatschappelijke problemen, zonder moeite van baan switcht en voor ‘betekenisvol werk met impact’ wil doen.

Vast en zeker belangrijker

In de prioriteiten van praktisch opgeleiden is een duidelijk verschil met menig theoretisch opgeleide Gen Z’er: zij willen veel liever voor hun dertigste een koophuis hebben (dan bijvoorbeeld als digital nomad te werken). Ook is het loon een belangrijke factor: zij verdienen liever wat meer dan dat zij een dag minder zouden werken.

Hierin zijn verschillen op te merken tussen sectoren en regio’s. In de bouw wil men graag overuren maken en extra geld verdienen. In de transport en logistiek is deze drijfveer er veel minder: een derde heeft liever een dag extra vrij. Ook tussen de Randstad en de regio is daarin een verschil te merken: een Gen Z’er uit de Randstad wil graag een extra vrije dag, terwijl ze in het oosten of noorden liever doorwerken.

Snel aan het werk willen

De praktisch opgeleide Gen Z’er wil dan ook het liefst zo snel mogelijk aan het werk. Daar is het vooral bij van belang dat zij bij het lezen van een vacature weten:

  • Of er een vast contract in zit
  • Concrete salarissen zien, geen vage praatjes
  • Snappen wat ze over twee jaar kunnen verdienen

Marlies Nijman, docent bij beroepsonderwijsinstelling Deltion College in Zwolle, legt uit dat de prikkel om te werken tweeledig is: “Enerzijds hechten jongeren aan luxe: een goede telefoon, merkkleding, uitgaan. Anderzijds vraagt de economische situatie – met bijvoorbeeld hoge huren – erom.”

Maatschappelijke impact

In tegenstelling tot theoretisch opgeleide Gen Z’ers, zijn praktisch opgeleide Zoomers minder betrokken bij maatschappelijke ambities binnen hun werk. Van de praktisch opgeleide Gen Z’ers maakt 34 procent zich zorgen over klimaatverandering. Maar een grotere groep, 37 procent, ligt er niet wakker van.


Duidelijkheid en structuur van groot belang

Ondernemers en opleiders merken dat de jongere praktisch opgeleiden veel behoefte hebben aan werknemersvaardigheden, zoals goede communicatie, zelfstandigheid en flexibiliteit. Docenten van Deltion College bevestigen dit beeld. “De basics ontbreken bij veel jongeren”, vertelt Nijman. “Het gaat om elementaire zaken: op tijd komen, afspraken nakomen. Zonder die basis kunnen technische vaardigheden niet tot hun recht komen.”

“Duidelijkheid en structuur zijn voor deze generatie essentieel”, herkent Manon Olde Monnikhof, Directeur MBO College Logistiek & Vervoer bij het Scheepvaart en Transport College (STC). “Als de normen en verwachtingen binnen een organisatie helder zijn, presteren jongeren beter.”

Daarin zijn grote bedrijven succesvoller dan kleinere bedrijven, merken opleiders op.  “Bij grote bedrijven zie je meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling”, zegt Nijman van Deltion. “Een BBL’er die op kosten van de baas een cursus assertiviteit volgt? Bij grote bedrijven kan dat.” Bij een klein bedrijf gooien ze jongeren sneller in het diepe: veel werk, overuren, schouders eronder. Dat heeft z’n charme, maar het een is niet per se beter dan het ander. Het hangt er vanaf wat je als jongere zoekt.”

Het rapport geeft ondernemers deze tips om de praktisch opgeleide Gen Z’ers goed te bedienen:

  • Leg de nadruk op wat er écht toe doet:
  • Investeer in een professionele werkomgeving en goede spullen
  • Zorg voor ervaren collega’s die kunnen begeleiden
  • Creëer duidelijke kaders: maak helder wat je verwacht
  • Forceer geen vriendschappen, maar heb respect voor elkaar

 

Het volledige rapport van ABN Amro is te vinden via deze link

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , , , , | 1 Reactie

Ingangsdatum Wtta wordt 1 januari 2027. Handhaving vanaf 2028

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) en het toelastingsstelsel gaat op 1 januari 2027 in. Dat schrijft minister Eddy van Hijum in een brief aan de Tweede Kamer.

De wet is op 15 april door een zeer ruime meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen. De volgende stap is dat de Eerste Kamer de wet gaat behandelen, mogelijk nog voor de zomer.

