AI maakt recruitment sneller, maar de match blijft mensenwerk Geplaatst 8 oktober 2026 door Undutchables De opkomst van generatieve AI heeft recruitment in korte tijd ingrijpend veranderd. Vrijwel iedere recruiter gebruikt tegenwoordig AI als ondersteuning bij dagelijkse werkzaamheden. Vacatureteksten worden in seconden opgesteld, cv’s samengevat, interviewvragen gegenereerd en arbeidsmarktinformatie razendsnel geanalyseerd. Ook bij Undutchables is AI inmiddels een vast onderdeel van het recruitmentproces. Niet om recruiters te vervangen, maar om hen slimmer te laten werken. Administratieve taken kosten minder tijd, waardoor recruiters zich kunnen richten op datgene waar zij daadwerkelijk het verschil maken: gesprekken voeren, verwachtingen managen en duurzame matches realiseren. Juist die ontwikkeling roept een interessante vraag op: als recruitment efficiënter wordt, wordt het dan ook automatisch beter? Lees ook: AI dwingt detacheerders tot andere rol: van cv-leverancier naar strategisch partner AI verandert vooral het werk rondom recruitment De discussie over AI gaat vaak over de vraag of technologie recruiters zal vervangen. Dat lijkt echter de verkeerde vraag. In de praktijk verandert AI vooral het werk rondom recruitment. Taken die veel tijd kosten, maar weinig menselijke afweging vragen, kunnen grotendeels worden geautomatiseerd. Denk aan het schrijven van vacatureteksten, het samenvatten van cv’s, het voorbereiden van intakegesprekken of het analyseren van grote hoeveelheden informatie. Dat levert tijdwinst op. En juist die tijd is schaars. Recruiters hebben vandaag de dag te maken met een arbeidsmarkt waarin geschikte kandidaten minder vanzelfsprekend beschikbaar zijn. Kandidaten hebben meer keuze, organisaties zoeken steeds specifiekere profielen en de snelheid waarmee functies veranderen neemt toe. AI helpt recruiters om efficiënter te werken binnen die dynamiek. Maar efficiëntie is niet hetzelfde als kwaliteit. Een cv vertelt niet het hele verhaal Een AI-model kan uitstekend analyseren welke kandidaat inhoudelijk aansluit op een functie. Maar recruitment draait zelden alleen om ervaring of vaardigheden. Waarom wil iemand juist nu een overstap maken? Welke ambities heeft iemand? Past de cultuur van een organisatie bij de kandidaat? Welke ‘soft skills’ brengt een kandidaat mee? Zijn de verwachtingen over salaris, ontwikkeling en flexibiliteit realistisch? Dat zijn vragen waarop geen algoritme een definitief antwoord kan geven. Juist daarom blijft het persoonlijke gesprek zo belangrijk. Niet alleen om een kandidaat beter te leren kennen, maar ook om verwachtingen aan beide kanten bespreekbaar te maken. De beste matches ontstaan vaak doordat een recruiter nuance ziet die niet zichtbaar is op papier. Lees ook: De keerzijde van AI: langer wervingsproces en te weinig instroom jong talent De recruiter wordt steeds meer adviseur Die verschuiving is ook zichtbaar in onze dagelijkse praktijk. Waar opdrachtgevers vroeger vooral vroegen om geschikte kandidaten, zien recruiters tegenwoordig dat werkgevers steeds vaker behoefte hebben aan advies. Is een functieprofiel nog realistisch in de huidige arbeidsmarkt? Zijn alle gevraagde competenties echt noodzakelijk? Is het slimmer om naar ervaring te kijken of juist naar potentieel? Dat zijn vraagstukken waarbij AI waardevolle inzichten kan bieden, maar geen keuzes maakt. De rol van de recruiter verschuift daardoor van uitvoerder naar adviseur. Minder tijd gaat naar administratieve processen, meer tijd naar arbeidsmarktadvies, verwachtingsmanagement en het begeleiden van zowel kandidaat als werkgever. Die ontwikkeling sluit aan bij een bredere