Maandelijkse archieven: juli 2026

ABU marktmonitor: aantal uren weer flink in de min, omzet stijgt

In periode 6, van 18 mei tot 14 juni 2026, daalde het aantal uren met 6% en de omzet nam toe met 2%, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze periode telde één werkbare dag meer dan dezelfde periode vorig jaar; er is een correctie toegepast.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 19% en de omzet daalde met 10% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 4% en de omzet nam toe met 3% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 5% en de omzet nam toe met 3% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor)
Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor)

De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 4 augustus 2026.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter

Rabobank: AI gaat vooral in IT en zakelijke dienstverlening mensen vervangen

Volgens de Rabobank staan de sectoren IT en zakelijke dienstverlening voor een kantelpunt. Hier kan en zal automatisering een grote vlucht nemen. En niet alleen callcentermedewerkers en junior developers verdwijnen. AI gaat ook het werk van financieel specialisten, adviseurs en managers verkoop en marketing overnemen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Rabobank naar hoe AI de sectoren IT en zakelijke dienstverlening verandert.

Hoog automatiseringspotentieel

Het aantrekken en behouden van gespecialiseerd personeel is volgens de bank een hoofdpijndossier voor veel CEO’s in deze sectoren. Daarnaast zet een consolidatiegolf de marges onder druk. Dit maakt verdere productiviteitsgroei steeds belangrijker. 

AI kan helpen de productiviteit te verhogen in de IT en zakelijke dienstverlening, want hier is het automatiseringspotentieel groot: zo’n 86 procent van IT-taken en 64 procent van taken in de zakelijke dienstverlening kan (deels) worden geautomatiseerd en/of ondersteund door AI, zo blijkt uit het onderzoek.

Daarbij gaat het om taken die behoren bij bijvoorbeeld softwareontwikkeling, marketing, boekhouding en administratieve processen. AI zal dan ook vooral impact hebben op functies zoals developers, financieel specialisten, administratief medewerkers en supportfuncties. 

Junior developers en callcentermedewerkers verdwijnen

De Rabobank stelt vast dat er een groeiende kloof is tussen functies met hoge en lage toegevoegde waarde. Koelewijn en Van Kampen zien dat AI steeds vaker onderdeel wordt van het productieproces in IT. Bij softwareontwikkeling neemt AI steeds meer programmeer-, test- en documentatietaken over. Daardoor zal in de IT de vraag naar junior developers die repetitief programmeerwerk doen verdwijnen, terwijl senior profielen die AI-systemen aansturen en bewaken juist schaarser worden. 

In de zakelijke dienstverlening valt vooral op dat de vraag naar callcentermedwerkers (outbound) door automatisering (AI) zal kelderen. Dit beroep heeft veruit het hoogste automatiseringspotentieel (zie figuur hieronder).

Impact AI per beroep

Onderstaande figuur geeft de concrete uitkomsten van onderzoek voor nog een aantal beroepen weer. 

Bij beroepen met een hoog automatiseringspotentieel zal de vraag naar medewerkers (eerder) dalen. Dat geldt zeker voor boekhoudkundig medewerkers, secretaresses en receptionisten. Hun werk zal in de toekomst worden overgenomen door AI. De vraag naar beveiligings- en schoonmaakpersoneel zal niet of nauwelijks dalen. In die beroepen is de impact van AI het kleinst.

Opvallender is dat AI ook veel beroepen in het hogere segment raakt. Ook het werk van accountants, financieel specialisten, specialisten in personeel- en loopbaanontwikkeling, beleidsadviseurs en bijvoorbeeld managers verkoop en marketing is grotendeels te automatiseren.  

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , | Laat een reactie achter

Eerste Kamer stemt in met wet meer zekerheid flexwerkers

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met de wet meer zekerheid flexwerkers. De wet heeft als doel werknemer meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd te geven.

