Randstad-topman Jeroen Tiel: ‘Dat er in ons land meer jongeren langs de kant staan, is niet uit te leggen’ Geplaatst 29 september 2026 door Arthur Lubbers De grijze golf komt eraan. De kraptesectoren worden krapper. De uitstroom en het verzuim zijn historisch hoog, bijvoorbeeld in de zorg. “En tegelijkertijd lukt het maar niet (vroegtijdige) schoolverlaters en mensen uit de WIA aan het werk te krijgen”, stelt Jeroen Tiel (ceo Randstad Groep Nederland) tot zijn ongenoegen vast bij de presentatie van de Randstad arbeidsmarktupdate op 24 september 2026. “Het systeem rammelt, er zit een fundamentele weeffout in.” Bij de vorige Randstad arbeidsmarktupdate in juni concludeerde hij al: “De arbeidsmarkt lijkt stabiel, maar onderhuids spelen grote structurele problemen.” Die situatie is afgelopen kwartaal niet veranderd. De schaarste op de arbeidsmarkt is nagenoeg gelijk aan vorig jaar. De trends zetten door, zo blijkt. De gemiddelde arbeidsmarktspanning is de afgelopen maanden stabiel gebleven, maar de verschillen tussen sectoren zijn verder vergroot. Vakgebieden waarvoor al gold dat de arbeidsmarkt ruim was geworden, zijn nog ruimer geworden. Dat is het geval binnen Finance & administratie, de agrarische sector, en in nog grotere mate in de ICT, waar al langer sprake is van afkoeling. Maar de kraptesectoren koelen niet af. Integendeel. In vakgebieden waar al krapte was, is de arbeidsmarkt nog krapper geworden. Dit geldt met name voor de zorg, maar ook voor de bouw en productie. Het aantal vacatures in de private sector nam afgelopen kwartaal af, terwijl dat in de publieke sector min of meer stabiel bleef. Er zijn met name meer openstaande vacatures voor zorgpersoneel (algemeen verpleegkundigen en verzorgenden) en de bouw (managers en uitvoerders). Die groeiende vraag komt mede doordat het schort aan de aanbodzijde en de uitstroom hoog is. Zo kent de zorg een hoog verzuim en veel uitstroom, de techniek vooral een gebrekkige instroom en de bouw en techniek kampen beide met vergrijzing. Minder vraag naar starters en juniors Wat opvalt is dat het aantal vacatures voor starters bovengemiddeld is afgenomen. Dat ligt nu ruim 30 procent onder het niveau van 2022. Volgens Bart van Krimpen (Market Intelligence Randstad) is dit vooral een conjunctureel effect. Ten dele is dit ook een gevolg van de komst van AI. De eerste signalen dat er minder juniors gevraagd worden, zijn te zien in finance/administratie en IT, waar meer functies zitten met een hoge ‘AI-exposure’. “Maar om te stellen dat de massale afname van de vraag naar starters en juniors door AI komt, is te kort door de bocht.” Flexschil verschuift, interne flexschil groeit De totale flexschil groeit mee met de totale arbeidsmarkt en het aandeel blijft vrijwel stabiel. Vier op de tien werkenden hebben geen vast contract. Er is ook in het tweede kwartaal van dit jaar vooral een groei te zien in bepaalde tijd-contracten en het aantal oproep- en invalkrachten loopt op (zie grafiek). Dat komt overeen met de eerder conclusie van Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) dat de interne flexschil (tijdelijke contracten, oproepkrachten) groeit. “Werkgevers waarderen hun wendbaarheid, en hebben die in het tweede kwartaal vooral in hun interne flexschil gezocht: meer mensen met een tijdelijk contract met uitzicht op vast, meer mensen met een contract korter dan een jaar en (vooral) meer oproepkrachten. En met alle turbulentie en onzekerheid in de externe omgeving, lijkt dat niet meer dan logisch.” In onderstaande grafiek is ook te zien dat het aantal zzp’ers blijft dalen. Het aantal uitzendkrachten laat een (licht) afnemende trend zien, die volgens Randstad meebeweegt met de conjunctuur. Lees ook: Fijne cijfercorrectie CBS: economie meer gegroeid, werkgelegenheid en flexbranche minder gekrompen in Q2 Verschuiving oproepcontract naar uitzenden Wet- en regelgeving heeft zeker impact op de flexbranche, maar flex verdwijnt niet. De flexcontracten verschuiven wel. Zo zijn oproep-/nulurencontracten met de komst van de Wet meer zekerheid flexwerkers vanaf 1 januari 2028 niet meer toegestaan. In plaats daarvan moeten bandbreedtecontracten komen, met een afgesproken minimum- en maximumaantal uren waarbij het verschil niet groter mag zijn dan 30 procent. Tiel voorziet dat uitzenden hierdoor weer zal groeien. “Dat maakt uitzenden weer interessanter. Simpelweg omdat de behoefte aan flexibiliteit blijft.” Tiel ziet dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de flexbranche om de tekorten in de kraptesectoren aan te pakken. “Onze allocatiefunctie is belangrijk, denk aan het van werk naar werk begeleiden.” Op de vraag van FlexNieuws welke impact de (aanstaande) wetgeving op de flexbranche zal hebben, reageerde Tiel dan ook opvallend positief. “De wetgeving moet zorgen voor goed gereguleerd werk. Dat is altijd ons uitgangspunt geweest.” De Randstad-topman verwacht niet dat de flexbranche als geheel daaronder zal lijden. “Flex is van alle tijden en een flexibele arbeidsmarkt is cruciaal. Er is een structurele behoefte aan wendbaarheid bij werkgevers en werkenden.” Record verzuim en arbeidsongeschiktheid Randstad wijst in de Arbeidsmarktupdate specifiek op het feit dat er meer mensen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid langs de kant staan. Het verzuimpercentage bereikte in het tweede kwartaal een recordhoogte van 5,4 procent, wat neerkomt op 450.000 werknemers. Daarnaast is er in tien jaar tijd een ruime verdubbeling van het aantal mensen in de WIA: dat zijn er nu 500.000. Opvallend is dat ‘psychische klachten’ de belangrijkste reden zijn voor de toename van de instroom. Ook stelt Randstad dat jongeren weliswaar een relatief klein aandeel vormen binnen de WIA, maar dat de groep jongeren wel tot de sterkste stijgers bij de instroom behoort. Het totale aantal mensen dat niet werkt door ziekte of arbeidsongeschiktheid is volgens de Randstad-cijfers gegroeid naar 894.000. Daarbinnen zit een enorm onbenut arbeidspotentieel, weet Tiel. “De grijze golf komt eraan en tegelijkertijd staan steeds meer jongeren langs de kant. Het lukt (vroegtijdige) schoolverlaters en jongeren zonder opleiding niet om een baan te vinden en te behouden. Maar het is niet uit te leggen dat we jongeren en arbeidsongeschikten niet weer aan het werk krijgen.” Complexe regelgeving Tiel wijt dit probleem aan de complexe regelgeving. “Er zit een fundamentele weeffout in het stelsel, het systeem rammelt en hervorming is nodig. Er zijn nu mensen die niet meer aan het werk durven gaan omdat ze bang zijn voor een armoedeval of omdat de regels te complex zijn. En werkgevers durven hen niet aan te nemen omdat zij met een langdurige loondoorbetaling bij ziekte zitten.” Tiel ziet meer in een verplichting aan de werkgever om bij verzuim direct actief te begeleiden. “Vroegtijdig activeren en re-integreren is de beste investering voor de maatschappij.” Lees ook: Randstad-topman Jeroen Tiel: “De uitdaging – voor de hele maatschappij – is AI-ongeletterdheid voorkomen.” Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags oproepcontracten, Randstad Groep Nederland, re-integratie, Uitzenden, verzuim, Wet Meer zekerheid flexwerkers, WIA | Laat een reactie achter
De vijf meest gestelde vragen over de Wtta volgens de NAU Geplaatst 29 september 2026 door Redactie FlexNieuws De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) merkt dat steeds meer bedrijven zich voorbereiden op de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), die op 1 januari 2027 ingaat. Vanaf 1 januari 2028 wordt gecontroleerd of bedrijven zich aan de wet houden. Uitleners mogen alleen nog personeel uitlenen als zij een toelating of ontheffing hebben. Inleners mogen alleen samenwerken met uitleners die zijn toegelaten of een ontheffing hebben. De voorbereiding op de toelating kost met name uitleners tijd. De NAU deelt de vijf meest gestelde vragen van bedrijven die zich voorbereiden op de nieuwe wet. 1. Wanneer moet ik een waarborgsom betalen? Een waarborgsom is nodig om werknemers en de overheid te beschermen tegen de gevolgen van uitleners die hun verantwoordelijkheden niet nakomen. Alle uitleners die een toelating aanvragen, betalen een waarborgsom aan de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Dit is € 100.000 voor uitleners. Voor startende uitleners is dat € 50.000 bij hun eerste aanvraag. Bij de aanvraag voor de definitieve toelating (na 6 maanden) vullen startende uitleners dit aan tot € 100.000. De waarborgsom krijgen uitleners na 4 jaar terug, als zij zich aan de regels houden. Betaal je de waarborgsom niet? Dan word je als uitlener niet toegelaten tot de uitleenmarkt. In sommige gevallen hoeven uitleners bij de eerste toelating geen waarborgsom te betalen. Er is dan sprake van een vrijstelling. Deze vrijstelling krijgen uitleners als ze kunnen aantonen dat ze op 31 december 2026 al 4 jaar onafgebroken bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven met uitlenen als hoofdactiviteit. En in die 4 jaar ook daadwerkelijk werknemers hebben uitgeleend. Daarnaast moeten zij een geldige verklaring hebben van de Belastingdienst waaruit blijkt dat alle belastingen en premies betaald zijn. De verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden. 2. Wanneer kom ik in aanmerking voor een ontheffing? In sommige gevallen kunnen uitleners een ontheffing van de toelatingsplicht aanvragen. Als uitlener kom je hiervoor in aanmerking als je: minder dan 10 procent van je jaaromzet uitleent; omzet lager is dan € 5 miljoen per jaar; kunt aantonen dat je voorafgaand aan de aanvraag minimaal 12 maanden loon hebt betaald. Uitleners moeten de ontheffing zelf aanvragen en een verklaring van een accountant toevoegen over de juistheid van de cijfers. Deze gaan over het jaar vóór de aanvraag. Deze informatie moet elk jaar opnieuw bij de NAU worden aangeleverd. Lees ook: Van Nieuwamerongen (NAU) over invoeringsdatum Wtta: Uitstel uitgesloten 3. In welke gevallen heb ik geen toelating nodig? Er zijn een aantal situaties waarin uitleners geen toelating nodig hebben. We zetten ze hieronder op een rij. Bij het aannemen of uitbesteden van werk is er geen sprake van uitlenen. De werknemers werken wel bij de opdrachtgever, maar blijven werken onder leiding en toezicht van hun eigen werkgever. De opdrachtgever bepaalt wat er moet gebeuren, maar niet hoe het werk wordt uitgevoerd. Bij uitlenen tussen collega-bedrijven geldt geen toelatingsplicht wanneer er géén winst op de uren wordt gemaakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bedrijf dat tijdelijk te weinig werk heeft en werknemers uitleent aan een ander bedrijf dat op dat moment juist extra mensen nodig heeft. De uitlener mag dan alleen de loonkosten doorberekenen. Dochterbedrijven die bij één moederbedrijf horen en werknemers aan elkaar uitlenen, hebben geen toelating nodig. De uitlener en de inlener zijn dan onderdeel van dezelfde onderneming. Ook zijn er uitzonderingssituaties waarin je geen toelating nodig hebt: wanneer arbeidsbeperkten via sociale ontwikkelbedrijven worden aangeboden om te werken onder aangepaste omstandigheden; wanneer een stichting een BBL-traject aangaat met een student en de student ter beschikking stelt aan een bedrijf waar de beroepspraktijkvorming plaatsvindt; wanneer particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus voor dit werk beschikken over een vergunning van de minister van Justitie en Veiligheid. Twijfel je of jouw bedrijf onder de wet Wtta valt? Gebruik de beslisboom op toelatinguitleenmarkt.nl. 4. Welke verantwoordelijkheden heb ik als inlener? Vanaf 1 januari 2028 mogen inleners alleen nog personeel inhuren van uitleners die een toelating of ontheffing hebben óf onder een wettelijke uitzondering vallen. Zij moeten vóór de start van de werkzaamheden vastleggen via welke uitlener personeel wordt ingezet. Dit geldt ook als personeel wordt doorgeleend. Vanaf 1 juli 2027 kunnen inleners in het openbare register van de NAU controleren of een uitlener is toegelaten, een ontheffing heeft of onder de overgangsregeling valt. De uitleners die in het openbare register staan, mogen dus personeel uitlenen. Kijk op toelatinguitleenmarkt.nl/inleners voor de checklist voor inleners. 5. Mijn bedrijf is in het buitenland gevestigd, moet ik ook een toelating aanvragen? Ja. De toelatingsplicht geldt ook als jouw bedrijf in het buitenland gevestigd is en je werknemers uitleent aan een Nederlandse inlener. De regels voor buitenlandse en Nederlandse inleners zijn zoveel mogelijk gelijk. Maar ze kunnen waar nodig worden aangepast vanwege praktische uitvoerbaarheid. Zo kun je als buitenlands bedrijf geen VOG voor een rechtspersoon aanvragen. Deze VOG-verplichting geldt dus niet. Werkt er een Nederlandse bestuurder bij het bedrijf? Dan geldt de VOG-verplichting wel. Lees ook: Wat betekent de nieuwe toelatingswet voor uitleners én inleners? De NAU legt uit Meer weten over de Wtta? Tijdens de Webinar Week van ZiPconomy, FlexNieuws, HRMorgen en Werf& krijgt u in drie webinars praktische informatie over de nieuwe toelatingsregels en wat organisaties nu al moeten regelen. Op het programma: De Wtta komt eraan, weet wat u te doen staat – NAU Wtta als kans, zo speel je er slim op in – Flexpedia Wtta 2027: toelating en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, wat moet je nu regelen? – Bureau Cicero Bekijk het programma en schrijf u in via de website van de Webinar Week 2026. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags NAU, toelatingsstelsel, WTTA | Laat een reactie achter
