Maandelijkse archieven: september 2026

Up to Flex 2026: hét kennisevent voor de flexbranche

Op donderdag 24 september organiseert Pay for People hét jaarlijkse kennisevent Up to Flex, bij Van der Valk Hotel Utrecht. Een dag waarin je opdoet wat er nu echt toe doet in de flexbranche: de kijk van de NBBU op waar de branche staat, de laatste marktcijfers van FlexNieuws, productupdates van Pay for People, gesprekken met collega’s uit de flexbranche over wat in de praktijk wel en niet werkt, en wat AI betekent voor de toekomst van werk.

Thema: Voorsprong in Kennis.

De hele flexbranche op één podium

Up to Flex haalt de branche zelf naar het podium. Cor de Koeijer, sinds 1 september algemeen directeur van de NBBU, geeft zijn kijk op waar de branche staat. Wim Davidse, hoofdredacteur van FlexNieuws, brengt de nieuwste marktcijfers. En Pay for People opent zelf de boeken over de Wtta, met een eerste concrete doorkijk vanuit het eigen projectteam.

Ook de praktijk krijgt een podium: in een klantenpanel vertellen collega’s uit de flexbranche wat er in hun bedrijfsvoering wel en niet werkt. En Laurens Waling, expert werk en AI, gaat in op wat AI betekent voor werk en voor intermediairs. 

Naast het podium is er ruim ingeruimde tijd voor onderling contact: borrel en diner zijn bewust onderdeel van het programma. Voor veel bezoekers van eerdere edities bleek dat minstens zo waardevol als de sessies zelf.

Programma

  • Flex in 2026 en de rol van de NBBU, door Cor de Koeijer, algemeen directeur NBBU
  • Wtta, een eerste doorkijk vanuit het projectteam van Pay for People
  • Productupdates en de software roadmap van Pay for People
  • Marktinzichten uit de praktijk, door Wim Davidse, hoofdredacteur FlexNieuws
  • Klantenpanel
  • Laurens Waling over “De toekomst van werk en verandering door AI”
Deelname is kosteloos voor ondernemers en directeuren uit de flexbranche, het aantal plaatsen is beperkt. Aanmelden kan via de website van Pay for People.
Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , | Laat een reactie achter

Kun je bij een Wtta-controle aantonen hoe een arbeidscontract tot stand is gekomen?

De Wtta komt snel dichterbij. De wet treedt op 1 januari 2027 in werking en vanaf 1 januari 2028 gaat de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaven op de toelatingsplicht. Veel uitleners zijn daarom bezig met hun toelating, het SNA-keurmerk en de inrichting van hun administratie. Maar wie zich voorbereidt op de controles doet er goed aan niet alleen te kijken of de juiste documenten in het personeelsdossier zitten. Minstens zo belangrijk is de vraag of je kunt aantonen hoe die documenten tot stand zijn gekomen. Dat vraagt om meer dan een administratieve checklist: zowel de processen als de personeelsdossiers moeten aan het Wtta-normenkader voldoen.

Van document naar aantoonbaar proces

Neem de arbeidsovereenkomst. Het normenkader verlangt dat met arbeidskrachten aantoonbaar een schriftelijke en ondertekende arbeidsovereenkomst wordt aangegaan en dat deze aan de arbeidskracht wordt verstrekt.

Daarmee is de aanwezigheid van een pdf met een handtekening niet automatisch voldoende. Voor een goed controleerbaar dossier is het belangrijk dat je achteraf kunt reconstrueren hoe een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Hoe is de overeenkomst aangeboden, wie heeft ondertekend, wanneer vond dat plaats en welke bewijsinformatie is daarvan beschikbaar? Zulke gegevens kunnen helpen om de naleving van het normenkader aantoonbaar te maken.

Dat maakt de manier waarop een organisatie contracten laat ondertekenen relevant. Ook het inspectieschema bij de Wtta onderstreept dit. Daarin wordt de ‘(digitale) ondertekening documenten personeelsdossier’ expliciet genoemd als een van de procedures waarvan een inspecteur de opzet, het bestaan en de werking kan vaststellen.

Bedenk niet alleen: hebben we een getekend contract? Maar ook: kunnen we laten zien dat ons proces structureel goed werkt?

