Maandelijkse archieven: november 2024

“Een minimum vereiste van goed opdrachtgeverschap is correcte beloning”

Arbeidsmarktkrapte is het nieuwe normaal. De Nederlandse Bank constateert in een recent rapport dat er een grote uitdaging ligt voor bedrijven om werknemers te binden en boeien en de productiviteit aan te jagen. Een goede, vooruitziende ondernemer maakt zich dan niet afhankelijk van een wispelturige overheid en gaat zelf aan de slag in de huidige arbeidsmarkt. Die zorgt dat hij/zij een aantrekkelijke en goede werkgever of opdrachtgever blijkt te zijn voor werkenden. 

Wat is dan de meest voor de hand liggende manier om jezelf te positioneren als aantrekkelijk werkgever én als betrouwbaar opdrachtgever voor (leveranciers van) flexibel personeel? “Correcte beloning én toezicht op gelijke beloning voor gelijk werk. Dat zou prio 1 moeten zijn,” zegt Theo van Leeuwen in dit interview, “want het gaat niet vanzelf goed. Als opdrachtgever moet je daarbovenop zitten.”

Theo van Leeuwen is uitvoerend bestuurder van Stichting PayOK. Hij was meer dan 15 jaar directeur van Bureau Cicero. Hij vindt dat opdrachtgevers hun verantwoordelijkheid zouden moeten nemen, omdat zij aan de top staan van de personeelsketen en vooral omdat het in hun eigen belang is. Hij heeft een uitgesproken visie op transparantie in de keten. Hij denkt in praktische oplossingen vanuit jarenlange ervaring.

Waarom vind jij dat opdrachtgevers een schot voor open doel laten liggen?

“Werkenden hebben op dit moment heel veel keuze. En dit is een structurele wijziging in de arbeidsmarkt. Het vinden, interesseren en committeren van werkenden is enorm uitdagend en tijdrovend voor ondernemingen. Ze maken gebruik van de flexbranche om personeel te vinden en te leveren. Niet alleen voor ‘piek en ziek’, maar ook voor verbintenissen op langere termijn. Intermediairs hebben zich gespecialiseerd in de werving van personeel. Zij hebben een betere infrastructuur om de arbeidsmarkt te ontsluiten en mensen te vinden die voor de opdrachtgever op korte termijn een oplossing bieden, maar misschien ook op langere termijn interessant zijn om zelf in dienst te nemen.” 

Sowieso, van iedereen die in je organisatie werkt of heeft gewerkt – of dat nu op vaste of flexibele basis is – zou je willen dat die een ambassadeur voor je wordt. Als er op een werkvloer gemopper is, omdat de ene flexkracht meer verdient dan de andere, of de ene wel en de andere niet de extraatjes krijgt die gangbaar zijn, terwijl die beide mensen hetzelfde werk doen, dan doe je als opdrachtgever én werkgever iets niet goed. Want je hebt de ‘achterdeur van je organisatie’ niet goed dichtgetimmerd.

Transparantie in de beloning is geen luxe. Het is essentieel voor een goede werksfeer. Als dat goed zit, voelen mensen zich gezien en gewaardeerd. Wanneer er ook nog empathie is, oog voor veiligheid, een luisterend oor, een prettige plek voor pauzes enzovoort, dan is dat helemaal mooi. Maar begin tenminste met het op orde brengen van de basics van de juiste beloning in je organisatie. Laat dat niet van de goede of minder goede wil van een uitzender of andere personeelsleverancier afhangen.”

Dat klinkt als ‘vertrouwen is goed, maar controle is beter’…

“Ja, daar komt het op neer. Voor je employer branding is dat wijs om te doen. Bovendien zijn werkgevers en opdrachtgevers wettelijk verplicht toe te zien op en te zorgen voor gelijke beloning voor gelijk werk. Als je daar geen procedure voor hebt, laat je op dit punt steken vallen. Uiteindelijk is de opdrachtgever eindverantwoordelijk voor fouten in de beloning binnen de hele keten van leveranciers.”


Wettelijke verankering

Goed opdrachtgeverschap houdt in dat een opdrachtgever zorgdraagt voor een verantwoordelijke opdrachtverlening waardoor een bonafide keten ontstaat, waarin de geldende wettelijke regels en contractuele afspraken over de arbeidsvoorwaarden worden nagekomen. 

In de Arbowet is vastgelegd dat de werkgever primair verantwoordelijk is voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Als opdrachtgever heb je vanuit verantwoord opdrachtgeverschap ook een belangrijke rol om gezond en veilig werken te bevorderen. Deze ‘zorgplicht’ is bijvoorbeeld vastgelegd in de uitzend-cao. In art 15a: De uitzendonderneming spreekt met de opdrachtgever af dat laatstgenoemde de uitzendkracht op dezelfde zorgvuldige wijze behandelt als zijn eigen werknemers en de opdrachtgever passende maatregelen treft ten aanzien van wettelijke voorschriften van veiligheid, gezondheid en welzijn. In art 36.14: De uitzendonderneming moet de uitzendkracht op begrijpelijke wijze informeren over de bij de opdrachtgever geldende veiligheids- en Arbo voorschriften.

De verantwoordelijkheid voor correcte beloning is vastgelegd in de WAS: Sinds de invoering van de Wet aanpak schijnconstructies (Was) per 1 juli 2015 is de opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk voor voldoening van het aan de werknemer verschuldigde loon, als de werknemer arbeid verricht in dienst van de werkgever ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst van aanneming van werk met de opdrachtgever (artikel 7:616a lid 1 BW). Iedere opdrachtgever in de keten is aansprakelijk voor de voldoening van het aan de betrokken werknemer verschuldigde loon, waarbij de opdrachtgever van de werkgever direct hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld. Indien de loonvordering van de werknemer niet op de werkgever of diens opdrachtgever kan worden verhaald, dan kan de werknemer met inachtneming van de omstandigheden als benoemd in artikel 7:616b lid 2 BW een volgende (hogere) opdrachtgever in de keten aansprakelijk stellen (‘trap-op-systeem’).

Werknemers die ter beschikking gesteld zijn aan een opdrachtgever hebben recht op de dezelfde arbeidsvoorwaarden als hun collega’s in dienst bij die opdrachtgever, aangevuld met de gelijke behandelingsnorm. Dit is vastgelegd in artikel 8 WAADI en in de uitzend cao, artikel 16 lid 1.


Er zijn toch keurmerken voor personeelsleveranciers?

“Tuurlijk, als je als opdrachtgever werkt met leveranciers die gecertificeerd zijn door erkende bureaus, ben je op de goede weg. Toch kun je er niet blind op vertrouwen dat het goed gaat met de juiste beloning in de keten. Er komt meer kijken bij de juiste beloning dan in de gangbare keurmerken gecheckt wordt. Daar kom ik straks nog op terug.”

Waar lopen opdrachtgevers tegenaan in de praktijk?

“Opdrachtgevers maken gebruik van uitzendbureaus en detacheringsbureaus om aan nieuwe mensen te komen, omdat deze intermediairs een betere infrastructuur hebben om de juiste mensen te vinden. Dit geldt zeker voor het aantrekken van mensen van buiten Nederland. De opdrachtgever kan daardoor ook eerst even ‘de kat uit de boom kijken’ voordat hij een langere relatie met de werknemer aangaat.

De opdrachtgever wil het liefst dat zijn HR-doelen vertaald worden in doelen bij de opdrachtnemer (= de intermediair/personeelsleverancier). Idealiter wil die dat uitzend- of flexkrachten lang blijven en, als ze daarvoor geschikt blijken, in vaste dienst komen. Correcte en uniforme beloning, dat hoort en het helpt om gezeur op de werkvloer te voorkomen. 

Controle op Arbo gaat nog wel. Controle op juiste beloning is complex.

Het vertalen van de eigen HR-doelen van de opdrachtgever is relatief eenvoudig als je kijkt naar de Arbo-vereisten, want de werknemer werkt bij de opdrachtgever. Die kan dit makkelijk ter plekke beheersen en waar nodig corrigeren als de intermediair in gebreke is gebleven.

Voor de beloning is het veel moeilijker. De meeste opdrachtgevers vinden de beloning bij een uitzendbureau of detacheerder een moeilijk te doorgronden fenomeen. Wet- en regelgeving en CAO’s rond uitzenden zijn complex en vol details. De intermediair is hier ten opzichte van de opdrachtgever altijd in het voordeel, omdat hij er dagelijks mee omgaat. Het goed beheersen van deze materie bepaalt voor de uitzender hoe hoog of laag zijn berekende marges zijn.”

Wat maakt beloning in de flexbranche voor opdrachtgevers lastig te controleren?

“Er zijn verschillende redenen die controle op juiste beloning in de flexbranche ondoorzichtig maken, zoals in- en doorlenen. De intermediair leent in van een ander. De kans op het onvoldoende opvolgen van de beloningsregels van de opdrachtgever neemt toe naarmate het aantal schakels in de keten toeneemt.

Ook de inzet van junior professionals door detacheerders is soms moeilijk te controleren. Er zijn detacheerders die eigen loonschalen toepassen, waardoor de beloning niet voldoet aan de eisen van de WAADI.

Huisvestingskosten en reiskosten, samen met de toepassing van de ET-regeling en werkkostenregeling, kunnen eveneens leiden tot netto-loonverschillen tussen uitzendbureaus.”

Samenspel nodig om goede inkoopcondities te formuleren en te checken

“Alles opgeteld is dit werkelijk complex. Opdrachtgevers zijn er vaak niet op ingericht om hier goed mee om te gaan. Het vraagt een samenspel tussen personeelszaken, inkoop en de salarisadministratie en kennis van de specifieke omstandigheden in deze markt om goede inkoopcondities te formuleren en op te volgen. 

Dit kan tot gevolg hebben dat werknemers van verschillende uitzendbureaus in dezelfde functie onverklaarbare verschillende in nettolonen hebben. Een minimum van goed opdrachtgeverschap is correcte beloning. Werknemers vergelijken onderling wat ze verdienen. Grote onverklaarbare verschillen leiden tot ongenoegen op de werkvloer. 

Dat betekent dat in de opdrachtverstrekking helder moet zijn wat de beloningsregelingen zijn (de bedrijfseigen regelingen) en dat dit gecontroleerd moet worden. Dit vraagt om een goede aanpak. Opdrachtgevers leunen nu met name op het SNA-keurmerk. Dat is niet genoeg. Ook de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA), die gaat komen, lost dit probleem niet op.”

Waarom is SNA-registratie (+ keurmerk) niet genoeg en wat werkt wel?

“De Stichting Normering Arbeid controleert met de NEN 4400 norm niet op de bedrijfseigen regelingen of beloning bij de inlener. Het primaire doel van SNA is om aansprakelijkstellingen door en boetes van de Belastingdienst, de Nederlandse Arbeidsinspectie en andere (overheids)instanties te beperken. Het secundaire doel is dat werknemers ten minste volgens het toepasselijke minimumloon en de toepasselijke minimumvakantiebijslag worden betaald. (Zie: NEN 4400-1:2023, blz 6, Inleiding)

Ook de nog in te voeren WTTA controleert daar niet op. Er zijn weliswaar regels opgenomen om de inlenersbeloning toe te passen, maar er is geen controle op de juiste toepassing op de bedrijfseigen regelingen bij de opdrachtgever. 

De PayOK-norm is een goed instrument om te controleren of correct wordt verloond. Deze norm gaat wel uit van de door de opdrachtgever opgegeven “bedrijfseigen regelingen” die ten grondslag moeten liggen aan correcte verloning. Ook stelt de norm eisen aan de overeenkomst die de intermediair afsluit met de opdrachtgever. Bijvoorbeeld over het aantal schakels waarin mag worden ingeleend. Dit beperkt de kans op foutieve ‘vertaling’ van de opdracht. 

Als de goede opdrachtgever zijn bedrijfseigen regelingen en zijn controlewensen met PayOK bespreekt, dan kan hij een controle op maat krijgen die past in zijn doelen voor goed werkgeverschap. Dat borgt dat goede afspraken met uitzendbedrijven en detacheerders ook goed worden uitgevoerd.”

Dat zie je als een startpunt voor goed werkgeverschap?

“Ja. Uiteindelijk willen alle werknemers hetzelfde; een leuke job en een fijn leven. Daar bieden de beschikbare keurmerken niet veel handvatten voor, keurmerken helpen om minimaal aan wet- en regelgeving te voldoen,” verklaart Theo van Leeuwen. “Een goed werkgever zorgt er om te beginnen voor dat de financiële beloning op orde is voor iedereen die bij hem/haar werkt.”

“Wie het goed werkgeverschap daarnaast nog door weet te vertalen naar goed opdrachtgeverschap, positioneert zich sterk in de structureel krappe arbeidsmarkt. Bovendien kun je daarmee als onderneming aantonen dat je een betrouwbare eindverantwoordelijke bent voor de hele keten. Feitelijk en wettelijk gezien ben je dat immers als hoofdopdrachtgever. Ik vind het belangrijk om dat besef in de markt onder de aandacht te brengen en dat te vertalen naar een concrete aanpak. PayOK biedt daarvoor de tools.”

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor “Een minimum vereiste van goed opdrachtgeverschap is correcte beloning”

Exchange Workforce neemt Laudam Detachering Nederland en België over

Exchange Workforce, actief in de uitzend- en flexbranche, maakt bekend dat Laudam Detachering Nederland en België zich per 1 november 2024 bij de organisatie aansluit. Door deze samenwerking ontstaat een grotere organisatie die zich direct positioneert als een top 100 speler in de Nederlandse en Belgische flexmarkt. Deze stap van Exchange Group wordt ondersteund door investeringsmaatschappij Solsbury Ventures die als strategisch partner optreedt.

Bredere dienstverlening

Met het aansluiten van Laudam krijgt Exchange een bredere dienstverlening en een versterkte positie om in te spelen op de toenemende vraag naar flexibele arbeidsoplossingen in sectoren zoals logistiek, productie en zakelijke dienstverlening. De gecombineerde expertise en netwerken zullen klanten en kandidaten meer mogelijkheden en betere service bieden. 

Richard Remie, CEO van Exchange, ziet het bundelen van de krachten als een belangrijke stap voorwaarts: “De toetreding van Laudam stelt ons in staat onze diensten verder uit te breiden en onze positie als toonaangevende flexpartner te versterken in zowel Nederland als België. 

Ook Nina Laudanska, CEO van Laudam, ziet voordelen in de samenwerking: “Wij delen dezelfde waarden en visie als Exchange, gericht op klantgerichtheid, kwaliteit en flexibiliteit. Door ons bij Exchange aan te sluiten, kunnen we onze dienstverlening optimaliseren en onze klanten en kandidaten nog beter van dienst zijn.”

Groei

Door de samenwerking ontstaat een grotere pool van arbeidskrachten en een breder netwerk van klanten, wat zowel kandidaten als opdrachtgevers ten goede komt. De schaalvergroting maakt het mogelijk om sneller in te spelen op veranderende marktomstandigheden en verder te investeren in digitalisering en innovatie binnen de flexbranche. 

Exchange Group heeft groeiambities en zal deze verwezenlijken door zowel autonome groei als strategische overnames. Door interne innovaties, uitbreiding van haar dienstverlening en een actieve focus op acquisities, wil Exchange haar marktpositie verder versterken. De organisatie blijft zich inzetten voor het moderniseren van de flexmarkt, met een focus op kwaliteit, efficiëntie en bovenal relatie.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Exchange Workforce neemt Laudam Detachering Nederland en België over

Nieuw normenkader WTTA

Op 25 oktober heeft Minister van Hijum de Tweede Kamer geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen rondom de invoering van de WTTA. Naast de aankondiging dat de invoering van de wet opnieuw is uitgesteld, is ook het nieuwe concept normenkader gepresenteerd. Het nieuwe normenkader bevat cruciale updates die relevant zijn voor iedereen die betrokken is bij de WTTA.

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Nieuw normenkader WTTA

Adecco Group zakt wat weg, Nederland lijkt wat bij te komen

Dinsdagochtend publiceerde Adecco Group z’n cijfers over het derde kwartaal, en die waren wat minder dan in het tweede kwartaal: de mondiale omzet van de groep is met maar -5% gekrompen (ten opzichte van een jaar eerder, na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het tweede kwartaal was dat nog -2%. Eerder rapporteerden Randstad en ManpowerGroup een mondiale omzetkrimp van -6% respectievelijk -2% ten opzichte van het tweede kwartaal vorig jaar. De mondiale omzet van Adecco Group kwam in het afgelopen kwartaal uit op 5,7 miljard euro, nu nog zo’n 310 miljoen euro minder dan de mondiale nummer 1 staffing company Randstad. De bruto marge zakte naar 19,4% van de omzet (was een jaar eerder nog 20,3%) en de winst voor rente, belastingen en goodwill-afschrijvingen (de EBITA) zakte naar 3,1% van de omzet (was 4,0%) – ook nu weer heel erg in de buurt van de Randstad-cijfers en beter dan de ManpowerGroup-cijfers.

Segmentatie: de Global Business Units en de Service Lines

De drie Global Business Units (GBU) van Adecco Group realiseerden de volgende omzetontwikkelingen. Adecco, vooral gericht op grootschalig uitzenden, maar onder andere ook recruitment voor vast, MSP en digitale platforms, en goed voor ongeveer driekwart van de mondiale concernomzet en tweederde van de EBITA, zag een omzetkrimp van -5%. Akkodis (professionals ten behoeve van de high tech transformatie) kromp met datzelfde percentage. LHH (dienstverlening ten behoeve van de workforce transformatie, met name interne en externe mobiliteit) deed weer -7%.

LHH realiseerde met 6,0% wel de hoogste EBITA-marge; dat was een jaar eerder overigens nog 8,0%. De daling is volgens Adecco Group een gevolg van een andere mix van de samenstellende delen. Opvallend daarbij is stevige omzetstijging van +8% van Pontoon, dat met name is gericht op managed services provider (MSP) en recruitment process outsourcing (RPO).

Akkodis deed een EBITA-marge van 5,1% (was 6,2%) en Adecco van 3,4% (was 4,1%).

Adecco Group rapporteert ook over haar vijf Service Lines. Flexible Placement (goed voor ongeveer driekwart van de mondiale concernomzet) is -5% gekrompen (in het eerste halfjaar was dat -3%). Permanent Placement is met -9% minder hard gekrompen dan in het eerste halfjaar (-15%).  Career Transition (2%) kromp met -9% juist weer wat harder dan in het tweede kwartaal (toen -6%). Outsourcing, Consulting & Other Services groeide net als in het tweede kwartaal (toen +7%), nu met +3%. Training, Up-skilling & Re-skilling stabiliseerde (in het tweede kwartaal nog +6%).

Nog steeds sterke krimp in Frankrijk en Noord-Europa, groei in APAC-regio

Na de bijzondere omzetgroei in de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) in het tweede kwartaal (nog +1%), raakte de industriële malaise aldaar de Adecco-omzet nu hard, -6% in Q3. Maar in Frankrijk, goed voor 20% van de groepsomzet, ging het met -9% harder, en ook Noord-Europa heeft met -11% nog steeds weinig moois te melden. In Zuid-Europa & EEMENA (Oost-Europa, Midden-Oosten en Noord-Afrika) was er nog wel groei: +2% – maar minder dan de +6% van het eerste halfjaar. Amerika zag de Adecco-omzet krimpen met -6% en de Akkodis-omzet zelfs met -15%. Lichtpuntje: in de APAC-regio (Azië en de Pacific) groeide de Adecco-omzet met +4% en de Akkodis-omzet zelfs met +9%.

En hoe gaat het met Nederland?

Nadat we bij de vorige kwartaalcijfers van begin augustus moesten constateren dat informatie over de Nederlandse cijfers volledig uit de Adecco-berichtgeving was verdwenen, zijn we met rekenwerk gaan afleiden wat er met de Nederlandse omzet aan de hand zou kunnen zijn. We kwamen toen uit op de conclusie dat de omzet van Adecco Nederland in het vierde kwartaal van 2023 ineens met zo’n -20% moet zijn gekrompen, en dat die enorme krimp ook in het eerste en het tweede kwartaal van dit jaar had plaatsgevonden.

Over de omzetontwikkelingen binnen Adecco Northern Europe, waartoe Nederland behoort, meldt de groep het volgende: de omzet in UK & Ireland (veruit de grootste subregio in Noord-Europa) kromp met -15% nog wat sterker dan in Q2 (-12%), in de Nordics kromp de omzet met -9%, dus iets minder hard dan in de 4 kwartalen hiervoor, en in Belux (dus België plus Luxemburg) was er lichte omzetkrimp: -2% (Q2: +1%).

Met die informatie, plus de kwartaalrapportages van de afgelopen anderhalf jaar en het Jaarrapport 2023 in de hand, valt te berekenen dat de omzet van Adecco Nederland in het derde kwartaal met grofweg -10% zal zijn gekrompen ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Dat is nog steeds aanzienlijk meer dan de ABU-krimp van -1,3%, maar het lijkt aannemelijk dat, als er in het vierde kwartaal geen bijzonderheden plaatsvinden, de omzetkrimp dan nog verder zal afnemen of mogelijk zelfs verdwijnen.

Verwachtingen

Adecco Group ziet aan het begin van het vierde kwartaal dat de omzetontwikkeling gelijk is aan die in het derde kwartaal. De groep verwacht ook ongeveer gelijkblijvende marges.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Adecco Group zakt wat weg, Nederland lijkt wat bij te komen

Optimale datamigratie bij Timing door samenwerking met RecruitNow (zvoove)

In deze nieuwe podcast van FlexNieuws (in samenwerking met Zvoove) gaat Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) in gesprek met Koen Zandbergen (Timing), Bas de Ruijter (programmamanager RecruitNow) en Jannis Koutsoglou (Implementatie Consultant bij RecruitNow). Drie experts die weten hoe je samen een succesvolle datamigratie uitvoert.

“Timing heeft de ambitie de ‘beste flexregisseur van Nederland’ te zijn. Daar horen de beste systemen en processen bij. In de zoektocht naar de juiste leverancier kwamen we uit bij RecruitNow”, zegt Koen Zandbergen, Portfoliomanager & Lead Product Owner bij Timing. Timing is niet alleen overgegaan op de recruitmentsoftware Cockpit (van RecruitNow), tegelijkertijd is gekozen voor nieuwe backoffice-software Kentro (van Pivoton, eveneens onderdeel van zvoove). “Wij willen echt de best of breed, systemen die het best zijn in hun segment én onderling goed zijn te koppelen. Dan krijg je ook de beste datakwaliteit.”

Datamigratie

Over één ding zijn de drie experts het roerend eens: data is het goud in je systemen. Als je overgaat op nieuwe systemen – voor recruitment, backoffice, operatie, finance, et cetera – dan is een heel belangrijke vraag: hoe breng je de data veilig over en hoe kun je die tegelijkertijd opschonen en/of verrijken?

De datamigratie bij Timing was bepaald geen kleine ‘verhuizing’. Bij deze grote uitzendorganisatie ging het om meer dan 20 miljoen records! Zo bekeken is de implementatie en datamigratie binnen vier maanden ‘absurd snel’ gegaan, weet Koen Zandbergen. “Datamigratie is enorm complex. En met de keuze voor de best of breed-partners Cockpit en Kentro ga je ook meer conform die ingerichte processen werken. Dat was best een eyeopener voor ons. Een hele verbetering, maar dat betekent wel dat je ook heel veel data moet aanpassen.”

Volgens Bas de Ruijter begint succesvolle datamigratie met een goede dialoog tussen zvoove als leverancier en Timing als klant. “Natuurlijk moeten de essentiële zaken kloppen, een goede factuur, juiste verloning, et cetera. We doen dit vaak genoeg om risico’s op fouten daarmee buiten de deur te houden.” Maar er komt meer bij kijken, stelt hij. “Je wilt van A naar B, welk stappen zet je daarvoor, welke doelen wil je daarmee bereiken? Dat moet eerst helder zijn.”

Vervolgens is het een kwestie van ervoor zorgen alles klopt alles, de velden in de software juist benoemd zijn zodat de systemen met elkaar matchen. “Uiteindelijk wil je naar een matchbare database.”

“Dat transformeren van data kost veel tijd. We hebben daar ook bij Timing veel sessies aan besteed”, vult Jannis Koutsoglou zijn collega aan. “Juist ook om de kwaliteit van data te verbeteren. We zijn samen aan de slag gegaan om die data zo goed mogelijk in Cockpit te krijgen, zodat het binnen Timing zo goed mogelijk matcht.”

Kwaliteitsboost

Koen Zandbergen: “Wat ik in de samenwerking heel prettig vond was dat we duidelijk voor ogen hadden dat datamigratie geen doel op zich is. Je doet dit, omdat je het systeem wil laten functioneren conform je wensen… in dit geval een goede matching kunnen laten draaien.”

Bijvoorbeeld bij de publicatie van vacatures, waarvan er ten tijde van de migratie circa 2.000 online staan. “Het ene systeem heeft een bepaalde opzet hoe een vacature beschreven wordt en het andere systeem heeft een andere opzet. Dat los je niet even op door een naam van een veld aan te passen. Op het moment dat je een vacaturetekst moet herschrijven kost dat ontzettend veel tijd. We hebben dit met behulp van AI door een vacaturetekst-generator gehaald met als resultaat: eenduidige beschrijvingen en een SEO-kwaliteitsslag. Dan benut de migratie echt om een kwaliteitsboost te geven.”

Volgens Zandbergen is het zaak altijd het doel voor ogen te houden. “Je zet de systemen en de data in voor het uiteindelijke doel: die flexkracht en de klant zo goed mogelijk van dienst zijn, de beste flexregisseur van Nederland zijn.”


7 tips voor succesvolle implementatie en datamigratie

De implementatie van een nieuw systeem is complex en een goede datamigratie cruciaal. Zeven tips: 

  1. Stel een (interne) projectmanager aan die continu het overleg gaande houdt met alle interne stakeholders (stakeholdermanagement)
  2. Zorg voor draagvlak door betrokkenheid (commitment) door steun van de directie. Dat is essentieel bij verandermanagement, want implementatie van nieuwe systemen en datamigratie brengt altijd veranderingen met zich mee
  3. Focus op zo min mogelijk andere projecten, behoud discipline – want het duurt al gauw meer dan een jaar
  4. Begin concreet en klein en benut de learnings daaruit wanneer je het project groter gaat uitrollen. Sta daarbij open voor leermomenten, het is ook een kwestie van veel proberen, snel leren en corrigeren
  5. Communiceer! Informeer alle betrokkenen (gebruikers van de systemen) binnen de organisatie vanaf dag één over bedoeling is en welke rol (gedragsverandering) van hen verwacht wordt
  6. Werk nauw samen met leveranciers en experts, zorg dat er een echte klik is tussen intern en extern, vraag adviezen, meningen en voorstellen, zorg voor veel onderling vertrouwen en open communicatie. 
  7. Houd altijd oog voor de medewerkers. Of het nieuwe systeem succesvol is hangt uiteindelijk af van de gebruikers. Het is en blijft mensenwerk. Zorg voor synergie tussen high tech en high touch.
Geplaatst in Implementatie, In de cloud, Nieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Optimale datamigratie bij Timing door samenwerking met RecruitNow (zvoove)