"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

De Q3-cijfers van PageGroup en ManpowerGroup tonen wat verbetering

Langzaam maar zeker lijkt de flexbranche zich in de loop van 2026 wat te herstellen. Mondiaal laten de eerste Q3-cijfers weer wat meer omzetgroei zien. De eerste Nederlandse cijfers tonen wat minder krimp, zo laat Wim Davidse zien in zijn analyse van de kwartaalcijfers van ondermeer de Manpower Group.

Dat is dan omdat de definitieve Q3-omzetcijfers van de ABU Marktmonitor nog niet binnen zijn, die volgen pas met de periode 10-cijfers op 27 oktober. Voorlopig staat de Q3-omzetteller van de ABU op een fraaie +5,2% omzet ten opzichte van een jaar eerder, de sterkste groei sinds Q1 2022, dus 4½ jaar geleden. Maar de eerste volledige Q3-omzetcijfers komen weer van ManpowerGroup, dat deze donderdagmiddag publiceerde.  PageGroup was al op dinsdag met cijfers gekomen, maar net als bij de Q2-cijfers: geen woord over Nederland, of zelfs maar over de Benelux.

Ook deze keer publiceerde PageGroup dus helemaal niets over Nederland; de aandacht was nu nog abstracter dan de vorige keer: “In response to the ongoing challenging market conditions in Q3, we reduced our fee earner headcount by 47, mainly in Northern Europe.” (Nederland maakt in de PageGroup deel uit van Northern Europe.) Klinkt niet als groei.

Totaal mondiaal realiseerde PageGroup voor het eerst sinds Q4 2022 groei: +1,5% ten opzichte van 1 jaar eerder (brutomarge, in Q2 was dat nog -0,2%, in Q1 zelfs nog -4,9%; een positieve trend). In Europa (inclusief een relatief klein aandeel vanuit het Midden-Oosten en Afrika) bedroeg de krimp nog -3,8% (-4,8% in Q2, -9,2% in Q1), waarvan +2% in Temp en -7% in Perm. (In het eerste kwartaal was de brutomarge van Page Nederland met een enorme -26% gekrompen.) Het aandeel van PageGroup zakte die dag zo’n -4½% op de beurs.

(Toelichting: De PageGroup is een ietwat vreemde eend in de flex-bijt: uitzenden, detacheren en zzp-bemiddeling (Temporary, Temp) zijn relatief onbelangrijk voor de groep, goed voor minder dan een derde van de totale mondiale brutomarge. Permanent (Perm, recruitment voor vast) is goed voor 70%; bij Randstad is dat ongeveer 15% – de business- en verdienmodellen verschillen dus aanzienlijk. Ten tweede: de groep rapporteert geen omzetcijfers, maar de bruto marge; de afgelopen 5 jaren bedroeg hun bruto marge ongeveer 49-50% van hun omzet – een enorm hoog percentage, dat kan worden teruggevoerd op het grote aandeel Permanent in hun business.)

Het derde kwartaal van ManpowerGroup Nederland

Bij de ManpowerGroup is dat heel anders, met de nadruk vooral “gewoon” op uitzenden. Wereldwijd kwam in het derde kwartaal nog steeds 65% van de totale bruto marge van Manpower (vooral grootschalig uitzenden); Experis (professionals) was weer goed voor 19%, Talent Solutions (RPO, MSP en Talentontwikkeling) weer voor 16%. Manpower realiseerde van de drie business lines net als in Q1 en Q2 de sterkste omzetgroei (+7%, na +8% in Q2 en +6% in Q1), terwijl de andere business lines nu ook positiever voor de dag kwamen: Experis stabiliseerde, na -2% in Q2 en -9% in Q1; Talent Solutions pakte +1% omzet, na stabilisatie in Q2 en -1% in Q1.

De totale mondiale omzet van de groep groeide weer met +6% (gecorrigeerd voor werkbare dagen, overnames en wisselkoersveranderingen) naar 4,84 miljard Amerikaanse dollars (4,32 miljard euro); ook in Q2 was de mondiale omzetgroei +6%, in Q1 was die nog +3%, dus de groei versnelde niet verder..

De brutomarge daarentegen zakte ook in Q3 weer – van 16,6% van de omzet in dezelfde periode vorig jaar naar 15,9% nu. De EBITA (de winst voor rente, belastingen en afschrijving op goodwill) steeg een fractie: met +0,2 procentpunt naar een nog steeds enorm lage 1,8% (was zelfs nog 1,4% in Q1). De conversieratio kwam daarmee op 11,3% – 20% is eigenlijk wel het minimaal wenselijke niveau, en er zit in de loop van 2026 niet veel schot in.

De omzet in de Americas-regio groeide net als in Q2 met +14% erg sterk (+4 in Q1), en in Zuid-Europa met +2% (+4% in Q2, +3% in Q1). Frankrijk is goed voor 51% van de Zuid-Europese omzet en zag de omzet in Q3 met -2% afnemen, na 0% in Q2 en in Q1. In de APME-regio (AsiaPacific Middle East) was er +4% (+5% in Q2, +8% in Q1). De omzet in Noord-Europa groeide met een relatief fraaie +6%, na +2% in Q2 en nog -1% krimp in Q1. Overal in deze laatste regio was er groei (het sterkst in Duitsland met maar liefst +21%, na nog -1% in Q2 en -14% in Q1) – behalve in België (0%, na +8% in Q2) en in Nederland.

In de onderstaande grafiek is te zien dat de Amerikaanse uitzendmarkt inmiddels is gaan groeien (gemeten in personen), de Franse uitzendmarkt (in uren) tegen groei aanhikt, en dat Belgische en de Nederlandse uitzendmarkten (beide hier gemeten in uren) juist weer wat weg zijn gezakt in 2026 – waarbij in Nederland de krimp kleiner wordt in de loop van het jaar en in België juist groter.

De ManpowerGroup-omzet in Nederland kromp in Q3 met -3%. In Q2 was dat nog -6%, in Q1 nog -5% en in het hele jaar 2025 nog -4%. Dus wat verbetering in Nederland, maar ten opzichte van de ABU-omzetgroei nog steeds een achterblijvende ontwikkeling.

De urenkrimp van ManpowerGroup Nederland zal dus nog een behoorlijk stuk groter zijn dan die van de ABU Marktmonitor (vooralsnog -3,5% in Q3).

De Raad van Bestuur van ManpowerGroup voorziet dat de omzet in Noord-Europa in  Q4 nog behoorlijk meer zal gaan groeien (tussen +8 en +12%), dat de brutomarge in het vierde kwartaal zal stabiliseren en de EBITA-marge wat groter zal worden.

Op de aandelenbeurs in New York werd zeer teleurgesteld gereageerd: het aandeel MAN zakte hard, naar een min van bijna 17% in de eerste vier uren van de handel.

Concluderend: het ergste lijkt achter de rug

Zoals gezien: de Amerikaanse uitzendmarkt is inmiddels gaan groeien, de Franse uitzendmarkt lijkt daar bijna, maar de Belgische en de Nederlandse uitzendmarkten zijn juist weer wat weggezakt in 2026 – hoewel het in België erger lijkt te worden, en in Nederland minder, uitgedrukt in uren. In euro’s gemeten gaat het in de loop van 2026 in Nederland steeds beter – de gemiddelde uurtarieven zijn – door de nieuwe cao’s? – hard gestegen, cumulatief toont het gemiddelde ABU-tarief +8,9%! Het gaat in ieder geval duidelijk minder slecht dan in mijn eerste prognose voor 2026 voorzien (-6% in uren). De stijging van het gemiddelde uurtarief is daarbij enerzijds onvoldoende om alle kostenstijgingen te dekken en anderzijds verontrustend sterk – opdrachtgevers zijn er bepaald niet enthousiast over, en de totale brutomarge lijkt in de loop van 2026 te krimpen.

De Nederlandse ontwikkeling van de eerste staffing company die z’n cijfers heeft gepubliceerd (ik laat Page Nederland weer even buiten beschouwen), wijkt weer behoorlijk negatief af van het ABU-beeld. Daar moet dan rekenkundig gezien tegenover staan dat “de rest” het gemiddeld beter heeft gedaan dan de ABU Marktmonitor. Volgende week gaan we de cijfers van Randstad zien, daarna volgen de ABU Marktmonitor, Brunel, Adecco Group, de VvDN en de totale Nederlandse flexbranche.

Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia, hoofdredacteur van FlexNieuws en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *