FlexFuture event 2026: vooruitblik op wet- en regelgeving voor de flexbranche Geplaatst 21 oktober 2026 door Redactie FlexNieuws Ook richting 2027 zijn er weer volop ontwikkelingen in de wet- en regelgeving rondom flexibele arbeid. Net als ieder jaar zorgt Experts in Flex er tijdens het FlexFuture event wet- en regelgeving op 1 december 2026 voor dat partijen in de flexbranche bijgepraat worden over de laatste stand van zaken. Naast een inhoudelijk sterk programma met topsprekers is het dit jaar een bijzondere editie: oprichter Henk Geurtsen viert zijn 50-jarig(!) jubileum in de branche. Lees ook: Henk Geurtsen, 50 jaar expert in de flexbranche Trends in beeld voor toekomstbestendig ondernemen Wim Davidse (flexstrateeg en hoofdredacteur bij FlexNieuws & HRMorgen) is de dagvoorzitter en neemt het eerste onderdeel van het programma voor zijn rekening. Hij schetst de economische trends in de markt. Waar zijn de kansen en risico’s voor flex-ondernemers? Welke inspirerende voorbeelden zijn er? Hij doet dit op zijn eigen bevlogen wijze en illustreert dit met cijfers, grafieken over ontwikkelingen in de markt. En zoals Wim de noodzaak van het event beschrijft: “Laten we ons hard maken voor de Wmzif – de Wet meer zin in flexwerk!” De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) Kees van Nieuwamerongen (interim-directeur van de NAU) vertelt waarom de NAU is opgericht, wat de kerntaken en ambities zijn, wanneer je de NAU gaat tegenkomen en geeft de stand van zaken rondom de uitvoering van de Wet toelating ter beschikkingstelling van Arbeidskrachten (Wtta). Actualiteiten wet- en regelgeving Henk Geurtsen (oprichter en partner van Experts in Flex) neemt u mee in alle wijzigingen in wet- en regelgeving waar de branche in 2027 mee te maken gaat krijgen. Elk jaar weer zit Henk tot op de laatste dag te ‘sleutelen’ aan de presentatie, zodat hij iedereen op de hoogte kan brengen van de meest recente ontwikkelingen. Wat er dit jaar exact aan de orde gaat komen is nog niet te voorspellen. Er zal zoals altijd meer dan genoeg te vertellen zijn. Wtta in de praktijk: waar staan we richting 1 januari 2027? Julisa Fereijra Phelipa (Directeur van Normec VRO) en Arjan Boer (technisch manager en inspecteur bij Normec VRO) nemen u mee in de meest actuele stand van zaken rondom de Wtta en de impact daarvan op de praktijk. Op basis van de grootschalige inspectieresultaten binnen de Wtta-module wordt inzichtelijk gemaakt waar organisaties nu écht staan. Deze sessie biedt geen theorie, maar realiteit: feitelijke bevindingen, kritische inzichten en duidelijke duiding van de risico’s én kansen. U krijgt een scherp beeld van de kans van slagen richting 1 januari 2027 – en wat u nú moet doen om niet achter te blijven. Kostprijs 2027 Henk Geurtsen geeft uitleg over de kostprijsberekening, inclusief praktische implicaties voor de bedrijfsvoering. Hij zal onder andere stilstaan bij de denk- en rekenfouten die er in de praktijk vaak worden gemaakt. Lees ook: Huidige rekenmodellen voor kostprijsberekeningen kunnen in de prullenbak Informatiemarkt en receptie Tijdens het event is er ook een informatiemarkt. Daar zijn diverse sponsoren aanwezig, de NBBU én mediapartner FlexNieuws. Daarnaast is er na afloop van het event een receptie om het 50-jarig jubileum van Henk Geurtsen te vieren. FlexFuture 2026 Datum: 1 december 2026, inloop 9.15 (start programma 10:15) – 15.00 uur Locatie: Van der Valk Hotel Houten, Houtveste 25 in Houten Bekijk hier het programma. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags FlexFuture | Laat een reactie achter