Identiteitscontrole verdient dezelfde aandacht

Hetzelfde speelt bij de vaststelling van de identiteit van arbeidskrachten. Het Wtta-normenkader verlangt dat de identiteit wordt vastgesteld aan de hand van een geldig en authentiek identiteitsdocument en dat wordt gecontroleerd op persoonsverwisseling.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk zijn identificatie en contractondertekening vaak twee losstaande stappen. Eerst wordt bijvoorbeeld een identiteitsbewijs gecontroleerd of verwerkt en later ontvangt de kandidaat via een ander systeem of per e-mail een contract. Juist daar kan bewijs versnipperd raken.

Wie processen opnieuw inricht met het oog op de Wtta kan daarom kijken of identificatie, ondertekening en dossiervorming beter op elkaar kunnen aansluiten. Niet omdat de Wtta één specifieke technische oplossing voorschrijft, maar omdat een samenhangend proces het eenvoudiger maakt om achteraf te reconstrueren wat er is gebeurd.

Niet iedere digitale handtekening biedt dezelfde zekerheid

Digitaal ondertekenen kan daarbij helpen, maar ook hier is enige nuance nodig. De Europese eIDAS-verordening onderscheidt verschillende niveaus van elektronische handtekeningen. Een eenvoudige elektronische handtekening, een geavanceerde elektronische handtekening en een gekwalificeerde elektronische handtekening bieden niet dezelfde mate van zekerheid over onder meer identiteit en integriteit van het document.

Dat betekent niet dat ieder arbeidscontract per definitie gekwalificeerd moet worden ondertekend. Wel is het verstandig om te beoordelen welke zekerheid bij het document en het risico past.

Bij de inrichting van een digitaal proces zijn daarom vragen relevant als: hoe wordt de ondertekenaar geverifieerd? Wordt vastgelegd welke verificatiestappen zijn uitgevoerd? Is achteraf zichtbaar wanneer het document is ondertekend? Kunnen wijzigingen na ondertekening worden vastgesteld? En wordt deze bewijsinformatie samen met het document bewaard? Een zichtbare digitale krabbel op een pdf zegt daar op zichzelf weinig over.

Vergeet ook de verstrekking niet

Een ander praktisch aandachtspunt is de verstrekking van documenten aan de arbeidskracht. Het normenkader kijkt niet alleen naar het aangaan van de arbeidsovereenkomst, maar ook naar de verstrekking ervan.

Wie documenten uitsluitend via een portal beschikbaar stelt, moet er rekening mee houden dat de arbeidskracht volgens het normenkader gedurende ten minste twaalf maanden na het einde van het dienstverband toegang tot die portal moet houden.

Ook dit laat zien dat Wtta-compliance verder gaat dan het moment van ondertekenen. Het hele proces – van identificatie en aanbieden tot ondertekenen, verstrekken en bewaren – moet kloppen.

Gebruik de Wtta als aanleiding om het proces door te lichten

Voor uitleners die hun voorbereiding op de Wtta nu intensiveren, is dit daarom een goed moment om een paar personeelsdossiers van begin tot eind door te lopen.

Kun je zonder aanvullende uitleg reconstrueren hoe de identiteit is gecontroleerd? Welke arbeidsovereenkomst is aangeboden? Wie deze heeft ondertekend? Wanneer dat gebeurde? Welke documenten daarbij hoorden? En of de werknemer de definitieve stukken daadwerkelijk heeft ontvangen?

Als daarvoor informatie uit verschillende mailboxen, systemen en mappen bij elkaar moet worden gezocht, is er waarschijnlijk nog winst te behalen.

Digitale identificatie en ondertekening kunnen helpen om die bewijsvoering structureel onderdeel van het proces te maken. PKIsigning combineert bijvoorbeeld online identificatie, verschillende niveaus van digitaal ondertekenen en een audittrail waarin relevante stappen rond het ondertekenproces worden vastgelegd.

Meer weten over de aandachtspunten? Bekijk het overzicht van PKIsigning over de Wtta voor uitleners of lees meer over het digitaal ondertekenen van arbeidscontracten.


Over de auteur

Reindert Doorn is mede-oprichter van PKIsigning, dat software aanbiedt voor het eenvoudig, veilig en rechtsgeldig ondertekenen van documenten. Het softwareplatform heeft een focus op compliancy met (Europese) wet- en regelgeving. 