Minister Vijlbrief (SZW) noemt het wetsvoorstel een manier om excessen aan te pakken, zonder flexibele contracten helemaal overboord te gooien. “Werk moet mensen zekerheid bieden. Over het aantal uren dat ze moeten werken en over hoe hoog hun inkomen is. Dat geeft een stabiele basis om plannen te maken en jezelf te ontwikkelen. Met dit wetsvoorstel pakken we de uitwassen aan. Het uitgangspunt moet zijn dat bij structureel werk ook een structurele en vaste arbeidsrelatie hoort. En flexibele contracten blijven natuurlijk mogelijk, voor bijvoorbeeld het oppakken van tijdelijke klussen, het vervangen van zieke werknemers of als opstapje voor jongeren.”  

Hij laat weten blij te zijn dat het voorstel op steun kon rekenen van zowel werkgevers als vakbonden, en op een brede meerderheid in beide Kamers.

Strengere grens voor draaideurconstructies

Het uitgangspunt wordt dat tijdelijke contracten alleen nog bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Waar nu na een onderbreking van zes maanden weer een tijdelijk contract mag worden aangeboden, geldt straks na drie tijdelijke contracten een verplichte pauze van drie jaar voordat een werkgever opnieuw een tijdelijk contract mag aanbieden. Daarmee wordt bijna alle ruimte voor draaideurconstructies weggenomen.

Einde voor nulurencontracten

Nulurencontracten verdwijnen en maken plaats voor het bandbreedtecontract, met een afgesproken minimum- en maximumaantal uren waarbij het verschil niet groter mag zijn dan 30 procent. Bij een minimum van 10 uur ligt het maximum dus op 13 uur. Werknemers mogen oproepen boven dat maximum weigeren, en bij structureel meer werk moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden. Voor bijbanen van AOW-gerechtigden, scholieren en studenten met een andere hoofdactiviteit geldt een uitzondering.

Voorwaarden uitzendwerk

Voor de uitzendsector zelf verandert er het meest, en het snelst. Uitzendkrachten moeten straks minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn.

Voor beloning volgde die verplichting al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, maar wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wet vastgelegd. Dit onderdeel treedt al op 31 december 2026 in werking, ruim voor de rest van de wet. De ABU/NBBU cao uitzenden en de VvDN cao detachering voldoen hier al aan.

Wel is – op aandringen van de Tweede Kamer – er een ‘stopknop’ in de wet gekomen. De minister van SZW krijgt de bevoegdheid om de mogelijkheid om via een cao af te wijken van het principe van gelijke beloning te beperken. De minister kan – bij aantoonbaar misbruik -specifieke arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarvan in geen geval mag worden afgeweken. Denk aan loon, toeslagen, verlofregelingen en scholing. Afwijking via compenserende arbeidsvoorwaarden – zoals nu afgesproken in de lopende cao’s – is dan niet langer mogelijk voor die aangewezen onderdelen.

Daarnaast wordt fase A binnen uitzenden wettelijk teruggebracht in duur. Ook dat is al opgenomen in de cao.

Onderdeel van breder arbeidsmarktpakket

De wet is het tweede wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat door beide Kamers is geloodst, na de wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. De voorstellen komen voort uit de afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgevers, en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.

 

 

 

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Laat een reactie achter

Aanbestedingsmarkt: publieke inkoop flexibele arbeid verdubbeld in 2025

In 2025 is de inkoop van flexibele arbeid via aanbestedingen gestegen naar € 14,4 miljard. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2024, toen een totale contractwaarde van € 7,68 miljard werd aanbesteed. De groei zit vooral in aanbestedingen voor broker- en MSP-diensten en detachering. 

Organisaties in de (semi-)publieke sector moeten bij de inkoop van externe inhuur voldoen aan aanbestedingsregels. In 2025 zijn op TenderNed 219 aanbestedingen voor externe inhuur gepubliceerd. Samen vertegenwoordigen zij een contractwaarde van meer dan € 14,84 miljard. Dit bedrag laat echter niet de volledige omvang van de publieke inhuurmarkt zien.

Aanbestedende diensten kopen namelijk ook veel in via onderhandse procedures en het dynamisch aankoopsysteem (DAS). Deze inhuur is niet goed inzichtelijk, omdat de gegevens hierover niet eenduidig en openbaar worden gepubliceerd. De werkelijke omvang van de publieke inkoop van flexibele arbeid in 2025 ligt daardoor aanzienlijk hoger.

