Maandelijkse archieven: januari 2025

“Paniek over inlenersbeloning nergens voor nodig”

Volgens de wet (Waadi) heeft een uitzendkracht recht op hetzelfde loon als werknemers van de inlener wanneer zij vergelijkbaar werk doen (de gelijke beloningsnorm). De vraag is vervolgens wat onder het begrip loon valt. De Hoge Raad boog zich vorig jaar over een zaak waarin een uitzendkracht diverse resultaatafhankelijke bonussen opeiste die werknemers in vaste dienst ook kregen. De Hoge Raad kende deze toe in het ‘Dosign-arrest’. Daarmee werd het begrip loon heel ruim uitgelegd, in lijn met de Uitzendrichtlijn en de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie.

Vakbonden FNV, CNV en De Unie maakten in een brief van 17 januari uitzendbureaus van ABU en NBBU attent op dit arrest van de Hoge Raad. Volgens de bonden heeft het tot gevolg dat uitzendbureaus op dit moment mogelijk te weinig betalen. Volgens hen moet worden onderzocht of bovenop de ‘inlenersbeloning’ extra beloningscomponenten worden toegekend. Het gaat dan bijvoorbeeld om resultaatafhankelijke- en prestatiebonussen. Maar ook om vakantiedagen boven de 25 cao-vakantiedagen en eventuele secundaire arbeidsvoorwaarden.

Uitzend-cao

Volgens arbeidsrechtadvocaat Jasper van der Voet, van Pellicaan Advocaten, zal het zo’n vaart niet lopen. Het ging in het Dosign-arrest namelijk om een detacheerder die de gelijke beloningsnorm uit de Waadi moest passen, en niet de inlenersbeloning in de uitzend-cao. Maar de brief is gericht aan uitzendbureaus die lid zijn van NBBU en ABU. En voor hen heeft het arrest nu juist géén consequenties, zegt hij.

In de Waadi is namelijk de mogelijkheid opgenomen om bij cao af te wijken van de gelijke beloningsnorm (artikel 8 lid 4). In de uitzend-cao is dat gedaan door in een limitatieve opsomming op te nemen over wat er onder de inlenersbeloning valt. Zo valt een prestatiebonus in sommige gevallen onder de inlenersbeloning, maar alleen als het een eenmalige uitkering betreft. Vakantiedagen vallen niet onder de inlenersbeloning

Volgens de bonden is de cao voor uitzendkrachten in strijd met de wet gekomen. Zij wijzen daarbij op Europese jurisprudentie (Timepartner) dat je alleen bij cao mag afwijken als nadelige gevolgen van dergelijke afspraken voor uitzendkrachten volledig worden gecompenseerd.

Maar volgens Van der Voet is het veel te vroeg om die conclusie nu al te trekken. ‘Artikel 8 lid 4 Waadi lijkt inderdaad niet in lijn met Europese jurisprudentie, maar tegelijkertijd is het wel gewoon Nederlandse wetgeving, waar je als werkgever op mag afgaan.’ Hij geeft uitzendbureaus dan ook het advies om voor nu nog niet te reageren op de brief. ‘De wet is duidelijk en zolang je je als werkgever aan de uitzend-cao en de wet houdt, zit je goed.’ Maarten Tanja kwam eerder in Flexnieuws tot dezelfde conclusie. 

Flexwet

Wel kan het zijn dat de wet in de toekomst aangepast moet worden, voorziet hij. ‘Maar daarvoor moeten de bonden nu niet bij de werkgevers aankloppen. Daarvoor moet je bij de overheid zijn.’

In het Wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers, dat nog niet is behandeld in de Tweede Kamer, wordt de ruimte voor afwijking bij cao beperkt. Dat mag alleen nog via de uitzend-cao als het totaal van deze arbeidsvoorwaarden ten minste gelijkwaardig is. Afwijking van een loonelement moet je dus compenseren binnen het totaal aan loon- en overige vergoedingen en niet met andere ‘overige’ arbeidsvoorwaarden. ‘Dat gaat dus verder dan de limitatieve opsomming zoals die nu in de uitzend-cao is opgenomen’, zegt Van der Voet.

Lees ook: ABU en NBBU over vastgelopen CAO-overleg: ‘we willen praten over zorgvuldige invoering van gelijke arbeidsvoorwaarden’

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor “Paniek over inlenersbeloning nergens voor nodig”

Personeelstekort binnen de kinderopvang nijpend: ‘De opvang loopt tegen grenzen aan’

Van de kinderopvanglocaties heeft ruim 70 procent een wachtlijst. Bij één op de drie kinderdagverblijven geldt dat zelfs voor alle dagen. Ook bij de buitenschoolse opvang is het druk: bijna 62% heeft een wachtlijst. Dit blijkt uit een onderzoek van Nationale Vacaturebank. De vraag naar personeel is in de sector erg groot. Voor elke vier vacatures die openstaan is er slechts één werkzoekende beschikbaar. 

“Voor de opvang kun je spreken van een gespannen arbeidsmarkt. Dit is de belangrijkste reden voor de vaak lange wachtlijsten. Dit heeft weer invloed op de participatie op de gehele Nederlandse arbeidsmarkt. Het is een beetje een kip en het ei verhaal. Bij een gebrek aan plaatsen op de kinderopvang of de naschoolse opvang zal er door vaders en moeders getwijfeld worden om meer uren te gaan werken. Deze handjes hebben we alleen wel nodig op de huidige krappe arbeidsmarkt. Vooral in de Randstad is dit een probleem”, zegt Suzanne van Malsen van Nationale Vacaturebank.  

Wachttijden het langst in grote steden

Uit het onderzoek blijkt dat gemiddeld 71% van de kinderopvang een wachtlijst heeft voor één of meerdere dagen. Bijna 4 op de 10 ouders moeten meer dan een maand wachten voordat hun kind überhaupt bij een kinderdagverblijf terecht kan. Een dikke 15% staat nog langer op de wachtlijst: minimaal 3 maanden. 

Bij de buitenschoolse opvang (BSO) is het probleem iets minder nijpend. Ruim 6 op de 10 BSO’s heeft een wachtlijst. Bij 1 op de 4 wachten ouders een maand voordat hun kind terecht kan. Bij zo’n 12% is dit zelfs langer dan 3 maanden wachten. Vooral in de grote steden zijn de wachtlijsten lang. 

Vraag naar medewerkers fors toegenomen

In vijf jaar tijd is de vraag naar nieuwe medewerkers voor zowel het kinderdagverblijf als de buitenschoolse opvang sterk gegroeid. Er zijn sinds 2019 maar liefst 29.000 nieuwe banen bijgekomen. Dit komt mede doordat kinderen steeds meer tijd doorbrengen op de opvang: in deze periode is het aantal opvanguren gestegen met 26%. Het aantal openstaande vacatures is in dezelfde tijd verdubbeld van 3.600 naar 7.500. In de kinderopvang zijn er momenteel in totaal zo’n 131.500 banen. 

“In de opvang branche is het erg moeilijk om aan de gestegen vraag te voldoen. Het is al jaren overheidsbeleid om Nederlanders te stimuleren om meer te gaan werken, maar de opvang loopt tegen zijn grenzen aan. Voor elke vier vacatures die openstaan is maar één werkzoekende beschikbaar. De tekorten zullen waarschijnlijk verder stijgen als de overheidsplannen doorgaan om de opvang geheel gratis te maken”, legt Van Malsen van Nationale Vacaturebank uit.   

Lees het onderzoek van de Nationale Vacaturebank hier.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Personeelstekort binnen de kinderopvang nijpend: ‘De opvang loopt tegen grenzen aan’

PageGroup zakt in Q4 verder weg in Nederland

Medio oktober publiceerden wij voor het eerst de PageGroup-kwartaalcijfers, met de kanttekening dat de groep een ietwat vreemde eend in de flex-bijt is: uitzenden, detacheren en zzp-bemiddeling (Temporary, Temp) zijn relatief onbelangrijk voor de groep, goed voor minder dan een derde van de totale mondiale brutomarge. Permanent (Perm, recruitment voor vast) is goed voor 70%; bij Randstad is dat ongeveer 16% – de business- en verdienmodellen verschillen dus aanzienlijk. Maar omdat PageGroup als eerste beursgenoteerde corporate z’n kwartaalcijfers publiceert, is het toch interessant om te bekijken hoe het ze is vergaan.

Gecorrigeerd voor wisselkoersen, werkbare dagen en dergelijke, is de totale mondiale brutomarge in Q4 met -13,0% gekrompen ten opzichte van een jaar eerder; over het hele jaar 2024 was dat -12,9%. Daarbij is Permanent (recruitment voor vast) gekrompen met -12,5% en Temporary iets sterker, met -14,2%.

Bij de “echte flex-divisie” Page Personnel kwam 45% van de brutomarge van Perm en 55% van Temp; zowel Perm als Temp lieten flinke krimpcijfers van rond de -25% zien.

Bij MichaelPage ging dat er wat anders aan toe: de Perm-marge werd net geen -10% kleiner, de Temp-marge (overigens goed voor maar 22% van de totale MichaelPage-marge) werd maar net iets meer dan -1% kleiner.

Frappant: de marge-krimp zat bij PageGroup dus vooral op de lagere niveaus, waar volgens de groep ook de bekendere staffing corporate zoals Randstad, Adecco Group en ManpowerGroup zitten.

Meer krimp in EMEA

In de EMEA-regio (Europa, Midden-Oosten en Afrika), die in Q4 goed was voor 55% van de groeps-marge, kromp de bruto marge met -15,9% naar 107,5 miljoen pond. Michael Page zag er een krimp van -13%, Page Personnel van -21%. Temp deed er -19%, Perm -14%.

Frankrijk en Duitsland waren samen goed voor de helft van de EMEA-marge en lieten beide serieuze krimpcijfers zien.

Sterke krimp in Nederland

Maar in Nederland ging de marge nog harder onderuit: -27%, na ook al -23% in Q3 en -20% in Q2. Nederland is nog goed voor zo’n 5% van de mondiale bruto marge van de PageGroup. Over de verhouding Temp/Perm in Nederland is niets bekend, dus wat die enorme marge-krimp betekent in termen van omzet, is niet exact te zeggen, maar die zal niet heel veel afwijken van het gemelde percentage.

Om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van de PageGroup in Nederland ten opzichte van de rest van de groep en van de Nederlandse flexbranche, hebben we de volgende grafiek opgesteld. Omdat recruitment (Perm) in een recessie nog harder wordt geraakt dan uitzenden en detacheren, en dan veel harder krimpt, en vervolgens veel harder herstelt, zijn de marge-curven op de rechter-as met een andere schaal afgezet. Ook is ter vergelijking de marge-ontwikkeling van de Randstad-groep (dus niet de omzet-ontwikkeling!) opgenomen.

De Nederland-cijfers van de PageGroup van een flink aantal jaren ontbreken, maar liggen zo te zien doorgaans iets onder de Benelux-/België-cijfers (de rode curve). De cijfers van PageGroup NL zijn flink negatief en zitten nog steeds in een negatieve trend.

Gelukkig valt ook uit de grafiek op te maken dat de cijfers van PageGroup NL de afgelopen twee jaar niet zoveel lijken te zeggen over de ontwikkelingen van de ABU-leden, de VvDN-leden en de totale Nederlandse flexbranche.

De komende weken volgen er weer veel meer Q4-cijfers.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor PageGroup zakt in Q4 verder weg in Nederland

Ministerie SZW gaan zelf eenheid opzetten voor toelastingsstelsel uitzendbureaus

Binnen het ministerie van SZW komt een nieuwe eenheid die gaat bepalen of uitzendbureaus worden toegelaten tot de markt voordat ze personeel uitlenen. Dat schrijft minister Van Hijum in een brief aan de Tweede Kamer. De minister heeft daarmee een oplossing gevonden voor het feit dat Justis eerder aankondigde het register, gekoppeld aan de Wet TTA, niet te kunnen uitvoeren.

Daardoor is de invoering van de wet vertraagd, maar de wet wordt binnenkort wel behandeld in de Tweede Kamer.

Als de Wet TTA wordt aangenomen, mogen alleen toegelaten bureaus personeel uitlenen. Doel is het voorkomen van misstanden in de uitleensector en met name uitbuiting van arbeidsmigranten. De nieuwe Toelatende Instantie (TI) zal namens de minister besluiten nemen over of een uitzendbureau wordt toegelaten op de markt. Ook kan deze instantie uitzenders schorsen en een toelating intrekken bij ernstige misstanden.

Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: “Ik ben blij dat we deze stap vooruit nu kunnen zetten. Dit is noodzakelijk om misstanden in de uitzendsector effectiever aan te pakken. Veel misstanden komen door malafide uitzendbureaus en hun inleners die een verdienmodel hebben gemaakt van onderbetaling van arbeidskrachten en het aanbieden van ondermaatse huisvesting. Het is een ‘race naar de bodem’ die ervoor zorgt dat bedrijven die zich netjes aan de wet houden, weggeconcurreerd worden door degenen die dat niet doen. Met deze wet kunnen we eindelijk de rotte appels er beter tussenuit halen.”

Het ministerie schat in dat er 15.000 aanvragen tot toelating zullen worden gedaan en 3.200 aanvragen tot ontheffing.

De brief van de minister komt een dag nadat het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) met stevige kritiek op het ministerie van SZW kwam, dat in haar ogen te veel en matige wetten uitvaardigt. Daarin wordt met name ook naar de Wet TTA verwezen.

Zorgen over kosten

In de Tweede Kamer zijn er zorgen over de kosten waar uitleners mee geconfronteerd worden. Van Hijum probeert die zorgen in zijn brief weg te nemen door wijzen op het feit dat in de wet staat bepaald dat bij de uitlener niet meer kosten in rekening mogen worden gebracht, dan die worden gemaakt voor de uitvoering van het stelsel. “Als in de praktijk blijkt dat inspectie-instellingen ongerechtvaardigd hoge tarieven hanteren voor hun diensten, biedt het wetsvoorstel een grondslag om deze tarieven bij ministeriële regeling te maximeren,” aldus Van Hijum.

ABU : Ondernemers hebben snel meer duidelijkheid nodig

De ABU laat in een reactie weten positief te staan over de onderbrenging van de Toelatende Instantie bij SZW, waardoor alle taken centraal en bij één organisatie worden uitgevoerd. Ook staat de ABU achter de belofte van de minister dat de wet geen dag later in werking zal treden dan op een zorgvuldige manier mogelijk is. Tegelijkertijd dringt ABU-directeur Jurriën Koops aan op meer duidelijkheid voor ondernemers: “Het zou goed zijn als de minister in het voorjaar met een concrete invoeringsdatum komt, zodat ondernemers zich tijdig kunnen voorbereiden op het toelatingsstelsel.”

De ABU vindt het – net als de minister – belangrijk dat er een robuuste uitvoeringsorganisatie komt. Koops benadrukt: “Het is goed dat de minister de complexe taak van de TI erkent en wil voorkomen dat fouten van bonafide uitleners niet onevenredig grote gevolgen hebben voor hen en hun werknemers.” Wel uit de ABU kritiek op de onduidelijkheid rondom de kosten voor uitleners. “De huidige berekeningen bieden nauwelijks inzicht in de kosten en bevatten te veel onzekerheden. De ABU mist op dit punt een concrete ambitie van de minister en roept op tot meer helderheid over de termijn waarop uitleners weten waar ze aan toe zijn.”

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Ministerie SZW gaan zelf eenheid opzetten voor toelastingsstelsel uitzendbureaus

Passend laatste kwartaal voor uniek traag herstellende ABU Marktmonitor

Het blijft eentonig: in het vierde kwartaal zijn de uren van de ABU Marktmonitor maar een beetje minder gedaald dan in de voorgaande drie kwartalen. Omdat de tariefstijgingen nu wat minder hoog waren, is de omzet wéér wat minder gekrompen. Er is nog steeds geen zicht op het einde van deze enorm lange pauze, maar met nu wel één lichtpuntje.

De fletse feiten

Na de ABU-cijfers over periode 13 kan de uitzend-balans van het vierde kwartaal en van het hele jaar worden opgemaakt. Het totale aantal uitzenduren in de ABU Marktmonitor is in het vierde kwartaal gekrompen met -6,0% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat was toch weer wat minder krimp dan in de voorgaande kwartalen. De totale omzet deed nog -0,9% (jaar op jaar) en dus steeg het gemiddelde uurtarief weer wat minder, met nog “maar” +5,5%. Over het hele jaar 2024 kwam de urenkrimp daarmee op -7,7%, de omzetkrimp op -1,3% en de tariefstijging op +7,0%.

Historische traagheid, want fundamentele veranderingen

In de rode cirkel in de grafiek is te zien dat de uren nog zijn gekrompen terwijl de economie alweer groeide. Dat is nog nooit gebeurd! Wat is er aan de hand? Daarvoor moeten we weer inzoomen op de drie beroepsgroepen. De verschillen daartussen zijn gedurende het hele jaar 2024 steeds een beetje groter geworden: de Indu-uren gaan met een kleine versnelling richting groei, de Tech-uren zijn vooral harder gaan krimpen, en de Admin-uren leken van gigantische krimp naar wat minder gigantische krimp te “herstellen”, maar in het vierde kwartaal is die beweging toch weer gekeerd.

Vanwaar die steeds groter wordende “ondergrondse” verschillen?

Herstel, schaarste respectievelijk digitalisering

In het vierde kwartaal van 2024 krompen de Indu-uren met nog maar -0,6% ten opzichte van een jaar eerder, en in periode 13 (de laatste van de drie van het vierde kwartaal) was er met +1,2% zelfs voor het eerst sinds ruim twee jaar weer groei. Het langzaam naar de oppervlakte zwemmen van de Indu-uren is heel goed te verklaren met de ontwikkeling van de handel binnen de Eurozone (Euro Area, EA in de grafiek hieronder). Onze industrie is sterk afhankelijk van de export, en die gaat voor driekwart naar landen binnen Europa – en hun handel stijgt voetje voor voetje naar de nullijn. Het afgeleide producentenvertrouwen staat al een paar kwartalen in de plus. En de inkoopmanagersindex (de Purchase Managers Index, PMI) lijkt ook weer de weg terug te hebben gevonden.

 

Al met een mooi Indu-plaatje dus.

De investeringen trokken in het vierde kwartaal van 2024 volgens het CBS weer serieus aan (+4,3% in okt-nov), en dat in combinatie met de weer wat groeiende economie, is voor de Tech-werkgelegenheid natuurlijk goed nieuws. “Vroeger” ontplofte dan de vraag naar Tech-uitzendkrachten, wat duidelijk in de betreffende grafiek hiervoor zichtbaar is. Maar werkgevers in de industrie, in de bouw, in de installatie en andere sectoren waar technici werken, hebben al jaren – om niet te zeggen: decennia – te maken met schaarste van goede kandidaten. Dat heeft steeds meer tot gevolg dat zij geschikte kandidaten liever aan zich willen binden in plaats van ze in te huren. Die ontwikkeling was de afgelopen decennia telkens zichtbaar bij een economie die al een poosje in een hoogconjunctuur verkeerde, maar nu dus zelfs bij een laagconjunctuur en een voorzichtig herstellende economie. Ook gaan steeds meer technici werken als gedetacheerde of (nog vaker) zzp’en; op een krappe arbeidsmarkt is dat voor technici erg aantrekkelijk. Krapte leidt al met al tot druk op de uitzenduren in Tech.

Bij de Admin uren is de verklaring, zoals al eerder beschreven, totaal anders. Werk waar voorheen uitzendkrachten voor werden ingehuurd, met name op lager niveau, verdwijnt door digitalisering en offshoring. De toenemende mogelijkheden van robotic process automation (RPA) en kunstmatige intelligentie (AI) en de Global Capability Centres in India en dergelijke zetten dit type uitzendwerk al jaren onder druk. Bij het UWV staat de functie van Administratief medewerker al een paar jaar te boek als Overstapberoep.

Iets minder sterke, maar toch nog flinke tariefstijgingen

De totale omzet in de ABU Marktmonitor kromp met -0,9% ten opzichte van het vierde kwartaal van vorig jaar. Dat impliceert dus: nog steeds een flinke stijging van het gemiddelde uurtarief van +5,5%. Het gemiddelde Indu-uurtarief werd nu +5,8% hoger, het gemiddelde Tech-uurtarief +6,1% en het gemiddelde Admin-uurtarief liefst +9,9%. Hierbij vallen nog steeds in ieder geval deze twee dingen op:

  • Hoe kan de totale uurtariefstijging lager zijn dan alle samenstellende delen? Dat heeft te maken met de niet-gepubliceerde Medic-uren en -omzet – daar was de tariefstijging aanzienlijk kleiner;
  • Hoe kan het Admin-uurtarief zo sterk stijgen, terwijl die uren zo duidelijk veel minder populair worden? Dat is mogelijk een gevolg van het relatief snel wegvallen van de goedkoopste Admin-uren.

De nog steeds stevige tariefstijgingen lijken nu – na eerst de enorme duwkracht van de gigantische inflatie van 2022 en daarna de sterke stijging van het WML – veroorzaakt door de cao-stijgingen, via de inlenersbeloning. Die, op hun beurt, worden gestuwd door de inflatie, die via de dienstensectoren sterk gerelateerd is aan de loonstijgingen – klinkt als een al dan niet potentiële loon-prijsspiraal.

 

Verwachtingen voor 2025

In mijn uitvoerige vooruitblik beschreef en onderbouwde ik mijn verwachtingen voor dit nog behoorlijk verse jaar. Er is nog geen aanleiding om die verwachtingen aan te passen: “De flexbranche-uren blijven in die ongunstige constellatie krimpen, met -3,0% ten opzichte van 2024. De flexbranche-omzet (die veel groter is dan die in de ABU Marktmonitor, met een wat andere dynamiek) blijft wat groeien, vanwege een verdere gemiddelde tariefstijging, met +3,5%. In 2026 wordt het dan allemaal wat beter. En dan wordt in 2027 de krapte x drukte op de arbeidsmarkt weer te groot.” Nu eerst maar eens de eerste 2025-feiten van de volgende ABU Marktmonitor afwachten – als het een beetje wil, groeien de Indu-uren en worden de Tech- en de Admin-krimp iets kleiner. Het gemiddelde uurtarief zal weer even wat harder kunnen stijgen, vanwege de WML-verhoging, en dus, vooral op de Indu-schouders … eindelijk wat omzetgroei in de ABU Marktmonitor.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Reacties uitgeschakeld voor Passend laatste kwartaal voor uniek traag herstellende ABU Marktmonitor