NAU: wie de deadline van 31 december mist, verspeelt de overgangsregeling Geplaatst 21 oktober 2026 door Redactie FlexNieuws Voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven begint de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) niet op 1 januari 2027, maar al over een paar weken. Op 1 november opent het loket waar uitleners zich melden voor de overgangsregeling. Kees van Nieuwamerongen is directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), de instantie die straks bepaalt wie tot de uitleenmarkt wordt toegelaten. In een webinar van Flexnieuws tijdens de webinarweek maakte hij duidelijk dat de klok tikt en dat de groep die zich moet melden groter is dan veel bedrijven beseffen. Twee maanden om je ticket te halen Het aanmeldvenster loopt van 1 november tot en met 31 december 2026. Dat is bewust kort, legt Van Nieuwamerongen uit. De NAU wil begin 2027 weten hoe groot de markt is. “Wij denken aan ongeveer vijftienduizend organisaties, maar we weten het niet zeker.” Op basis van dat aantal en de opgegeven omzet worden de leges vastgesteld, de kosten die een uitlener betaalt voor de toelating zelf. De aanmelding is de toegang tot de overgangsregeling en die regeling is onmisbaar. Iedere uitlener moet uiteindelijk door een inspectie-instelling worden gecontroleerd op het nieuwe normenkader. Bij duizenden bedrijven lukt dat niet in een paar maanden. De overgangsregeling zorgt ervoor dat je in de tussentijd kunt blijven werken. Wie de deadline mist, verliest die mogelijkheid. “Dan mis je eigenlijk je toelating tot die overgangsperiode”, aldus Van Nieuwamerongen. In de praktijk komt dat neer op het verlies van je businessmodel. Daarna volgt de tweede deadline: tussen 1 mei en 30 juni 2027 vragen uitleners hun daadwerkelijke (voorlopige) toelating of ontheffing aan. Lees ook: Normenkader gelijkwaardig belonen Wtta bekend gemaakt. Consultants en IT-bedrijven: niet te snel denken dat het je niet raakt Voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven is de toelatingsplicht helder. Maar de wet geldt ook voor andere bedrijven die personeel uitlenen en daar winst op maken, ook als dat een nevenactiviteit is, en voor buitenlandse bedrijven die werknemers in Nederland uitlenen. Denk aan bedrijven in consultancy, IT, reclame en zakelijke dienstverlening. Volgens Van Nieuwamerongen zijn juist zij vaak niet alert. “Veel van die bedrijven denken dat ze een dienst leveren, maar eigenlijk stellen ze personeel ter beschikking.” De NAU hanteert drie kernvragen. Heeft u werknemers in dienst die tijdelijk bij een ander bedrijf werken? Ontvangt u daarvoor een vergoeding? Werken zij onder leiding en toezicht van dat andere bedrijf? Is het antwoord driemaal ja, dan valt u mogelijk onder de toelatingsplicht. De beslisboom op toelatinguitleenmarkt.nl helpt bij twijfel. “Als je eronder valt en je doet niks, heb je wel een probleem.” Ook bedrijven die incidenteel personeel uitlenen, bijvoorbeeld in de bouw of de agrarische sector, moeten iets doen. Is uitlenen minder dan tien procent van de omzet, dan kan een ontheffing worden aangevraagd. Die moet dan wel echt worden aangevraagd. Sommige sectoren vallen er volledig buiten, zoals de beveiligingsbranche, sociale werkbedrijven en bbl-leerbedrijven. Ook ‘eenmans-bv’s’ kunnen onder wtta vallen Een opvallende vraag uit het publiek ging over de directeur-grootaandeelhouder (dga) die zichzelf via de eigen bv als consultant verhuurt. Het antwoord was kort: ja, die bv valt onder de wet. Werk je onder leiding en toezicht van een ander, dan is het je bv die je uitleent. “Dan verschil ik in feite niets van een uitzendbureau.” Een zzp’er die onder leiding en toezicht werkt, valt er volgens Van Nieuwamerongen juist niet onder; die is dan in feite gewoon in dienst (van het bureau of de opdrachtgever), met alle discussie over schijnzelfstandigheid van dien. Een ton die je terugkrijgt Over geen onderwerp kwamen zoveel vragen binnen als over de waarborgsom. Voor bestaande uitleners bedraagt die 100.000 euro, in één keer. Starters storten eerst 50.000 euro en een half jaar later de rest. De som dient als buffer voor