Gelijke beloning? Prima, maar WAB doet geen recht aan realiteit

0
913

Gelijke beloning? Prima, maar WAB doet geen recht aan realiteit
Bob Weghorst
Bob Weghorst, directeur payrolling bij Persoonality/Timing, is een van de experts die de senatoren in de Eerste Kamer van praktische informatie heeft voorzien om de knelpunten in de uitvoeringspraktijk van de Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) te verduidelijken.
Inmiddels, na het debat op 21 mei jl, is bekend dat een meerderheid van de Eerste Kamer geneigd is voor de invoering van de wet te stemmen. Op 28 mei a.s. wordt er gestemd.

Nog teveel vragen bij uitvoerbaarheid
“Over het debat in de Eerste Kamer was ik op voorhand niet erg hoopvol,” zegt Weghorst. “Mijn verwachtingen zijn helaas bevestigd. Nu moet ik de senatoren ook meegeven dat de Eerste Kamer extreem veel uitvoeringsvragen op zijn bord heeft gekregen, die eigenlijk al bij de behandeling in de Tweede Kamer aan de orde hadden moeten komen.

Toen had men al veel kritischer moeten doorvragen naar de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze wet. Ik denk ook dat de uitzendsector meer input had kunnen leveren over de knelpunten in de uitvoering. Aan de andere kant was er veel politieke druk om het wetsvoorstel erdoor te krijgen.”

Uitstel payrollpensioen tot 1-1-2021
“Gelukkig heeft de minister in zijn antwoorden op vragen in de Eerste Kamer wel toegezegd dat hij een uitstel geeft op de payroll-pensioen-paragraaf van 1 jaar; tot 1-1-2021. Voor het andere grote knelpunt dat ik noem, de oplossing voor het ‘migratieprobleem’ (overgenomen uitzendkrachten bij wisseling van uitzendwerkgever) zie ik nog geen tegemoetkoming. In grote lijnen worden wij geconfronteerd met een wet die nog jaren van onzekerheid en jurisprudentie gaat opleveren.”

Vast & flex dekt niet meer de lading
Wat zie jij als de grootste hobbel?
“Het wetsvoorstel gaat uit van ‘oud denken’, er wordt gedacht vanuit een achterhaald systeem van vast & flex. Het effect zal zijn dat Nederland minder competitief wordt en de echte problemen op de arbeidsmarkt niet worden aangepakt maar doorgeschoven. Er is een integraal beleid nodig.”

Gekunsteld vasthouden aan contract voor onbepaalde tijd
Het kabinet werkt aan een totaal pakket van maatregelen en kan niet ‘op zijn handen zitten’, zo formuleert minister Koolmees.
“Ik zie flexibiliteit binnen onze arbeidsmarkt als een feit, het is noodzakelijk en onafwendbaar. Wij lijken als samenleving gekunsteld te willen vasthouden aan de ‘standaard-norm’, een contract voor onbepaalde tijd, terwijl de arbeidsmarkt in razend tempo aan het veranderen is. Die impasse lossen wij met een zeer vergaande wet zoals de Wab niet op.”

Consumentengedrag van invloed op organisatie van werk
Werk- en inkomenszekerheid is van wezenlijk belang, het is toch goed dat het kabinet daar op stuurt?
“Jazeker, maar je kunt wel denken dat je van bovenaf invloed uitoefent, terwijl ondertussen onderin de samenleving een andere beweging gaande is. De veranderingen ontstaan namelijk vanuit een verandering in het consumentengedrag. Daar doen wij als samenleving allemaal aan mee. Ondernemers spelen hier op in. Als zij vandaag een opdracht krijgen, moeten zij vandaag ook leveren omdat wij dat als consumenten normaal zijn gaan vinden. Dit betekent dat de orderportefeuille van bedrijven steeds minder voorspelbaar is. Ondernemers hanteren daarom ook minder voorraad en gaan anticiperen op grote pieken en dalen in het werk. Dat is weer van grote invloed op de manier waarop zij personeel inzetten. Deze economische ontwikkeling is niet de schuld van uitzenden of van flex in het algemeen, zoals teveel mensen nog willen geloven. Het is een economische werkelijkheid, waar we als samenleving een adequaat antwoord op moeten geven.”

Flex duurder; paard achter de wagen
Wie flex werkt zou daarvoor financieel moeten worden gecompenseerd, dat is een logische gedachte.
“De maatregelen in de Wet Arbeidsmarkt in balans maken flex veel duurder. Het idee daarachter is echter dat dit de inzet van flex ontmoedigt; het is niet bedoeld als beloning van flex, maar als straf. Het is er op gericht om werkgevers te stimuleren en min of meer te dwingen om meer mensen in vaste dienst te nemen. Dat vind ik naïef. Ondernemers gaan door deze wet niet massaal werknemers voor onbepaalde tijd aannemen, want de economische realiteit is niet veranderd.”

Groei vast versus flex
Flex helpt de economie op gang in onzekere tijden, als een gangmaker. Het heeft in het afgelopen decennium wel erg lang geduurd voor vaste contracten groeiden ten opzichte van flex. Sinds kort verschuift het weer in het voordeel van vaste contracten. Hoe zie jij dat?
“De verschuiving naar vast is er zeker, waarbij het de vraag is in hoeverre dit komt door de economische situatie. De discussie over het aandeel flex wordt ook niet zuiver gevoerd. Onder flex worden door het CBS ook alle onbepaalde-tijd-contracten zonder vaste uren meegeteld. Waar ook niemand rekening mee houdt is de toegenomen participatiegraad; we hebben nu ook ± 500.000 meer werkenden dan tien jaar geleden. Door de aantrekkende economie zijn met name de laatste jaren veel nieuwe (her)intreders op de arbeidsmarkt waarbij het logisch is dat velen van hen zijn begonnen met een tijdelijk contract.”

Evenwicht in beloning is een goed streven
Ongelijkheid in arbeidsvoorwaarden bij gelijk werk is niet uit te leggen.
“Laat ik voorop stellen dat ik onderschrijf dat het goed is om de beloning van payrollkrachten in evenwicht te brengen met die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn. Daar is geen twijfel over. Het gaat dan wel om de vraag hoe je dat doet. Ik verwacht dan oplossingen waar werknemers werkelijk van gaan profiteren. En dat is nu niet zo. De kostprijsverhoging voor flexibele arbeid, de ‘flex-boete’ van 5% extra premie komt niet ten goede aan de werkenden. Dit zie ik in de regelgeving als een enorme gemiste kans.

Deze nieuwe wet is dus met goede bedoelingen gemaakt, maar pakt naar mijn idee verkeerd uit. De kans dat werkgevers door de maatregelen kiezen voor minder gereguleerde flex, voor de ongewenste varianten, is veel groter. Ik verwacht een nog grotere escape naar schijnzelfstandigheid en foute buitenlandconstructies.”

Groei in flex ontstaat niet door uitzenden of payroll
Waar baseer jij die voorspelling op?
“De grote groei in flex zit ‘m niet in de uitzendbranche en zeker niet in de payrollbranche. Dat is al jaren zichtbaar in de Flexbarometer. De meeste groei zit in zzp, met name in de schijnzelfstandigheid en in oproepkrachten. Daarnaast is de platformeconomie niet te stoppen door de veranderende economische realiteit. Op zich is dat ook niet het probleem. Problematisch is wel dat platformwerk drijft op schijnzelfstandigheid. Dat wordt niet aangepakt en gereguleerd, omdat onze wet-/regelgeving ernstig is achterhaald.”

Welke aanpak werkt wel?
“Een fundamentele en integrale aanpak van de arbeidsmarkt is noodzakelijk, maar het vraagt wel lef om dit te gaan aanpakken.
De ‘Commissie Regulering van werk’ (ook bekend als de ‘commissie Borstlap’) is hier druk mee bezig.

Wij moeten gezamenlijk nadenken over onze arbeidsmarkt met alle betrokkenen; werknemers/werkgevers, zzp’ers, freelancers, platformwerkers et cetera.
En ons daarbij afvragen:

1. Hoe organiseren wij al het werk in Nederland; rekening houdend met de veranderende arbeidsmarkt door robotisering, platformisering en meer; wat betekent dit voor de wet- en regelgeving?

2. Een belangrijke vraag daarbij is: hoe blijven we met elkaar ons (minimale) sociale bestel financieren, inclusief pensioen en ontwikkeling?
Daarbij richten wij ons tot nu toe veel te veel op de vragen rondom vast of flex, terwijl we naar de situatie toe moeten waarbij de contractvorm niet allesbepalend is bij de financiering van een koop-/huurwoning en/of andere verplichtingen. Daar gaat het uiteindelijk om. Dat biedt perspectief voor alle werkenden, hoe hun contract er ook uit ziet.”

Is het leggen van die puzzel eenvoudiger?
“Nee, ook niet. Linksom of rechtsom, we staan voor grote uitdagingen.”

Interview: Hinke Wever