trend op de arbeidsmarkt. Volgens het World Economic Forum zullen juist analytisch vermogen, creativiteit, communicatie en mensgerichte vaardigheden (zoals empathie en veerkracht) de komende jaren steeds belangrijker worden, terwijl routinematige werkzaamheden verder worden geautomatiseerd. AI vraagt ook om verantwoordelijkheid Dat AI steeds slimmer wordt, betekent niet dat organisaties de uitkomsten klakkeloos moeten overnemen. AI werkt op basis van data. Wanneer functieprofielen onrealistisch zijn of historische data bepaalde vooroordelen bevatten, bestaat het risico dat technologie die patronen versterkt in plaats van doorbreekt. Daarom stelt ook de Europese AI Act duidelijke eisen aan het gebruik van AI binnen HR-processen. Transparantie, menselijke controle en verantwoord gebruik zijn daarbij geen formaliteit, maar een noodzakelijke voorwaarde. Voor recruitment betekent dit dat AI uitstekend kan ondersteunen, maar dat belangrijke beslissingen over mensen altijd menselijke afweging vragen. Lees ook: AI dwingt detacheerders hun businessmodel om te gooien De kracht zit in de combinatie Binnen Undutchables wordt AI inmiddels ingezet voor uiteenlopende werkzaamheden: het structureren van informatie, het ondersteunen van searches, het analyseren van data en het versnellen van administratieve processen. De ervaring leert dat AI vooral waarde toevoegt wanneer het de recruiter ondersteunt, niet wanneer het de recruiter probeert te vervangen. Dat zien we ook terug in gesprekken met kandidaten. Steeds vaker gebruiken zij zelf AI om hun cv te verbeteren, sollicitatiebrieven op te stellen of zich voor te bereiden op gesprekken. Daardoor wordt het gesprek zelf misschien wel belangrijker dan ooit. Juist daar blijkt wie iemand is, wat iemand motiveert en of verwachtingen werkelijk bij elkaar passen. Technologie maakt het eenvoudiger om elkaar te vinden. Het gesprek bepaalt uiteindelijk of er een duurzame samenwerking ontstaat. De toekomst van recruitment is hybride AI zal recruitment de komende jaren zonder twijfel verder veranderen. Processen worden sneller, analyses slimmer en administratieve werkzaamheden nemen af. Tegelijkertijd groeit het belang van vaardigheden die zich juist moeilijk laten automatiseren: luisteren, adviseren, overtuigen, context begrijpen en vertrouwen opbouwen. Misschien is dat wel de grootste paradox van AI in recruitment: hoe slimmer de technologie wordt, hoe waardevoller menselijke expertise blijkt te zijn. Voor recruitmentbureaus, uitzenders en detacheerders betekent AI dus niet dat de rol van de recruiter kleiner wordt, maar wel dat die rol verandert. Minder uitvoerend en administratief, meer adviserend en persoonlijk. Minder bezig met papierwerk, meer met het begeleiden van mensen en organisaties in een arbeidsmarkt die voortdurend verandert. AI maakt recruitment sneller. De kwaliteit van een match blijft afhankelijk van iets wat zich moeilijk laat vangen in een algoritme: menselijk inzicht. Hoe verandert AI jouw recruitmentpraktijk en waar blijft menselijk inzicht het verschil maken? Kom in contact met onze experts. Geplaatst in AI, In de cloud | Tags AI, recruitment, Undutchables | Laat een reactie achter