Belangrijke data

De datum van ingang van de wet tijdens de behandeling in de Tweede Kamer nog niet bekend. Nu dus wel. Daar hoort dan dit tijdschema bij:

  • Uitleners die gebruik willen maken van het overgangsrecht moeten zich tussen 1 november 2026 en 1 januari 2027 melden bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als bedrijven onder het overgangsrecht vallen mogen ze personeel blijven uitlenen zolang het ministerie de aanvraag voor een vergunning nog niet heeft beoordeeld.
  • Vanaf 1 januari 2027 treedt de wet in werking.
  • Uitleners kunnen starten met het toelatingsproces. Dit moeten ze voor 1 juli 2027 indienen.
  • Op 1 januari 2028 gaat de Nederlandse arbeidsinspectie handhaven. Uitleners die zonder toelating actief zijn op de arbeidsmarkt krijgen een boete. Deze boete geldt ook voor bedrijven die gebruik maken van uitzendbureaus, de zogenaamde inlener.

In zijn brief houdt minister Van Hijum houdt een slag om de arm: lukt het niet tijdig om de Toelatende Instantie op te bouwen dan kan dit gevolgen hebben voor de ingangsdatum.

Verplichting uitleners

Het toelatingsstelsel geldt voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners mogen alleen op de markt opereren als ze zijn toegelaten. Inleners mogen op hun beurt alleen in zee gaan met uitleners die toegelaten zijn. Ze riskeren een boete als ze in de fout gaan.

Uitzenders moeten om toegang te krijgen een VOG indienen en een waarborgsom van €100.000 overmaken. Daarnaast moeten ze bewijzen dat ze bestaande wet- en regelgeving naleven, zoals bijvoorbeeld het wettelijk minimumloon.

Een toelatende Instantie (zie hier) gaat namens de minister van SZW besluiten nemen of uitzenders toegelaten worden de markt.

Lees ook:

Meer weten?

De impact van de Wet TTA en hoe je daar als bureau op voor te bereiden zal een belangrijk onderwerp op het FlexNieuws Top 100 live event op 20 mei. Laat je in een middag bijpraten door experts. Meer informatie op deze eventpagina

 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Ingangsdatum Wtta wordt 1 januari 2027. Handhaving vanaf 2028

Is Bevrijdingsdag een verplichte vrije dag? En hoe zit dat met uitzendkrachten?

Omdat het een lustrumjaar is is Bevrijdingsdag dit jaar een officiële feestdag (zie Rijksoverheid). Betekent dat ook dat de werknemers recht hebben op een doorbetaalde vrije dag?

Het antwoord is: nee, tenzij…

De wet verplicht werkgevers niet om doorbetaald vrij te geven op officiële feestdagen. Of een feestdag wel of niet geldt als doorbetaalde vrije dag, hangt dus af van wat is bepaald op werkgeversniveau. Het recht op een vrije dag kan geregeld zijn in de arbeidsovereenkomst zelf, in een toepasselijke cao, of in een arbeidsvoorwaardenreglement. Ook mag een werkgever natuurlijk eenmalig besluiten werknemers betaald vrijaf te geven, ook al is dat recht nergens vastgelegd.

Cao inlener leidend

Wat geldt nu voor uitzendbureaus?

In artikel 27 lid 1 van de Uitzend-cao wordt als algemeen erkende feestdag genoemd ‘Bevrijdingsdag in lustrumjaren’.

Maar: het recht op loondoorbetaling geldt alleen als “wegens die feestdag niet gewerkt wordt”. Of de uitzendkracht recht heeft op een doorbetaalde feestdag, hangt dus af van wat geldt bij de inlener. In de Cao Bouw & Infra bijvoorbeeld is bepaald dat Bevrijdingsdag in lustrumjaren een feestdag is. De Cao Metaal en Techniek daarentegen wordt Bevrijdingsdag niet genoemd als feestdag.

Dus als de uitzendkracht werkt voor een inlener die valt onder bijvoorbeeld de Cao Metaal en Techniek, heeft hij geen recht op loondoorbetaling als hij niet werkt.

En toeslagen?

Wat nu als de uitzendkracht wél werkt op Bevrijdingsdag, heeft de uitzendkracht dan recht op een toeslag?

Ook hier hangt het antwoord van deze vraag af van wat geldt bij de inlener. Als de inlener verplicht is een toeslag te betalen, bijvoorbeeld op grond van de cao, dan heeft de uitzendkracht ook recht op diezelfde toeslag.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Is Bevrijdingsdag een verplichte vrije dag? En hoe zit dat met uitzendkrachten?