Maandelijkse archieven: juli 2026

Deze leveranciers sleepten de meeste aanbestedingen binnen in 2025

Na afloop van elk aanbestedingstraject worden de winnaars en de gegunde contractwaarden zichtbaar op TenderNed. Daaruit blijkt wie de winnaars en verliezers zijn op de aanbestedingsmarkt onder de uitzenders, detacheerders en MSP/brokers. En welke trends zichtbaar worden op de verschillende aanbestedingsmarkten.

Onderstaand geeft Rémon van Buuren (eigenaar van de PIFA-monitor) inzicht in de details per type markt. De gepresenteerde gegevens geven geen volledig beeld aangezien mogelijk al meer opdrachten voor flexibele arbeid zijn gegund, maar deze zijn nog niet openbaar gemaakt op TenderNed – de bron van deze analyse. Voor de analyse van de gegunde opdrachten is uitsluitend gekeken naar gegunde opdrachten die in 2025 op TenderNed zijn gepubliceerd. De balans over 2025 laat een markt zien waarin voor maar liefst € 11,13 miljard aan opdrachten voor flexibele arbeid werd gegund. In totaal hebben 210 leveranciers succesvol ingeschreven op een (niet-)openbare aanbesteding voor flexibele arbeid bij 153 verschillende publieke opdrachtgevers.

Uitzenden: dominantie Randstad, Driessen en RGF Staffing 

De uitzendmarkt voor aanbestedingen wordt gedomineerd door een zeer kleine groep spelers. Randstad en Driessen zijn samen verantwoordelijk voor ruim 54 procent van de totale gewonnen opdrachtwaarde in de gehele publieke markt. Randstad voert de lijst aan met een marktaandeel van bijna 34 procent, wat hun dominante positie in de publieke sector onderstreept.

RGF Staffing heeft met haar labels Start People en Unique een stevige voet aan de grond in de top 5. Gezamenlijk zijn deze labels goed voor een gewonnen opdrachtwaarde van ruim € 175 miljoen verdeeld over 12 contracten. Hiermee positioneren zij zich als de belangrijkste uitdager van de traditionele top 2 (Randstad en Driessen).

Koplopers en achterblijvers

In 2025 werd de inhuur van uitzendkrachten gegund aan in totaal 61 verschillende bureaus, waarbij de onderlinge verschillen na de top vier direct aanzienlijk groter werden. De markt vertoont een sterke concentratie bij de koplopers, aangezien partijen vanaf de vijftiende positie elk nog slechts een marktaandeel van 1 procent of minder vertegenwoordigen. Deze cijfers onderstrepen de dominante positie van een selecte groep spelers binnen de publieke aanbestedingsmarkt.

Positie top 20 Leverancier Gewonnen opdrachtwaarde in 2025 in mln. euros Marktaandeel gewonnen opdrachtwaarde Aantal gewonnen contracten 2025
1 Randstad (Randstad Groep) € 489,9 33,9% 26
2 Driessen (Driessen Groep) € 294,9 20,4% 16
3 Start People (RGF Staffing) € 92,9 6,4% 6
4 Unique (RGF Staffing) € 82,3 5,7% 6
5 Actief Werkt! € 73,7 5,1% 7
6 Tempo-Team (Randstad Groep) € 45,9 3,2% 8
7 YoungCapital € 25,4 1,8% 3
8 Consolid € 21,5 1,5% 2
9 BAN PersoneelsDiensten € 21,4 1,5% 1
10 Mobiwerk € 21,0 1,5% 1
11 Kenonz € 18,0 1,2% 1
12 Seesing Flex € 16,0 1,1% 1
13 Maandag (Maandag Holding) € 15,9 1,1% 8
14 Timing (PROMAN Group) € 14,6 1,0% 6
15 365Werk € 14,5 1,0% 2
16 Daan € 14,4 1,0% 7
17 Public Match € 12,0 0,8% 1
18 Olympia € 9,9 0,7% 5
19 BKV Groep € 8,2 0,6% 3
20 Sthree € 8,2 0,6% 1

 

Detacheren: versnipperd speelveld aan de top

In tegenstelling tot de uitzendmarkt, is de detacheringsmarkt veel competitiever en minder geconcentreerd. De marktleider, LINKIT, heeft een aandeel van 6,67 procent. De volledige top-5 zit zeer dicht bij elkaar (tussen de 5,18 en 6,67 procent), wat duidt op een markt waarin de grote spelers elkaar nauwelijks ontlopen.

Blijvende vraag naar ICT-professionals

De lijst wordt gedomineerd door partijen met een sterke focus op IT-detachering en consultancy, zoals LINKIT, Cimsolutions, SynProfs en ItaQ. Dit onderstreept dat de publieke aanbestedingsmarkt voor detachering in 2025 voor een zeer groot deel wordt gedreven door de aanhoudende vraag naar specialistische ICT-kennis. Ruim zestig procent van de totale gegunde opdrachtwaarde voor detacheren in 2025 is toe te schrijven aan de inzet van ICT-professionals.