Omvang publieke inkoop per sector

Veruit het grootste aanbestedingsvolume is ingekocht door de Rijksoverheid (€ 5,35 miljard). Het grootste aantal aanbestedingen in 2025 (112) is gepubliceerd door de decentrale overheid. Dit betreft met name gemeenten, waarbij 47 verschillende gemeenten het afgelopen jaar actief waren op de aanbestedingsmarkt voor flexibele arbeid.

Het aanbestedingsvolume binnen de speciale sectorbedrijven is opvallend hoog (ruim € 4,6 miljard) in verhouding tot het aantal aanbestedingen. Dit beeld is echter vertekend vanwege vier omvangrijke trajecten voor broker-/MSP-diensten (Enexis, Schiphol, Vitens en ProRail). Deze vertegenwoordigen gezamenlijk € 3,96 miljard en daarmee circa 85 procent van het totale volume dat is aanbesteed binnen deze sector.

Figuur 1: Inhuur ingekocht per sector aanbestedende dienst


Noot: Deze analyse heeft uitsluitend betrekking op openbare aanbestedingen voor inhuur via raamovereenkomsten. Onderhandse procedures en inhuur voor eenmalige opdrachten zijn buiten beschouwing gelaten. Ook aanbestedingen die na publicatie zijn ingetrokken, zijn niet meegenomen.

Inkoop uitzenddiensten stabiel

De aanbestedingsmarkt voor de inhuur van uitzendkrachten bleef in 2025 grotendeels stabiel. Het aantal opdrachten dat is aanbesteed daalde licht met 2 procent. Tegelijkertijd steeg de totale contractwaarde met 8 procent. Dat wijst op een hogere gemiddelde contractwaarde dan een jaar eerder.

In 2025 zijn meerdere aanbestedingen gepubliceerd met een contractwaarde van meer dan € 50 miljoen. Het gaat onder meer om opdrachten van de gemeenten Nijmegen (P&O Netwerk), Utrecht en Groningen, NS Groep N.V., UWV en verschillende Ministeries (IFAR).

Stijging aanbestedingen detacheren

Het aantal aanbestedingen voor detachering stijgt met 18 procent ten opzichte van 2024. De totale contractwaarde die het afgelopen jaar is aanbesteed groeit nog sterker en komt uit op € 3,41 miljard (+54%).

Het grootste deel van deze waarde betreft contracten voor de detachering van ICT-profielen (€ 1,25 miljard) en juridische functies (€ 971 miljoen). Ruim de helft van de totale contractwaarde (€ 2,5 miljard) is ingekocht door de Rijksoverheid. Dit gaat om 24 contracten die door verschillende ministeries zijn aanbesteed.

Aanbestedingsmarkt voor broker-/MSP’s ruim verdubbeld

De sterkste groei zien we bij de inkoop van broker- en MSP-diensten. Het aantal aanbestedingen nam in 2025 sterk toe ten opzichte van het jaar daarvoor (+59%). De meeste aanbestedingen komen van gemeenten (16) en ZBO’s (10). Opvallend is dat het aantal broker- en MSP-aanbestedingen het afgelopen jaar dichter in de buurt kwam van het aantal aanbestedingen voor detachering.

De totale contractwaarde die het afgelopen jaar is aanbesteed voor inhuur via het marktmodel is meer dan verdubbeld ten opzichte van 2024 (+148%). Dit inzicht vraagt om nuancering. Ongeveer 40 procent van deze waarde komt uit zeer grote contracten van meer dan € 100 miljoen per jaar, onder meer van Enexis, de Politie en Schiphol. Tegelijk verklaart de aard van deze contracten de stijging. Overeenkomsten voor broker- en MSP-diensten hebben vaak een langere looptijd (tot wel acht jaar) en een brede scope, waardoor de contractwaarde snel oploopt.

Figuur 2: Inhuur ingekocht via openbare aanbestedingen gepubliceerd op TenderNed

Broker/MSP-diensten de standaard?

De sterke groei in aanbestedingen van broker/MSP-diensten en de transitie van organisaties weg van DAS-constructies, wijzen op een structurele verschuiving in inhuurmodellen. Wanneer deze trend doorzet, dan worden broker/MSP-diensten verder de standaard binnen (middel)grote organisaties. In de cijfers zien we terug dat nieuwkomers positie innemen aan de onderkant van deze markt.

Impact wet- en regelgeving

De wijzigingen in de uitzend-cao per 1 januari 2026, invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) en een normaliserende arbeidsmarkt creëren onzekerheid in traditionele prijs- en risicomodellen voor inhuur. Dit beïnvloedt de samenstelling van de leveranciersmarkt, waarbij bureaus zich sterker specialiseren in niche-arbeidsmarkten. Naar verwachting dwingen deze ontwikkelingen inleners tot een herijking van de sourcingsstrategie en bestaande contractafspraken in dit nieuwe jaar.

Dit artikel is een redactionele samenvatting van inzichten uit de PIFA-monitor. De onderliggende dataset, analysemethodiek en visualisaties maken onderdeel uit van de dashboards van de PIFA-monitor en behoren tot het intellectueel eigendom van PIFA-monitor B.V. Deze inhoud is beschermd door auteursrecht en databankenrecht en mag niet zonder voorafgaande toestemming worden gereproduceerd of hergebruikt.


Dit artikel is onlangs gepubliceerd in het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026, dat ook digitaal beschikbaar is. Download het magazine hier. 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , , | 2s Reacties

‘Uitzendverbod vleessector ondermijnt de Wtta’

De minsterraad heeft afgelopen vrijdag ingestemd met het vorige week aangekondigde besluit van Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Minister Vijlbrief zegt in een toelichting op het besluit: “De vleessector heeft alle kansen gekregen zichzelf te verbeteren, maar zij blijkt ontzettend hardleers. Met het uitzendverbod pakken we het probleem aan bij de bron. Alleen de eigenaar van het vleesbedrijf is straks nog verantwoordelijk voor gezonde, veilige en eerlijke werkomstandigheden. Het is afgelopen met jezelf verschuilen achter een uitzendbureau.”

Het uitzendverbod moet een einde maken aan onderbetaling en ontslag bij ziekte van met name arbeidsmigranten die als uitzendkrachten in de vleesindustrie werken. Door vleesbedrijven zelf verantwoordelijk te maken voor hun medewerkers zouden dergelijke misstanden minder voorkomen. Hier zou in Duitsland al goede ervaringen mee zijn opgedaan.

VNO-NCW wil afbakening uitzendverbod

Het besluit treft alle bedrijven in de vleesketen die gebruik te maken van uitzendkrachten voor banen die te maken hebben met het slachten, verwerken, verkoelen, en verpakken van vlees. VNO-NCW pleit voor ‘een zo gericht mogelijke afbakening van bedrijven waarvoor het uitzendverbod gaat gelden’. Een generiek verbod treft volgens de werkgeversorganisatie ook goedwillende ondernemers, zoals maaltijdproducenten, bakkers en ambachtelijke slagers.

NBBU: uitzendverbod is disproportioneel ..

Dit besluit is disproportioneel en treft juist de bonafide ondernemers die misstanden níet veroorzaken, terwijl de Arbeidsinspectie (NLA) de instrumenten heeft om te handhaven op misstanden, zo stelt de NBBU in een reactie. Uitzendbureaus die zijn aangesloten bij de NBBU voldoen aan het SNA- en SNF-keurmerk en werken conform de uitzend-cao. ‘Zij worden met een sectoraal uitzendverbod gestraft voor misstanden die zij niet hebben veroorzaakt.’

.. en ondermijnt de Wtta

Volgens de NBBU moet de Wtta die over een halfjaar in werking treedt het kaf van het koren gaan scheiden (lees: malafide uitzenders weren). ‘Door daar nu een verbod bovenop te stapelen dat op zijn vroegst pas in 2028 ingaat, ondermijnt het kabinet zijn eigen wet en zaait het rechtsonzekerheid bij ondernemers.

Boodschap van de NBBU: laat de Arbeidsinspectie (NLA) en de Wtta eerst hun werk doen.

Het tegengaan van misstanden rondom arbeidsmigranten is de aanleiding geweest voor het optuigen van het toelatingsstelsel. De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) moet juist zorgen voor transparantie in de markt en ketenverantwoordelijkheid. Dat het kabinet het desondanks nodig acht dit vergaande uitzendverbod op te leggen aan een hele sector, doet in de flexbranche de vraag oprijzen of de politiek zelf wel voldoende vertrouwen heeft in de eigen nieuwe Wtta?

‘Als de Wtta echt het ei van Columbus is, waarom dan alvast een verbod in de vleessector?’, vraag Hendarin Mouselli (advocaat flexwerk). ‘Je verdedigt geen wet die nog moet bewijzen wat ze waard is met een stok achter de deur die je nog niet nodig hebt gehad’.

‘Pak hardrijders aan’

De visie van de NBBU wordt breed gedeeld in de uitzendwereld, zo blijkt uit de vele reacties op LinkedIn dit weekend. Marcel Slaghekke (oprichter Carrière en HappyNurse), trekt de vergelijking met hardrijders in het verkeer. ‘Er wordt te hard gereden op de A4. Niet door iedereen, maar door een klein groepje dat structureel lak heeft aan de regels. De oplossing van Den Haag: per 2028 alle auto’s op de A4 verbieden.’

Het verschil is dat hardrijders wel regelmatig een bekeuring op de mat krijgen en malafide uitzenders nauwelijks gecontroleerd worden. Slaghekke pleit dan ook voor gerichte handhaving. ‘En het instrument ligt er al. Met het nieuwe toelatingsstelsel (WTTA) kan de overheid malafide partijen gericht van de markt weren.’

De onderbouwing van het besluit tot een uitzendverbod dat de branche lang genoeg de tijd heeft gekregen om orde op zaken te stellen, wordt ook niet door iedereen als goed argument gezien. “Onzin”, zegt Marc Nijhuis (W&RK Advies). “De sector heeft geen sanctionerende bevoegdheid. Het is vele malen onder de aandacht gebracht van verantwoordelijke instanties. In analogie met de A4: andere bestuurders kunnen hardrijders niet beboeten’.

Slaghekke legt de bal overigens ook (deels) bij inlenende bedrijven. ‘Ben je niet bereid je eigen cao te betalen? Overleg dan met de vakbond, los het niet op via een malafide uitzendbureau. Wil je links- of rechtsom niet meebetalen aan fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden? Kijk dan niet raar op als er ook in jouw sector een uitzendverbod komt.’

ABU: symboolpolitiek lost niets op

Ook de ABU verzet zich tegen het voornemen van minister Vijlbrief om vanaf 1 maart 2028 een sectoraal inleenverbod in de vleessector in te voeren. ‘Een sectoraal inleenverbod lijkt daadkrachtig, maar lost de problemen zoals slechte, onveilige werkomstandigheden en erbarmelijke huisvesting niet op’, zo stelt de werkgeversorganisatie. Een generiek inleenverbod is een schijnoplossing die het probleem slechts verplaatst, zo legt ABU-directeur Jurriën Koops uit: “Een inleenverbod is een symboolmaatregel waar de werknemer uiteindelijk niks mee opschiet. Door de contractvorm te verbieden in plaats van de daders aan te pakken, druk je deze misstanden alleen maar verder onder de radar. De kern is simpel: misstanden moeten verdwijnen, niet verschuiven.”

Rotte appels eruit

De ABU wijst er eveneens op dat het probleem bij de handhaving ligt en roept de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) en de Arbeidsinspectie op om in plaats van symboolpolitiek te voeren, eindelijk gericht en keihard in te grijpen. De betrokken malafide bureaus én opdrachtgevers zouden allang in beeld zijn bij de autoriteiten. Als de ‘rotte appels’ bekend zijn is het volgens de werkgeversorganisatie niet uit te leggen dat de overheid deze partijen nog steeds niet uit de markt heeft gehaald.

Internetconsultatie

De maatregel is inmiddels in internetconsultatie, dat acht weken duurt. Het verbod gaat in op 1 maart 2028, maar voor bestaande dienstverbanden geldt er een overgangstermijn tot 1 juni 2028. Per 1 juni 2028 is het uitzendverbod in de vleesketen dus volledig van kracht.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | 1 Reactie