Hof van Justitie EU bepaalt dat tijdelijkheid essentieel element van uitzendarbeid is

0
636

In een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie is bepaald dat een werknemer die permanent bij een ander bedrijf te werk is gesteld, niet onder de bescherming van de Uitzendrichtlijn valt. Dit kan mogelijke gevolgen hebben voor uitzendkrachten in Nederland, waar de Uitzendrichtlijn voornamelijk is geïmplementeerd in de Waadi.

Door Wilfred Groustra, Unger | Nolet Advocaten

Vindplaats uitspraak: Hof van Justitie van de Europese Unie 22 juni 2023, ECLI:EU:C:2023:499

‌In dit arrest ging het om een werknemer van ALB FILS Kliniken GmbH, een Duits bedrijf. ALB werd overgenomen door een ander bedrijf. De werknemer verzette zich tegen deze overgang. Op grond van het Duitse arbeidsrecht blijft hij dan voor ALB onder dezelfde arbeidsvoorwaarden werken.

ALB heeft in de Duitse arbeidswet de mogelijkheid om werknemer permanent bij een ander bedrijf te laten werken. ALB maakt van deze mogelijkheid ook gebruik: de werknemer wordt elders aan het werk gezet. Werknemer verzet zich daartegen en is van mening dat deze mogelijkheid voor ALB in strijd is met de Uitzendrichtlijn. De Duitse rechter vraagt het EU-Hof of de situatie van de werknemer onder de bescherming van de Uitzendrichtlijn valt.

Het EU-Hof stelt voorop dat zowel het uitzendwerk tijdelijk moet zijn en het ook de bedoeling van uitlener en uitzendkracht moet zijn dat de arbeid slechts tijdelijk wordt verricht. Het Hof oordeelt dat de arbeidsrelatie van werknemer niet aan deze twee eisen voldoet. De werknemer is permanent, niet tijdelijk, bij het andere bedrijf werkzaam. Daarnaast was het nooit de bedoeling van ALB en werknemer geweest om werknemer aan een inlenende onderneming tijdelijk ter beschikking te stellen. De situatie van werknemer valt daarom niet onder de bescherming van de Uitzendrichtlijn.

Om onder de bescherming van de Uitzendrichtlijn te vallen dient een uitzendkracht dus tijdelijk werkzaam te zijn bij de inlener. Dit moet ook duidelijk het doel zijn van de arbeidsrelatie tussen de uitzendkracht en de uitlener. Indien dit niet het geval is, dan valt de werknemer niet onder de bescherming van de Uitzendrichtlijn.

In het Nederlandse arbeidsrecht wordt niet de eis gesteld dat uitzendwerk tijdelijk moet zijn. Dit arrest van het Hof maakt duidelijk dat uitzendkrachten die permanent bij een ander bedrijf te werk zijn gesteld, niet de bescherming van de Uitzendrichtlijn genieten. Dit arrest kan consequenties hebben voor uitzendkrachten in Nederland.

In Nederland is de Uitzendrichtlijn met name in de Waadi geïmplementeerd. Dit betekent dat deze wet met dit arrest waarschijnlijk niet geldt voor werknemers die permanent (en mogelijk ook zelfs voor langere of onbepaalde duur) aan een inlener ter beschikking zijn gesteld. Het Europese recht heeft immers voorrang op nationaal recht als dat in strijd is met internationaal recht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here