Maandag en BMC: volume-spelers in de niche

Waar de meeste detacheerders in de top 10 hun waarde halen uit enkele grote IT-contracten, laten Maandag (16 contracten) en BMC (12 contracten) een ander patroon zien. Zij winnen een veel groter aantal contracten met een relatief beperkte opdrachtwaarde. Dit bevestigt hun positie als brede detacheerders binnen het publieke domein, waar opdrachten vaker regionaal of per specifiek vakgebied worden uitgezet. 

Positie top 20 Leverancier Gewonnen opdrachtwaarde in 2025 in mln. euros Marktaandeel gewonnen opdrachtwaarde Aantal gewonnen contracten 2025
1 LINKIT € 153.300,0 6,7% 5
2 Cimsolutions € 129.800,0 5,6% 3
3 SynProfs € 122.300,0 5,3% 2
4 Circle8 (Circle8Group) € 119.550,0 5,2% 2
5 Randstad Professional (voorheen Yacht) € 119.133,3 5,2% 3
6 YER € 109.505,8 4,8% 5
7 ItaQ € 98.300,0 4,3% 1
8 FlexValue € 98.300,0 4,3% 1
9 Between Staffing (Headfirst Group) € 98.300,0 4,3% 1
10 Sopra Steria € 98.300,0 4,3% 1
11 Need Staffing IT € 98.300,0 4,3% 1
12 Maandag (Maandag Holding) € 85.133,3 3,7% 16
13 PBBouw € 74.000,0 3,2% 1
14 BMC (Randstad Groep) € 72.746,7 3,2% 12
15 Derksen & Drolsbach € 53.266,7 2,3% 3
16 Verdonck, Klooster & Associates (Highberg) € 45.000,0 2,0% 1
17 Group Moovs € 40.000,0 1,7% 1
18 StaffingNow € 37.333,3 1,6% 2
19 BlueTrail € 35.666,7 1,6% 2
20 Sogeti € 31.150,0 1,4% 4

 

Broker/MSP’s: extreme marktconcentratie bij de ‘giganten’

De broker- en MSP-markt is ongekend geconcentreerd. De top 2 spelers, Circle8 en Randstad Enterprise (voorheen Yacht), hebben samen een marktaandeel van ruim 54 procent. De totale gewonnen waarde van deze twee partijen bedraagt bijna 4 miljard euro. Dit geeft aan dat grote publieke organisaties voor het beheren van externe inhuur massaal vertrouwen op een zeer selecte groep marktleiders.

Circle8 verstevigt koppositie

Circle8 positioneert zich als marktleider met een marktaandeel van 28,7 procent. Met een gewonnen opdrachtwaarde van ruim 2 miljard euro laten zij Randstad Enterprise (25,4%) achter zich. Het is opvallend dat zij deze enorme waarde realiseren met ‘slechts’ 6 contracten. Achtergrond is het binnenhalen van enkele van de grootste en meest langdurige inhuurmantels in de publieke sector, zoals bij de Politie, Vitens, het UWV en ProRail.

Miljardenbal

In vergelijking met de eerder besproken uitzend- en detacheringsmarkt zijn de bedragen in het broker/MSP-segment vele malen groter. De nummer 1 in deze lijst (Circle8) heeft een grotere gewonnen waarde dan de gehele top 20 van de detacheringsmarkt bij elkaar. Dit komt doordat brokers en MSP’ers in de regel de volledige inhuurbehoefte van een organisatie beheren, inclusief de omzet die van de onderliggende toeleveranciers.

Positie top 20 Leverancier Gewonnen opdrachtwaarde in 2025 in mln. euros Marktaandeel gewonnen opdrachtwaarde Aantal gewonnen contracten 2025
1 Circle8 (Circle8Group) € 2.066.869,0 28,7% 6
2 Randstad Enterprise (voorheen Yacht) € 1.833.802,0 25,4% 8
3 Harvey Nash (Nash Squared) € 887.869,0 12,3% 3
4 Magnit € 708.000,0 9,8% 2
5 Haert (Driessen Groep) € 473.500,0 6,6% 3
6 Maandag (Maandag Holding) € 328.700,0 4,6% 6
7 Flextender € 282.700,0 3,9% 7
8 Staffing Management Services (Headfirst Group) € 249.000,0 3,5% 3
9 Hero € 122.000,0 1,7% 4
10 Bconnect € 50.000,0 0,7% 1
11 Flinter € 48.400,0 0,7% 3
12 StaffingNow € 39.333,3 0,5% 3
13 Headfirst (Headfirst Group) € 29.333,3 0,4% 2
14 Need Staffing IT € 24.000,0 0,3% 1
15 Onefellow € 19.433,3 0,3% 2
16 OneStopSourcing € 18.500,0 0,3% 2
17 Pro-Act IT € 6.650,0 0,1% 1
18 Joinuz € 3.750,0 0,1% 1
19 Wyzer (House of HR) € 3.750,0 0,1% 1
20 BMC (Randstad Groep) € 3.750,0 0,1% 1

 

Trends

De PIFA-monitor maakt het aantal inschrijvingen voor de flexmarkt inzichtelijk. Onderstaand de trends en bijzonderheden.

Stabiliteit in de uitzendmarkt

De uitzendmarkt vertoont een opmerkelijke stabiliteit in het concurrentieveld. Ondanks de stijging in het aantal opdrachten waar leveranciers op konden inschrijven, bleef de concurrentiedruk nagenoeg gelijk: van gemiddeld 4,64 inschrijvers in 2024 naar 4,53 in 2025. Dit suggereert een volwassen markt met een vaste groep spelers die dit marktsegment doorgronden.

Detacheringsmarkt meest competitief

De detacheringsmarkt is momenteel het meest competitief voor inschrijvers op aanbestedingen. Met een gemiddelde van 8,52 inschrijvers per aanbesteding in 2025 ligt de druk hier aanzienlijk hoger dan bij opdrachten voor uitzend- of broker-MSP/diensten. Een verklaring hiervoor is de strategie van aanbestedende diensten voor dit type contracten, waar zij overwegend meer leveranciers selecteren.

Uit de cijfers blijkt een directe correlatie tussen de contractwaarde en de mate van concurrentie. Bij kleine opdrachten (tot € 0,5 mln.) schreven in 2025 gemiddeld 4,48 partijen in. Bij grote opdrachten (€ 5-20 mln.) steeg dit naar 12,57 inschrijvers. Opvallend is de explosieve toename in het middensegment (€ 0,5 – 2 mln.). In slechts één jaar tijd is het aantal inschrijvers per opdracht hier bijna verdubbeld: van 5,69 in 2024 naar maar liefst 9,97 in 2025. De referentie-eisen bij dit type opdrachten liggen relatief laag, wat maakt dat meer partijen ook kunnen inschrijven.

Marktconcentratie bij brokers/MSP’s

Ondanks dat broker- en MSP-constructies de grootste contractwaarden vertegenwoordigen, blijft het aantal partijen dat hierop inschrijft relatief laag en stabiel. Met een gemiddelde van 4,04 inschrijvers in 2025 is dit de minst toegankelijke markt, wat waarschijnlijk te maken heeft met de complexiteit en de hoge eisen aan ‘managed spend’ capaciteiten. 

Markt 2024 2025
Aantal opdrachten (sluitingsdatum jaar) Gemiddeld aantal inschrijvingen Aantal opdrachten (sluitingsdatum jaar) Gemiddeld aantal inschrijvingen
Uitzenden 94 4,64 111 4,53
Detacheren 71 7,13 84 8,52
Broker/MSP 34 3,53 51 4,04

 

Dit artikel is een redactionele samenvatting van inzichten uit de PIFA-monitor. De onderliggende dataset, analysemethodiek en visualisaties maken onderdeel uit van de dashboards van de PIFA-monitor en behoren tot het intellectueel eigendom van PIFA-monitor B.V. Deze inhoud is beschermd door auteursrecht en databankenrecht en mag niet zonder voorafgaande toestemming worden gereproduceerd of hergebruikt.


Dit artikel is onlangs gepubliceerd in het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026, dat ook digitaal beschikbaar is. Download het magazine hier. 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , , | Laat een reactie achter

Wet gelijke kansen: ‘We gaan werkgevers niet verbieden om een klikgesprek te voeren’

Hoewel Nederland bekendstaat als een open en tolerant land, blijft discriminatie op de arbeidsmarkt een hardnekkig probleem. Met een achternaam als Al-Masri verlaag je de kans om aangenomen te worden met 60 procent, zegt kamerlid Doğukan Ergin (DENK). Stagediscriminatie is hardnekkig, zo blijkt al jaren telkens opnieuw uit experimenten met fictieve cv’s van studenten.

Ondanks dat arbeidsmarktdiscriminatie wettelijk verboden is, is het niet afgenomen, benadrukt Ergin. Hij wijst op internationaal onderzoek naar discriminatie bij werving in Nederland, Duitsland, Canada, VS, UK en Frankrijk. Van dit rijtje landen neemt in Nederland de discriminatie toe, terwijl bij de rest sprake is van stabilisatie of afname. Maar Nederland staat zeker niet alleen in deze trend, schrijven de onderzoekers. De verklaring? Ze vermoeden een verband met de opkomst van extreemrechts.

Discriminatie

We moeten het tij keren met een regeling die rechtstreeks ingrijpt op discriminatie bij de werving, vindt Ergin. DENK diende dit voorjaar de Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie in bij de Tweede Kamer. De behandeling ervan wordt in afwachting van het Raad van State-advies over het zomerreces heen getild. Het voorstel is bedoeld voor alle vormen van arbeidsmarktdiscriminatie. Dus niet alleen op etnische afkomst, maar bijvoorbeeld ook op geslacht of leeftijd.

Het is niet voor het eerst dat de wet werd ingediend. In 2024 sneuvelde een eerdere versie van de gelijknamige wet in de Eerste Kamer. Dan kun je twee dingen doen, zegt hij. “Je kunt bij de pakken neerzitten of de handschoen oppakken. Wij deden dat laatste en hebben een verbeterde versie ingediend.”

Kritiekpunten Raad van State

De Raad van State plaatste in juni bij deze versie opnieuw stevige kanttekeningen. Volgens het adviesorgaan is de doelstelling van het voorstel begrijpelijk, maar roept de gekozen uitwerking nog dezelfde vragen op over noodzaak, effectiviteit en handhaving. Het risico bestaat dat werkgevers de nieuwe verplichtingen vooral op papier zullen naleven. Ook betwijfelt de raad of de Arbeidsinspectie de wet zal kunnen handhaven. 

Volgens Ergin is dat bezwaar inmiddels grotendeels ondervangen. De Arbeidsinspectie heeft laten weten dat handhaving kan meelopen met andere onderzoeken. Op verzoek van de indieners heeft de Arbeidsinspectie een uitvoeringstoets uitgevoerd en de conclusie is positief (met een aantal concrete verbetervoorstellen).

De kern van de eerste versie, dat werkgevers objectieve en controleerbare werving- en selectieprocedures moeten hebben, staat in de nieuwe versie nog overeind. Wel is aan de belangrijkste kritiekpunten tegemoet gekomen, vertelt Ergin.

Minder administratieve last voor kleine werkgevers

Een van die kritiekpunten betrof de regeldruk. Werkgevers hebben te maken met een opeenstapeling van regels op het gebied van loontransparantie, arbeidsmarkt, AI en duurzaamheid. In de Eerste Kamer leefde de vrees dat vooral voor kleine ondernemers deze regels onwerkbaar zouden zijn.

Om aan dit bezwaar tegemoet te komen, zijn kleinere werkgevers buiten de regeling gelaten in het voorstel. Een werkgever met 25 tot 50 werknemers hoeft de selectieprocedures alleen mondeling toe te lichten, daarboven moet dat wél op schrift. Andere veranderingen zijn dat leeftijdsdiscriminatie en zwangerschapswens expliciet zijn opgenomen. Verder is de meldplicht voor intermediairs vervallen.

De geschrapte meldplicht staat los van de vergewisplicht voor intermediairs, die in het wetsvoorstel is blijven staan. Waar de meldplicht intermediairs verplichtte om vermoedens van discriminatie te melden, houdt de vergewisplicht in dat zij zich ervan moeten vergewissen dat de wervings- en selectieprocedures van opdrachtgevers zijn gericht op het voorkomen van arbeidsmarktdiscriminatie. 

Kun je met een wet discriminatie uitbannen?

Een belangrijke twijfel bij werkgevers is of een wet wel de manier is om discriminatie uit te bannen. Vooral kleinere werkgevers hebben behoefte aan duidelijke, toepasbare handvatten in plaats van extra administratieve verplichtingen, schrijven werkgevers- en ondernemersverenigingen in een reactie op de internetconsultatie. Zij zien meer in het verder ontwikkelen van de NVP-sollicitatiecode.

Natuurlijk, je bant discriminatie nooit helemaal uit, zegt Ergin. Maar deze wet helpt werkgevers wel in de goede richting. “Neem de eerste versie van de wet. Die werd weliswaar afgewezen, maar de Arbeidsinspectie gaf er vervolg aan door verschillende pilots te draaien met werkgevers. Naar aanleiding daarvan werkten ze de drie algemene hoofdnormen ‘inzichtelijk’, ‘controleerbaar’ en ‘systematisch’ verder uit. Ze kwamen tot een concrete checklist met aanbevelingen. 

“Dát is al winst”, zegt Ergin. Discriminatie gebeurt volgens hem vaak onbewust. “Als een wet de ogen van werkgevers opent en alerter maakt, is de wet al effectief.”

Open norm zorgt voor rechtsonzekerheid

Een ander kritiekpunt betreft de open norm, die kan leiden tot rechtsonzekerheid bij bedrijven. Want hoe bepaal je wanneer selectieprocedures ‘inzichtelijk’, ‘controleerbaar’ en ‘systematisch’ zijn? Het handhaven door de Arbeidsinspectie met een open norm vinden de Raad van State en het ATR niet aan te bevelen.

Ergin begrijpt dat werkgevers behoefte hebben aan duidelijkheid, maar “wetten gaan nu eenmaal altijd gepaard met enigszins open normen”. Toch komen de initiatiefnemers ook op dit punt tegemoet aan de kritiek. De checklist van de Arbeidsinspectie met concrete aanbevelingen gebruikt DENK om de open normen in een volgende versie van de wet verder in te kleuren. “Daarmee zijn wij al een stuk concreter dan in het vorige voorstel. Maar helemaal dichttimmeren gebeurt niet. We gaan werkgevers niet verbieden om een klikgesprek te voeren.”

Vergewisplicht voor intermediairs blijft omstreden

De ABU en NBBU struikelen in het voorstel over de vergewisplicht voor intermediairs. Die zorgt voor onnodige regeldruk, schrijft de ABU in een reactie op de internetconsultatie. “Voor een intermediair is het ondoenlijk om wervings- en selectieprocedures van derden inhoudelijk te beoordelen.”

“Bovendien is niet altijd duidelijk hoe ver deze verantwoordelijkheid reikt en wanneer een intermediair voldoende invulling heeft gegeven aan deze verplichting”, schrijft de NBBU. De ABU stelt voor de vergewisplicht te beperken tot de check op een keurmerk, zoals dat van de ABU, waarin antidiscriminatiebeleid en de controle daarop al is verwerkt. Ze gaan daarover nog in gesprek, laat de ABU weten.

Offensief gelijke kansen: te vrijblijvend

In een uiterste poging om deze wet door te laten gaan, nemen de DENK-politici alle kritiekpunten ter harte. Maar met sommige aanbevelingen zijn ze het apert oneens. Zoals het advies van de Raad van State om nu eerst maar eens de resultaten van het Offensief Gelijke Kansen af te wachten. Dat traject werd ingezet naar aanleiding van de verwerping van het eerste voorstel. Het zet in op gedragsverandering en ondersteunt werkgevers, bijvoorbeeld met het objectiever maken van hun wervingsproces.

Ergin vindt dat te vrijblijvend. Het Offensief is voor DENK een verschraalde versie van het actieplan Arbeidsmarktdiscriminatie dat in 2025 afliep. “Met dit wetsvoorstel willen we op het actieplan voortbouwen. Het wordt tijd dat we nu eindelijk eens vorderingen maken.”

Of het aangepaste wetsvoorstel deze keer wél voldoende steun krijgt, zal na behandeling in de Tweede Kamer moeten blijken.

 


Wet gelijke kansen bij werving en selectie

De initiatiefwet Wet gelijke kansen bij werving en selectie verplicht werkgevers en intermediairs maatregelen te nemen om discriminatie bij werving en selectie zoveel mogelijk te voorkomen. Dat betekent:

  1. het hanteren van objectiveerbare functie-eisen en de consequente toepassing daarvan
  2. het verkrijgen van vergelijkbare informatie van kandidaten die bijdraagt aan een objectieve vergelijking van kandidaten
  3. het toetsen en wegen van kandidaten op basis van relevante en objectieve beoordelingscriteria

Het voorstel regelt niet alleen waaraan wervings- en selectieprocedures moeten voldoen, maar ook hoe daarop wordt toegezien en voor wie de regels gelden.

  • De Arbeidsinspectie krijgt de bevoegdheid om hier toezicht op te houden en boetes uit te delen.
  • Werkgevers met minder dan 25 werknemers vallen buiten de regeling. Voor werkgevers met 25 tot 50 werknemers is mondeling kunnen uitleggen voldoende. Vanaf 50 werknemers is schriftelijke vastlegging van de procedures verplicht.
  • Intermediairs die derden de werving en selectie laten doen, krijgen een vergewisplicht. Ze moeten beoordelen of hun processen gericht zijn op voorkoming van arbeidsmarktdiscriminatie.

Werven en selecteren met zo min mogelijk bias

Je kunt medewerkers nog zo veel diversiteitstrainingen laten volgen, mensen houden altijd aannames en vooroordelen. Stel de selectieprocedures daarom zo op dat er zo min mogelijk bias in kan sluipen.

  • Werk met standaardprocedures. Informele procedures met voorkeurskandidaten uit persoonlijke netwerken zijn over het algemeen nadeliger voor kandidaten uit minderheidsgroepen.
  • Bepaal van tevoren wie er in de selectiecommissie zitten.
  • Sta stil bij woordkeuzes en gebruik neutrale termen in de vacatureteksten. Een ‘junior-functie’ kan leiden tot leeftijdsdiscriminatie en ‘representatieve uitstraling’ tot discriminatie naar afkomst of godsdienst.
  • Stel vooraf duidelijke en objectiveerbare criteria vast. Noodzakelijk geachte eisen die voor subjectieve invulling vatbaar zijn, dien je te motiveren.
  • Voer gestructureerde gesprekken. Werk met een lijst met vaste interviewvragen die aansluiten bij de criteria uit de advertentietekst. Train de hiring managers hierop.
  • Vergelijk kandidaten zoveel mogelijk op basis van vergelijkbare informatie.
  • Verwerk de informatie uit de gesprekken systematisch en leg de antwoorden meteen vast. Wacht je daarmee, dan onthoud je de persoon die je het aardigst vindt, en daar sluipt snel bias in.

Uit: Advies aan Arbeidsinspectie en werkgevers over uitwerking inzichtelijk controleerbaar en systematisch bij werving en selectie (College voor de Rechten van de Mens) 

 

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Cyberbeveiligingswet vanaf 15 augustus in werking: raakt ook uitzenders

Na instemming van de Tweede Kamer zette de Eerste Kamer op 7 juli de laatste handtekening onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de bijbehorende Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten gaan op 15 augustus 2026 in, zonder overgangsperiode. 

De Cbw is de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn en vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni). Nederland loopt daarmee bijna twee jaar achter op de oorspronkelijke Europese deadline van oktober 2024.

Wat de wet inhoudt

De Cbw geldt voor ruim 8.000 organisaties in achttien sectoren, van energie en drinkwater tot digitale infrastructuur, zorg, overheid en vervoer. Zij krijgen drie kernverplichtingen:

  • Zorgplicht: aantoonbaar passende technische en organisatorische maatregelen tegen cyberrisico’s, inclusief risico’s bij leveranciers.
  • Meldplicht: cyberincidenten moeten snel worden gemeld bij de toezichthouder. Een vroege waarschuwing binnen 24 uur, een formele melding binnen 72 uur.
  • Registratieplicht: organisaties die onder de wet vallen, moeten zich inschrijven in het nationaal entiteitenregister.

Waarom dit ook voor de flexbranche telt

Uitzendbureaus, detacheerders en zzp-bemiddelaars vallen niet rechtstreeks onder de Cyberbeveiligingswet. Toch is de impact voor de sector aanzienlijk, doordat organisaties die wél onder de wet vallen verplicht hun hele toeleveringsketen moeten controleren. 

Opdrachtgevers gaan dus vragen stellen aan hun flexleveranciers over wachtwoordbeleid, incidentprotocollen en certificering. Wie dat niet op orde heeft, loopt het risico opdrachten mis te lopen.

Voor bureaus komt daar een extra risico bij indien hun uitzendkrachten of gedetacheerden rechtstreeks toegang hebben tot systemen en gevoelige data van de opdrachtgever. Daarbij  verwerken de bureaus zelf al veel persoonsgegevens via ATS’en, salarisadministraties en klantportalen. Dat maakt ze tot een aantrekkelijk doelwit én tot een risicovolle schakel in de keten, waar opdrachtgevers extra kritisch naar kijken.

Aan de slag 

Dat de wet later dan gepland ingaat, betekent niet dat de wet is afgezakt. De ketenverplichtingen staan onverkort overeind. Organisaties die voor 15 augustus geen bewijs kunnen overleggen van hun digitale weerbaarheid, riskeren op termijn het verlies van grote klanten.

Op FlexNieuws publiceerden we eerder al een praktisch stappenplan waarmee leveranciers in de flexmarkt zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen (zie Nieuwe Cyberbeveiligingswet: stappenplan voor leveranciers in de flexbranche).

Op de website van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) is veel (achtergrond)informatie te vinden over deze nieuwe verplichting. 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , | Laat een reactie achter

Matchen zonder vacatures: de Candidate First strategie

Waar grote bureaus moeite hebben kandidaten te vinden, merken zelfstandige recruiters en kleine bureaus bij latent zoekende kandidaten juist een behoefte aan een partner die met ze meedenkt. Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar het is mogelijk: kandidaten en opdrachtgevers matchen zonder een vacature te plaatsen. Zij doen het en jij kunt het ook.

De mogelijkheden van automatisering zijn eindeloos en met AI lijkt het vooral over techniek te gaan. Techniek helpt om de kandidaatreis en je commerciële doelen te verbeteren, maar alleen als je het intentioneel inzet. Dat is ook de kern van een Candidate First strategie: niet de vacature, maar de kandidaat is het vertrekpunt. De markttrend is duidelijk: de krapte op de arbeidsmarkt blijft een feit. Ondertussen spreek ik veel zelfstandige recruiters en kleine bureaus die aan de lopende band worden benaderd door latent zoekende kandidaten die open staan voor iets nieuws en daar hulp bij zoeken. Met andere woorden: die kandidaten zijn er gelukkig wel.

Maar hoe zorg je ervoor dat kandidaten naar jou toekomen? Zoals Nicol Tadema al schreef, kan het gebruik van AI in sollicitatiegesprekken veel waarde toevoegen, maar het kan ook juist een afschrikwekkend effect hebben, waardoor kandidaten niet zomaar meer naar je toe komen. Hoewel efficiëntie een belangrijke doelstelling is, moeten we het einddoel niet uit het oog verliezen: de beste kandidaten zo goed en snel mogelijk matchen met de beste opdrachtgevers, voor zo lang mogelijk.

Een oude match is een nieuwe kans

Het kan zijn dat een match die er eerst wel was, nu niet meer werkt. De opdracht is klaar, de rol is veranderd of het is gewoon tijd voor iets nieuws. Allemaal momenten om een kandidaat opnieuw te matchen of een opdrachtgever aan een nieuwe kandidaat te koppelen. Dat kan alleen als het vertrouwen er is. De meest succesvolle recruitmentexperimenten winnen daarom niet door te focussen op de werving voor bestaande vacatures, maar door telkens nieuwe contactmomenten in de kandidaatreis te testen of bestaande touchpoints te verbeteren om de relatie met je contacten en kandidaten te versterken.

Jouw talentpool als wervingskanaal

Sterker nog: als je dat goed doet, ontstaat er nieuwe instroom via een kanaal dat vaak wordt vergeten: referrals. Ik kwam het bij toeval tegen in een analyse van de waarde van een talentpool. We keken naar plaatsingen vanuit de bestaande pool en die vielen wat tegen. Maar toen we de herkomst van nieuwe kandidaten erbij pakten, dook er een patroon op: leden van de talentpool hadden hen aangedragen, puur omdat ze het contact zo prettig hadden ervaren. Dat is dus wat matchen zonder vacature in de praktijk betekent: een kandidaat vindt zijn volgende stap via iemand die jij al kent, nog voordat hij of zij actief op zoek ging naar openstaande vacatures.

Het eerste contact met je organisatie is hierin essentieel. Daarom winnen juist kleine bureaus en eenpitters hier terrein: ze hebben geen grote IT-budgetten, maar wel de tijd en aandacht voor volledig persoonlijk contact. En dat is precies de investering die zich uitbetaalt. Niet alleen in de eerstvolgende plaatsing, maar in alle plaatsingen die daarna via je netwerk naar je toekomen.

Jouw eerste stap

Wil je hier direct mee aan de slag? Een Candidate First strategie begint niet bij een vacature, maar bij de relatie met je kandidaat. Breng met je team eerst de echte impact van je huidige talentpool in kaart: wat betreft plaatsingen én referrals. Zet op basis daarvan experimenten op om dat vliegwiel verder op gang te brengen. Happy testing!

 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , | Laat een reactie achter

Worden malafide uitzenders nog jarenlang gedoogd door de overgangsregeling van de Wtta?

De Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) gaat in op 1 januari 2027, de handhaving start vanaf 1 januari 2028. Dat lijkt ver weg, maar is eigenlijk kort dag. Om alle uitleners de kans te bieden zich hierop voor te bereiden is er de overgangsregeling

Geen SNA, nog wel jaren uitlenen

Het SNA-keurmerk is in feite de basis voor het Wtta-normenkader. Voor intermediairs die nu nog niet SNA-gecertificeerd zijn (of daar nog niet hard aan werken) dreigt uitsluiting van de markt. Het doel is immers het kaf van het koren scheiden, oftewel malafide partijen weren zodat alleen bonafide uitleners overblijven. Het kan echter nog wel jaren duren voordat malafide partijen daadwerkelijk geweerd worden op de markt.

Alle uitleners – ook malafide, niet-SNA-gecertificeerde partijen – kunnen zich namelijk aanmelden voor de overgangsregeling. Iedereen valt hieronder, mits ze zich tijdig hebben aangemeld (1 november 2026 – 31 december 2026) en op tijd een aanvraag voor toelating hebben ingediend bij de NAU (1 mei 2027 – 30 juni 2027). Zij kunnen blijven uitlenen in afwachting op het inspectierapport en het besluit op hun aanvraag. Patrick Tom van inspectie-instelling Bureau Cicero, plaatst hierbij een kanttekening. “Ondernemingen die gebruikmaken van de overgangsregeling hebben de inspanningsverplichting om zo snel mogelijk een inspectierapport op basis van het Wtta-normenkader te verkrijgen. Zij zullen ook moeten kunnen aantonen dat zij zich daar actief voor inspannen. De overgangsregeling is daarmee nadrukkelijk geen vrijbrief om zonder verdere actie actief te blijven.”

Maar vanwege de verwachte vele aanvragen kan het heel lang duren voordat inspectie-instellingen een inspectierapport voor alle uitleners kunnen overleggen en de wachtlijst bij de NAU flink zal ook flink oplopen. Er gaan geluiden op dat het wel 4 tot 6 jaar duurt voordat alle uitleners in de overgangsregeling een Wtta-inspectie hebben ondergaan en definitief zijn toegelaten (of niet).
In de uitzend- en detacheringsbranche leeft dan ook de vrees dat door het soepele overgangsrecht een jarenlange gedoogperiode ontstaat. “Als partijen die niet eens een SNA-keurmerk hebben nog jaren worden gedoogd, zou dat mij echt pissig maken”, zo verwoordde Victor Groothoff, managing partner bij SchaalX, het sentiment dat leeft in de markt onlangs in een interview met ZiPconomy. “We zijn van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig om het goed te regelen. Het kost veel tijd en geld. Onze grootste frustratie is dat wij alles goed op orde hebben en andere clubs die ook detacheren nog niet eens een pensioenregeling voor hun mensen hebben.”

“Als partijen die niet eens een SNA-keurmerk hebben nog jaren worden gedoogd, zou dat mij echt pissig maken.”
Victor Groothoff (SchaalX)

Hoe lang gaat de overgangsregeling duren?

“Het komt erop neer dat alle malafide partijen nog jarenlang door kunnen gaan met hun malafide praktijken en zich pas zullen terugtrekken van de markt als de gedoogperiode voorbij is, het moment dat de inspectie-instelling een audit uitvoert. Tot die tijd profiteren zij – ten koste van bonafide uitzenders en detacheerders – hiervan”, zegt Marc Nijhuis (W&RK Advies). Een kwalijke ontwikkeling voor de hele sector. “Als malafiditeit nog zo lang aanhoudt kunnen draconische maatregelen zoals het uitzendverbod in de vleessector niet worden uitgesloten.”

De Wtta brengt veel onzekerheid met zich mee, maar een ding is wel zeker; de doorlooptijd voor inspectie en toelating wordt lang, stelt Nijhuis. “Men heeft het over vier tot zes jaar, maar misschien wordt het wel 8 jaar.”
Hoe lang de periode van de overgangsregeling zal duren hangt af van het aantal deelnemers, de duur en omvang van de inspecties in combinatie met de capaciteit van de inspectie-instellingen. 

Wat het aantal deelnemers betreft, uit recent onderzoek door Regioplan blijkt dat het aantal verwachte aanvragen voor de Wtta tussen de 17.000 en 21.000 kan worden. Dat is veel meer dan eerdere schattingen. En dat aantal kan nog wel eens gaan oplopen, verwacht Nijhuis. “Denk aan al die consultancybureaus die nog niet weten of wisten dat zij zich ook moeten aanmelden. Het zal eind dit jaar pas duidelijk worden om hoeveel partijen het gaat. En al die duizenden uitleners moeten allemaal door hetzelfde hoepeltje springen.” (Voor de volledigheid: dit betreft naast aanvragen voor toelating, ook aanvragen voor ontheffing en aanvragen die voor de zekerheid worden gedaan maar uiteindelijk niet nodig blijken.)
Dat vergt enorm veel capaciteit van inspectie-instellingen. Die zijn dan ook druk bezig om zich hierop voor te bereiden. En gedurende de gedoogperiode (overgangsregeling) zullen naast de Wtta-inspecties ook de gebruikelijke SNA-inspecties door moeten gaan, zo stelt Nijhuis. “Zeker zolang er nog geen Wtta-audits zijn geweest zullen grote inlenende organisaties vasthouden aan de eisen die SNA-certificering stelt. Zij zijn gewend aan frequente audits (een of twee keer per jaar) om uitzenders te controleren. Dat betekent dat de inspectie-capaciteit verdeeld moet worden. En dat zet de inspectie-instellingen nog verder onder druk.” 

“Het komt erop neer dat alle malafide partijen nog jarenlang door kunnen gaan met hun malafide praktijken en zich pas zullen terugtrekken van de markt als de gedoogperiode voorbij is.”
Marc Nijhuis (W&RK Advies)

SNA is en blijft cruciaal

Patrick Tom (Bureau Cicero) weerlegt het beeld dat door de overgangsregeling malafide partijen jarenlang worden gedoogd. “Natuurlijk ontstaan er wachtrijen en hebben wij als inspectie-instelling tijd nodig om onze capaciteit op orde zien te krijgen. De situatie is verre van ideaal. Maar die malafide partijen zijn er nu ook al. Als inleners gewoon SNA-certificering van hun uitleners eisen, is er niets aan de hand. Straks wordt het alleen nog strenger. Intermediairs die te laat zijn en straks geen SNA-keurmerk hebben, zijn met de komst van de toelatingsstelsel heel kwetsbaar. Als je niet bekend bent met de SNA-controle en het normenkader – laat staan het Wtta-normenkader – volg je als je niet oppast niet de route van A naar B maar van A naar bloedbad.”

Het SNA-keurmerk is dus cruciaal. Uitleners die geen SNA-keurmerk hebben en zich hebben aangemeld voor de overgangsregeling komen in die periode op een wachtlijst bij de NAU. In het openbare register van de Wtta krijgen zij een aparte, zichtbare status: nog niet toegelaten, maar wel bevoegd om uit te lenen.
“Er ontstaat dus een duaal stelsel”, stelt Tom. “Het SNA-register maakt inzichtelijk welke uitleners wel en niet over een SNA-keurmerk beschikken. Inleners kunnen daardoor eenvoudig onderscheid maken tussen wel en niet-gecertificeerde uitleners.
En uitleners met een SNA-keurmerk kunnen direct toelating tot het Wtta-stelsel aanvragen.”
Tom wijst er op dat SNA-gecertificeerde partijen beter af zijn. “Na toelating worden zij pas voor een Wtta-inspectie ingepland nadat de overgangsregeling is afgerond. Dat betekent dat zij gedurende een langere periode geen Wtta-inspectie ondergaan.”

“De overgangsregeling is nadrukkelijk geen vrijbrief om zonder verdere actie actief te blijven als uitlener op de markt.”
Patrick Tom (Bureau Cicero)

Duivels dilemma

Opdrachtgevers, banken, brancheorganisaties en andere stakeholders zullen ook na toelating waarde blijven hechten aan het SNA-keurmerk. Dat biedt immers de zekerheid dat een onderneming in de periode tot de Wtta-inspectie periodiek onafhankelijk wordt gecontroleerd. Daar zit tegelijkertijd volgens Tom een duivels dilemma. “Als de markt het SNA-keurmerk blijft verlangen, zal inspectiecapaciteit ook nodig blijven voor periodieke SNA-inspecties. Dat is een logisch gevolg van de marktvraag, maar betekent tegelijkertijd dat het langer kan duren voordat alle ondernemingen in de overgangsregeling hun Wtta-inspectie hebben doorlopen.”
Tom benadrukt dat de overgangsregeling niet betekent dat malafide partijen jarenlang hun gang kunnen blijven gaan. “Het feit dat een onderneming nog geen Wtta-inspectie heeft gehad, betekent niet dat malafide gedrag wordt gedoogd of dat bestaande wet- en regelgeving niet wordt gehandhaafd.”

Voordeel op lange termijn

Ook Maximilian Krijgsman, ceo van RGF Staffing, spreekt zich in een binnenkort te verschijnen interview met FlexNieuws uit over de overgangsregeling van de Wtta,  Krijgsman juicht de komst van het toelatingsstelsel toe en ziet zo’n gedoogperiode waarin malafide partijen nog door kunnen gaan met hun kwalijke praktijen als een tijdelijk probleem. “Natuurlijk wringt dat. Het is niet rechtvaardig en slecht voor bedrijven die het goed willen doen. Maar op lange termijn heeft iedereen er voordeel bij.”

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | Laat een reactie achter