artra over veranderende opleidingsbehoefte in uitzendbranche: ‘Je moet je kennis onderhouden als je je werk goed wilt blijven doen’ Geplaatst 28 september 2026 door Rosita van der Kwaak De uitzendbranche krijgt in korte tijd veel nieuwe wet- en regelgeving voor de kiezen. Dat heeft ook gevolgen voor wat professionals moeten kennen en kunnen. Volgens Monique van Gerrevink (teamlead van het Research, Learning & Development-team) en Marta Nokkert-Dabrowska (ontwikkelaar, adviseur en trainer binnen het RL&D-team) van artra neemt de behoefte aan actuele kennis en praktische vaardigheden dan ook toe. Tegelijkertijd verandert AI het vak en daarmee de manier waarop professionals informatie verzamelen en toepassen. “Er komt heel veel op ons af”, zegt Nokkert-Dabrowska. Ze noemt onder meer de invoering van gelijkwaardige beloning, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) en de aangekondigde wetgeving rond meer zekerheid voor flexwerkers. “De wetten sluiten op elkaar aan, maar soms ook niet. Het vak van uitzendprofessional wordt steeds complexer door al die ontwikkelingen.” Lees ook: Flexibel opleiden in een krappe arbeidsmarkt: zo houd je je team wendbaar Actuele kennis is niet meer voldoende Marta Nokkert-Dabrowska, ontwikkelaar, adviseur en trainer binnen het RL&D-team bij artra Al die nieuwe wetten en regels zorgen ervoor dat opleiden steeds meer een continu proces wordt. “Het is niet meer zo dat je in 2015 ergens een cursus hebt gevolgd en het allemaal wel weet”, zegt Nokkert-Dabrowska. “Elke keer komen er nieuwe regels vanuit de Europese Unie. Daarnaast hebben we te maken met jurisprudentie. Als je dat niet allemaal bijhoudt, kun je je onderneming niet runnen of je werk goed uitvoeren.” Dat de behoefte aan actuele kennis groeit, merkt artra ook aan de belangstelling voor bijeenkomsten over nieuwe regelgeving. Een recent seminar over de Wtta kon rekenen op overweldigende belangstelling. “Mensen zijn op zoek naar de juiste informatie en hulp bij wat ze allemaal moeten doen. We merken ook dat een heleboel mensen achter de feiten aanlopen.” Niet wachten tot wetgeving ingaat Volgens Van Gerrevink en Nokkert-Dabrowska is het belangrijk om niet te wachten tot nieuwe regelgeving daadwerkelijk van kracht wordt. artra volgt ontwikkelingen in de markt en wetgeving voortdurend en past het opleidingsaanbod daarop aan. Daarbij gaat het niet altijd om een compleet nieuwe opleiding. artra biedt bijvoorbeeld een periodieke kennistoets waarmee professionals jaarlijks kunnen controleren of hun kennis nog actueel is. “Je hoeft niet alles opnieuw te leren. Het is ook goed als je alleen een bepaald onderwerp wilt bijspijkeren.” Dat principe komt ook terug in het aanbod ‘Toets en Leer’. Wanneer uit een toets blijkt dat iemand op een bepaald onderwerp kennis mist, kan daar een korte e-learning aan worden gekoppeld. De basisopleiding voor uitzend- en backofficeprofessionals blijft ondertussen een belangrijk onderdeel. “Dat is echt het kloppende hart van de kennis van onze branche”, aldus Nokkert. Monique van Gerrevink, teamlead van het Research, Learning & Development-team bij artra Tegelijkertijd ziet artra nieuwe doelgroepen ontstaan die meer kennis van de flexbranche nodig hebben. Ook inleners krijgen te maken met vragen en verplichtingen door alle veranderingen. Grote organisaties in bijvoorbeeld de zorg en techniek kijken bovendien steeds vaker naar de mogelijkheid om recruitmentactiviteiten intern te organiseren in plaats van extern in te huren. Van Gerrevink: “Die kennen de doelgroep, de mensen en het werk heel goed, maar missen soms die professionele slag als het gaat om wat het vak van recruiter nou precies inhoudt en wat je daarvoor nodig hebt.” De complexiteit maakt het belangrijk dat professionals niet alleen de actuele wet- en regelgeving kennen, maar ook weten hoe ze die moeten toepassen in de praktijk. Ook richting klanten verandert het gesprek. Door ontwikkelingen zoals gelijkwaardige beloning moeten uitzendprofessionals bijvoorbeeld kunnen uitleggen waarom de kosten veranderen en wat dat betekent voor de dienstverlening. Daarvoor is meer nodig dan juridische kennis. “Kennis en vaardigheden gaan hand in hand”, zegt Nokkert-Dabrowska. “Mensen moeten ook leren hoe ze over de nieuwe regels communiceren met hun klanten. Het gaat om vragen kunnen stellen, luisteren, adviseren en de kennis kunnen vertalen naar de situatie van de klant.” Lees ook: Veranderingen in regelgeving: hoe bereid je je team voor? AI maakt kritisch denken belangrijker Naast wet- en regelgeving heeft ook AI invloed op het vak. Volgens Van Gerrevink en Nokkert-Dabrowska is de impact daarvan al zichtbaar. AI kan werkzaamheden versnellen, maar vraagt tegelijkertijd om kritisch denken. “AI gebruikt soms niet-correcte bronnen of hallucineert. Een professional moet kunnen beoordelen of een door AI gegeven antwoord klopt en of het toepasbaar is op de concrete situatie. Dat betekent dat vakkennis juist belangrijk blijft.” artra biedt daarom ook een opleiding in AI-geletterdheid. Daarin gaat het onder meer over het formuleren van prompts, het beoordelen van uitkomsten en het omgaan met de informatie die in AI-tools wordt ingevoerd. De menselijke factor blijft daarbij essentieel. “Vakmanschap is altijd onze basis. Daarbinnen kan je allerlei tools toepassen, maar het gezonde verstand blijft voorop staan.” Het belang van menselijke vaardigheden AI verandert daarmee niet alleen de manier waarop professionals hun werk uitvoeren, maar kan ook bepaalde menselijke vaardigheden belangrijker maken. Dat geldt bijvoorbeeld voor communicatie en het voeren van gesprekken met klanten en kandidaten. “De mens is veel meer dan het cv”, zegt Nokkert-Dabrowska. In een gesprek kunnen kandidaten volgens haar laten zien hoe ze communiceren en wat ze in de praktijk kunnen. Daar komt ook het belang van privacy, vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid bij. “De combinatie tussen mens en machine vind ik heel uitdagend. En dat gaat de komende jaren een vlucht krijgen.” Kort leren, maar niet ten koste van toepasbaarheid Ook de vorm van leren verandert. Korte e-learnings en online leren zijn in opkomst, maar artra ziet geen verschuiving waarbij klassikale opleidingen simpelweg verdwijnen. “Soms kan regelgeving in een korte e-learning worden behandeld. In andere gevallen is een groter traject nodig, bijvoorbeeld wanneer ook vaardigheden moeten worden ontwikkeld”, zegt Van Gerrevink. Nokkert-Dabrowska ziet veel waarde in het contact tijdens klassikale trainingen. “Onze kracht zit hem juist in die personal touch. Voor de klas krijg ik totaal andere vragen en is er een andere dynamiek dan wanneer ik online les geef.” Ook leren van elkaar speelt een belangrijke rol. Deelnemers brengen voorbeelden uit verschillende organisaties mee en kunnen elkaar daardoor nieuwe inzichten geven. Daarom ziet artra vooral kansen in een combinatie van online en klassikaal leren. Lees ook: Van verplichte training naar eigen regie: zo maak je leren leuk en effectief De noodzaak van permanente educatie De snelle veranderingen betekenen uiteindelijk dat uitzendprofessionals hun kennis voortdurend moeten onderhouden. De basisopleiding geeft volgens artra een stevig fundament, maar daarna blijft bijscholing nodig. “Je moet het onderhouden als je je werk goed wilt blijven doen”, zegt Nokkert-Dabrowska. “Of je nou op kantoor werkt, in backoffice of sales. Want in elk deel van het vak krijg je met die wetgeving te maken.” De grootste opleidingskans ligt volgens Van Gerrevink in het voortdurend volgen van wat er in de markt gebeurt. “We moeten heel dicht op de markt zitten, omdat die veranderingen tegenwoordig echt snel gaan. Wat we zeker weten is dat de wetgeving niet stilstaat. En AI neemt ook een vlucht. Het gaat sneller dan we allemaal denken.” Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags artra, opleidingen, permanente educatie | Laat een reactie achter
De opleiding is afgerond, maar het oude gedrag zit nog gewoon aan tafel Geplaatst 28 september 2026 door SEU Je ziet een probleem in de organisatie. Medewerkers missen bepaalde kennis of laten niet het gedrag zien dat je nodig hebt. Dus wat doe je? Je organiseert een training. Medewerkers volgen die netjes. Het vinkje in Je Academie staat op groen. Klaar. Toch? “Dat is de dure illusie van ontwikkeling”, zegt Juliette van den Heuvel. Ze werkt al 25 jaar in leren en ontwikkelen en ziet het vaak gebeuren. “Organisaties investeren behoorlijk veel tijd, geld en energie in leren. En als iedereen de juiste leerinterventie heeft gevolgd, denken we: ‘Mooi, dan zijn we er’.” Maar een gevolgde opleiding of e-module zegt nog bar weinig over wat iemand daarna anders doet. “Je hebt kennis opgedaan, maar dan heb je nog niet automatisch de vaardigheid. Laat staan dat je het bijbehorende gedrag laat zien.” Heb je wel een opleidingsprobleem? Organisaties komen regelmatig bij Juliette binnen met de oplossing al onder de arm. ‘Kun je deze leerlijn aanpassen? Kun je deze training ontwikkelen? Onze medewerkers moeten beter samenwerken, wil jij daar iets voor maken?’ Juliette begint liever ergens anders. “Mijn eerste vraag is altijd: waarom is dit een probleem? Wat gaat er kapot als je er niets aan doet? Wat heb je al geprobeerd? En wanneer zou je zeggen dat het wél goed gaat?” Dat levert soms ongemakkelijke situaties op. Want het probleem blijkt lang niet altijd een gebrek aan kennis of vaardigheden te zijn. De werkdruk is te hoog, want mensen werken slecht samen. Het is onduidelijk welk gedrag er van medewerkers wordt verwacht. Of een leidinggevende geeft nul ruimte om iets nieuws uit te proberen. Maar ook: de leercultuur is afwezig of het organisatiesysteem werkt mensen eerder de deur uit dan ze lief is. “Negentig procent van de keren is een solo-opleiding niet de oplossing”, zegt Juliette. “Het kan wel ónderdeel van de oplossing zijn. Daarom praat ik liever over leren en ontwikkelen. Een opleiding is veel te smal.” Ze geeft een simpel voorbeeld. “Stel: je hebt een bakkerij en besluit voortaan ook ijs te verkopen. Je medewerkers kunnen fantastisch brood bakken, maar hebben nog nooit ijs gemaakt. Je kunt ze naar een opleiding sturen om te leren hoe dat moet. Maar daarmee ben je er niet. Want je hebt het systeem van de organisatie veranderd. Je verwacht daardoor ander gedrag van mensen. Je moet dus ook nadenken over wat zij daarvoor nodig hebben, hoe ze kunnen oefenen en wat er op de werkvloer moet veranderen om die nieuwe activiteit te laten slagen. Een opleiding kan de kennis leveren. Misschien zelfs de vaardigheid. Maar je weet nog steeds niet of mensen het ook echt gaan doen. En of het uiteindelijk bijdraagt aan wat je als organisatie wilde bereiken.” Lees ook: Barbara Kramer (SEU): ‘Aantoonbaar bekwaam zijn, daar kan niemand meer omheen’ De opleiding is klaar. En dan? Daar zit volgens Juliette een belangrijke denkfout. “We besteden veel aandacht aan het zichtbare deel van leren. Een training, webinar, e-learning of diploma kun je plannen, registreren en afvinken. Maar een groot deel van de ontwikkeling, vindt pas daarna plaats, op de werkvloer.” Daar komt een medewerker terug met nieuwe kennis en goede voornemens. Daar treft hij collega’s, bestaande gewoontes, tijdsdruk, uitzonderingen die niet in het lesboek stonden en een leidinggevende die misschien heel andere prioriteiten heeft. Juliette zag het vaak in de bouw. “In die sector wordt enorm veel geïnvesteerd in veiligheid. Mensen krijgen trainingen, kennen de protocollen en weten precies wat wel en niet mag.” Maar dan begint de werkdag. “Een klus moet af. Een ervaren collega zegt dat het al jaren zo gaat. Iemand staat toch even op die ladder waar hij volgens de regels niet mag staan, want: ‘Kom op, niet zo moeilijk doen.’ Dan weet je dus op basis van je kennis dat iets niet verstandig is. Maar de sociale norm op de werkvloer kan zo sterk zijn dat je het toch doet.” De kennis is er, de toepassing niet. Dat is volgens Juliette exact de reden waarom je ontwikkeling nooit los kunt zien van de omgeving waarin iemand werkt. Want leren gebeurt niet alleen tijdens een opleiding. Het gebeurt ook gewoon tijdens het werk, vaak zonder dat iemand het überhaupt leren noemt. Leren is ook: ‘Hoe zou jij dit aanpakken?’ Wat doe jij als je tijdens je werk iets niet weet? Je kunt een handboek openen. Een opleiding volgen. Je nieuwe beste maatje AI om een antwoord vragen. Maar je kunt ook naar een collega lopen. ‘Hé, ik snap dit niet helemaal. Wil jij even met me meedenken?’ Juist in zulke kleine momenten wordt veel geleerd. Niet gepland en vaak nergens geregistreerd. Maar het is wel belangrijk. Informeel leren noemen we dat. Hoe dat eruit kan zien in de flexbranche? Stel: een intercedent moet een inlener bellen nadat deze een lastige vraag heeft gesteld en vindt dat spannend. Juliette: “De intercedent vraagt aan de vestigingsmanager: ‘Kun jij niet even bellen?’ Dat kan die vestigingsmanager natuurlijk doen. Maar dan leert de intercedent niets.” Beter stelt de vestigingsmanager de intercedent vragen: ‘Wat was je zelf van plan te zeggen? Als jij de inlener was, zou je dan voldoende informatie hebben? Is je verhaal misschien wat lang? Wat is eigenlijk het doel van je telefoontje?’ Juliette: “Dan coach je iemand in plaats van dat je het antwoord geeft. Nog mooier: volg het gesprek op. Hoe ging het? Wat ging goed? Durf de successen te vieren en wakker de zelfreflectie aan. Want de volgende keer kan de intercedent het waarschijnlijk gewoon zelf.” Dat is informeel leren in de meest pure en kleinste vorm. Iemand niet alleen vertellen wat het antwoord is, maar helpen om zelf na te denken. Vergis je niet: dat vraagt iets van collega’s én leidinggevenden. “Als je wilt dat informeel leren een grotere rol krijgt in je organisatie, moet coachend vragen stellen veel normaler worden. Dat vraagt ook om een omgeving waarin iemand überhaupt durft te zeggen: ‘ik weet het niet’.” Accountmanager Cristina vergrootte haar kennis met een opleiding. ‘Dan merk je ineens hoeveel je eigenlijk niet weet’ Aan AI durven we ineens wél alles te vragen En daarmee komen we bij een ontwikkeling die op veel werkvloeren zichtbaar is: AI. Medewerkers hoeven voor een vraag niet meer automatisch naar een collega. ChatGPT of een andere AI-tool is altijd beschikbaar en geeft binnen enkele seconden antwoord. Betekent