Maandelijkse archieven: december 2024

De (vooruit)blik van Wim Davidse: de flexbranche in en na 2025

Uitstel, handhaving en krapte

Eind oktober werd de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) opnieuw uitgesteld: de inwerkingtreding van de Wtta per 1 januari 2026 is niet haalbaar. Dat betekent dat het voorbereidingsjaar 2025 iets rustiger kan worden, maar bovendien dat de flexbureaus die dat nog niet hebben, kunnen gaan werken aan het krijgen van het SNA-keurmerk – volgens experts een heel verstandige voorbereiding op de Wtta-eisen. 

Vanaf 1 januari 2025 zal de Belastingdienst de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) gaan handhaven, en wellicht levert dat voor flexbureaus allerlei mogelijkheden op om (voormalige?) zzp’ers en hun opdrachtgevers te ontzorgen. Er lijken meer kansen dan redenen voor paniek te zijn. Te midden van al die regelreuring is het begrijpelijk dat Berenschot in z’n jaarlijkse Strategie Trendsonderzoek afgelopen voorjaar vaststelde dat wetgeving hoog in de top 10 van aandachtspunten staat bij directies van werkgevers in het algemeen. 

Maar de absolute nummer in die lijst is: de arbeidsmarkt. Het vinden, boeien en binden van medewerkers op een krappe arbeidsmarkt is voor 45% van de respondenten een cruciaal topic op de directie-agenda. Uit de Conjunctuur Enquête (COEN) van het CBS blijkt dat momenteel 38,5% van de werkgevers in Nederland belemmerend last heeft van schaarste van arbeidskrachten. Bij flexbureaus is dat zelfs 63,1%! Ook volgens de COEN is bij werkgevers in het algemeen – en bij flexbureaus in het bijzonder – de krapte op de arbeidsmarkt de grootste uitdaging.

Krapte dus, en minder drukte, en hogere tarieven en margedruk

In 2023 groeide de economie ineens nog maar 0,1 procent, na twee jaren vol explosieve groei. De werkgelegenheid groeide tot 2023 ongehoord hard, en ook in 2023 groeide die nog met 2,0 procent – dus aanzienlijk harder dan de economie. De werkloosheid stond eind 2023 op nog maar 3,5 procent, stevig onder de krapte-grens van 5 procent. Een jaar geleden zei dan ook 39,7 procent van alle werkgevers dat de schaarste van goede arbeidskrachten de allergrootste belemmering voor hun organisatie was – een niveau dat voor de coronacrisis nooit was bereikt. 

In 2024 is de economie weer wat opgekrabbeld, en mogelijk komen we voor het hele jaar uit op een groei van 1 procent. De groei van de werkgelegenheid is in de loop van 2024 eindelijk bekoeld, en zal voor het hele jaar uitkomen op ongeveer 0,6 procent. De arbeidsmarkt is nog steeds enorm krap, met een werkloosheid van 3,7 procent. Dus de drukte op de arbeidsmarkt is het nu bijna afgelopen jaar kleiner geworden, maar de krapte niet.

De werkgelegenheid groeide overigens lang niet in alle sectoren van de economie. Zo was er in het derde kwartaal (de meest recente data) nog sterke groei van het aantal werkenden (werkzame beroepsbevolking) in de Specialistische zakelijke dienstverlening, de Overheid, de Logistiek en de Bouw, maar sterke krimp in de Industrie, de Financiële dienstverlening en de Handel (groothandel en detailhandel). Met name de krimp van het aantal ingeleende uitzendkrachten en gedetacheerden (het gele deel van de kolommen in de onderstaande grafiek) valt daarbij op, als ook de groei van het aantal zzp’ers eigen arbeid (het donkeroranje deel). De werknemers interne flex zijn met name oproepkrachten en werknemers met een tijdelijk contract bij hun werkgever.

