Flexwerkers in Nederland, 2003-2019

0
243

Het CBS heeft een profiel gemaakt van flexwerkers in Nederland. Het rapport beslaat een periode van zestien jaar, en laat zien wie ze zijn, waar ze werken en hoe hun werk- en inkomenszekerheid is.

In de afgelopen decennia is flexwerk een steeds grotere plaats gaan innemen op de arbeidsmarkt. In 2019 waren er rond 3 miljoen flexwerkers, zoals werknemers met tijdelijke contracten, oproepkrachten, uitzendkrachten en zzp’ers. De onderlinge verschillen binnen deze omvangrijke groep zijn groot.

CBS: Flexwerkers in Nederland, 2003-2019, werknemer versus zelfstandige

Thema’s
Het rapport inventariseert de belangrijkste kenmerken van de deelgroepen, met als doel de positie van flexwerkers op de Nederlandse arbeidsmarkt beter in beeld te brengen. De belangrijkste thema’s in het rapport zijn:

  • de ontwikkeling van het flexwerk vanaf het begin van deze eeuw, en de verschillende soorten flexwerkers die het CBS onderscheidt
  • de voornaamste karakteristieken van de zeven verschillende soorten flexwerknemers en de twee soorten zelfstandigen die tot de flexwerkers worden gerekend
  • de baan- en werkzekerheid in de flexibele schil
  • de inkomenspositie
  • de mogelijkheden voor ontwikkeling op het werk

De belangrijkste conclusies van het rapport zijn:

Uitzend- en oproepkrachten: weinig zekerheid, laag inkomen, weinig scholing
Uitzendkrachten en oproepkrachten hebben, vergeleken met andere flexwerkers, weinig baan- en werkzekerheid, een relatief laag inkomen en weinig scholingsmogelijkheden. Uitzendkrachten zijn ook vaak ontevreden over deze aspecten van het werk. Voor oproepkrachten is het beeld anders. Ze geven niet vaak aan ontevreden te zijn over hun werkzekerheid en salaris. Wel zijn oproepkrachten, evenals uitzendkrachten, vaak ontevreden over de leermogelijkheden op het werk.

Langer contracten en tijdelijk dienstverband: meer kans op vast werk
Werknemers met langlopende contracten hebben vergeleken met veel andere soorten flexwerkers een grotere kans om door te stromen naar een vast dienstverband en een kleinere kans om zonder werk te raken. Werknemers met een langer tijdelijk dienstverband zijn wel relatief vaak ontevreden over hun werkzekerheid.

Zzp’ers: lage uitstroom naar werkloosheid
Vergeleken met andere soorten flexwerkers is de uitstroom van zzp’ers naar werkloosheid of inactiviteit laag. Dat geldt vooral voor zzp’ers die producten verkopen. Echter, bij zzp’ers hoeft een gebrek aan werk niet per se samen te gaan met uitstroom naar werkloosheid. Het kan ook leiden tot minder uren werk en een lager inkomen. Wat betreft tevredenheid met de werkzekerheid vallen zzp’ers in de middenmoot. Ze zijn minder vaak ontevreden dan uitzendkrachten of werknemers met lange tijdelijke contracten, maar vaker dan bijvoorbeeld oproepkrachten of werknemers met wisselende uren. Wat betreft het inkomen valt op dat er een groot verschil is tussen zzp-eigen arbeid en zzp-producten.

Vervolg: loopbaanperspectief
Niet alle onzekerheden die gepaard gaan met flexwerk worden door iedereen op dezelfde manier ervaren. Zo blijkt dat oproepkrachten, ondanks hun lage feitelijke baanzekerheid, toch meestal wel tevreden zijn over de zekerheid die hun baan biedt. Door in vervolgonderzoek naar zekerheden van flexwerkers ook het loopbaanperspectief in te brengen kan worden vastgesteld in hoeverre de ervaring van werkenden met bepaalde aspecten van hun werk te maken heeft met de fase waarin hun loopbaan zich bevindt.

Bron: CBS, 19 januari 2021