achterstallige lonen en belastingen, en moet voorkomen dat een bedrijf dat van de markt wordt gehaald de volgende dag onder een nieuwe bv doorgaat. Van Nieuwamerongen nuanceert het beeld dat toelating een ton kost. Wie de afgelopen vier jaar keurig loon en belasting heeft afgedragen, krijgt vrijstelling. Wie wel stort en vier jaar zonder achterstanden werkt, krijgt het bedrag terug. “Als je gewoon goed je business runt, komt het geld vanzelf terug.” Rente is er overigens niet: op die vraag uit het publiek was het antwoord een kort “nee”. Lees ook: NAU over waarborgsom Het SNA-keurmerk verliest zijn waarde Wie denkt met het SNA-keurmerk klaar te zijn, komt bedrogen uit. Het Wtta-normenkader bouwt voort op de NEN 4400-1, maar voegt onder meer toetsing toe op de juiste toepassing van de cao en gelijkwaardige beloning, en op huisvesting: werk je met een gecertificeerde huisvester of een woningcorporatie? Uit proefinspecties kwamen volgens Van Nieuwamerongen ‘behoorlijk wat non-conformiteiten’. Een SNA-keurmerk betekent dus niet automatisch dat je aan de nieuwe eisen voldoet. Een keurmerk dat op 30 juni 2027 nog geldig is, kan eenmalig dienen als basis voor toelating. Daarna is een Wtta-inspectie nodig. Over de waarde van het keurmerk op langere termijn is hij helder: “Dat is nul, want dat biedt geen toelating meer tot de markt.” Wel begrijpt hij dat uitleners het in de overgangsjaren willen aanhouden, om klanten, banken of de Belastingdienst te laten zien dat ze deugen. Dat schuurt wel: hoe drukker inspectie-instellingen zijn met SNA-keuringen, hoe langer de overgangsperiode duurt. De enige norm die nog niet definitief is, is norm 5.3 over gelijkwaardige beloning. Die gaat de internetconsultatie in, moet voor het einde van het jaar in werking treden en wordt vanaf medio 2027 getoetst. Van Nieuwamerongen wijst erop dat het ministerie van SZW het normenkader maakt, de NAU de toelating uitvoert en de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft. Regel het praktische nu, maar niet te vroeg Voor de aanmelding heb je eHerkenning niveau 3 nodig, toegang tot de Berichtenbox voor Bedrijven, correcte gegevens in het KVK-handelsregister, je verwachte jaaromzet over 2026 en het type aanvraag dat je in 2027 verwacht te doen. Omdat eHerkenning en de Berichtenbox weken doorlooptijd kunnen hebben, is het advies stellig: “Niet over nadenken, gewoon doen.” Het formulier zelf is overzichtelijk, belooft hij. Wie te ijverig is, kan echter ook de mist ingaan. Van Nieuwamerongen sprak iemand die trots zijn VOG voor rechtspersonen al had aangevraagd. Die is pas in mei nodig en mag dan maximaal drie maanden oud zijn. “Je kunt ook te snel zijn.” Reken er bovendien op dat opdrachtgevers aan de lijn komen. De NAU roept inleners op om hun uitleners rond 1 november te vragen of zij zich al hebben aangemeld. Lees ook: De vijf meest gestelde vragen over de Wtta volgens de NAU Route naar 2028 1 november tot 31 december 2026: aanmelden voor de overgangsregeling. 1 januari 2027: de Wtta treedt in werking. 1 mei tot 30 juni 2027: aanvraag toelating of ontheffing. Vanaf 1 juli 2027: beoordeling door de NAU, openbaar register gaat open. Vanaf 1 januari 2028: handhaving door de Arbeidsinspectie; alleen toegelaten uitleners mogen nog uitlenen. Meer informatie, stappenplannen en de beslisboom staan op toelatinguitleenmarkt.nl, waar ook het nieuwe contactcentrum van de NAU te vinden is. De NAU heeft ook een ‘Communicatietoolkit Wtta’ opgesteld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Wtta, die vind je hier. Het volledige webinar, inclusief alle vragen uit het publiek, is hieronder terug te kijken. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags NAU, WTTA | Laat een reactie achter
Nieuwe checklist voor werkgevers die werken met uitzendkrachten Geplaatst 20 oktober 2026 door Redactie FlexNieuws De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft een checklist ontwikkeld voor werkgevers die arbeidskrachten inhuren via een uitzendbureau of uitlener. De checklist maakt duidelijk waar werkgevers op kunnen én moeten letten bij het inhuren van personeel. Vaak weten zij niet dat ze medeverantwoordelijk zijn voor goede arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van ingeleende arbeidskrachten. De Arbeidsinspectie heeft de checklist ontwikkeld in samenwerking met de Belastingdienst, UWV, SVB en partijen uit de uitzendsector. Inlener is medeverantwoordelijk In de praktijk ziet de Arbeidsinspectie dat inleners vaak onvoldoende beseffen dat zij samen met de uitlener verantwoordelijk zijn voor eerlijke, gezonde en veilige werkomstandigheden. Als een werkgever iemand inhuurt, is deze verplicht te weten wie er bijvoorbeeld bij het bedrijf komt werken en moet ervoor zorgen dat alles klopt voor én met de ingehuurde arbeidskracht. Verschuilen achter uitzendbureau Tijdens controles constateert de Arbeidsinspectie regelmatig dat die verantwoordelijkheid nog niet duidelijk is en uitzendkrachten illegaal in Nederland werken. Met deze checklist wordt het moeilijker voor werkgevers om zich vervolgens te verschuilen achter een uitzendbureau. Het is als werkgever verplicht om de check te doen of een arbeidskracht in Nederland mag werken. Ook als de werkgever via een uitlener personeel inhuurt, blijft de inlenende partij medeverantwoordelijk. Lees ook: Klachten over uitzendbureaus nemen flink toe, opvolging door Arbeidsinspectie blijft achter Praktische handvatten voor inleners De checklist geeft werkgevers praktische handvatten waar zij op moeten letten als zij arbeidskrachten inlenen. Zo kunnen zij beter op de naleving van arbeidsvoorwaarden en de veiligheid op de werkvloer letten. De vernieuwde checklist is beschikbaar via www.checklistuitleners.nl. Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags Arbeidsinspectie, arbeidsomstandigheden, Checklist uitzendbureaus | Laat een reactie achter
Toekomstbestendige glastuinbouw doet vraag naar flexkrachten verschuiven Geplaatst 19 oktober 2026 door Arthur Lubbers “Negen van de tien keer brengt het NOS Journaal bij berichten over misstanden met arbeidsmigranten een kas in beeld. Maar in de glastuinbouw komen die misstanden nauwelijks voor”, zegt Arne Bac, sr. sectormanager Tuinbouw bij Rabobank. Wel werken er ook in dit deel van de agrarische sector veel arbeidsmigranten. De vraag is hoe lang nog in dezelfde mate arbeidsmigranten kunnen worden ingezet. Technologische vernieuwing is nodig om de sector toekomstbestendig te maken. Bac: “De hele markt staat voor een transitie, dat geldt voor alle deelsectoren in de glastuinbouw en daarbuiten. We hebben elkaar nodig. Eén ding is zeker: niets doen is geen optie.” Reden voor de Rabobank om samen met de Wageningen Universiteit, sectorpartijen en brancheorganisaties onderzoek te doen en scenario’s te schetsen voor de (glas)tuinbouw in 2040. Veel arbeidsmigranten als uitzendkrachten In de Nederlandse glastuinbouw werken tienduizenden flexibele arbeidskrachten. De Rabobank gaat in het onderzoek uit van 47.000 arbeidskrachten (arbeidsjaareenheden) in de primaire glastuinbouw. Uitzendkrachten vormen daarvan een substantieel deel. Van de bedrijven in de glastuinbouw werkt 40 procent met uitzendkrachten (2023), zo blijkt uit cijfers van Colland Arbeidsmarkt, het arbeidsmarkt- en ontwikkelingsfonds voor de sector Agrarisch en Groen. Kortom, de glastuinbouw is een belangrijke markt voor de Nederlandse uitzendbranche. Arbeidsproductiviteit en arbeidsmigratie De twee factoren die de komende jaren bepalend zullen zijn voor de toekomst van de glastuinbouw zijn de arbeidsproductiviteit (snelheid van technologie-adoptie door de bedrijven) en arbeidsmigratie (beschikbaarheid van arbeid). Het arbeidsaanbod in Nederland stagneert. Bovendien heeft het kabinet in de deze zomer gepubliceerde Talentstrategie bekendgemaakt dat het laagproductieve arbeidsmigratie wil afbouwen. Een geringer aanbod van arbeid maakt het thema arbeidsproductiviteit essentieel voor alle sectoren, stelt Leontine Treur (senior econoom bij de Rabobank) in een recent artikel. Groei van de arbeidsproductiviteit is volgens Treur van extra belang voor exportgerichte sectoren, waar ook de tuinbouw onder valt. Een hogere arbeidsproductiviteit leidt namelijk tot lagere loonkosten per eenheid product (ondanks de stijging van de lonen), wat helpt om internationaal concurrerend te blijven. Vier toekomstscenario’s De factoren ‘beschikbaarheid arbeid’ en ‘snelheid van technologie-adoptie’ vormen in het onderzoek dan ook de basis (assen) voor de vier geschetste scenario’s voor de glastuinbouw (zie grafiek). Scenario met meeste productiviteitsgroei Het meest interessant is scenario 1 (autonoom telen), omdat daar de meeste groei zit. In dit scenario is de beschikbaarheid van arbeid laag en de snelheid waarmee ondernemers in de glastuinbouw nieuwe technologie adopteren hoog. Dit scenario toont een sterke productiviteitsgroei, eerst 3 procent per jaar (1a), daarna versneld naar 5 procent (1b). Deze versnelling hangt samen met grootschalige toepassing van robotisering, AI, data en autonome systemen. Dat heeft effect op de vraag naar type arbeidskrachten. Er komt een sterke verschuiving van praktisch/manueel werk naar hoogwaardige technische, digitale en datagedreven functies. Van de huidige (2024) 47.000 arbeidskrachten (arbeidsjaareenheden) verrichten nog 40.000 manueel werk (praktisch opgeleid) en zijn 7.000 specialist/operator. Dat gaat in scenario 1 drastisch veranderen tot 2040: In variant 1a ontstaat richting 2040 een arbeidsmarkt waarin praktisch/manueel werk en specialistische functies ongeveer in balans komen. Van de 39.000 arbeidskrachten doen dan 19.000 manueel werk en 20.000 gespecialiseerd werk In variant 1b wordt uitgegaan van versnelde productiviteitsgroei en grootschalige toepassing van autonome systemen. Richting 2040 worden specialistische functies daar dominant ten opzichte van praktisch/manueel werk. Van de 35.000 mensen die dan waarschijnlijk in de sector werken, doen slechts 12.000 manueel werk en zijn er maar liefst 23.000 specialisten/operators nodig. In het scenario met de meeste productiviteitsgroei (scenario 1) is deze verschuiving in de vraag naar arbeid dus het meest zichtbaar. De omvang van praktisch/manueel werk neemt flink af, terwijl de behoefte aan technische, digitale en datagedreven functies sterk toeneemt. Maar zelfs in de minder ambitieuze scenario’s (2 en 3) verschuift de arbeidsvraag van kwantiteit naar kwaliteit sterk, zoals blijkt uit onderstaande grafiek. Relevant voor intermediairs Deze sterke verschuiving in de arbeidsvraag is uiteraard ook relevant voor intermediairs. Zij zullen het in de toekomst niet zozeer moeten hebben van volume (zoveel mogelijk ‘handjes’ leveren), maar meer van kwaliteit (goed geschoolde flexkrachten aanbieden). Bac: “De vraag naar praktisch geschoolden daalt, de vraag naar mbo(+) stijgt daarentegen. De juist geschoolde medewerker leveren wordt de uitdaging. Ook omdat dit de specialisten en operators zijn waar ook in andere sectoren veel vraag naar is, denk aan installatiebedrijven of de dienstverlening. In feite ga je concurreren met bedrijven als ASML, die ook zitten te springen om technische mbo/hbo-ers.” Uitzender: word de preferred opleider Conclusie van Rabobank op basis van het onderzoek: de toekomstige concurrentiekracht van de sector is niet primair afhankelijk van méér arbeid, maar van hogere arbeidsproductiviteit, technologische versnelling en de ontwikkeling van hoogwaardige functies. Daarbij zijn publiek-private samenwerking, innovatie, human capitalontwikkeling en praktijkgerichte opschaling belangrijke randvoorwaarden. Bac’s collega Reinder Koelewijn (sectormanager zakelijke dienstverlening bij Rabobank) ziet daarbij een mooie rol voor uitzenders weggelegd. “Uitzenders zijn bij uitstek geschikt om de juist geschoolde medewerkers panklaar aan te bieden aan opdrachtgevers in de glastuinbouw. Uitzenders zijn gewend aan de flexibiliteit van seizoenswerk, kunnen bijvoorbeeld hun flexkrachten van het werken in een warehouse naar de glastuinbouw begeleiden. En zij kunnen door het in huis scholen van hun mensen zorgen dat zij de preferred opleider voor deze sector worden.” Lees ook: ‘Groei uitzenders en detacheerders zit niet in omzet, maar in waardecreatie voor inleners’ Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags arbeidsmigranten, beroepsopleiding, flexkrachten, Rabobank | Laat een reactie achter
De Q3-cijfers van PageGroup en ManpowerGroup tonen wat verbetering Geplaatst 16 oktober 2026 door Wim Davidse Dat is dan omdat de definitieve Q3-omzetcijfers van de ABU Marktmonitor nog niet binnen zijn, die volgen pas met de periode 10-cijfers op 27 oktober. Voorlopig staat de Q3-omzetteller van de ABU op een fraaie +5,2% omzet ten opzichte van een jaar eerder, de sterkste groei sinds Q1 2022, dus 4½ jaar geleden. Maar de eerste volledige Q3-omzetcijfers komen weer van ManpowerGroup, dat deze donderdagmiddag publiceerde. PageGroup was al op dinsdag met cijfers gekomen, maar net als bij de Q2-cijfers: geen woord over Nederland, of zelfs maar over de Benelux. Ook deze keer publiceerde PageGroup dus helemaal niets over Nederland; de aandacht was nu nog abstracter dan de vorige keer: “In response to the ongoing challenging market conditions in Q3, we reduced our fee earner headcount by 47, mainly in Northern Europe.” (Nederland maakt in de PageGroup deel uit van Northern Europe.) Klinkt niet als groei. Totaal mondiaal realiseerde PageGroup voor het eerst sinds Q4 2022 groei: +1,5% ten opzichte van 1 jaar eerder (brutomarge, in Q2 was dat nog -0,2%, in Q1 zelfs nog -4,9%; een positieve trend). In Europa (inclusief een relatief klein aandeel vanuit het Midden-Oosten en Afrika) bedroeg de krimp nog -3,8% (-4,8% in Q2, -9,2% in Q1), waarvan +2% in Temp en -7% in Perm. (In het eerste kwartaal was de brutomarge van Page Nederland met een enorme -26% gekrompen.) Het aandeel van PageGroup zakte die dag zo’n -4½% op de beurs. (Toelichting: De PageGroup is een ietwat vreemde eend in de flex-bijt: uitzenden, detacheren en zzp-bemiddeling (Temporary, Temp) zijn relatief onbelangrijk voor de groep, goed voor minder dan een derde van de totale mondiale brutomarge. Permanent (Perm, recruitment voor vast) is goed voor 70%; bij Randstad is dat ongeveer 15% – de business- en verdienmodellen verschillen dus aanzienlijk. Ten tweede: de groep rapporteert geen omzetcijfers, maar de bruto marge; de afgelopen 5 jaren bedroeg hun bruto marge ongeveer 49-50% van hun omzet – een enorm hoog percentage, dat kan worden teruggevoerd op het grote aandeel Permanent in hun business.) Het derde kwartaal van ManpowerGroup Nederland Bij de ManpowerGroup is dat heel anders, met de nadruk vooral “gewoon” op uitzenden. Wereldwijd kwam in het derde kwartaal nog steeds 65% van de totale bruto marge van Manpower (vooral grootschalig uitzenden); Experis (professionals) was weer goed voor 19%, Talent Solutions (RPO, MSP en Talentontwikkeling) weer voor 16%. Manpower realiseerde van de drie business lines net als in Q1 en Q2 de sterkste omzetgroei (+7%, na +8% in Q2 en +6% in Q1), terwijl de andere business lines nu ook positiever voor de dag kwamen: Experis stabiliseerde, na -2% in Q2 en -9% in Q1; Talent Solutions pakte +1% omzet, na stabilisatie in Q2 en -1% in Q1. De totale mondiale omzet van de groep groeide weer met +6% (gecorrigeerd voor werkbare dagen, overnames en wisselkoersveranderingen) naar 4,84 miljard Amerikaanse dollars (4,32 miljard euro); ook in Q2 was de mondiale omzetgroei +6%, in Q1 was die nog +3%, dus de groei versnelde niet verder.. De brutomarge daarentegen zakte ook in Q3 weer – van 16,6% van de omzet in dezelfde periode vorig jaar naar 15,9% nu. De EBITA (de winst voor rente, belastingen en afschrijving op goodwill) steeg een fractie: met +0,2 procentpunt naar een nog steeds enorm lage 1,8% (was zelfs nog 1,4% in Q1). De conversieratio kwam daarmee op 11,3% – 20% is eigenlijk wel het minimaal wenselijke niveau, en er zit in de loop van 2026 niet veel schot in. De omzet in de Americas-regio groeide net als in Q2 met +14% erg sterk (+4 in Q1), en in Zuid-Europa met +2% (+4% in Q2, +3% in Q1). Frankrijk is goed voor 51% van de Zuid-Europese omzet en zag de omzet in Q3 met -2% afnemen, na 0% in Q2 en in Q1. In de APME-regio (AsiaPacific Middle East) was er +4% (+5% in Q2, +8% in Q1). De omzet in Noord-Europa groeide met een relatief fraaie +6%, na +2% in Q2 en nog -1% krimp in Q1. Overal in deze laatste regio was er groei (het sterkst in Duitsland met maar liefst +21%, na nog -1% in Q2 en -14% in Q1) – behalve in België (0%, na +8% in Q2) en in Nederland. In de onderstaande grafiek is te zien dat de Amerikaanse uitzendmarkt inmiddels is gaan groeien (gemeten in personen), de Franse uitzendmarkt (in uren) tegen groei aanhikt, en dat Belgische en de Nederlandse uitzendmarkten (beide hier gemeten in uren) juist weer wat weg zijn gezakt in 2026 – waarbij in Nederland de krimp kleiner wordt in de loop van het jaar en in België juist groter. De ManpowerGroup-omzet in Nederland kromp in Q3 met -3%. In Q2 was dat nog -6%, in Q1 nog -5% en in het hele jaar 2025 nog -4%. Dus wat verbetering in Nederland, maar ten opzichte van de ABU-omzetgroei nog steeds een achterblijvende ontwikkeling. De urenkrimp van ManpowerGroup Nederland zal dus nog een behoorlijk stuk groter zijn dan die van de ABU Marktmonitor (vooralsnog -3,5% in Q3). De Raad van Bestuur van ManpowerGroup voorziet dat de omzet in Noord-Europa in Q4 nog behoorlijk meer zal gaan groeien (tussen +8 en +12%), dat de brutomarge in het vierde kwartaal zal stabiliseren en de EBITA-marge wat groter zal worden. Op de aandelenbeurs in New York werd zeer teleurgesteld gereageerd: het aandeel MAN zakte hard, naar een min van bijna 17% in de eerste vier uren van de handel. Concluderend: het ergste lijkt achter de rug Zoals gezien: de Amerikaanse uitzendmarkt is inmiddels gaan groeien, de Franse uitzendmarkt lijkt daar bijna, maar de Belgische en de Nederlandse uitzendmarkten zijn juist weer wat weggezakt in 2026 – hoewel het in België erger lijkt te worden, en in Nederland minder, uitgedrukt in uren. In euro’s gemeten gaat het in de loop van 2026 in Nederland steeds beter – de gemiddelde uurtarieven zijn – door de nieuwe cao’s? – hard gestegen, cumulatief toont het gemiddelde ABU-tarief +8,9%! Het gaat in ieder geval duidelijk minder slecht dan in mijn eerste prognose voor 2026 voorzien (-6% in uren). De stijging van het gemiddelde uurtarief is daarbij enerzijds onvoldoende om alle kostenstijgingen te dekken en anderzijds verontrustend sterk – opdrachtgevers zijn er bepaald niet enthousiast over, en de totale brutomarge lijkt in de loop van 2026 te krimpen. De Nederlandse ontwikkeling van de eerste staffing company die z’n cijfers heeft gepubliceerd (ik laat Page Nederland weer even buiten beschouwen), wijkt weer behoorlijk negatief af van het ABU-beeld. Daar moet dan rekenkundig gezien tegenover staan dat “de rest” het gemiddeld beter heeft gedaan dan de ABU Marktmonitor. Volgende week gaan we de cijfers van Randstad zien, daarna volgen de ABU Marktmonitor, Brunel, Adecco Group, de VvDN en de totale Nederlandse flexbranche. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Laat een reactie achter