Maandelijkse archieven: februari 2025

Brunel Nederland in Q4 maar één procent gekrompen

Wereldwijd zag Brunel de omzet in het vierde kwartaal met -5% krimpen ten opzichte van vorig jaar, naar 334,5 miljoen euro (organisch, dus na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het derde kwartaal was er voor het eerst in lange tijd krimp, met -2%. Voor het totale jaar 2024 kwam de omzet uit op 1,36 miljard euro, na een groei van +2% ten opzichte van 2023.

Druk op de marge en de winst, de conversieratio stijgt een beetje

Ook in het vierde kwartaal kromp de totale brutomarge met -10% (organisch), en in het hele jaar kwam de marge-krimp daarmee op -5%. De brutomarge als percentage van de jaaromzet zakte naar 19,3%, van 20,6% in 2023. De winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) stabiliseerde in Q4 op 4,3% van de omzet; dat was ook het jaar-percentage, na 4,7% in 2023. De conversieratio (winstmarge als percentage van de brutomarge, zegt iets over de productiviteit en efficiency van de organisatie) kwam uit op een behoorlijke 22,3%, maar een fractie lager dan de 22,7% van 2023. De theoretische streefwaarde is 25%, dus in de mondiale Brunel-praktijk liggen er nog steeds uitdagingen op vier terreinen: omzet, marge, kosten en productiviteit. De aandelenbeurs reageerde vrij enthousiast, met aan het eind van de ochtend een plus van bijna +5% voor het aandeel Brunel (BRNL.AS), terwijl de beurs (AEX) met +0,1% maar een fractie in de plus stond.

Zeer gevarieerd mondiaal beeld: enorme groei naast enorme krimp

De omzet in de regio Australasia (in Q4 goed voor 17% van de groepsomzet) groeide +4% in Q4, die in de Americas (dik 14% van de groep) zelfs met +12%. De omzet in Rest of the World (ruim 12% van de groep) kelderde met -21%. De DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) is na een nauwelijks minder heftige krimp van -13% niet langer de grootste regio voor het concern. Die krimp was nog sterker dan de stevige Randstad-krimp van -8% in die regio. Australasia is met een omzet van 57,4 miljoen euro in Q4 de belangrijkste regio geworden, Nederland met 55,5 miljoen euro de nummer 2.

Spreiden of specialiseren: krimp in 7 sectoren, groei in 3 sectoren

Die omzet van Brunel Nederland kwam tot stand na een organische krimp van -1% in het vierde kwartaal. In een wat bredere Nederlandse context, voor zover nu bekend, is dat een heel behoorlijke prestatie.

De Nederlandse omzet van Brunel voor het hele jaar 2024 kwam uit op 217,3 miljoen euro, na een organische groei van +1%. Die omzet is – behoorlijk versnipperd – gerealiseerd in 10 verschillende sectoren. De grootste in 2024 waren de Publieke sector (Overheid, Onderwijs, Zorg), de Financiële dienstverlening (Banken, Verzekeraars) en Industrial & Technology. Opvallend is dat de Publieke sector alleen in Nederland door Brunel wordt bediend en nauwelijks of niet in de andere landen en regio’s. Datzelfde geldt bijna net zo sterk voor de Financiële dienstverlening. De Nederlandse omzet daalde in 7 van de 10 sectoren, er was (flinke) groei in Conventionele Energie, Publieke sector en Other. Hier blijkt het spanningsveld tussen kiezen voor spreiding of voor specialisatie.

Net als in het derde kwartaal zakte de brutomarge veel harder dan de omzet: met -9%. Het brutomargepercentage zakte daardoor, van 25,9% in Q4 2023 naar 24,7% in Q4 2024. Over het hele jaar 2024 zakte de brutomarge met -5%, van 26,5% van de omzet naar 25,3%. De EBIT-marge groeide iets, van 7,7% naar 7,9%. Ter vergelijking: Randstad rapporteerde eerder deze maand een EBITA-marge van 4,8% voor Nederland. (En de EBIT-marge in de nu grootste Brunel-regio, Australasia, steeg van een lage 2,7% naar een nog steeds niet hoge 3,0%; de op één na laagste in het concern.)