Pacific Groep koopt IT-detacheerder Working Spirit Geplaatst 6 oktober 2026 door Redactie FlexNieuws Pacific Groep heeft IT-detacheerder Working Spirit uit Deventer overgenomen van Unica. Het is de eerste acquisitie binnen de buy-and-buildstrategie van Pacific Groep, een groep gespecialiseerde detacheerders op het snijvlak van compliance, risk en IT. Toekomststrategie Voor Richard Oosterhuis, grootaandeelhouder van Pacific Groep, is de verkoop een terugkeer: hij richtte Working Spirit in 2003 op en verkocht het in 2022 aan Unica. Onder leiding van Oosterhuis groeide Working Spirit uit tot een gevestigde naam in de IT-detachering. Het bedrijf werkt met IT-professionals voor opdrachtgevers bij de overheid, in de zorg en in de energiesector. Unica besloot Working Spirit te verkopen omdat het bedrijf niet langer aansluit bij haar toekomststrategie. Lees ook: VvDN Marktmonitor: omzetdaling detacheerders krimpt, belang detachering groeit “Working Spirit is een bedrijf waar ik bijna twintig jaar met veel passie aan heb gebouwd,” zegt Oosterhuis. “Dat we het nu kunnen terughalen, is een unieke kans. De druk op IT-afdelingen neemt elk jaar toe. Met deze overname kunnen we de structurele vraag naar hoogwaardige IT-professionals nog beter beantwoorden.” Working Spirit blijft zelfstandig label Working Spirit blijft onder eigen naam actief als zelfstandig label binnen Pacific Groep. Voor klanten en gedetacheerde professionals lopen de bestaande afspraken gewoon door; Richard Oosterhuis is in de eerste periode zelf het aanspreekpunt voor Working Spirit. Lees ook: Fijne cijfercorrectie CBS: economie meer gegroeid, werkgelegenheid en flexbranche minder gekrompen in Q2 Joep Burgers, aandeelhouder van Pacific Groep en verantwoordelijk voor IT-detacheerder Blacktang, ziet veel synergie tussen beide IT-labels: “Working Spirit en Blacktang sluiten naadloos op elkaar aan. Onze expertises komen grotendeels overeen, waardoor we nu over een veel grotere pool van IT-specialisten beschikken. Daardoor kunnen we ook inschrijven op tenders en klanten sneller en breder bedienen.” Versnelde schaalvergroting Met Working Spirit groeit Pacific Groep naar een gezamenlijke jaaromzet van ruim 10 miljoen euro en bijna 100 medewerkers. Oosterhuis: “De combinatie van autonome groei en gerichte acquisities versnelt onze schaalvergroting. We bouwen stap voor stap aan een gespecialiseerde detacheringsgroep met een toonaangevende positie op het snijvlak van compliance, risk en IT.” Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags fusies en overnames, Pacific Groep, Working Spirit | Laat een reactie achter
Waarom ineens iedereen een bijna failliet uitzendbureau wil kopen Geplaatst 6 oktober 2026 door Gastblogger Er gebeurt iets merkwaardigs in uitzendland. Wie de afgelopen maanden geregeld op LinkedIn rondhing, heeft ze waarschijnlijk voorbij zien komen: ondernemers en adviseurs die opvallend geïnteresseerd zijn in uitzendbureaus met financiële problemen. “Maakt uw uitzendbureau verlies? Liquiditeitsproblemen? Wij krijgen uw bureau binnen drie maanden weer winstgevend.” Soms wordt er zelfs rechtstreeks gevraagd naar uitzendondernemingen die te koop staan. Op het eerste gezicht is dat een vreemde hobby. De uitzendmarkt heeft het niet bepaald makkelijk, de kosten zijn gestegen en de regelgeving wordt ingewikkelder. Als er één moment is waarop je níét enthousiast zou moeten worden van een verlieslatend uitzendbureau, zou je denken dat het nu is. Toch is precies het tegenovergestelde aan de hand. Want wie niet kijkt naar wat zo’n bureau vandaag verdient, maar naar wat het vanaf 2028 kan vertegenwoordigen, ziet ineens een heel andere onderneming. De vier speelveldveranderende letters die daarbij horen zijn: Wtta. Lees ook: Van Nieuwamerongen (NAU) over invoeringsdatum Wtta: Uitstel uitgesloten De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten treedt namelijk op 1 januari 2027 in werking. Vanaf 2028 wordt de toelatingsplicht daadwerkelijk gehandhaafd. Daarmee verandert de Nederlandse uitzendmarkt van een relatief open markt in een markt met een portier aan de deur. Wie personeel