De cao-lonen bleven in 2024 met een plus van 6,8 procent sterk stijgen. De krapte op de arbeidsmarkt, dus meer onderhandelingsmacht voor werkenden en vakbonden, is een logische verklaring voor de blijvend sterke stijging van de cao-lonen, zeker in combinatie met de nog steeds behoorlijk hoge inflatie. De inflatie, die in 2022 was ontploft, zakte in de tweede helft van 2023 weer naar een niveau dat we gewend waren, maar kwam in de loop van 2024 toch weer op gang. In oktober-november zaten we alweer op een gemiddeld niveau van 3,8 procent, vooral een gevolg van duurder wordende diensten – die natuurlijk erg gevoelig zijn voor de loonkosten. Er is volgens economen nog geen sprake van een loon-prijsspiraal, maar het risico ervan wordt steeds minder denkbeeldig. 

De gemiddelde uurtarieven in de flexbranche stegen ook nog aanzienlijk in 2024, met aanzienlijke verschillen tussen de stijgingen van de ABU Marktmonitor, de VvDN Kwartaalmonitor en de CBS-data – de ABU en de VvDN bekijken dan ook verschillende onderdelen van de totale sector (die door het CBS wordt gemeten). Tegelijkertijd wordt de flexbranche natuurlijk net als iedere andere sector geconfronteerd met stevige stijgingen aan de kostenkant. Per saldo bleef volgens de CBS-data in het derde kwartaal van 2024 -3,5% minder bruto toegevoegde waarde (grofweg: brutomarge) over dan een jaar eerder. De bruto toegevoegde waarde krimpt al sinds het 1e kwartaal van 2023, dus gemiddeld genomen dekken de stijgingen van de gemiddelde uurtarieven de kostenstijgingen inmiddels bijna twee jaar onvoldoende.

Economie, werk en flex in 2025

In november en begin december gingen we bij FlexNieuws al uitvoerig in op de ontwikkelingen van de omzetten en de uren in de loop van 2024, en de enorme verschillen binnen de flexbranche. Maar wat staat ons te wachten? Net als voor 2024, schetsen we hier een beeld van het volgende jaar, 2025, en wat daarna.

De handhaving van de Wet DBA zal flexbureaus in 2025 mogelijkheden bieden om (voormalige?) zzp’ers en hun opdrachtgevers te ontzorgen. Verder staat de wereld om ons heen ook bepaald niet stil. Vanwege de op gang komende vergrijzing zal de behoefte aan zorg en zorgpersoneel verder groeien. Maar wat zal er gebeuren met het onderwijs en de overheid, waar het kabinet Schoof op wil bezuinigen? Wat gaat er gebeuren met de bouw, kunnen we de benodigde extra nieuwbouw verwachten of nog steeds niet? Wat zal er gebeuren met het aantal arbeids- en kennismigranten? Hoeveel mensen hebben we extra nodig voor Defensie? Voor cybersecurity? Voor de energietransitie? Wat zal er gebeuren met de internationale handel, zo belangrijk voor Nederland, als Trump zijn dreigementen van hogere importtarieven waar gaat maken? 

Ons land staat, net als vele andere Europese landen, voor grote transformaties en onzekerheden. Het vertrouwen van werkgevers in de ontwikkelingen van de komende drie maanden is aan het einde van 2024 wat kleiner geworden. De voorspellingen van banken en economische instanties zijn redelijk positief, maar met grote onzekerheden omgeven. De economie zal voetje voor voetje verder groeien, de werkgelegenheid zal eerst zo ongeveer stagneren en na 2025 weer een beetje meer groeien – de drukte op de arbeidsmarkt zal dus voorlopig maar weinig toenemen, maar …. de krapte op de arbeidsmarkt zal niet verdwijnen, de vergrijzing gaat haar tol eisen. De werkloosheid blijft in dit voorzichtige, redelijke scenario serieus lager dan 5 procent. En dat impliceert ook: druk op de uren van de flexbranche.

In 2025 zal de economie 1,5 procent groeien, de werkgelegenheid stabiliseert of groeit een fractie – er zullen meer faillissementen komen, waardoor er meer mensen beschikbaar komen op de arbeidsmarkt, de afgelopen jaren is er door werkgevers personeel gehamsterd, dus er volgt een pas op de plaats. De werkloosheid zal iets oplopen, naar 4,2%. De flexbranche-uren blijven in die ongunstige constellatie krimpen, met -3,0 procent ten opzichte van 2024. De flexbranche-omzet blijft wat groeien, vanwege een verdere gemiddelde tariefstijging, met +3,5 procent. In 2026 wordt het dan allemaal wat beter. En dan wordt in 2027 de krapte x drukte op de arbeidsmarkt weer te groot.