de komst van AI dat informeel leren verdwijnt? Juliette vindt die conclusie te makkelijk. “Ik denk dat het veel interessanter is om te vragen waarom iemand liever naar AI gaat dan naar een mens. Want misschien zegt dat iets over AI. Of over je organisatie.” Stel dat je een tekst hebt geschreven en twijfelt of die goed genoeg is. Je kunt hem aan een collega geven. Die pakt zijn rode pen en vertelt je wat er allemaal niet klopt. Je kunt hem ook aan AI geven. “AI begint vaak met: goed gedaan. Pas daarna komen de suggesties voor wat er beter kan. Als je kritiek krijgen spannend vindt, is de keuze voor AI sneller gemaakt.” Dus als medewerkers minder vragen stellen aan collega’s, is de belangrijkste vraag volgens Juliette niet meteen hoe je AI uit het leerproces houdt. “De interessantere vraag is: ‘Hoe reageren wij eigenlijk wanneer iemand wél een vraag stelt?’. ”Krijgt iemand een kort antwoord? Wordt de vraag weggewuifd omdat het druk is? Of zegt een collega: ‘Vertel eens, hoe zou jij het zelf aanpakken?’. “Daarmee maken we AI tot probleem, terwijl de werkelijke oorzaak vaak in de organisatiecultuur zit.” Een leeg opleidingspotje is geen bewijs van ontwikkeling Juliette ziet organisaties die trots vertellen dat hun opleidingsbudget ieder jaar volledig wordt gebruikt. Haar reactie? Gefeliciteerd. Maar wat zegt dat? “Niet dat investeren in opleidingen verkeerd is. Integendeel. Maar geld uitgeven aan leren zegt nog niet dat mensen zich daadwerkelijk ontwikkelen”, zegt Juliette. “Daarvoor moet leren ook onderdeel zijn van het dagelijkse werk.” “Kunnen medewerkers vragen stellen? Mogen ze fouten bespreken? Is er tijd om samen naar een lastige casus te kijken? Helpt een leidinggevende mensen om zelf na te denken? En wordt nieuwe kennis gekoppeld aan de situaties die medewerkers iedere dag tegenkomen? Dat is allemaal minder zichtbaar dan een vinkje in je Academie. Pas op de werkvloer zie je of mensen nieuwe kennis ook daadwerkelijk kunnen en durven toepassen.” De werkvloer brengt kennis tot leven Voor organisaties in de flexbranche is die combinatie belangrijk. Professionals werken met complexe en veranderende wet- en regelgeving en maken keuzes die gevolgen hebben voor flexkrachten en inleners. Dan wil je weten dat kennis aanwezig is. Dat is de basis van je vakmanschap. Een examen toont onafhankelijk aan dat een professional over de benodigde kennis beschikt. Permanente Educatie ondersteunt om die kennis actueel te houden. Daar ligt de rol van SEU: onafhankelijk aantonen dat kennis aanwezig is en professionals stimuleren om die kennis te actualiseren. Kennisborging stopt daar niet. Wat er vervolgens met die kennis gebeurt, vindt iedere dag opnieuw plaats op de werkvloer. In gesprekken met collega’s. Bij een nieuwe situatie. Bij een fout die wordt besproken. Of juist op het moment dat iemand de moed heeft om te zeggen: ‘Ik weet het even niet.’ Volgens Juliette is dat misschien wel de belangrijkste vraag voor werkgevers. “Niet: ‘Hebben onze mensen geleerd wat ze moeten weten?’. Maar: ‘Hebben we een organisatie gecreëerd waarin ze die kennis kunnen, willen én durven gebruiken?’. Precies daar zit het verschil tussen mensen opleiden en een organisatie daadwerkelijk ontwikkelen. Top 5 informeel faciliteren Juliettes top 5 voor een leidinggevende die morgen wil beginnen met informeel leren faciliteren: Geef niet het antwoord, stel de denk-vraag Een medewerker vraagt: “Wat moet ik hiermee doen?” De reflex van een ervaren leidinggevende is vaak: oplossen. Stop, niet doen. Vraag bijvoorbeeld: “Wat zou jij doen als ik er morgen niet ben?” of “Welke twee opties zie je zelf?” Daarna kun je uiteraard aanvullen. Dit bouwt probleemoplossend vermogen op in plaats van afhankelijkheid. Belangrijk: coachend vragen stellen is geen wedstrijdje ‘ik ga lekker niks meer zeggen’. Als iemand kennis mist, geef je die kennis gewoon. Maak van echt werk een mini-nabespreking Na een klantgesprek, presentatie, fout, lastige casus of overleg: neem drie minuten voor een mini-nabespreking. Wat wilde je bereiken? Wat gebeurde er daadwerkelijk? Wat werkte? Wat zou je de volgende keer anders doen? Dit is wat mij betreft een van de krachtigste vormen, omdat je feitelijk een mini-leercyclus in het dagelijkse werk bouwt: ervaring → reflectie → inzicht → opnieuw proberen. Gluren bij de buren: laat mensen bewust bij elkaar afkijken Niet: “Loop maar een dagje mee met Petra.” Wel: “Kijk tijdens Petra’s klantgesprek specifiek hoe zij weerstand opvangt. Noteer twee dingen die zij doet, die jij nog niet doet. Kies er daarna één die je deze week zelf probeert.” Daar zit het verschil tussen meelopen en