wil uitlenen, moet straks zijn toegelaten. Er komen controles, normen en financiële eisen en ook opdrachtgevers krijgen een verantwoordelijkheid: zij mogen niet zomaar personeel betrekken van een uitlener die niet tot het stelsel is toegelaten. Dat klinkt vooral als iets waar juristen en algemenevoorwaarden-schrijvers gelukkig van worden, maar economisch gebeurt er iets veel interessanters. Er wordt een hek om de markt gebouwd. En zodra er een hek staat, wordt een plaats aan de goede kant daarvan meer waard. Een oude BV heeft namelijk ineens iets wat je niet kunt kopen bij de Kamer van Koophandel. Wtta maakt historie ineens waardevol Voor nieuwe toetreders betekent de Wtta onder meer dat zij financiële zekerheid moeten stellen. Die kan oplopen tot €100.000. Daarnaast moeten zij aantonen dat hun organisatie aan de regels voldoet en het toelatingsproces doorlopen. Voor bestaande uitleners is er overgangsrecht. Een bedrijf dat al jarenlang daadwerkelijk personeel uitleent en zijn fiscale verplichtingen netjes is nagekomen, kan onder voorwaarden bijvoorbeeld worden vrijgesteld van die waarborgsom. En daar gebeurt iets opmerkelijks. Een bestaande uitzendonderneming bezit ineens iets wat nergens als machine, voorraad of intellectueel eigendom op de balans staat: historie. Een uitzend-BV die sinds 2019 aantoonbaar en netjes mensen uitleent, heeft iets wat ik vandaag niet kan namaken. Ik kan morgenochtend een nieuwe BV oprichten, een logo laten ontwerpen en een website online zetten, maar ik kan niet besluiten dat die onderneming de afgelopen zeven jaar al keurig uitzendkrachten heeft verloond. Je koopt vóórdat de portier voor de deur staat Tijdens de parlementaire behandeling van de Wtta is zelfs expliciet gevraagd wat er bij fusies en overnames gebeurt. Een overname wist de geschiedenis van de uitlenende onderneming niet uit, werd besloten. Uiteraard moet die onderneming daadwerkelijk actief zijn geweest en aan de voorwaarden blijven voldoen. Een stoffige BV uit 2004 uit een lade trekken is dus geen gouden sluiproute. Maar een bestaande, actieve én fiscaal schone uitzendonderneming overnemen is wel degelijk iets anders dan vanaf nul beginnen. En dat is interessant om te kopen: wat de eigenaar als verlies ziet, kan de koper als validatie zien. Stel dat er ergens een regionaal uitzendbureau zit dat al acht jaar bestaat. Het draait vier miljoen euro omzet, heeft zestig mensen aan het werk en bedient vijftien vaste klanten. Belastingen zijn betaald, de loonadministratie klopt en er is daadwerkelijk jarenlang personeel uitgeleend. Alleen is er één probleempje: het bedrijf verliest ieder jaar €150.000. De eigenaar ziet een hoofdpijndossier, want er staat een duur kantoor, er werken te veel mensen op de backoffice, er draaien drie softwaresystemen naast elkaar, sommige tarieven zijn jarenlang niet verhoogd en voor de financiering van de lonen wordt veel te veel betaald. Een grotere uitzendonderneming kan naar exact dezelfde cijfers kijken en iets totaal anders zien. Die heeft misschien al een salarisadministratie, financeafdeling, recruiters, directie, software en compliancekennis. Hij hoeft al die kosten dus niet opnieuw te maken. Verdwijnen er na de overname twee ton aan dubbele kosten, dan maakt hetzelfde bedrijf opeens geen €150.000 verlies meer, maar €50.000 winst. Een paar betere klantafspraken en tariefverhogingen later kan het resultaat nog verder omslaan. Dat principe is niet nieuw. Het heet buy-and-build en investeerders doen het al jaren. Verlieslatend is niet hetzelfde als waardeloos Maar de Wtta legt er nu een tweede waardelaag bovenop. De koper koopt niet alleen vier miljoen euro omzet, zestig werkende mensen en vijftien klanten. Hij koopt ook een actieve rechtspersoon met jarenlange uitleenhistorie, die hij vóór 2028 door het nieuwe toelatingsstelsel kan loodsen. Dat maakt juist de timing van de aankoop interessant: je koopt vóórdat de portier voor de deur staat Voor de huidige eigenaar is 2026 misschien juist het moment waarop alles samenkomt. Het bedrijf maakt verlies, de liquiditeit piept en kraakt en ondertussen komt er een nieuwe berg regelgeving aan. Hij moet investeren in processen, compliance en toelating terwijl hij zich misschien al jaren afvraagt of hij nog wel verder wil. Zijn gedachte kan heel begrijpelijk zijn: moet ik hier nou óók nog doorheen? Voor een koper met geld, schaal en een bestaande organisatie klinkt hetzelfde verhaal bijna uitnodigend. Die kan het bedrijf nu tegen een relatief lage waardering kopen, de kostenstructuur repareren en het vervolgens door de Wtta-procedure loodsen. Als dat lukt, bezit hij in 2028 niet meer het verlieslatende bureau dat hij twee jaar eerder kocht, maar een winstgevende onderneming met klanten, mensen, jaren historie en een operationele positie binnen het nieuwe toelatingsstelsel. De concurrent die in 2028 denkt: ‘laat ik ook eens een uitzendbureau beginnen’, begint ondertussen helemaal onderaan de ladder. Lees ook: De vijf meest gestelde vragen over de Wtta volgens de NAU Een nieuwe partij moet straks niet alleen klanten vinden en personeel werven. Hij moet ook zijn organisatie, administratie en compliance zodanig inrichten dat hij toegelaten kan worden. En opdrachtgevers gaan daar eveneens op letten, omdat zij niet meer zorgeloos bij iedere willekeurige uitlener kunnen inkopen. Daarmee verandert ook de commerciële vraag. Een fabriek die maandag vijftig mensen nodig heeft, vraagt straks niet alleen meer: ‘Kun je ze leveren en wat kost het?’ Er komt iets bij: ‘Mag ik juridisch eigenlijk wel zaken met jullie doen?’ Een bestaande partij die dat allemaal al heeft geregeld, heeft daarmee een voorsprong in een dan behoorlijk geslonken markt met minder concurrenten. Het interessante bedrijf is nadrukkelijk niet het meest failliete bureau dat je kunt vinden. Sterker nog: een uitzendbureau met achterstallige loonheffingen, niet-betaalde pensioenpremies, claims en een boekhouding waarin drie boekjaren ontbreken, kan gewoon een verschrikkelijke aankoop zijn, want een goede fiscale en administratieve historie is binnen het nieuwe stelsel belangrijk. Het moment waarop de markt wordt gesorteerd De ideale kandidaat is daarom een merkwaardig soort kneusje achterin de klas: financieel lelijk, maar juridisch schoon. Een bureau met echte klanten, echte mensen, aantoonbare omzet en een correcte administratie, maar met te veel overhead, verkeerde tarieven, slechte financiering of een eigenaar die het commerciële vuur kwijt is. Gezond genoeg om te redden, maar beroerd genoeg om goedkoop te kopen. En dan begrijp je ineens waarom juist verlies interessant kan zijn. Een ondernemer met €300.000 winst weet meestal heel goed dat zijn bedrijf geld waard is. Hij vraagt een stevige prijs. Een ondernemer die ieder jaar €100.000 moet bijstorten, onderhandelt vanuit een heel andere positie. En dat maakt juist dit moment zo bijzonder. We zitten vlak voordat de markt door het nieuwe toelatingsstelsel wordt gesorteerd. Welke bedrijven gaan door? Welke eigenaren haken af? Wie krijgt zijn administratie op orde? Wie heeft voldoende schaal om alle nieuwe verplichtingen rendabel uit te voeren? En wie besluit dat dit een uitstekend moment is om de sleutel aan iemand anders te geven? Lees ook: Wtta: uitleners zonder SNA-keurmerk dreigen achter de feiten aan te lopen De Wtta maakt een oud uitzendbureau niet automatisch waardevol. Een toelating is ook geen Pokémon-kaart die je in 2028 los voor drie ton kunt doorverkopen. Maar een bestaand, actief en schoon bureau dat nu goedkoop kan worden gekocht, vervolgens winstgevend wordt gemaakt én succesvol door het nieuwe stelsel komt, kan wel degelijk een andere economische positie krijgen. En zijn waarde in een paar jaar vervijfvoudigen(!) door een cocktail van slinkende concurrentie, meer vraag wegens de zelfstandigenwet én het ontlopen van het inschrijftonnetje. En daarmee krijgen die ietwat merkwaardige LinkedIn-advertenties plotseling een heel andere betekenis. Misschien zijn sommige kopers gewoon bezig met een simpele rekensom die de huidige eigenaar nog niet maakt. De eigenaar ziet een onderneming die vandaag €150.000 verlies maakt. De koper ziet vier miljoen omzet, zestig uitzendkrachten, vijftien klanten, acht jaar historie en nog voldoende tijd om het geheel door de deur te krijgen voordat de portier allerlei lastige vragen gaat stellen over de gympen die eigenlijk niet passen bij de sfeer binnen. En dat verklaart misschien wel het beste waarom een verlieslatend uitzendbureau anno 2026 ineens zo’n interessante koop kan zijn. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags WTTA | 1 Reactie
Belastingdienst verduidelijkt voorwaarden voor onbelaste vaste kostenvergoeding uitzendkrachten Geplaatst 5 oktober 2026 door Redactie FlexNieuws De Belastingdienst heeft zich in een recent kennisgroepstandpunt uitgesproken over de fiscale behandeling van een vaste kostenvergoeding voor uitzendkrachten. Dat gebeurde nadat NBBU en ABU dit vraagstuk bij de Belastingdienst onder de aandacht hadden gebracht. Zij schetsen de situatie waarin een inlener aan eigen werknemers een vaste kostenvergoeding betaalt. Met de Belastingdienst heeft de inlener afgesproken dat deze vergoeding volledig onbelast kan worden verstrekt, omdat een deel gericht vrijgesteld is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en een deel kan worden aangemerkt als een vergoeding voor intermediaire kosten. De vraag is vervolgens of een uitzendonderneming dezelfde fiscale behandeling mag toepassen wanneer zij de betreffende vergoeding aan een uitzendkracht betaalt. Volgens de Belastingdienst kan dat, maar niet automatisch. Afspraak geldt niet automatisch voor uitzendonderneming Een afspraak tussen twee partijen heeft juridisch geen werking voor een derde partij, benadrukt de Belastingdienst. De uitzendonderneming valt daarom niet zonder meer onder de afspraak die de inlener met de Belastingdienst heeft gemaakt. Wel kan de uitzendonderneming bij die afspraak aansluiten als zij aannemelijk kan maken dat de uitzendkracht in een vergelijkbare positie verkeert als de werknemer van de inlener. Daarbij zijn volgens de Belastingdienst verschillende voorwaarden van belang. Lees ook: Wet loontransparantie in aantocht: nog meer papierwerk voor de flexbranche Zo moet de uitzendkracht werkzaam zijn in een gelijke functie als de werknemer van de inlener die de vaste kostenvergoeding ontvangt. Daarnaast moet de uitzendkracht vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeren. Dat betekent dat sprake moet zijn van dezelfde soort kosten. Volgens de Belastingdienst kan dit aannemelijk zijn wanneer vergelijkbare werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden worden uitgevoerd. Ook moet de uitzendonderneming dezelfde voorwaarden hanteren en dezelfde vergoedingen verstrekken als in de afspraak tussen de inlener en de Belastingdienst zijn vastgelegd. Daarbij moet de uitzendonderneming beschikken over een kopie van de geldige afspraak tussen de inlener en de Belastingdienst. Daaruit moet blijken onder welke voorwaarden de vergoeding onbelast kan worden verstrekt en op welke kosten deze betrekking heeft. Onderliggend kostenonderzoek Aan een vaste kostenvergoeding moet een onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten ten grondslag liggen. De Belastingdienst stelt daarbij niet dat de uitzendonderneming dit onderzoek zelf moet uitvoeren. Uit de wet- en regelgeving volgt volgens het kennisgroepstandpunt niet op welke manier het onderzoek precies moet worden uitgevoerd of dat de werkgever dit altijd zelf moet doen. Ook een onderbouwing aan de hand van een steekproef blijft mogelijk. Dat betekent dat de uitzendonderneming onder voorwaarden gebruik kan maken van het kostenonderzoek dat bij de inlener aan de vergoeding ten grondslag ligt. Alleen verwijzen naar dat onderzoek is echter niet voldoende. De uitzendonderneming moet zelf aannemelijk kunnen maken dat de uitzendkrachten tot een vergelijkbare groep behoren. Of aan alle voorwaarden wordt voldaan, blijft volgens de Belastingdienst afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden. De uiteindelijke beoordeling ligt bij de inspecteur. Lees ook: Is de uitzendondernemer nog een ondernemer of eerder een compliance officer? Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags belastingdienst, kostenvergoeding | Laat een reactie achter
The Employment Group wordt onderdeel van DIT Group Geplaatst 2 oktober 2026 door Redactie FlexNieuws The Employment Group (TEG) wordt onderdeel van DIT Group. Met de combinatie ontstaat een detacheringsgroep met ruim 2.500 vakmensen en professionals en een omzet van meer dan 150 miljoen euro. DIT Group is actief in de detachering en bemiddeling van vakmensen en professionals in de bouw, techniek en industrie. Bij DIT Group werken ruim 1.200 Nederlandse en Europese vakmensen en professionals. De onderneming heeft 15 vestigingen in Nederland. H2 Equity Partners is meerderheidsaandeelhouder van DIT Group. The Employment Group brengt met Faber (marktleider in de schildersbranche) en Cottus (techniek) ruim 1.300 vakmensen en 20 vestigingen in Nederland in. “Wij zijn bijzonder verheugd dat Cottus en Faber onderdeel worden van DIT Group”, zegt Michael Ammerlaan, CEO van DIT Group. “Voor onze klanten, vakmensen en professionals betekent dit dat we nog meer toegevoegde waarde met een breed pakket aan dienstverlening en oplossingen kunnen leveren. Met het gecombineerde kantorennetwerk dekken we nu heel Nederland.” Opleiden en werving EU-vakmensen De combinatie wil de grotere schaal onder meer benutten voor het opleiden en werven van technisch personeel. DIT beschikt daarvoor over eigen Vakscholen en heeft daarnaast wervingsteams in Polen en Roemenië. De omvang van de nieuwe groep moet volgens DIT ook helpen om te voldoen aan de toenemende eisen op het gebied van regelgeving en compliance. Freek Lamberts, CEO van The Employment Group, ziet door de aansluiting bij DIT meer mogelijkheden voor klanten en medewerkers. “Door onderdeel van DIT te worden kunnen wij onze klanten en onze medewerkers nog meer perspectief bieden. Zo is de inzet van EU-vakmensen en -professionals voor onze klanten van grote meerwaarde. Voor vakmensen ontstaan er kansen om bij veel meer verschillende opdrachtgevers op mooie projecten te kunnen werken.” De transactie is nog afhankelijk van goedkeuring door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en van financiering. Lees ook: Michael Ammerlaan nieuwe CEO van DIT Group Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags Employment Group, fusies en overnames | Laat een reactie achter