Vanaf 2025 gaat er meer echt veranderen

In 2025 blijft de relatieve pauze op de arbeids- en de flexmarkt dus nog even voortduren. Maar zodra de totale werkgelegenheid weer gaat aantrekken, zal zich dat direct uiten in de vraag naar uitzendkrachten. In de loop van of na 2025 zal dat gaan gebeuren. En dan zullen we snel concreter de impact van de vergrijzing gaan voelen – bij toenemende drukte op de arbeidsmarkt voelen we dan direct keihard de krapte – en zullen we de mogelijkheden ervaren van de verduurzaming en de verdere digitalisering – de fundamentele impact van de Vierde Industriële Revolutie. En natuurlijk van andere, nieuwe en extra arbeidswet- en regelgeving die flexwerk, maar ook vast, verder lijken te compliceren – wat het voor werkgevers alleen maar nog interessanter maakt om met flexbureaus samen te werken.

Onze potentiële beroepsbevolking (dat is iedereen in Nederland tussen 15 en 75 jaar) zal in de tweede helft van dit decennium bijna niet meer groeien: nog ongeveer 200.000 personen erbij. Dat is een ingrijpende verandering van het continue groeipad dat we gewend waren: elke 5 jaar gemiddeld ruim 450.000 personen erbij. De enige leeftijdsgroep die nog serieus groeit, is die van de 75-plussers: van 1,75 miljoen in 2020 naar 2,0 miljoen in 2030 (dus het aantal 75-plussers groeit dan voor het eerst harder dan de potentiële beroepsbevolking!) en 2,9 miljoen in 2050. De werkgelegenheid in de Zorg-sector zal dus sowieso verder groeien, met uitdagende gevolgen voor iedere werkgever en bemiddelaar.

Van nieuwe technologie (generative AI!) wordt op totaal economisch niveau nog steeds weinig kwantitatieve impact verwacht, maar de impact op en de mogelijkheden voor individuele beroepen, skills en processen (zoals recruitment en pre- en onboarding) kunnen natuurlijk enorm zijn.

We moeten dus met een zachtjes aan stagnerende beroepsbevolking de uitdagingen van de groeiende zorgvraag, en ook van de energietransitie, woningbouw, defensie-herstel en meer aanpakken. Het aantal nieuwe vacatures zal weer groeien, de werkgelegenheid en de behoefte aan om- en bijscholing ook, de werkloosheid daalt, de krapte neemt toe. 

Flexbureaus zullen nodig blijven om op die krappe arbeidsmarkt mensen te kunnen blijven vinden, bereiken en raken. De flexbranche zal desalniettemin in uren gaan krimpen; die krimp zal vooral in de hoek van fase A / fasen 1-2 zitten. Door de blijvende krapte zullen de tarieven en de omzet blijven groeien. Houd hierbij wel rekening met de bijvoorbeeld in onze eerste TOP 100 uitvoerig beschreven verschillen in de branche – de gretige, ontzorgend georganiseerde, gericht toegevoegde waarde biedende specialisten zullen nog meer van de markt naar zich toetrekken.

Benut dus de voortdurende pauze van 2025 om je voor te bereiden op je turbulente nieuwe leven als flexbureau 4.0 – helemaal klaar voor succes in de kantelende wereld van werk.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De (vooruit)blik van Wim Davidse: de flexbranche in en na 2025

Arbeidsinspectie: gezond en veilig werken met uitzendkrachten blijft een uitdaging

Eerder constateerde de Arbeidsinspectie al dat relatief veel arbeidsongevallen plaatsvinden met arbeidsmigranten omdat zij vaak als uitzendkracht in Nederland werkzaamheden verrichten.

In de inspecties was dit ook het geval: in 66 procent van de gevallen betrof dit anderstalige medewerkers, wat extra uitdagingen oplevert voor duidelijke communicatie over veiligheid en risico’s. In de praktijk ziet de Inspectie dat arbeidsmigranten vaak slechter worden opgeleid en begeleid. Daar is te weinig toezicht op vanuit de werkgevers.

44 procent van de uitzendkrachten niet opgenomen in RI&E

Bij het inzetten van uitzendkrachten is het voor bedrijven verplicht om het uitzendbureau te informeren over de risico’s van de werkplek voordat de uitzendkracht aan de slag gaat. Bij 27 procent van de bedrijven was dat niet gebeurd. In 44 procent van de bedrijven waren uitzendkrachten niet opgenomen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Arbeidsmigranten vaker slechter opgeleid

In de praktijk ziet de Inspectie dat arbeidsmigranten vaak slechter worden opgeleid en begeleid. Daar is te weinig toezicht op vanuit de werkgevers. Werkinstructies worden bijvoorbeeld niet gelezen of mensen krijgen niet goed uitgelegd hoe ze veilig hun werkzaamheden moeten uitvoeren.

12 procent van de gevallen werk tijdelijk stilgelegd

Bij 69 procent van de bedrijven werden overtredingen vastgesteld, variërend van ontbrekende afschermingen bij bewegende delen tot aanrijdgevaar. In 12 procent van de gevallen waren de risico’s zo ernstig dat het werk tijdelijk moest worden stilgelegd. Het gaat dan bijvoorbeeld over het onveilig werken op hoogte en over het werken met onveilige machines waarbij het gevaar bestond om geraakt te worden door bewegende delen.

Structurele verbeteringen nodig

De Arbeidsinspectie roept werkgevers en uitzendbureaus op tot nauwere samenwerking om de veiligheid en gezondheid van uitzendkrachten te waarborgen. Dit omvat (ver)betere risico-inventarisaties, het informeren van uitzendmedewerkers en gerichte maatregelen voor veilige werkprocessen. Het is daarom van groot belang dat arbeidsomstandigheden bij uitzendkrachten prioriteit krijgen.

Geplaatst in Flexdata, In de branche, Nieuws | Tags , , , | 1 Reactie

Minister Van Hijum: tijdelijkheid uitzenden met wet beperken tot 36 maanden

Minister Van Hijum (SZW) gaat begin 2025 starten met een wetsvoorstel waarin een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden wordt ingevoerd. Na afloop van deze termijn moet de inlenende organisatie een aanbod doen voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de uitzendkracht. De termijn van 36 maanden sluit aan bij de duur van de ketenbepaling voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

“Op deze manier wordt rechtsgelijkheid met werknemers die direct in dienst zijn bij de inlener gewaarborgd. Deze variant biedt voor alle partijen de meeste rechtszekerheid. Tegelijkertijd blijft er voldoende ruimte om met uitzendkrachten te blijven werken,” zo schrijft Van Hijum aan de Tweede Kamer.

Van Hijum komt tot dit standpunt na een advies van de Landsadvocaat. Deze concludeerde, naar aanleiding van recente uitspraken van het Europese Hof van Justitie, dat de Nederlandse wetgeving onvoldoende het tijdelijke karakter van terbeschikkingstelling van arbeid (bijvoorbeeld via uitzending) waarborgt en daardoor niet voldoet aan de Europese Uitzendrichtlijn.

De Landsadvocaat adviseerde te kiezen uit drie beleidsvarianten: het vastleggen van een maximumtermijn in de wet, een open norm in de wet, of werken met een weerlegbaar rechtsvermoeden. Van deze drie oplossingsrichtingen kiest het kabinet dus voor de eerste variant.

“De termijn van 36 maanden sluit aan bij de duur van de ketenbepaling voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Op deze manier wordt rechtsgelijkheid met werknemers die direct in dienst zijn bij de inlener gewaarborgd. Deze variant biedt voor alle partijen de meeste rechtszekerheid. Tegelijkertijd blijft er voldoende ruimte om met uitzendkrachten te blijven werken,” schrijft de minister.

Van Hijum maakt in zijn brief ook duidelijk dat hij over dit onderwerp niet op één lijn zit met de sociale partners. Het is duidelijk dat ABU en NBBU een andere oplossing voor ogen hadden. “Ik had hier graag consensus over bereikt met de sociale partners, maar ik vind het ook van belang om op korte termijn verdere stappen te zetten.” Van Hijum vindt namelijk dat langer wachten te grote juridische en financiële risico’s met zich meebrengt voor de Nederlandse Staat. De minister wil bij de verdere uitwerking van deze wetgeving wel opnieuw de sociale partners betrekken.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Reacties uitgeschakeld voor Minister Van Hijum: tijdelijkheid uitzenden met wet beperken tot 36 maanden

De Belastingdienst publiceert handhavingsplan arbeidsrelaties: zachte landing, extra aandacht voor intermediairs

De Belastingdienst heeft haar Handhavingsplan arbeidsrelaties openbaar gemaakt. Dit document beschrijft in detail hoe de dienst toezicht houdt op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties. Daarnaast wordt ingegaan op de uitvoering van recente Kamermoties.

Het kabinet heeft besloten om in 2025 geen verzuimboetes uit te delen. Eerder was al bekend dat de veel zwaardere vergrijpboetes niet opgelegd zouden worden. Belangrijk om te benadrukken: de naheffing van loonbelasting en sociale premies blijft onverminderd van kracht.

Bedrijfsbezoeken: gefaseerd toezicht

Met het aflopen van het moratorium op handhaving per 1 januari 2025 heeft de Belastingdienst haar aanpak verder uitgewerkt. Het nieuwe document, Handhavingsplan arbeidsrelaties – tranche 2025. Handhaven zonder handhavingsmoratorium, beschrijft concreet hoe de dienst organisaties zal controleren en welke ondersteunende maatregelen zijn getroffen.

De aanpak begint gefaseerd, in lijn met een Kamermotie die oproept tot een “zachte landing”. Bij bedrijfsbezoeken gaat de Belastingdienst in gesprek met opdrachtgevers over de inhuur van zelfstandigen en extern personeel. De focus ligt op het bewustmaken van risico’s rondom schijnzelfstandigheid.

In het handhavingsplan staat: “In 2025 starten we in principe met een bedrijfsbezoek. Daarbij zullen wij de opdrachtgever zo nodig wijzen op aandachtspunten rond de kwalificatie van arbeidsrelaties en mogelijke risico’s op schijnzelfstandigheid. Een waarschuwing kan worden gegeven zonder direct een boekenonderzoek te starten. Echter, bij grotere risico’s of voortdurende overtredingen kan alsnog een boekenonderzoek worden ingesteld, met eventuele naheffingen als gevolg.”

De Belastingdienst heeft voor haar medewerkers een handleiding opgesteld om toezicht en bedrijfsbezoeken uniform in te richten. Zodra een boekenonderzoek is gestart of afgerond, wordt er bij een onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie overgegaan tot correcties en/of naheffingen.

Zachte landing en maatwerk

Staatssecretaris Van Oostenbruggen benadrukt in een toelichtende brief dat de handhaving ruimte biedt voor maatwerk. “De zachte landing krijgt vorm door bedrijfsbezoeken en gesprekken over de inhuur van zelfstandigen. Hiermee wordt opdrachtgevers de kans geboden hun bedrijfsvoering aan te passen,” aldus de staatssecretaris.

Hij noemt hierbij verschillende opties: schijnzelfstandigen in dienst nemen, of de opdrachtstructuur aanpassen zodat deze wel binnen de regels valt. Dit sluit aan bij de motie Aartsen, die pleit voor een waarschuwende aanpak.

Aandacht voor driehoeksrelaties

Intermediairs, zoals arbeidsbemiddelaars, krijgen in het plan specifieke aandacht. Van Oostenbruggen licht toe: “Opdrachtgevers lijken risico’s te willen verplaatsen naar arbeidsbemiddelaars. Om deze situaties goed te kunnen beoordelen, werken we aan meer inzicht in de gehele keten.” De Belastingdienst wil daarmee driehoeksrelaties beter structureren en aanpakken.

Uitfasering modelovereenkomsten

Een belangrijke wijziging is de uitfasering van modelovereenkomsten. “Modelovereenkomsten hebben beperkte toegevoegde waarde voor de kwalificatie van arbeidsrelaties,” zo staat in het plan. Nieuwe aanvragen worden niet meer in behandeling genomen, en bestaande overeenkomsten blijven wel gelding

Alle reeds goedgekeurde modelovereenkomsten blijven wel geldig. De einddatum is verlengd tot 31 december 2029.

Communicatie en hulpmiddelen

De Belastingdienst zet communicatie-instrumenten in om ondernemers te ondersteunen, waaronder haar informatiewebsite (belastingdienst.nl/arbeidsrelaties) en de publiekscampagne hetjuistecontract.nl van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Geplaatst in Compliance, In de wet | Reacties uitgeschakeld voor De Belastingdienst publiceert handhavingsplan arbeidsrelaties: zachte landing, extra aandacht voor intermediairs

Verzuim is een ‘veelkoppig monster’, maar die is wel degelijk te temmen

Inzicht door data

Het terugdringen van verzuim is van groot economisch belang, stelt Davidse. “We hebben ondanks een economie die in een pauzestand staat nog steeds een krappe arbeidsmarkt. Als er straks weer economische groei komt loop je onmiddellijk in de vangrails van die krappe arbeidsmarkt. Dan kun je de vacatures niet vervuld krijgen.”

Tegelijkertijd is er een hoog verloop van medewerkers en ligt het verzuim in Nederland rond de 5,5%, 1,5% punt boven het niveau van vóór corona. “Op een superkrappe arbeidsmarkt is zo’n enorm lek heel irritant.”

Je moet eerst weten hoe het verzuim er binnen jouw organisatie uitziet voor je het kan aanpakken. Nieuwenhuizen: “De Verzuimmonitor flexbranche geeft het generieke beeld en dat kun je als werkgever afzetten tegen je eigen data. Zo weet je waar je op moet focussen.” Want het begint allemaal met data, weet ook Davidse. “Haal jouw data boven tafel, gebruik de benchmark en ontdek zo waar jouw organisatie staat, in welke verschillende segmenten en wat ga je daarvan leren?”

“Er is veel meer druk op mensen komen te liggen. Veel mensen ervaren eveneens sociale druk, mede door social media.”
Alexandra Nieuwenhuizen

Sociaal-emotioneel verzuim

De Verzuimmonitor flexbranche laat andere trends in verzuim zien sinds de coronacrisis. Ten eerste is de frequentie in verzuim toegenomen. Dit komt volgens Nieuwenhuizen niet zozeer door corona, maar door de krapte op de arbeidsmarkt. “Mensen ervaren toch minder snel een drempel om zich ziek te melden, want ze weten ‘op het moment dat ik me weer hersteld meld ben ik zo weer aan het werk. Want ze hebben me nodig’.”

Ten tweede is de verzuimduur toegenomen. Nieuwenhuizen spreekt van een toename in ‘complexere’ verzuim. Naast ziekte door een fysieke oorzaak is verzuim door sociaal-emotionele oorzaken fors toegenomen. Dan gaat het om mentale gezondheid. “In die gevallen zien we dat de mensen ook echt langer ziek zijn.”

Opvallend is daarbij volgens Nieuwenhuizen de toename van (langdurig) verzuim onder vrouwen, juist bij vrouwen in de leeftijdscategorie 25-35 jaar. “Voor corona was het verzuim onder mannen en vrouwen gelijk. Na corona is dat veranderd. Bij het sociaal-emotioneel verzuim onder vrouwen gaat het bijvoorbeeld om jonge moeders, waar veel druk op ligt.”

Werkdruk en stress is echt een belangrijk factor geworden, weet Nieuwenhuizen. “Ook dat is na corona echt wel toegenomen. Er is veel meer druk op mensen komen te liggen. Veel mensen ervaren eveneens sociale druk, mede door social media.”

Van curatief naar preventief

Davidse: “Verzuim is een veelkoppig monster, met verschillende verschijningvormen en veel verschillen tussen segmenten.” Toch kun je verzuim wel degelijk tegengaan en gedeeltelijk zelfs voorkomen. Dat begint volgens Nieuwenhuizen met het in kaart brengen van de oorzaken van verzuim en vervolgens preventie. “Wat voor handvatten en middelen kan ik mijn medewerkers geven om toch beter in balans te zijn?” En door ervoor te zorgen dat medewerkers sneller aan de bel trekken, kun je ook sneller ingrijpen. Niet voor niets is er volgens Nieuwenhuizen bij verzuimbegeleiding een beweging van curatief naar preventief.

