Heeft u al een vertrouwenspersoon aangesteld?

0
325
Annemiek Poortman
Annemiek Poortman

Heeft u al een vertrouwenspersoon aangesteld?

Door Annemiek Poortman, advocaat bij Marxman Advocaten*

Op 7 oktober 2020 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel “Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met het verplicht stellen van een vertrouwenspersoon” (aangebracht door het lid Renkema) ingediend op grond waarvan een werkgever verplicht wordt om een vertrouwenspersoon aan te stellen.

Iedere werknemer heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving. Met dit wetsvoorstel wil de initiatiefnemer iedere werknemer een wettelijk recht op toegang tot een vertrouwenspersoon geven. Tegelijkertijd moet de positie van de vertrouwenspersoon in de organisatie worden versterkt.

Achtergrond
Ruim 1,2 miljoen mensen krijgen op hun werk te maken met pesten, (seksuele) intimidatie, discriminatie of agressie. Ongewenste omgangsvormen doen zich op veel werkvloeren voor en kunnen grote invloed hebben op de werksfeer en de gezondheid van werknemers en daarmee ook voor de kosten en de organisatie van werkgevers. Vertrouwenspersonen kunnen een belangrijke rol spelen in het voorkomen en beperken van de impact van ongewenste omgangsvormen.

Op dit moment heeft echter lang niet iedere werknemer toegang tot een vertrouwenspersoon, én hebben vertrouwenspersonen vaak een onvoldoende stevig verankerde positie in de organisatie. Dit maakt dat een vertrouwenspersoon niet altijd de belangrijke rol kan vervullen die hij of zij zou moeten vervullen. Bovendien is de positie van de vertrouwenspersoon kwetsbaar, zeker bij interne vertrouwenspersonen. Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 10 interne vertrouwenspersonen ooit onder druk is gezet om zijn of haar vertrouwelijkheid in een zaak over ongewenst gedrag op te geven.

Wetsvoorstel
Met dit wetsvoorstel beoogt de initiatiefnemer iedere werknemer een wettelijk recht op toegang tot een vertrouwenspersoon te geven om daarmee een veiligere werkomgeving te creëren. De vertrouwenspersoon krijgt onder meer de taak om werknemers te begeleiden die een melding hebben gedaan, maar ook om zo nodig een deskundige of mediator in te schakelen, knelpunten in het beleid te signaleren en gevraagd of ongevraagd advies aan de werkgever (en OR) te geven. Verder is het doel om de positie van de vertrouwenspersoon in de organisatie te versterken. In het wetsvoorstel staat dat werkgevers die nog geen vertrouwenspersoon hebben een vertrouwenspersoon moeten aanstellen. Dit moet een werkgever bij voorkeur intern regelen. Lukt dit niet, dan kan het ook via een externe partij, zoals een brancheorganisatie.

Voor de flexbranche is het natuurlijk de vraag hoe dit wetsvoorstel in de praktijk zal moeten worden toegepast en of het wetsvoorstel daadwerkelijk het doel bereikt. Het is voor flexibele werknemers in de flexbranche vaak lastig om dergelijke mistanden aan te geven. De arbeidspositie van de werknemer is namelijk vaak onzeker. Een werknemer zal door deze onzekere positie minder gemakkelijk aankloppen bij de werkgever en al helemaal niet snel bij de inlenende partij.

Ontslagbescherming
Een grote verandering in dit wetsvoorstel is dat interne vertrouwenspersonen ontslagbescherming krijgen. Dit betekent dat een vertrouwenspersoon, die ook in dienst is bij de werkgever, niet ontslagen mag worden voor zover het ontslag ziet op het functioneren van die werknemer als vertrouwenspersoon. Verder staat onder andere ook in het wetsvoorstel dat de werkgever de vertrouwenspersoon een plek moet geven in de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Is er een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging ingesteld, dan moet de positie van en de keuze voor de vertrouwenspersoon, maar ook de verlenging en beëindiging van de aanstelling met instemming van die ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging gebeuren.

Wiens verantwoordelijkheid in de flexbranche?
Op basis van de Arbowet is de werkgever verantwoordelijk om haar werknemers te beschermen tegen ongewenst gedrag op de werkvloer. In de flexbranche is dit in sommige situaties lastig, omdat de formelere werkgever niet in alle gevallen invloed heeft op de omstandigheden op de feitelijke werkvloer. Uit het wetsvoorstel blijkt niet expliciet of de flexwerker bij de vertrouwenspersoon van de inlener of van de formele werkgever moet aankloppen.

Een puur taalkundige uitleg van het wetsvoorstel leidt ertoe dat payrollers, gedetacheerden en uitzendkrachten een melding moeten doen bij hun formele werkgever (uitlener). Dit kan echter leiden tot onwerkbare situaties wanneer de door deze flexwerkers gesignaleerde misstanden op de werkvloer van de inlener hebben plaatsgevonden. Is de melding gedaan bij de uitlener, dan zou het op de weg van de vertrouwenspersoon moeten liggen om de gesignaleerde knelpunten bij de inlener (via de werkgever) aan de kaak te stellen.

Gelet op de tegenstrijdige belangen van iedere betrokken partij, zou het mijns inziens wenselijk zijn dat de flexwerker bij zowel de vertrouwenspersoon van de inlener als bij de formele werkgever kan aankloppen. Nu de RI&E van de inlener aan de flexwerker moet worden overhandigd en een werkgever op basis van dit nieuwe wetsvoorstel een vertrouwenspersoon moet aanstellen en dit moet opnemen in de RI&E, kan dit betekenen dat de flexwerker een keuze heeft tussen de vertrouwenspersonen. Of iedere betrokken partij dit wenselijk vindt is een andere vraag. Al ben ik wel van mening dat dit wetsvoorstel de huidige positie van de flexwerker iets minder lastig maakt.

Mr. A.L. (Annemiek) Poortman is advocaat bij Marxman Advocaten te Amersfoort
*Zij schreef dit blog in samenwerking met Moniek Kennis, eveneens werkzaam als advocaat bij Marxman Advocaten

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here