 

Geplaatst in In de cloud, Tooling | Tags , | Laat een reactie achter

Analyse Q2-cijfers: sterkste omzetgroei totale flexbranche in drie jaar

Volgens de cijfers die het CBS dinsdagochtend heeft gepubliceerd, groeide de omzet van de totale Zakelijke dienstverlening, waar de flexbranche onderdeel van is, in het tweede kwartaal van 2026 met 5,4% ten opzichte van een jaar eerder. Dat was een relatief sterke groei, na de 4,9% in het eerste kwartaal en de 3,6% in het hele jaar 2025.

De Specialistische zakelijke diensten (zoals juridische diensten, ingenieursbureaus en accountantskantoren) groeiden met 4,7% in Q2 wat minder hard dan de Overige zakelijke diensten (+6,0%).

De flexbranche maakt deel uit van die Overige zakelijke diensten en zag in Q2 de omzet met 5,8% groeien, dat was nu dus een beetje meer dan het gemiddelde van alle zakelijke diensten. Ook na alle recente kwartaalcijfers en de omzetgroei in het voorgaande kwartaal een verrassend mooi groeicijfer voor de flexbranche. Sterker nog, het was de sterkste kwartaalgroei sinds het tweede kwartaal van 2023. Sinds dat kwartaal was de omzet elk kwartaal met gemiddeld 1,8% gegroeid.

 

Op basis van alle nu bekende cijfers kan worden geraamd dat alle duizenden bureaus die hun cijfers niet elk kwartaal publiceren in Q2 samen 7% omzetgroei hebben gerealiseerd, dus ook dit kwartaal weer wat beter dan de markt (het CBS-cijfer).

Ook in het tweede kwartaal flink hogere tarieven, lagere bruto marge

Eerder meldden we al dat de totale uren van de flexbranche in Q2 met 6,7% waren gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. De combinatie van die urenkrimp en de omzetgroei impliceert een stijging van het gemiddelde uurtarief van maar liefst 13,4%. Enerzijds kan dat een gevolg zijn van de relatief sterke urenontwikkeling van vorig jaar, anderzijds blijkt ook uit de veel meer homogene ABU Marktmonitor dat de stijging van de gemiddelde flextarieven enorm is, vergeleken met de inflatie en de totale cao-loonstijgingen.

Die opvallende tariefontwikkeling is een gevolg van de nieuwe cao voor uitzendkrachten (de gemiddelde tariefstijging bij detacheren is met 4,5% een stuk geringer gebleven). Uit het onderzoek dat we in april onder onze lezers uitvoerden, bleek dat 54% ervaart dat hun opdrachtgevers minder inhuren vanwege de flinke stijging van de tarieven die in rekening moeten worden gebracht. Ook zei 43% te ervaren dat de marge onder druk staat: de enorme stijging van de tarieven is onvoldoende om de stijging van de kostprijs en de eigen kosten te dekken. CBS-data over de bruto toegevoegde waarde (BTW) van de flexbranche (grofweg de macro-economische variant van de brutomarge van de flexbranche) bevestigen dat beeld: de brutomarge is in Q2 met 1,0% gekrompen ten opzichte van een jaar eerder.

Nog steeds positieve omzetverwachtingen

Op korte termijn blijft urengroei van de flexbranche als geheel zeer onwaarschijnlijk, vanwege de blijvende combinatie van pauze op de arbeidsmarkt, krapte op de arbeidsmarkt, grote geopolitieke en economische risico’s en de nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en gedetacheerden. Sterke indicatoren als de inkoopmanagersindex en het producentenvertrouwen wijzen nog steeds op gematigde voortzetting van de economische groei. De indicator die de intentie meet om de komende drie maanden meer mensen aan te nemen, is in juli-augustus licht negatief geworden. De omzet in de ABU Marktmonitor is in de perioden 7 en 8 van 2026 (dus in Q3) met 4,3% weer iets sterker gegroeid. Het scenario voor de flexbranche in en na 2026 blijft al met al overeind, of iets beter, met wat minder urenkrimp en meer omzetgroei in 2026 dan vorig jaar verwacht. Hopelijk is dat genoeg om de nominale omvang van de brutomarge in de tweede helft van 2026 naar een plus te trekken.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , , , | Laat een reactie achter

ABU marktmonitor: aantal uren blijft dalen, omzet neemt toe

In periode 8, van 13 juli tot en met 9 augustus, daalde het aantal uren met 4% en de omzet nam toe met 5%, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze periode telde evenveel werkbare dagen als dezelfde periode vorig jaar. Er is geen correctie toegepast.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 15% en de omzet daalde met 7% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 2% en de omzet nam toe met 7% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 4% en de omzet nam toe met 1% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor)

 

Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor)

 

De volgende ABU-marktmonitor periode 8 verschijnt op dinsdag 29 september 2026. ​‌

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter

Pronkert: ‘De basis van backofficedienstverlening is persoonlijke service’

“Niemand dacht vroeger als kind ‘ik wil later in de uitzendwereld werken’, maar als je er eenmaal in zit, blijf je erin hangen en kom je er niet meer uit”, zegt Tommy Pronk lachend. De oprichter en directeur van Pronkert deed zijn eerste ervaringen in de uitzendbranche op tijdens een bijbaan bij een callcenter. “Ik ontdekte al vrij snel dat ik meer plezier haal uit het regelen van zaken aan de achterkant dan het voeren van sollicitatiegesprekken.” 

Met de studie Small Business en Retail Management als achtergrond weet hij als geen ander wat zakelijke dienstverlening inhoudt. Bovendien komt hij uit een ondernemersfamilie en is het ondernemerschap er aan de eettafel met de paplepel ingegoten. Niet verwonderlijk dat hij al jong besloot: ‘ik ga dit ooit zelf doen’ en in 2015 daadwerkelijk zijn eigen bedrijf startte. “Ik wil die backofficedienstverlening bieden waar ik zelf als uitzender behoefte aan had.” 

Persoonlijk contact

Pronk heeft het werk heel lang alleen gedaan, maar inmiddels bestaat Pronkert uit een team van tien betrokken professionals. Qua omvang en omzet is het bedrijf vrijwel elk jaar verdubbeld, maar dat is voor hem geen doel op zich. “We hebben niet de ambitie om de grootste te zijn, wel de beste.”

De dienstverlening naar uitzendbureaus en uitzendkrachten staat dus voorop. “We zijn geen groot bedrijf met allerlei afdelingen. Dat is veel te koud en kil. Iedereen hier kan in het systeem (Easyflex) en van A tot Z zien wat de status is. Als een klant of uitzendkracht belt, krijgt hij of zij direct antwoord en zorgen we dat het dezelfde dag geregeld is. Bij ons geldt de regel: aan het eind van de dag is de mailbox leeg.”

Volgens Pronk is dat waar je je als backofficedienstverlener in kan onderscheiden. Natuurlijk moet het systeem werken en moeten alle cao’s up-to-date zijn zodat een uitzendkracht die zich inschrijft dezelfde dag nog aan de slag kan. Maar het draait ook om persoonlijke service, stelt Pronk. “Door alle automatisering en AI-toepassingen zit het onderscheidend vermogen vooral in het persoonlijk contact. Een klant of uitzendkracht wil gewoon iemand aan de lijn hebben die het snel regelt.”

Pronk draait zelf regelmatig mee in de dagelijkse operatie. Het komt ook voor dat hijzelf op zondagavond een telefoontje of berichtje krijgt met het verzoek om te zorgen dat een uitzendkracht op maandag kan beginnen. “Dan zorgen we als eerste op maandagochtend dat de uitzendkracht het contract kan tekenen.”

Mensen moeten hun hypotheek betalen, het sportabonnement van hun kinderen… Dus op tijd betalen is belangrijk. Dat geldt zeker voor uitzendkrachten

‘Nooit een dag te laat betaald’

Pronkert gaat er prat op dat zij als backofficedienstverlener ‘met vlag en wimpel door alle (SNA-)keuringen gaat’. Ook de WKA-verklaring betalingsgedrag geeft aan dat loonheffingen en sociale premies netjes en op tijd worden afgedragen. Voor Pronk is tijdige betaling een must. “We hebben nog nooit een dag te laat betaald”, zegt hij trots. Want daar hecht hij waarde aan. “Mensen moeten hun hypotheek betalen, het sportabonnement van hun kinderen… Dus op tijd betalen is belangrijk. Dat geldt zeker voor uitzendkrachten. Onder aan de streep moet alles goed geregeld zijn voor uitzendkrachten en het uitzendbureau.” 