Het voorkomen van sociaal-emotioneel verzuim vraagt om een specifieke aanpak. “Wij gaan dan kijken hoe we die mensen toch weer (deels) aan het werk krijgen, zodat ze in een ritme blijven. Want als je er eenmaal zes weken uit bent, wordt de drempel om weer terug te keren steeds hoger”, legt Nieuwenhuizen uit.

Naast mentale oorzaken, ziet zij – zeker bij jongeren – dat financiële stress vaker een oorzaak van verzuim is. “Het aantal beslagleggingen op loon is fors toegenomen. Financiële stress leidt bijna altijd tot verzuim.” Als uitzendwerkgever kun je volgens haar wel degelijk helpen bij het financieel weerbaarder maken van je medewerkers. “Steeds vaker stellen werkgevers bijvoorbeeld een budgetcoach beschikbaar waar medewerkers (anoniem) terecht kunnen.”

“Aanstekelijk werkgeverschap leidt tot minder zieke mensen.”
Wim Davidse

Aanstekelijk werkgeverschap

Door de krapte op de arbeidsmarkt ziet Nieuwenhuizen een positieve ontwikkeling op de uitzendmarkt. “We zien een verschuiving naar onbepaalde tijdcontracten (fase B/C, fase 3). Juist omdat uitzenders die goede mensen aan zich willen binden. Goed werkgeverschap is belangrijk, vooral in de flexbranche. Uitzenders zien steeds meer het nut van goed voor je mensen zorgen.”

Want volgens haar speelt er nog een belangrijk fenomeen bij het terugdringen van verzuim: betrokkenheid van mensen bij het bedrijf. “Een grotere betrokkenheid van medewerkers zorgt voor een lager verloop, mensen blijven langer bij de werkgever en melden zich minder snel ziek.” Dat past helemaal in de visie van Davidse. “Uitzenders, detacheerders of opdrachtgevers die goed omgaan met hun mensen zijn – per ongeluk en expres – bezig met preventieve maatregelen tegen verzuim. Aanstekelijk werkgeverschap leidt tot minder zieke mensen.”


Verzuimmonitor flexbranche: ziekteverzuim ‘ongekend hoog’

Acture heeft, in samenwerking met Wim Davidse (Dzjeng), in oktober jl. de Verzuimmonitor flexbrancheuitgebracht.
Meest opvallende conclusie hieruit: de vacaturegraad bleef in het eerste half jaar van 2024 hoog, terwijl de werkgelegenheid door de ‘economische pauze’ nauwelijks groeit. De belangrijkste achterliggende oorzaken: zowel het verloop als het ziekteverzuim liggen op ongekend hoog niveau. Het ziekteverzuim lijkt in 2024 uit te komen boven de 5%. Deze cijfers zijn voor de coronacrisis nooit bereikt, behalve tijdens de hoogconjunctuur vlak voor de coronacrisis.

Acture brengt in de Verzuimmonitor flexbranche de verzuimtrends in kaart en komt met een positieve boodschap voor uitzendwerkgevers: het overzien en beheersen van verzuim zorgt ervoor dat je niet alleen lagere kosten hebt, maar ook minder werkdruk, stress, onvrede en verloop. Adequate verzuimbegeleiding biedt uitzenders kansen, zo stelt Annabelle Hagoort (CEO van Acture Nederland) in een interview met FlexNieuws. “Als de uitzender verzuimmanagement effectief organiseert drukt dit niet alleen de kosten, het biedt ook onderscheidend vermogen door goed werkgeverschap.”


Dit artikel is een samenvatting van de podcast van FlexNieuws waarin Tom Reijner (ZiPmedia) in gesprek gaat met Alexandra Nieuwenhuizen (Expert Flexbranche Acture) en Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) naar aanleiding van de gepubliceerde Verzuimmonitor flexbranche. Wil je de hele podcast luisteren?

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Verzuim is een ‘veelkoppig monster’, maar die is wel degelijk te temmen