Maandelijkse archieven: december 2024

Annabelle Hagoort, CEO van Acture Nederland: ‘Adequate verzuimbegeleiding hoort bij goed werkgeverschap’

Acture is 16 jaar geleden ontstaan als oplossing voor Eigenrisicodragers (ERD) in de flexbranche. In al die tijd is een schat aan data opgebouwd rondom verzuim in de uitzendbranche. “Dat inzicht door data is de manier op grip te krijgen op verzuim. En dat is de basis voor betere marges van uitzenders”, stelt Annabelle Hagoort, CEO van Acture Nederland.

Naast bedrijven in andere sectoren, heeft Acture inmiddels een kleine 200 uitzendorganisaties als klant, variërend van groot (Olympia, RGF Staffing) tot kleinere uitzendorganisaties. Als private uitvoerder sociale zekerheid verzorgt Acture voor hen de loondoorbetaling bij ziekte en de uitvoering van Ziektewet en WGA.

Grip door data

Er vindt jaarlijks altijd een verschuiving plaats van publieke verzekering (UWV) naar private verzekering (ERD) en vice versa. Een hoge premie bij het UWV doet uitzenders eerder overstappen naar privaat en het tegenovergestelde geldt ook. Toch ziet Hagoort een trend: het aandeel privaat is veel groter dan het publiek verzekerde deel. En dat aandeel neemt toe. Haar verklaring: “Marges van uitzenders staan onder druk en kosten van ziekte doen een heel groot beslag op die marge. Daarom is verzuim een topic geworden aan de directietafel. Uitzenders willen meer grip krijgen op verzuim om de marge te kunnen beïnvloeden. Dat begint met inzicht in data en dat is wat wij hen bieden: voorspelbaarheid en de mogelijkheid de trend naar steeds hoger ziekteverzuim te keren.”

Verschil in verzuimbegeleiding

En het gaat niet alleen om premieschommelingen volgens Hagoort. “Misschien betalen zij bij het UWV vanaf 1 januari 2025 wel weer een lagere premie, maar zij raken dan wel het zicht op en het contact met de zieke werknemer kwijt. Zeker in een krappe arbeidsmarkt waarin uitzenders mensen aan zich willen binden, hebben zij belang bij goede verzuimbegeleiding.”
Want daarin is volgens haar een groot verschil tussen publiek en privaat. “UWV heeft een behoorlijke uitdaging als het gaat om verzuimbegeleiding. Dat is in de private markt wel anders. Zo hebben wij als Acture vanaf dag 1 en gedurende de eerste week contact met de zieke werknemer via een digitale casemanager. Vervolgens hebben onze casemanagers op het juiste moment (met interventie gelieerd aan verzuimoorzaak) contact met hen. Wij laten een zieke medewerker niet los en werken samen aan de kortste route naar duurzaam herstel. Adequate verzuimbegeleiding hoort bij goed werkgeverschap.”

Wij laten een zieke medewerker niet los en werken samen aan de kortste route naar duurzaam herstel

Mentale weerbaarheid

Zorgelijk noemt Hagoort dat gebrek aan mentale weerbaarheid een belangrijke oorzaak van verzuim is geworden. “Belangrijkste oorzaak is nog altijd het fysieke gestel – denk aan zwaar werk, veel tillen – maar mentale gezondheid komt daar al snel achteraan.” Een mogelijke verklaring: “De jongere generatie staat onder druk, door woningnood, inkomensonzekerheid, social media. En dat geldt ook voor arbeidsmigranten. En dan is er nog een doelgroep – waar uitzenders veel mee te maken hebben – die kampen met schuldsanering of elke maand net tekort komen.”
De dienstverlening van Acture is erop gericht een uitzendkracht die zich door fysieke, mentale of financiële problemen (of een combinatie daarvan) ziek meldt, tijdig te ondersteunen, stelt Hagoort. “Soms komt iemand er even niet uit. Door adequate begeleiding kun je uitval wellicht voorkomen of iemand die uitvalt snel weer richting duurzaam herstel helpen.”

Toegevoegde waarde uitzenden onderschat

Verzuimbegeleiding in de uitzendbranche is zelfs van groot maatschappelijk belang.  “Als een uitzendkracht helemaal uitvalt, valt een grote groep daarvan terug naar bijstandsniveau. Dat heeft ook maatschappelijke impact. En het politieke streven naar minder flex en meer vast is niet de oplossing volgens Hagoort. “Daarmee wordt de uitzendbranche tekort gedaan. Er zijn er heel veel mensen die via uitzendwerk in dienst kunnen treden bij werkgevers. De uitzendbranche biedt dus heel veel toegevoegde waarde. Dat wordt onderschat”, stelt Hagoort. “Flexibele arbeid brengt een complexiteit met zich mee. Het is belangrijk de juiste begeleiding in te zetten voor duurzame terugkeer naar het arbeidsproces. En nog veel beter is het om te investeren in fysieke, mentale en financiële fitheid van uitzendkrachten om uitval te voorkomen.”

Inzet op preventie

“Simpel gezegd, het gaat erom te voorkomen dat medewerkers ziek worden en, als ze toch uitvallen, dat zij zo gauw mogelijk weer richting duurzaam herstel gaan. Omdat we ons inzetten voor een gezonde en vitale werkvloer, hebben we platform Evermood gelanceerd. Ingegeven door onze eigen data en analyses biedt Evermood tal van artikelen, tools, trainingen, coaching en andere selfcare-oplossingen voor medewerkers die kampen met bovengenoemde mogelijke verzuimoorzaken. Want in de filosofie van Acture gaat voorkomen van verzuim ook verder dan alleen investeren in de fysieke gezondheid van medewerkers. Ook mentale en financiële gezondheid dragen daaraan bij, net als investeren in carrièrefitheid.”
Goed werkgeverschap betekent volgens Hagoort dus zowel investeren in de voorkant (zorgen voor een gezonde werkvloer, er alles aan doen om uitval door ziekte te voorkomen) en de achterkant (als iemand ziek is, snel adequate verzuimbegeleiding bieden). “Evermood beïnvloedt bij actief gebruik betrokkenheid van medewerkers, wat zorgt voor een betere binding tussen uitzender en flexkrachten en daling van verzuim.”

Als wij terug kunnen naar het verzuimpercentage van vóór corona, dan zou een deel van het krapteprobleem al zijn opgelost

Duurzame match

“Ook op langere termijn blijft de krapte op de arbeidsmarkt door vergrijzing en het hoge verzuim boven de markt hangen. Daarom is ons er alles aan gelegen verzuim te voorkomen en terug te dringen.” Mentale weerbaarheid is een maatschappelijk thema geworden, stelt zij. “Als wij terug kunnen naar het verzuimpercentage van vóór corona (3 – 3,8%), dan zou een deel van het krapteprobleem al zijn opgelost.” Dat het verzuim na de coronacrisis zo hoog is gebleven komt volgens haar vooral door uitval met een mentale oorzaak. En daar is zeker wat aan te doen. “Met een goede methodologie, aandacht voor het individu en focus op wat wel kan (welke baan wel geschikt is voor iemand?), kan de uitzendbranche een heel belangrijke rol spelen.”

Het kabinet zou naar de mening van Hagoort wel wat meer mogen meedenken. “Kleine uitzendondernemers hebben het moeilijk door een hoge regeldruk. En de overheid wil subsidiemaatregelen zoals loonkostenvoordelen verminderen. Dat is jammer, want daarmee neem je de stimulans weg om iemand met afstand tot de arbeidsmarkt tot de werknemerspopulatie te rekenen. “Wij pleiten er juist voor om daarin volop te investeren. Werkgevers, maar zeker ook uitzenders, kunnen daar bij uitstek goed gebruik van maken.” Uitzenders kunnen volgens haar namelijk als geen ander maatwerk-oplossingen bieden om medewerkers te laten re-integreren en bijdragen aan een duurzame match. “We kunnen problematiek rondom krapte en verzuim niet oplossen door van collega’s een hogere productiviteit te vragen. We zullen andere maatregelen moeten nemen en naar duurzame interventies moeten kijken.

Mensgerichte uitzenders

Hagoort is ervan overtuigd dat uitzenders toegevoegde waarde kunnen bieden door goede verzuimbegeleiding. “Als de uitzender verzuimmanagement effectief organiseert drukt dit niet alleen de kosten, het biedt ook onderscheidend vermogen door goed werkgeverschap. Het gaat om de vraag ‘hoe wil ik erkend en herkend worden door klanten en flexkrachten?’ Het is een manier om uitzendkrachten te binden en te boeien, engagement te verhogen, zorgen dat zij voor jou kiezen. Ik geloof dat de mensgerichte uitzenders, die zich inzetten voor een gezonde en vitale werkvloer, het gaan winnen in de toekomst.”

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Annabelle Hagoort, CEO van Acture Nederland: ‘Adequate verzuimbegeleiding hoort bij goed werkgeverschap’

Kamerdebat over nieuwe toelatingsstelsel WTTA: alvast aan de gang met bestaande keurmerken

Kan het niet sneller, was de teneur van het debat in de Tweede Kamer over de invoering van het toelatingsstelsel. In oktober 2024 werd de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) voor de tweede keer uitgesteld.

De Wtta lag al bij de Tweede Kamer toen bleek dat screeningsautoriteit Justis niet in staat was het stelsel te kunnen beheren. Een Toelatende Instantie (TI) moet uitvoering gaan geven aan de wet, ofwel de toelatingen van intermediairs officieel verlenen. Minister van Hijum vertelde de kamer dat de rol van de toelatende instelling hoogstwaarschijnlijk binnen het ministerie zelf komt te liggen. Hij geeft daar in januari 2025 uitsluitsel over.

In de Tweede Kamer leeft breed de vraag of de uitvoeringsinstantie eerst in zijn geheel moet staan en dat daarna de wet wordt behandeld of dat dit opgesplitst kan worden. Op die manier kan de wet mogelijk eerder behandeld worden. Thierry Aartsen (VVD) vindt dat bijvoorbeeld een aantrekkelijk idee, maar verlangt van de minister wel waarborgen over de kosten die worden doorberekend aan bedrijven, en de omvang van controles. De minister belooft in januari zo veel mogelijk informatie over de uitvoering te delen, inclusief waarborgen om de leges beheersbaar te houden.

In de tussentijd: alvast aan de gang

Nu de wet is uitgesteld, roepen bijna alle fracties in de Tweede Kamer de minister op om in de tussentijd alvast stappen te ondernemen. Van Hijum onderzoekt diverse maatregelen, zoals een uitzendverbod en een minimumpercentage werknemers in eigen dienst. Hij hoopt daar begin 2025 mee naar de Kamer te komen.

Met het verhogen van de boetes – een andere wens van de kamer – is de eerste stap gezet: de differentiatie. Daarmee wordt meer onderscheid gemaakt naar het soort overtreding: tussen kwaadwillende bedrijven en goedwillende bedrijven die een kleine misstap begaan. Maar dat is niet genoeg, benadrukt de minister. “We willen dat verdienmodel echt onaantrekkelijk maken, dus de boetes zullen verder omhoog moeten.” De onderbouwing daarvan verwacht hij begin volgend jaar aan te leveren.   

Een zorg- of vergewisplicht voor werkgevers ten aanzien van een correcte registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) is een wens van de NSC. Wytske Postma: “Werkgevers zijn de enigen die arbeidsmigranten gegarandeerd zien. Zij moeten daarin hun verantwoordelijkheid nemen”.

Van Hijum heeft eerder deze week in een kamerbrief laten weten er nog niet uit te zijn wat de beste methode is om de basisregistratie te verbeteren. Behalve de optie om uitzendbureaus verantwoordelijk te maken voor de inschrijving van arbeidsmigranten, is er ook gekeken naar een mogelijkheid om een vergewis- en meldplicht te regelen voor de verhuurder die verhuurt aan arbeidsmigranten. De minister gaat hierover met de sociale partners en VNG in gesprek.

Keurmerken SNA en SNF

Van Thierry Aartsen mogen de keurmerken SNA (Stichting Normering Arbeid) en SNF (huisvesting) breder toegepast worden: “Het is suboptimaal, maar beter dan niets. Is de minister bereid om de cao-partners op te roepen om die twee keurmerken in ieder geval zo mogelijk in alle cao’s toe te gaan passen waar veel gebruik wordt gemaakt van arbeidsmigranten?”

Van Hijum is het met hem eens dat een privaat certificaat beter is dan helemaal niets. Hij is bereid om in de aanloopfase naar de inwerkingtreding van de Wtta te kijken of dat keurmerk toch niet gebruikt kan worden als een soort eerste, voorlopige waterscheiding. Bijvoorbeeld door bedrijven op basis van het SNA-certificaat toegang te geven tot de Wtta. Van Hijum kijkt ook of hij met cao-partijen afspraken kan maken over hoe dat keurmerk een rol kan spelen in de richting van zowel de uitzendbedrijven als de huisvesting.

De ABU lanceert samen met de Stichting Normering Arbeid (SNA) in januari 2025 een Wtta pre-audit. Deze vrijwillige controle helpt uitleners inzicht te krijgen in hun naleving van de nieuwe wet en eventuele verbeterpunten tijdig aan te pakken. Ook biedt het inspectie-instellingen de kans om ervaring op te doen met het Wtta-toetsingskader.

Detacheringsrichtlijn

De aanpak van de sluiproute van detachering van derdelanders is een terugkerend punt in de discussie over arbeidsmigratie. Van Hijum wil dit in Europees verband regelen: “Dit is echt iets waar we met andere landen op inzetten om aan de ene kant lacunes in de regelgeving te verhelpen en aan de andere kant het mandaat van de Europese arbeidsinspectie en de samenwerking tussen lidstaten te verbeteren.”

Maar Aartsen wil daar niet op wachten. “Wij moeten hier politiek lef tonen door die  implementatierichtlijn aan te passen. Dan zullen juristen zeggen: maar dan wordt Brussel boos. Dan is mijn antwoord als VVD: dat zij maar zo. Het staat Brussel vrij om naar een Europese rechter te stappen.”

Waarborgsom ook na vier jaar

Barry van Kent (SP) stelt het feit dat de verplichting om €100.000 in kas te hebben na vier jaar verdwijnt, aan de orde. Dit zou volgens hem aanleiding kunnen zijn voor een sluiproute. “Als je bestaande uitzendbureaus die al vier jaar of langer actief zijn, niet verplicht hieraan te voldoen, dan kunnen er ook gewoon BV’s verhandeld worden.” Van Kent wil daarom de financiële zekerstelling voor alle bedrijven laten gelden.

Van Hijum vindt dat geen goed plan. “Als je al vier jaar lang een gevestigde onderneming hebt, ben je geen vluchtige ondernemer. Het doorbreekt het stelsel als je het aan alle bedrijven gaat opleggen. Dat zou ik dus niet aanraden.” De minister is wel bereid om te kijken of er vluchtroutes zijn om onder dit bedrag uit te komen.

Misstanden nu al effectiever aanpakken

De uitstelperiode kan worden benut om misstanden in de branche effectiever aan te pakken, schrijft de ABU in een reactie. “Het toelatingsstelsel mag geen star systeem worden waarin kleine missers leiden tot bedrijfssluitingen en baanverlies.” De branchevereniging sprak hierover onlangs met de minister. Werkgevers, vakbonden, het ministerie en toezichthouders gaan in overleg over eventuele mogelijkheden om misstanden in voorbereiding op de Wtta effectiever aan te pakken. Hierbij ligt de nadruk op de aanpak van malafide partijen, zonder extra belasting voor bonafide uitzenders. “Wat ons betreft ligt de focus op het vergroten van de pakkans van malafide partijen. Daarom pleiten wij onder andere voor wederkerige gegevensuitwisseling tussen publieke en private handhavingspartijen met ruimte voor de bespreking en aanpak van specifieke casussen.”

Lees ook:

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kamerdebat over nieuwe toelatingsstelsel WTTA: alvast aan de gang met bestaande keurmerken

ABU en NBBU over vastgelopen CAO-overleg: ‘we willen praten over zorgvuldige invoering van gelijke arbeidsvoorwaarden’

Dat hebben ABU en NBBU in een gezamenlijke verklaring vandaag laten weten.

Eerder deze week zijn de vakbonden FNV, CNV en De Unie weggelopen van de onderhandelingstafel. De aanleiding is het verschil van inzicht over de strekking van het recente Dosign-arrest.

Bonden: gelijke behandeling uitzendkrachten

In het Dosign-arrest heeft de Hoge Raad onlangs bepaald dat uitzendkrachten recht hebben op dezelfde bonussen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de inlenende onderneming. Volgens de bonden betekent dit dat uitzendkrachten volledig hetzelfde loon moeten ontvangen als werknemers in dienst bij de opdrachtgever. Uitzendkrachten zouden ook recht moeten hebben op prestatiebeloning, resultaatafhankelijke bonussen, meer vakantiedagen, feestdagenvergoedingen, et cetera.

Bij CAO afwijken mag

Echter, voor bedrijven die wel de Uitzend-cao toepassen, heeft de uitspraak van de Hoge Raad geen invloed, zo stelde arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja van Köster Advocaten onlangs al in FlexNieuws.

In een LinkedIn-post verwoordt Marcel Reijmers (specialist flexibele arbeid) dit heel helder: ‘In de Waadi staat dat bij CAO mag worden afgeweken van het loonverhoudingsvoorschrift en de inlenersbeloning is een bij CAO vastgelegde afwijking. De Hoge Raad heeft zich niet uitgelaten over de geldigheid van deze bepaling, dus in de ogen van ABU en NBBU blijft hij gewoon van toepassing.”

Ook Jurriën Koops, directeur van de ABU, benadrukt dat de uitspraak van de Hoge Raad waarnaar vakbonden verwijzen niet direct iets zegt over de CAO voor Uitzendkrachten die tussen dezelfde vakbonden en werkgevers is afgesloten.

ABU: ‘onmogelijke uitdaging’

Uit de gezamenlijke verklaring van de ABU en NBBU: de vakbonden willen nu niet verder onderhandelen als niet per direct wordt voldaan aan de toepassing van totale gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. De onverwachte verzwaring van hun eisen sluit niet aan bij het traject dat sociale partners sinds 2021 samen doorlopen. “Een snelle aanpassing zonder goede voorbereiding is onverantwoord,” zegt Koops. “De toepassing van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden is, gezien de grote verscheidenheid en verschillen bij opdrachtgevers, een onmogelijke uitdaging en leidt tot chaos als dit niet op een zorgvuldige wijze gebeurt.”

NBBU: ‘geen tijd verspillen’

De uitzendsector werkt sinds 2021 samen met de vakbonden aan gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, zoals aanbevolen in het SER-MLT-advies. Marco Bastian, directeur van de NBBU: “Met de nieuwe pensioenregeling vanaf 2026 en eerdere stappen in de inlenersbeloning hebben we al grote verbeteringen gerealiseerd. De arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten zijn al grotendeels gelijkwaardig en dat project willen we graag afronden. De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt dat we op de juiste weg zijn. Het is aan de CAO-tafel waar vakbonden en werkgevers die gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden moeten regelen. Laten we geen tijd verspillen. We roepen de bonden op om snel weer aan tafel te komen.”

De huidige CAO voor uitzendkrachten loopt 6 januari a.s. af. Als er geen nieuwe CAO wordt afgesloten, blijft de huidige CAO van kracht.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor ABU en NBBU over vastgelopen CAO-overleg: ‘we willen praten over zorgvuldige invoering van gelijke arbeidsvoorwaarden’

Verbazing, irritatie, maar ook begrip. Reacties op inzet schijn-zzp’ers bij ministerie van Financiën

“Meten met twee maten”, “slecht voorbeeldgedrag” en “duidelijk voorbeeld van kwaadwillendheid”. Het nieuws dat het ministerie van Financiën (schijn)zzp’ers blijft inzetten bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), roept veel reacties op.

Op social media heerst verbazing. VVD-Kamerlid Thierry Aartsen kondigt Kamervragen aan. Het ministerie van Financiën laat in een reactie aan ZiPconomy weten ‘zo transparant mogelijk’ te willen zijn over de situatie.

Verbazing

Op social media reageren zelfstandigen en bureaus massaal op het feit dat de UHT contracten met zzp’ers verlengt, terwijl dit waarschijnlijk als schijnzelfstandigen zijn. Dat het ministerie van Financiën eventuele boetes van bureaus betaalt (‘een sigaar uit eigen doos’), leidt tot nog meer onbegrip. Waarom geldt deze uitzondering wel voor de Belastingdienst zelf, maar niet voor bijvoorbeeld zorginstellingen? En waarom mogen bureaus hun boetes wel doorsturen, maar individuele zzp’ers niet? Velen vinden het ongeloofwaardig dat de overheid zijn eigen regels niet naleeft.

Irritatie

Dat UHT ook na 1 januari zzp’ers blijft inzetten, is geen grote verrassing. Voormalig staatssecretaris van Financiën Folkert Idsinga zei eerder in een overleg met de Tweede Kamer dat stoppen met zzp’ers zou leiden tot te grote vertraging van de afhandeling van de dossiers.

Het ministerie betaalt weliswaar de boetes, maar zet bemiddelingsbureaus wel flink voor het blok door openlijk te erkennen dat het gaat om schijnzelfstandigen. “Wie willens en wetens met schijnzelfstandigen werkt, is ‘kwaadwillend’. Voor hen geldt het handhavingsmoratorium niet.”

Begrip

ZiPconomy ontving ook begripvolle reacties per mail en LinkedIn. Die gaan vooral over de situatie van de slachtoffers van de toeslagenaffaire. “Ik hoop niet dat ouders ook hier weer onder gaan lijden. Die hebben al genoeg ellende van een niet goed functionerende overheid over zich heen gehad.”

Kamervragen

Ook VVD-Kamerlid Thierry Aartsen noemt het “logisch” dat het kabinet geen vertraging wil bij de afhandeling van het toeslagenschandaal. “Maar eerlijk is eerlijk: geldt dat argument niet ook voor huisartsenpraktijken, kinderopvangorganisaties en andere bedrijven, organisaties en ondernemers die mogelijk in de problemen dreigen te komen per 1 januari 2025?” zegt hij.

Aartsen vindt het “onrechtvaardig en ongeloofwaardig” om “wél de handhaving volledig door te zetten terwijl je zelf moet concluderen dat je niet aan de wet kunt voldoen. En dan vervolgens de boetes te betalen met belastinggeld.”

Aartsen heeft naar aanleiding van het ZiPconomy artikel Kamervragen gesteld. Daarin zal hij ook voorstellen om de handhaving in 2025 alleen te richten op inhuur met een uurtarief van minder dan €34,-. Een bedrag dat in lijn ligt met het ‘rechtsvermoeden van schijnzelfstandigheid onder een bepaald uurtarief’ uit het conceptwetsvoorstel VBAR.

Verder wil de VVD weten wat het ministerie eraan doet om de schijnzelfstandigen bij de afdeling UHT te vervangen door werknemers. Aartsen wil tenslotte weten of er ook op andere plekken binnen de Rijksoverheid na 1 januari nog schijnzelfstandigen werken.

Ministerie: we blijven ons inspannen

In een reactie laat een woordvoerder van het ministerie van Financiën weten dat het aantal zzp’ers bij de UHT de afgelopen jaren al forse is afgebouwd. Maar dat proces is nog niet afgerond.

“Er is voor gekozen om de financiële risico’s voor de staffingbedrijven over te dragen aan UHT, om ervoor te zorgen dat de hersteloperatie geen vertraging oploopt”, zegt de woordvoerder. “Dienst Toeslagen blijft zich inspannen om ook binnen UHT het aantal schijnzelfstandigen verder terug te brengen en zoveel mogelijk te werken met medewerkers met een vast contract.”

‘Onafhankelijke rol’

De fiscus speelt hierin een onafhankelijke rol, aldus de woordvoerder: “De Belastingdienst maakt binnen de handhaving geen onderscheid tussen sectoren, organisaties en bedrijven. Dit geldt ook voor de Rijksoverheid. Een gevolg kan dus zijn dat de staffingbedrijven naheffingsaanslagen en boetes opgelegd krijgen tijdens een controle van de belastinginspecteur, omdat zij als opdrachtgever verantwoordelijk zijn voor de zelfstandigen die zij inhuren voor UHT.”

Het ministerie zal “de transparantie tussen én met UHT en de staffingbedrijven borgen en open kaart spelen over eventuele naheffingen of boetes.”

Alleen Belastingboetes en -naheffingen vergoed

ZiPconomy berichtte op 8 december over de eerste brief van de Dienst Toeslagen. Inmiddels heeft ZiPconomy nog een aanvullende brief ingezien. Daarin wijst de Dienst Toeslagen er nogmaals op dat de staffingbedrijven ‘als feitelijke opdrachtgever van de zzp’ers, zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van het niet naleven van wet- en regelgeving’.

Wat betekent dat? De woordvoerder: “Een gevolg kan dus zijn dat de staffingbedrijven naheffingsaanslagen en boetes opgelegd krijgen tijdens een controle van de belastinginspecteur, omdat zij als opdrachtgever verantwoordelijk zijn voor de zelfstandigen die zij inhuren voor UHT.”

Het ministerie zal alleen naheffingen en boetes van de Belastingdienst vergoeden, maar geen boetes van andere instanties zoals de Arbeidsinspectie. Ook claims op pensioen of andere arbeidsrechtelijke kosten worden niet vergoed. De Dienst adviseert bureaus om zelf contact op te nemen met de Belastingdienst om de toezeggingen van het ministerie te bespreken. Daarin zal de organisatie geen rol spelen, omdat de Dienst ‘feitelijk geen rechtstreekse partij is in de fiscale relatie tussen het bureau en de werkenden’.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Verbazing, irritatie, maar ook begrip. Reacties op inzet schijn-zzp’ers bij ministerie van Financiën

AWVN: loonafspraken blijven steken rond 4 procent

De gemiddelde loonafspraak over 2024 staat nu op 5,0 procent. Hoewel het jaargemiddelde daalt, is het nog steeds erg hoog in vergelijking met andere jaren. De komende maanden wordt duidelijk of de neerwaartse trend in de maandgemiddelden doorzet. 

Terwijl het aantal november-cao’s met 21 akkoorden normaal is, is het totale aantal in 2024 afgesloten cao’s hoog: ruim 400. Daarmee is 85 procent van de 557 cao’s die dit jaar aflopen, inmiddels vernieuwd. De 21 november-cao’s hebben betrekking op 40.000 werknemers.

Inflatie

AWVN waarschuwt al lang voor te hoge loonafspraken vanwege prijsopdrijvende effecten (inflatie) en gevolgen voor de Nederlandse concurrentiepositie. De sterk stijgende loonkosten kunnen de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven verzwakken. Ook wijst de vereniging op de Nederlandse arbeidsproductiviteit die het afgelopen jaar voor het eerst in decennia is gedaald. Groei van de arbeidsproductiviteit is een voorwaarde om hogere lonen te kunnen betalen. 

Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken.

Kerncijfers

Loonafspraken november, gemiddeld 4,5%
Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 5,0%
Loonafspraken kalenderjaar 2023, gemiddeld 7,3%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in oktober 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,7% in januari 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in november 2024 21
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand november 21
Aantal aflopende cao’s in 2024 557 voor 4,0 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2024 ingaan 471 voor 3,4 mln. werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2024) 86 voor 540.000 werknemers

Het cao-seizoen in één oogopslag

Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen).

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: loonafspraken blijven steken rond 4 procent