leren. Shadowing, job observation en peer learning worden pas krachtig als je de aandacht richt plus reflecteert. Gebruik fouten als gratis lesmateriaal Tuig niet alleen bij grote missers een evaluatiecircus op. Pak juist kleine afwijkingen. “Hier ging iets anders dan we verwachtten. Waardoor? Welke aanname klopte niet? Wat moeten we aanpassen zodat dit niet opnieuw gebeurt?” En minstens zo belangrijk: doe dit ook bij succes. Waarom ging dit juist wél goed? Anders leren organisaties uitstekend van ellende en nauwelijks van vakmanschap. Geef één klein experiment mee Dit vind ik de belangrijkste. Sluit een bila, overleg of coachmoment niet af met “goed gesprek”, maar met: “Wat ga jij vóór vrijdag één keer uitproberen?” Klein. Observeerbaar. In het echte werk. Belangrijk! Kom erop terug. Een voorbeeld: “In je volgende klantgesprek vat je eerst de behoefte samen voordat je een oplossing geeft. Volgende week kijken we wat dat opleverde.” Daarmee voorkom je precies de dure illusie: praten over ontwikkeling, zonder dat er morgen ander gedrag volgt. Lees ook: Kennis Werkt: gratis webinars over actuele vraagstukken in de flexbranche Gratis webinar Op woensdagochtend 28 oktober verzorgt Juliette tijdens Kennis werkt een praktijkgericht webinar over waarom leren pas werkt als gedrag, leiderschap én resultaten samenkomen. Kennis Werkt is bedoeld voor professionals die werkzaam zijn in de flexbranche, zoals: Intercedenten, backofficeprofessionals, consultants, recruiters. Dit webinar is extra interessant voor HR-professional, L&D-specialist en (regio)manager. Deelname is gratis, maar vol is vol. Meld je dus op tijd aan. Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags leren en werken, opleidingen en trainingen, SEU | Laat een reactie achter
Fijne cijfercorrectie CBS: economie meer gegroeid, werkgelegenheid en flexbranche minder gekrompen in Q2 Geplaatst 24 september 2026 door Wim Davidse Het is normaal dat de tweede berekening van de economische groei en het aantal gewerkte uren wat afwijkt van de eerste. De eerste berekening volgt vier weken na afronding van het kwartaal, de tweede nog eens acht weken later. Maar de tweede berekening van de cijfers van het tweede kwartaal van 2026 wijkt nogal stevig af, daarom hier nu ook even onze eigen, best aangename correctie. De economie is in het tweede kwartaal van 2026 niet met 1,3% maar met 1,6% gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit de cijfers die het CBS op 23 september publiceerde. De werkgelegenheid gemeten in personen tussen 15 en 75 jaar die in Nederland werken en wonen (de zogenoemde werkzame beroepsbevolking, +0,1% in Q2) wordt zelden tot nooit gecorrigeerd, maar het aantal gewerkte uren vaak wel. Op grond van de eerste CBS-berekening was dat aantal met 0,8% behoorlijk gekrompen ten opzichte van een jaar eerder, maar na de tweede berekening blijkt het totale aantal gewerkte uren nu maar 0,1% te zijn afgenomen. Een aanzienlijk verschil. Flex-klap ook een heel stuk zachter Dat is dus al twee keer mooi! En hier volgt de derde. Op grond van de eerste CBS-berekening bleek de flexbranche stevig te zijn gekrompen: na de 1,4% urenkrimp in Q1 was er in Q2 de sterkste krimp sinds de zomer van 2024: 6,7% minder uren. Uit de tweede CBS-berekening blijken de cijfers gelukkig een stuk milder: 1,0% minder uren in Q1 en 2,4% minder uren in Q2. Dat betekent dat de duikvlucht van de flexbranche-uren, die goed zichtbaar was in de grafiek naar aanleiding van die eerste cijfers, er dus toch niet is geweest. Wel blijft overeind dat het in 2025 ingezette herstel in 2026 weer is verdwenen. Die lagere krimp doet overigens niks af aan de fundamentele conclusie dat het tijd wordt voor enerzijds optimalisaties en anderzijds vooral innovaties. Peak Flex ligt echt achter ons (in Q3 2018), en we zijn bezig met de afdaling van de S-curve. Ook de conclusies dat de op 1 januari van dit jaar in werking getreden cao’s voor uitzendkrachten en voor detachering het vorig jaar ingezette herstel de kop in hebben gedrukt; dat werkgevers hun wendbaarheid willen behouden, maar bezig zijn met een flex-verschuiving (van externe inhuur naar interne flex); en dat de kleine krimp van het totale aantal gewerkte uren meer dan volledig voor rekening van de flexbranche en de zzp’ers komt, blijven overeind. Dankzij de CBS-herberekening blijkt de flex-situatie dus aanzienlijk minder erg dan eerder gemeld, maar zeker niet goed. Voor optimistische flex-berichten verwijs ik onder andere graag naar onze FlexNieuws TOP 100 en de interviews met de flexTOPPERS. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags CBS, flexbranche | Laat een reactie achter