De Nederlandse conversieratio kwam uit op een fraaie 31,1%. Die stijging is mede te danken aan de verbetering van de ratio direct personeel / indirect personeel, die steeg van 6,4 in 2023 naar 6,6 in 2024. Dat is een gevolg van de krimp van het aantal directs (bemiddelde kandidaten) met -3% en de sterkere krimp van het aantal indirects (eigen mensen) met -6%. De negatieve trend van het aantal bemiddelde kandidaten is in onderstaande grafiek goed zichtbaar.

Verwachtingen

Brunel voorziet dat de gerapporteerde ontwikkelingen in alle regio’s doorzetten. De onzekerheden in de wereldwijde omgeving zetten de start van nieuwe projecten onder druk. De verdere versterking van operationele efficiëntie zal de financiële impact daarvan gedeeltelijk kunnen opvangen, zo stelt het concern.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Brunel Nederland in Q4 maar één procent gekrompen

Uurtarieven zzp’ers en gedetacheerden bleven ook in 2024 achter bij cao-lonen

De uurtarieven van flexibel werkenden, zzp’ers en professionals in dienst van detacheerders, zijn in 2024 gemiddeld met 3,6 procent gestegen ten opzichte van 2023. Deze stijging blijft achter bij de gemiddelde cao-loonstijgingen en de  tariefstijging van (praktisch geschoolde) zzp’ers. Voor 2025 wordt een beperkte tariefstijging verwacht, tussen de 1 en 1,5 procent. Dit blijkt uit de nieuwste Talent Monitor van arbeidsmarktdata specialist Intelligence Group en HR tech dienstverlener HeadFirst Group. 

Tariefontwikkeling blijft achter bij cao-lonen 

Volgens cijfers van het CBS bedroeg de gemiddelde loonsverhoging in cao’s in 2024 6,6 procent, dat is aanzienlijk meer dan de gemiddelde tariefstijging van 3,6 procent voor hoogopgeleide zzp’ers en gedetacheerden. Het gemiddelde uurtarief van een hoogopgeleide zzp’er ligt  momenteel op €99,65. De tariefstijging van (praktisch  geschoolde) zzp’ers kwam met 6,5 procent hoger uit. 

“De lichte stijging van de uurtarieven in 2024 is te verklaren door een krimpende vraag en groter aanbod van zzp’ers, de dalende inflatie en de effecten van de (aankondiging) van de handhaving op de wet DBA”, zegt Geert-Jan Waasdorp,  directeur en oprichter van Intelligence Group. “Omdat de arbeidsmarkt naar verwachting iets minder schaars zal worden in  2025, rekenen we op een matige groei van de gemiddelde tarieven van 1 tot 1,5 procent. Door de eisen van vakbonden,  zullen de verschillen in de stijgingen tussen loondienst en zzp’ers in 2025 verder toenemen.” 

Vraag naar flexibel talent onverminderd hoog 

Waasdorp merkt op dat, ondanks een lichte groeivertraging op de arbeidsmarkt en een afname van het aantal openstaande vacatures, de schaarste aan flexibel werkenden aanhoudt. “Zzp’ers worden gemiddeld 16 keer per jaar benaderd voor een nieuwe opdracht, wat illustreert hoe groot de vraag naar flexibel talent blijft”, aldus Waasdorp.  

Marion van Happen, CEO van HeadFirst Group, vult aan: “De arbeidsmarkt blijft krap en daardoor heeft talent nog altijd de regie. Ondanks de voortdurende discussie en handhaving rondom de wet DBA, blijft de keuze voor zelfstandig  ondernemerschap populair. Zzp’ers kiezen hun eigen pad, gedreven door vrijheid en flexibiliteit. Bedrijven die  hoogopgeleide professionals willen aantrekken, moeten zich aanpassen aan de realiteit van een flexibele arbeidsmarkt en  strategieën ontwikkelen om zowel vast als flexibel talent aan zich te binden.” 

Meer inzichten in de tariefontwikkelingen van professionals over 2024 en in 2025? Download de Talent Monitor op de website van HeadFirst Group

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Uurtarieven zzp’ers en gedetacheerden bleven ook in 2024 achter bij cao-lonen

Slechts 26 procent van CEO’s denkt voorbereid te zijn op geopolitieke spanningen

Slechts 26 procent van alle CEO’s en commissarissen wereldwijd verwacht dat hun organisatie in het aankomende jaar succesvol het hoofd kan bieden aan de gevolgen van geopolitieke spanningen, zoals een eventuele handelsoorlog en/of hogere in- en uitvoertarieven. 

Dit blijkt uit de jaarlijkse CEO & Board Confidence Monitor, uitgevoerd door executive search en leadership consultancy firma Heidrick & Struggles onder 930 CEO’s en commissarissen wereldwijd. Een ander belangrijk aandachtsgebied is kunstmatige intelligentie (AI), zo verwacht slechts een derde van alle ondervraagden dat hun organisatie de uitwerking hiervan in 2025 met goed gevolg kan managen.

Geopolitieke spanningen

De onzekerheid rond geopolitieke ontwikkelingen overschaduwt andere strategische prioriteiten. CEO’s en commissarissen noemen economische instabiliteit (58 procent) en geopolitieke spanningen (44 procent) als de meest urgente uitdagingen voor hun organisatie in 2025. Ten opzichte van een jaar geleden nam vooral het belang van cybersecurity (+8 procent), een veranderende marktdynamiek (+6 procent) en kunstmatige intelligentie (+5 procent) toe. 

“Hoge invoertarieven, groeiend isolationisme en handelsoorlogen creëren een klimaat van onzekerheid”, zegt Imke Lampe, Managing Partner van Heidrick & Struggles Nederland. “Het is wat dat betreft geen verrassing dat de ondervraagde CEO’s en commissarissen het meest onzeker zijn over het vermogen van hun organisatie om relatief recente uitdagingen, zoals geopolitieke spanningen en kunstmatige intelligentie het hoofd te bieden.”

Ook optimisme 

Ondanks deze uitdagingen zijn er ook positieve ontwikkelingen. Maar liefst 62 procent van de CEO’s en commissarissen is optimistisch over de prestaties van hun organisatie op het gebied van governance en maatschappelijk verantwoord ondernemen (CSR). Cybersecurity blijft een aandachtspunt, al oordeelt vijftig procent van de bestuurders goed in staat zijn het hoofd te bieden aan cyberrisico’s. 

Strategische doelen

Mede onder druk van eerdergenoemden uitdagingen verwacht maar liefst veertig procent van de ondervraagde CEO’s en commissarissen dat hun organisatie de strategische doelen voor 2025 niet gaat halen. Ook wat betreft het toekomstige succes van de organisatie zijn veel ondervraagden kritisch. Zo heeft slechts 53 procent van hen vertrouwen in het vermogen van hun organisatie om directieleden aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden.

Lampe: “In een snel veranderende wereld verliezen veel organisaties de lange termijn uit het oog. Een robuuste opvolgingsstrategie en het investeren in digitale vaardigheden zijn cruciaal voor de continuïteit van organisaties.”

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Slechts 26 procent van CEO’s denkt voorbereid te zijn op geopolitieke spanningen

‘Payroll is stabiele factor in onzekere flexbranche’

Payroll betere flexoptie

De uitzendbranche heeft het moeilijk. Niet alleen nemen de volumes af (zoals blijkt uit de ABU marktmonitor), per 1 januari 2026 komen daar ook nog eens hogere pensioenkosten bij.
Tegelijkertijd is er een kentering gaande in de markt. Tijdens en direct na de coronacrisis was er enorme krapte op de arbeidsmarkt. Voor bijna alle beroepen gold dat het moeilijk was voor bedrijven om aan personeel te komen. Daar hebben uitzendbureaus goed van kunnen profiteren. Nu zie je dat de krapte in bepaalde branches iets minder groot is. Organisaties merken dat het gemakkelijker is geworden om zelf personeel te vinden. Dat geldt zeker voor de branches waarin wij als Connexie actief zijn; horeca, leisure, retail en levensmiddelenindustrie.
Daarbij komt dat bedrijven steeds meer middelen krijgen om zelf de werving en selectie op zich te nemen; kijk naar de professionalisering van een vacaturesites, de moderne recruitmenttooling en de opmars van gebruiksvriendelijke dashboards. Zij hebben bureaus minder nodig. De rol van uitzenden bij überflex blijft – heel grote bedrijven hebben dat echt nodig – maar andere bedrijven, van MKB tot grotere, nemen de werving en selectie steeds meer in eigen beheer. Dat merken wij als payrollorganisatie. Steeds meer organisaties benaderen ons omdat zij niet meer voor uitzenden kiezen (vanwege de hogere kosten en omdat ze zelf de werving en selectie doen), maar wel ontzorgd willen worden als het gaat om verloning en het verleggen van (werkgevers)risico’s. Payroll is voor hen een gunstiger alternatief, een betere flexoptie.

Gespecialiseerde partijen in partnernetwerk

In de toekomst gaan we meer en meer toe naar sterke partnernetwerken, waarin zowel uitzender, payroller en opdrachtgever vanuit hun eigen specialisme een rol hebben. De verregaande specialisatie heeft al een boost gekregen met de komst van de WAB. Door de WAB stonden payrollers voor keuze: of ‘omkatten’ naar uitzenden of zich helemaal specialiseren in verloning en (juridisch) werkgeverschap om organisaties te ontzorgen. Puur payroll dus. En dat is wat Connexie doet.
Het Dosign-arrest – waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat een bonus ook deel uitmaakt van het loon van een uitzendkracht – geeft aan dat verloning nog complexer is geworden dan het al was. Steeds meer (loon)componenten zijn van belang in het uitzendregime. De technologie om alle componenten te kunnen verwerken vraagt om nog meer specialisatie, nog meer automatisering. “Onze rol als payroller is het bieden van een snel, efficiënt en kosteneffectief platform, waarin technologie een steeds grotere rol speelt. Met de opkomst van AI kunnen veel processen worden geautomatiseerd, waardoor payroll sneller en nauwkeuriger verloopt. Maar AI vervangt niet alles. Complexe of gevoelige situaties, zoals ziekte, verlof en rouw, vragen om menselijk inzicht en empathie. Werknemers willen soms meer dan alleen interactie met een bot – persoonlijk contact is simpelweg onmisbaar. Daarom combineren wij technologische innovatie met persoonlijke ondersteuning, zodat efficiëntie en menselijk contact hand in hand gaan.”

Verschuiving van zzp naar payroll

Ook in de zzp-markt is een flinke beweging gaande sinds de strengere handhaving van de Wet DBA per 1 januari jl. Zeker in de markten waarin Connexie actief is. Dat wordt onderschreven in de cijfers over de in- en uitstroom van zzp’ers die ZiPconomy en FlexNieuws hebben gepubliceerd. Dat zien we daadwerkelijk in de praktijk terug. Vrijwel elke opdrachtgever in de horeca, leisure, retail en levensmiddelenindustrie is eind vorig jaar begonnen met het afbouwen van het werken met zzp-platformen.
In de horeca was het bijvoorbeeld heel gebruikelijk om, naast vaste medewerkers, via zzp-platformen planningen in te vullen. Dat zien we verdwijnen. Heel veel bedrijven zijn momenteel aan het afschakelen van zzp-platformen. Die medewerkers worden nu op payroll-basis verloond.
Opdrachtgevers schrijven zich bij bosjes bij ons in om hun medewerkers op payroll-basis te laten werken. Voordeel voor de opdrachtgever is natuurlijk dat de kosten relatief laag blijven in vergelijking met zzp en dat  de opdrachtgever door het uitbesteden van het juridisch werkgeverschap geen risico’s meer loopt op boetes of naheffingen als gevolg van de handhaving van de Wet DBA.
Veel opdrachtgevers stoppen dus met de inzet van zzp’ers en stappen over op payroll. En veel zzp’ers volgen. Want ook zzp’ers zijn zich steeds meer bewust van het feit dat zij risico lopen op naheffingen. Voordeel van payrollen voor hen is daarnaast dat zij nog steeds op meerdere plekken kunnen blijven werken, hun flexibiliteit behouden en direct betaald krijgen.

Wet DBA is niet onderscheidend genoeg

Zzp zal anders worden dan voorheen. In de horeca is bijvoorbeeld vaak sprake geweest van schijnzelfstandigheid. Dat gaat veranderen. De strengere handhaving van de Wet DBA is op zich goed. Als iedereen gaat zzp’en moet je als wetgever duidelijkheid en bescherming bieden. En het is ook tegenstrijdig dat je als zzp’er voor een heel ander (hoger) uurtarief kan werken dan iemand in loondienst en daarvoor niet de juiste afdrachten voor doet.
Maar een belangrijke kanttekening die wij – en ook andere bureaus – plaatsen is dat het niet zo is dat zzp’en niet meer mogelijk is. Het moeilijke aan de wetgeving is dat je altijd moet toetsen of er sprake is van schijnzelfstandigheid of van een correcte vorm van freelance. Maar het is jammer dat de wetgeving zo complex is. Je moet telkens uitgaan van de persoonlijke situatie. Gebruikt de ingehuurde kok zijn eigen keukengerei of gebruikt hij die van een organisatie? Je moet elke case individueel ontrafelen. En dan maar afwachten of de Belastingdienst dat ook zo ziet.

Het is jammer dat de huidige wetgeving geen recht doet aan de echte zzp’er, de specialist die diverse opdrachten wil blijven doen. De echte zzp’ers – en de bureaus die hen bemiddelen – lijden hieronder. Want er is een verschil tussen echte zzp’ers en schijnzelfstandigen, maar deze wetgeving is niet onderscheidend genoeg. Opdrachtgevers en zzp’ers hebben duidelijkheid nodig. In bijvoorbeeld de retail en horeca is het wel duidelijk wanneer er sprake is van schijnconstructies, maar dat is lang niet overal zo. De huidige wetgeving ondervangt niet alles. “Een duidelijkere definitie van schijnzelfstandigheid en een branchegerichte aanpak zouden de Wet DBA effectiever maken.”

Zekerheid opdrachtgever en werkende bieden

Als payroller nemen wij de onrust in de markt weg. De payroller is juridisch werkgever en dat geeft de opdrachtgever en de werkende zekerheid. En wij bieden een oplossing om snel compliant te zijn zonder kostenverhogend te werken (omdat we een verwerkende functie hebben). Dankzij een heel efficiënt payrollplatform kunnen we bovendien hoge volumes verwerken, compliancy waarborgen en flexibiliteit bieden. Payroll is een stabiele factor in de onzekere flexbranche en Connexie is al 26 jaar een begrip in de payrollsector. Met de ambitie de komende jaren door te groeien – zowel organisch als door een buy and build-strategie- zullen we alleen maar sterker staan als payrollmerk. 

Lees ook: Rianne Koene (Connexie): “Payroll is iets positiefs, het zorgt voor goed werkgeverschap”

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Payroll is stabiele factor in onzekere flexbranche’

Minister houdt vast aan verbod op inhoudingen minimumloon voor huisvestingskosten

Minister Van Hijum wil niet afstappen van zijn wens voor een verbod op inhoudingen op het minimumloon voor huisvestingskosten. Dat maakte hij duidelijk in een debat in de Tweede Kamer. “Ik snap dat er nadelen zijn, maar uiteindelijk maak ik deze keuze. Er wordt op behoorlijke schaal misbruik van gemaakt, en dat valt niet goed te controleren.” De maatregel sluit volgens de minister ook aan bij het advies van de Commissie Roemer om wonen en werken te ontkoppelen.

Zowel de ABU als de NBBU uitte stevige kritiek op dit idee. Ze stellen dat het “Prijs-Kwaliteitssysteem”, net opgenomen in de uitzend-CAO, juist zorgt voor de gewenste transparantie.

Maar de minister zet zijn eerder aangekondigde plannen dus door en lijkt daar van de Kamer ook alle ruimte voor te krijgen.

Hij houdt ook vast aan een overgangsperiode van vijf jaar, ondanks dat hij er eigenlijk liever sneller van af, zo liet hij weten. Van Hijum wil werkgevers de tijd geven om aan de nieuwe situatie te wennen. Daarnaast is er ook tijd nodig om instrumenten te ontwikkelen voor betere huurbescherming voor arbeidsmigranten.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Reacties uitgeschakeld voor Minister houdt vast aan verbod op inhoudingen minimumloon voor huisvestingskosten