Maandelijkse archieven: augustus 2009

Kamervragen over uitzendbranche

27 augustus 2009

Vragen van de leden Zijlstra en Blok (beiden VVD) op 20 augustus 2009 aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over het met terugwerkende kracht opleggen van verplichtingen op basis van een (nog) niet algemeen verbindend verklaarde cao.

  • Is het waar dat een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) krachtens de wet alleen bindend is voor werkgevers die zijn aangesloten bij de werkgeversorganisatie(s) die ook partij is bij het sluiten van de overeenkomst, totdat een cao algemeen verbindend wordt verklaard, waarna uiteraard alle werkgevers in de desbetreffende sector zich aan de cao moeten houden? (Staatscourant, 24 juni 2009: besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de avv van de cao Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche.)
  • Is het tevens waar dat een algemeen verbindendverklaring (doorgaans) niet met terugwerkende kracht wordt verleend?
  • Hoe kijkt u in dit licht aan tegen de handelwijze van de Stichting Fonds voor de Uitzendbranche (SFU), die rekeningen stuurt aan niet bij de Algemene Bond Uitzendondernemingen aangesloten werkgevers, ook over de periode voor 28 juni 2009, waarin de cao voor de uitzendbranche niet algemeen verbindend was verklaard? Acht u de dreiging met incassoprocedures terecht, nu immers de loonheffing ten behoeve van de SFU tijdens de genoemde periode kan worden geacht niet bindend te zijn voor niet bij de ABU aangesloten werkgevers?
  • Hoe beoordeelt u het feit dat de SFU tevens over de periode van 1 januari tot en met 29 maart, waarin de oude cao nog van toepassing was, een heffing oplegt van 0,2 procent van de loonsom, zijnde de in de nieuwe cao overeengekomen heffing, terwijl in die periode, slechts een heffing van 0,1 procent verschuldigd was?
  • Bent u bereid bij sociale partners aan te dringen op zorgvuldigheid bij het opleggen van verplichtingen op basis van (nog) niet algemeen verbindend verklaarde cao’s?

Gerelateerd nieuws
> NVUB tegen AVV CAO-SFU
> AVV Sociaal Fonds Uitzendbranche 2009-2011
> AVV CAO Uitzendkrachten (ABU)

Meer:
> Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet AVV)

Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 2009Z14933, 20 augustus 2009

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Kamervragen over uitzendbranche

AVV ABU CAO voor Uitzendkrachten 2009-2014



ABU25 juni 2009

Demissioniar minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de CAO voor Uitzendkrachten 2009-2014 per 25 juni 2009 algemeen verbindend verklaard. Het besluit geldt tot en met 27 maart 2011. Dit betekent dat alle uitzendkrachten die in Nederland werken recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden volgens deze CAO.

De CAO is afgesloten door uitzendkoepel ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) en vakbonden FNV Bondgenoten, De Unie, CNV Dienstenbond en LBV. De CAO heeft betrekking op ruim 730.000 uitzendkrachten.

AVV ABU CAO

De ondernemingen Please, Tentoo en bureau 18K zijn gedispenseerd. De VIA en de NVUB hadden bezwaren ingediend, maar deze bezwaren zijn afgewezen. De ABU is blij met de algemeenverbindendverklaring van de CAO voor Uitzendkrachten. De heer drs. J.H. (Jurriën) Koops, plaatsvervangend directeur: “We creëren hiermee een gelijk speelveld en het zorgt ervoor dat de arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en de naleving van de CAO op een hoger plan komen én blijven.”

CAO-politie

Bondsbestuurder de heer M.J.M. (Marcel) Nuyten van FNV Bondgenoten: “Eerlijke betaling, goede arbeidsomstandigheden en huisvesting, alsmede controle op naleving zijn erg belangrijke zaken in de uitzendsector. Het is van belang dat alle bureaus dezelfde regels naleven en dat de CAO-politie, de SNCU, ook kan toezien op het toepassen van de ABU-CAO bij de niet-georganiseerde uitzendbureaus. Want te vaak worden voornamelijk buitenlandse uitzendkrachten het slachtoffer van ongelijke arbeidsvoorwaarden en slechte huisvestingsomstandigheden.”

Hoop op hogere boetes

Ook de NBBU reageert verheugd op het avv-besluit in het belang van de branche. Ten slotte hopen partijen dat de Tweede Kamer volgende week besluit tot hardere wettelijke maatregelen, zoals hogere boetes bij niet-registratie, om het net rondom malafide uitzenders nog strakker aan te trekken.


Bron: ABU, 2010

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor AVV ABU CAO voor Uitzendkrachten 2009-2014

Timing: keurmerk Certified Flex Home (CFH)

Logo Timing

24 augustus 2009

Timing heeft het VRO keurmerk Certified Flex Home (CFH) ontvangen.

Met dit keurmerk kan Timing aantonen dat zij goed zorg draagt voor de huisvesting van flexmigranten.”

EU services-team voor Poolse werknemers
Timing bemiddelt Poolse werknemers. Het team van EU Services, dat zowel Nederlands als Pools spreekt, is zeven dagen per week en 24 uur per dag bereikbaar voor zowel opdrachtgevers, uitzendkrachten, vestigingen als huiseigenaren. Door veelvuldig contact met elkaar te onderhouden, voorkomt Timing dat er problemen ontstaan, zo meldt het bedrijf op haar site.

VRO keuring bij ABU-leden
De VRO voert, in opdracht van de ABU, huisvestingscontroles uit bij uitzendondernemingen die lid zijn van de ABU. Doel van deze controles is niet alleen om vast te stellen of aan de huisvestingsnormen in de ABU CAO voor Uitzendkrachten is voldaan, maar tevens om de kwaliteit van de huisvesting te verhogen. De verantwoordelijkheid voor een schone, veilige en fatsoenlijke woning ligt namelijk primair bij de werkgever. Met het beeldmerk ‘Certified Flex Home’ worden ABU-leden, zoals Timing, in staat gesteld te laten zien dat zij die verantwoordelijkheid hebben genomen.

Bron: Timing, 24 augustus 2009. Zie ook VRO.

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Timing: keurmerk Certified Flex Home (CFH)

Belemmeringsbeding | Artikel 9a WAADI

Belemmeringsbeding | Artikel 9a WAADI
Een belemmeringsbeding is een beding waarbij een intermediair een flexwerker wil belemmeren om in dienst te treden van de inlener. Een verbod op een dergelijk beding is in artikel 9a WAADI neergelegd.


Download wettekst Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs 


Wat is een belemmeringsbeding
Het belemmeringsbeding is een beding dat een uitzendkracht verbiedt in dienst te treden bij de inlener. Dit belemmeringsbeding kan zich in een direct belemmeringsbeding voordoen tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau en een indirect belemmeringsbeding in de vorm van een bepaling tussen het uitzendbureau en de inlener.

Geschiedenis Belemmeringsbeding
In de arbeidsvoorzieningen wet was tot 1998 in artikel 93 een verbod op een belemmeringsbeding opgenomen. Dit zelfde verbod was terug te vinden in artikel 7 Regeling voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en artikel 13 CAO voor uitzendkrachten waarmee het verbod stevig in wet en regelgeving was verankerd.

Met de inwerkingtreding van de WAADI per 1 juli 1998 kwam dit verbod echter te vervallen met als belangrijkste reden dat op grond van de algemene regels van het contractenrecht partijen beschermd zijn tegen onredelijk bezwarende bedingen en deze door de rechter vernietigd kunnen worden.

Een aantal jaar leek de rechtspraak en de literatuur verdeeld over de vraag of een belemmeringsbeding wel of niet verboden was, totdat een uitspraak van de Hoge Raad in 2003 uitsluitsel gaf en het belemmeringsbeding toelaatbaar werd geacht.

In 2008 werd in de Europese richtlijn 2008/104/EG bepaald dat de lidstaten verplicht zijn het belemmeringsverbod in de wetgeving te implementeren, waarna het belemmeringsverbod bij wet van 27 april 2012 terugkeerde in artikel 9a WAADI.

Artikel 9a WAADI
Artikel 9a WAADI stelt dat het uitzendbureau de uitzendkracht niet mag belemmeren om in dienst te treden bij de inlener na afloop van het dienstverband. Het belemmeringsverbod ziet óók op de relatie tussen het uitzendbureau en de inlener waaruit kan worden afgeleid dat iedere inlener die vervolgens weer doorleent, ook geen belemmeringsbeding op mag leggen aan die uitzendkracht.

Indien na afloop van het dienstverband de uitzendkracht bij de inlener in dienst treedt, is het mogelijk een redelijke vergoeding te vragen aan de inlener in verband met de terbeschikkingstelling, de werving en/of de opleiding van de werknemer.  Wat een redelijke vergoeding is zal per geval moeten worden bepaald en zal afhankelijk zijn van de duur van de ter beschikking stelling en de kosten die zijn gemaakt.

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Belemmeringsbeding | Artikel 9a WAADI