Die dienstverlening levert Pronkert tegen een vaste omrekenfactor van 1,77 (op basis van 25 vakantiedagen en 6 feestdagen). “Wij kunnen die relatief lage omrekenfactor hanteren omdat we weinig overhead hebben, geen kostbaar kantoor en geen dure auto’s voor de deur. Het beeld bestaat dat een lage omrekenfactor ook een lage service betekent. Maar wij groeien door heel goede service te leveren. Klanten die bij ons aankloppen zijn vaak uitzenders die elders ontevreden zijn.” Hij bewijst graag dat de dienstverlening anders en beter kan. “Ik nodig uitzendbureaus uit om een pilot bij ons te draaien om dit zelf te ervaren.” 

Daarnaast melden starters zich bij Pronkert: ondernemers die een uitzendbureau willen starten en uit ervaring weten dat zij de backoffice niet zelf willen doen. Voor hen is het fijn dat een backoffice-partij alles regelt, garandeert dat er compliant wordt gewerkt, de werkgeversrisico’s (zoals ziekte) op zich neemt (bij het overnemen van juridisch werkgeverschap) en de voorfinanciering doet. Pronk vertrouwt volledig op de eigen kwaliteitsstandaard. “We hebben geen opzegtermijn in de contracten met uitzendbureaus. Dat is niet nodig. Er is nog nooit een klant weggegaan omdat de service en/of kwaliteit niet goed zouden zijn.”

Overcapaciteit in personeel

Die hoge servicegraad zegt Pronk waar te kunnen maken door aan de voorkant tijdig te investeren in personeel. “Ik streef naar overcapaciteit aan de voorkant. We nemen nu al mensen aan om de groei die komen gaat op te vangen. Want ik wil niet dat onze medewerkers op hun tandvlees moeten lopen. Wij kunnen die service aan klanten juist bieden doordat zij meer tijd hebben voor klanten en uitzendkrachten. Als een klant belt met een spoedje tussendoor, is daar altijd tijd voor.” Die overcapaciteit in personeel levert Pronkert meer op dan het kost, stelt Pronk. “Natuurlijk kost het mij geld, maar het scheelt ook hoofdpijn. En door goede dienstverlening krijg je tevreden klanten en zul je uiteindelijk meer verloningen draaien.”

Aandacht voor het eigen personeel is voor Pronk sowieso belangrijk. Het kantoor in Hendrik-Ido-Ambacht is niet groot, eerder heel huiselijk ingericht, met een ruimte voor spelletjes en een bar voor de vrijdagmiddagborrel. “Onze mensen brengen meer tijd door op kantoor dan thuis, dus ze moeten het wel naar hun zin hebben.” 

Klanten zeggen weleens: ‘zulke service heb ik nog nooit meegemaakt’, maar voor mij is dat normaal

Eigen event op 17 september

Als geboren Rotterdammer is Pronk een no-nonsense ondernemer met een mentaliteit van ‘geen woorden, maar daden’. “Klanten zeggen weleens: ‘zulke service heb ik nog nooit meegemaakt’, maar voor mij is dat normaal.” Daarmee wist hij in elf jaar tijd zijn bedrijf gestaag te laten groeien en een trouwe klantenkring op te bouwen. Toch kent nog lang niet elk uitzendbureau de naam Pronkert, weet ook hij. “Misschien dat sommigen in de uitzendmarkt denken dat we nieuw zijn, maar we doen dit al een tijdje. Ik heb alleen nog nooit iets aan marketing gedaan.”

Maar daar komt verandering in sinds zijn partner Danique van den Berg als marketeer aan de weg timmert om de naamsbekendheid van Pronkert te vergroten. Danique organiseert ook het eerstvolgende eigen event op 17 september. Tussen de zeventig en tachtig huidige en potentiële klanten komen dan naar golf venue Chi Chi in Utrecht voor een informatief en gezellig samenzijn. Expert Tres Dijkshoorn-Wolterman (FlexAssets) praat vakgenoten bij zodat zij op de hoogte zijn van alle ins en outs van het aanstaande toelatingsstelsel (Wtta). De gasten mogen ook zelf afslaan op de golfbaan en uiteraard is er een afsluitende borrel. 

Plezier en nuttige informatie combineren. Het is geen overbodige luxe, weet Pronk. “Er komt veel wet- en regelgeving af op uitzenders. Dat veroorzaakt een hoop onrust en onduidelijkheid. Met het event en kennissessies proberen wij klanten te helpen. Het is aan ons om het zo gemakkelijk en zo duidelijk mogelijk te maken voor uitzenders. Ook dat hoort bij onze service.”

 

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter