Maandelijkse archieven: februari 2026

Drie AI-tools die je productiviteit als recruiter morgen verbeteren

Op 2 juni vindt het Recruit AI Live-event plaats, met praktische tips om AI toe te passen binnen recruitmentbureaus. Vaak gaat het bij AI over systemen die je als bureau moet koppelen aan je ATS of andere software, maar ook individuele recruiters kunnen AI-tools gebruiken om hun eigen werk efficiënter te maken.

In dit artikel drie tools die je direct kunt inzetten om productiever te werken.

Huxe

Je moet de tool wel vertrouwen en toegang durven geven tot je agenda en eventueel je e-mail. Zelf heb ik Huxe gekoppeld aan mijn agenda. De tool geeft me dagelijks een korte update over mijn afspraken en zoekt daarnaast het internet af naar nieuws over de bedrijven waar ik mee samenwerk. Zo weet ik direct of een bedrijf goede of slechte cijfers presenteert of een directiewissel heeft gehad. Hierdoor word ik nooit meer verrast tijdens een klantbezoek en kan ik beter inschatten welke kansen er liggen.

Toegang tot mijn e-mail heb ik nog niet gegeven, hoewel de redactie van AI Report (van Alexander Klöpping) dat wel aanbeveelt.

Daarnaast kan Huxe algemeen nieuws over jouw sector bijhouden. Zo krijg ik elke dag een of twee ontwikkelingen in de wereld van AI die invloed hebben op de wereld van werk. Zo ben ik elke ochtend in 10 tot 15 minuten via een persoonlijke podcast, in mijn geval tijdens het ontbijt, bijgepraat.

Noota

Deze tool kun je centraal regelen binnen je organisatie, maar als dat nog niet gebeurt, is het een aanrader om er zelf een account voor aan te schaffen. Hij is voor mij elke cent waard (19 euro per maand).

Noota is een app die tijdens al je digitale meetings een samenvatting maakt, to-do’s eruit filtert en gesprekken doorzoekbaar maakt. De tool schakelt makkelijk tussen verschillende talen en is dus eigenlijk altijd heel accuraat. Voor mijn salesgesprekken is het vooral handig om alle to do’s eruit te halen.

Van oorsprong Frans, voldoet Noota aan alle EU- en GDPR-standaarden. Daarnaast koppelt het met meerdere ATS’en zoals Bullhorn, Recruitee en MySolution, én met CRM-tools als Salesforce en HubSpot. Zo kun je automatisch rapportages versturen, wat veel tijd scheelt. Hoewel Noota ook voor sollicitatiegesprekken gebruikt kan worden, gebruik ik hem primair voor klantgesprekken, en dat doet hij perfect.

ChatGPT, Gemini of LeChat

Standaard LLM’s zoals ChatGPT, Gemini of LeChat zijn ideaal voor cross-culturele communicatie. Zeker bij internationale werving of het benaderen van kandidaten uit andere culturen, kun je je berichten cultureel laten aanpassen. Je kunt dit sporadisch doen, of – als je veel in een bepaalde regio werkt – een standaard vertaalprompt in je e-mailclient integreren.

Een voorbeeld: een vriend van mij werft veel voor Amerikaanse opdrachtgevers. Hij heeft in zijn mail een standaard prompt staan die zijn e-mails, die hij in het Engels schrijft, cultureel vertaalt naar ‘Amerikaans’. De prompt die hij gebruikt: “I’m a blunt, direct Dutchman and the recipients of this e-mail are middle-aged Americans. Please rewrite my e-mail to conform to their style of communication.”

Zoals hij zelf zegt: de hoeveelheid overbodige tekst die Amerikanen blijkbaar op prijs stellen, zou ik nooit durven te tikken. Maar sinds ik mijn e-mails cultureel laat vertalen, verloopt mijn communicatie een stuk soepeler en krijg ik meer kandidaten geplaatst.

Dit principe kun je ook toepassen bij het benaderen van kandidaten uit andere landen. Een voorbeeldprompt: “I’m a blunt, direct Dutchman. The recipient of this e-mail is a potential candidate for a job in the Netherlands from <vul je land in>. Please rewrite my e-mail to conform to their preferred style of communication.” Afhankelijk van het land zal de LLM bepaalde nuances toevoegen, want weinig nationaliteiten zijn zo direct en to-the-point als Nederlanders.


Kom naar Recruit AI Live 2026

Praktische AI voor recruitmentprofessionals

AI verandert de manier waarop uitzend- en wervingsbureaus kandidaten vinden, benaderen en plaatsen. Maar tussen de hype en de werkelijkheid: wat werkt er nu écht? Recruit AI Live brengt vijf toonaangevende praktijkexperts (waaronder Bas van de Haterd) samen die hun ervaringen en inzichten uit de echte wereld delen. Geen commerciële pitches, geen gesponsorde content, alleen direct toepasbare kennis.

  • Datum: dinsdag 2 juni 2026
  • Locatie: Van der Valk Hotel Breukelen
  • Info: recruitailive.com

 

 

 

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Drie AI-tools die je productiviteit als recruiter morgen verbeteren

Raymond Puts (OTTO Work Force): ‘Wij zijn een corporate bedrijf, maar met een MKB-cultuur’

Een jaar geleden nam Raymond Puts het stokje over van Frank van Gool als CEO van OTTO Work Force. Aan hem de taak om een van de grootste uitzendorganisaties van Nederland nog verder uit te bouwen. En ook Puts staat op de barricade om de noodzaak van goed gereguleerde arbeidsmigratie duidelijk te maken in Den Haag. “Waar de politiek roept ‘kan het niet minder?’, zeggen wij ‘kan het niet beter?’ Dan duw je malafiditeit echt uit de sector.”

U had een mooie baan als directeur van werkgeversvereniging AWVN. Toch bent u vorig voorjaar weer teruggekeerd in de uitzendbranche door Frank van Gool op te volgen als CEO van OTTO Work Force. Vanwaar deze overstap?

“In eerste instantie dacht ik inderdaad ‘waarom zou ik dat doen?’ toen Frank belde om koffie te drinken. Toch is het een logische stap. Voor mij komt alles hier weer samen. Bij USG People (nu RGF Staffing), een beursgenoteerd bedrijf, stond natuurlijk vooral het ondernemersdoel voorop. In mijn rol bij AWVN heb ik vervolgens meer te maken gehad met het politiek-maatschappelijke speelveld. Hier komt alles mooi samen. Bij OTTO Work Force geloven we dat we een maatschappelijke taak hebben om onze internationale medewerkers te helpen ontwikkelen, hen echt een carrière te bieden. Waar wij goed in zijn is het uitnodigen van internationaal talent en voor hen een goede werkgever zijn. En daarmee helpen we de Nederlandse economie vooruit. Natuurlijk zijn wij ook commercieel, maar we voelen die maatschappelijke verantwoordelijkheid. Niemand heeft bij ons een onzeker contract (minimaal 28 uur), 70 procent heeft een contract voor onbepaalde tijd en wij zorgen voor goede huisvesting, vervoer en dagelijkse ondersteuning.”

Hoe ziet u uw rol als CEO?

“Wat ik in ieder geval wil behouden is het ondernemerschap binnen het bedrijf. Twee op de drie stafcollega’s zijn ooit bij ons begonnen als internationaal medewerker. Er is een enorme cohesie binnen de organisatie. Stap op een willekeurige dag ons kantoor in Venray binnen en het is een en al dynamiek. Onze kracht is wendbaarheid en tempo. Wij zijn een corporate bedrijf, maar met een MKB-cultuur.” 

“Frank van Gool en Karolina Swoboda hebben met eigen handen een bedrijf van een miljard euro omzet opgebouwd in de afgelopen 25 jaar. Daar heb ik veel waardering voor. Nu is het tijd het bedrijf meer te structureren en de volgende fase in te leiden. De wereld verandert, uit welke landen gaan wij talent de komende 20 jaar rekruteren? Dat was traditioneel Polen, maar in onze groep medewerkers is die aanwas nog maar 50 procent, en dat wordt ieder jaar minder. Inmiddels komen onze internationale medewerkers uit veertien landen. En het arbeidspotentieel ligt steeds vaker buiten Europa.” 

Frank van Gool was een voorvechter van goed gereguleerde arbeidsmigratie. Hij schuwde stevige discussies met de politiek niet. Is dat ook wat we van u kunnen verwachten?

“Frank heeft zich altijd ingezet voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de sector. Hij pleitte jaren geleden al voor herinvoering van het vergunningstelsel om malafiditeit in de sector te weren. Nu komt dat toelatingsstelsel (Wtta) er eindelijk, maar toen werd hij nog wel vreemd aangekeken. Daarin liep hij voorop. En we zullen dat blijven doen. Ik heb misschien een andere stijl, maar dezelfde boodschap. Samen met Gert-Jan Segers ga ik de barricade op, we zijn veel in Den Haag en ook binnen de ABU proberen we de volgende stappen te zetten.”

“Overigens doe ik ook een oproep aan werkgevend Nederland: stop met zakendoen met malafide partijen. Als je niet weet wat voor loonstrook jouw uitzendkrachten krijgen en niet weet waar zij wonen, en het is heel goedkoop, dan moet je je afvragen of het wel goed zit. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De komst van de Wtta is daarom goed, maar de crux zit ‘m in handhaving. Daar moet vanuit Den Haag voldoende geld voor komen. Want de sector is groot en ik schrik soms van de creativiteit van malafide uitzenders die het aan de voorkant doen lijken of alles klopt, terwijl aan de achterkant geitenpaadjes, illegale routes, worden bewandeld.”

Het imago van uitzenders van arbeidsmigranten is ronduit slecht. De politiek, van links tot rechts, vindt daarom dat er minder arbeidsmigratie moet komen. Wat is uw boodschap aan Den Haag?

“Ja, malafiditeit kleurt de sector. We kennen de vreselijke voorbeelden, die echt uit de markt moeten. Sprinkhanen die even op de markt komen om snel geld te verdienen zijn we liever vandaag dan morgen kwijt. Want daar hebben wij als OTTO Work Force ook last van. Het grootste deel van de markt is wel goed bezig.”

“Ieder incident waarover de pers bericht is er een te veel, maar als je naar het totaal kijkt, zie je dat de situatie in de praktijk anders is. Via ons zijn bijvoorbeeld dagelijks tussen de 16.000 en 17.000 internationale medewerkers aan de slag. Niet een daarvan heeft een onzeker contract, wij verzorgen voor 12.000 mensen een goede woonplek, geen verkamerde huurwoning, met faciliteiten dichtbij. En op iedere woonlocatie is een welfare officer aanwezig. We zijn bovendien een van de grootste taxibedrijven van Nederland door het woon-werkverkeer te regelen als mensen niet op de fiets kunnen.”

“Er is een rationeel element in de politiek-maatschappelijke discussie. Dat heeft alles te maken met demografie; er wonen wel steeds meer mensen in Nederland, maar er werken in ons land relatief steeds minder. De beroepsbevolking wordt te klein om de economie op peil te houden. Willen we blijven doen wat we doen, dan vraagt dat om een oplossing voor de krimpende beroepsbevolking.” 

“En er is een emotioneel element in de discussie. Men wil gewoon minder arbeidsmigratie. Maar besef wel dat tien procent van de beroepsbevolking bestaat uit mensen die uit een ander land komen en hebben besloten hier te komen werken. Als je dat niet meer wilt, stopt echt een deel van onze economie. Dat gaat verder dan paprika’s plukken, dan stopt de logistieke keten en daardoor de voedselvoorziening bijvoorbeeld. Als uitzenders één dag hun internationale medewerkers verlof zouden geven, dan merkt iedereen dat meteen. Dan staat Nederland stil.”

“Arbeidsmigratie is zeker niet de enige oplossing, maar door de demografische ontwikkeling hebben we nu eenmaal behoefte aan internationale arbeidskrachten. Misschien goed om te beseffen, zeker voor politici die ons naar de uitgang willen duwen. Arbeidsmigratie is onontkoombaar. Waar de politiek roept ‘kan het niet minder?’, zeggen wij ‘kan het niet beter?’ Dan duw je ook malafiditeit uit de sector.”

Vandaar jullie Deltaplan ‘Voorkomen dat Nederland vastloopt’. Wat houdt dit in?

“Ten eerste de aanpak van malafiditeit. Daarom is het goed dat de Wtta er komt. Wel te laat, want het bad is al overstroomd, ik had liever gezien dat het bad niet zo vol was gelopen. Dus is tempo nodig. Het duurt ook nog zeker twee jaren voordat we echt de effecten hiervan zien.”

“Een ander belangrijk onderdeel van ons Deltaplan is huisvesting. Helaas duurt het nu nog zes tot acht jaar om huisvesting te realiseren. Dat moet sneller. Daarvoor moeten we met gemeenten aan de slag. Dat is cruciaal. Want waar arbeidsmigratie het meest wringt is de woningmarkt. Er is al een tekort aan woningen en daar komen nog mensen bij die ook een woning nodig hebben. Als je in een dorp woont waar steeds meer mensen uit het buitenland komen wonen, gaat dat ten koste van de sociale cohesie in de straat. Een eengezinswoning is ook niet bedoeld om met tien mensen in te wonen. Dé oplossing is het ontwikkelen van grotere woonlocaties buiten de woonkernen. Die woningen zouden bovendien later geschikt kunnen zijn voor starters of studenten. Of bouw bestaande kantoorlocaties om. Ook ontstaan er  blended modellen, waar internationale medewerkers wonen en bijvoorbeeld Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen.”

“Het gaat erom voldoende woningaanwas te realiseren. Dan neemt de druk op de woningmarkt af en zal het imago van arbeidsmigranten verbeteren. Overigens gaan onze internationale medewerkers ook gewoon naar de sportclub en de bakker, zij maken deel uit van de gemeenschap. Dat gaat nog weleens verloren in de discussie.”

Het nieuwe kabinet belooft de adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies Arbeidsmigratie naar waarde van eind vorig jaar te gaan uitvoeren. Wat vindt u van het regeerakkoord?

“Het is positief dat het nieuwe kabinet voortbouwt op de fundamentele analyses die er al liggen en dat arbeidsmigratie wordt erkend als waardevol voor onze economie. Cruciaal blijft echter dat nieuwe regels niet leiden tot extra bureaucratie, maar dat handhaving centraal staat. Een stevige inzet op het aanpakken van misstanden is nodig. Alleen zo kan het onderscheid tussen bonafide en malafide partijen echt worden gemaakt. Het regeerakkoord biedt goede aanknopingspunten. Het is tijd om te kiezen voor een toekomst waarin migratie bijdraagt aan brede welvaart en sociale samenhang.”

“Wat mij wel opvalt, is dat in het coalitieakkoord het verminderen van de afhankelijkheidsrelatie tussen arbeidsmigrant en werkgever wordt genoemd, terwijl in dezelfde passage juist meer verantwoordelijkheden voor huisvesting bij werkgevers worden gelegd. Wij zijn zeer benieuwd naar hoe dit in de praktijk wordt vormgegeven en hoe dit beleid uitvoerbaar en consistent kan worden.”

Ook start het nieuwe kabinet een pilot om goed geschoolde arbeidskrachten (van buiten de EU) voor maximaal drie jaar naar Nederland te halen. OTTO Work Force pleit al jaren voor deze vorm van circulaire arbeidsmigratie. Waarom ligt daar de oplossing?

“De driejarige pilot om onder strenge voorwaarden goed geschoolde medewerkers van buiten Europa aan te trekken, is bemoedigend. Wij werken graag samen met het kabinet om de cruciale sectoren scherp af te bakenen. Overigens kan in onze visie de salariseis beter worden vervangen door quotering per sector.”

“Zo’n tijdelijke vakkrachtenregeling – wij hebben een maximale termijn van vijf jaar voorgesteld – is ook een belangrijk onderdeel van ons Deltaplan. Want je kunt nog zulke mooie plannen maken, je hebt ook vakmensen van buiten Europa nodig om de cruciale sectoren draaiende te houden. Hoe zorg je dat je voldoende handen aan het bed hebt, voldoende mensen aan het elektriciteitsnetwerk werken en in onze Defensie-industrie aan de slag gaan?”

“Want de demografische ontwikkeling in Nederland en Europa maakt het nodig dat we verder kijken dan de EU. Een deel van onze toekomst ligt buiten Europa. Daarom ben ik ook blij met het WRR-advies dat stelt dat Nederland zich ook moet richten op landen buiten de EU (zoals Afrika en Azië) voor het benodigde arbeidsaanbod. Daar is de wetgeving in ons land nu echt niet klaar voor.”

“En circulaire arbeidsmigratie is een prima oplossing. Daarmee haal je de angel uit de discussie over het aantal mensen dat wij in Nederland aankunnen. Je leidt die mensen op in het thuisland, laat hen hier maximaal vijf jaar werken en ze passen hun opgedane kennis en kunde weer toe als zij na vijf jaar in hun thuisland weer aan de slag gaan. Dat doen wij bijvoorbeeld in de gezondheidszorg met Filipijnse collega’s van OTTO Health Care. Helaas is de regelgeving (werk-verblijfsvergunning, BIG-registratie, etc) in Nederland uitdagend. Het hele proces tussen werving en plaatsing duurt hier een jaar. Dat is heel lang als je beseft hoe urgent dit is.”

“Nederland is echt niet meer het meest aantrekkelijke land om te komen werken. Door beeldvorming en complexe regelgeving staan we achter in de rij als het gaat om mensen van buiten de EU die naar Nederland willen komen. En daar zit wel voor een groot deel ons nieuwe talent, onze nieuwe noodzakelijke vakkrachten.”

U spreekt liever niet over arbeidsmigranten, maar noemt ze internationale medewerkers. Waarom?

“Dat klopt. En we hebben het ook nooit over bedden, maar over een plek om te wonen. Dat lijkt een klein verschil, maar doet veel in de beeldvorming. Ik vind het vervelend dat er een etiket wordt geplakt op onze collega’s.”

“Bij hoogopgeleiden spreekt men van expats of kenniswerkers, waarom noemen we praktisch opgeleiden dan arbeidsmigranten? Veel van deze mensen hebben ooit hun droom nagejaagd om in Nederland te komen werken en zijn hier gebleven. Zij maken gewoon deel uit van onze gemeenschap.”


Over Raymond Puts

Raymond Puts, econoom van huis uit, is zoals zovelen de uitzendbranche ingerold toen hij in 1997 als projectmanager begon bij Start People. ‘You love it or you hate it’, zegt hij zelf over de uitzendwereld. In zijn geval is het duidelijk het eerste.
Van strikte carrièreplanning is geen sprake, toch klimt Puts snel op binnen het uitzendconcern. Na een directiefunctie bij Unique is hij tussen 2016 en 2019 CEO bij USG People Nederland (tegenwoordig RGF Staffing the Netherlands). Puts vervult vervolgens verschillende bestuursfuncties en commissariaten, onder meer bij UWV en werkgeversorganisatie VNO-NCW. Vanaf 2020 is hij directeur bij werkgeversorganisatie AWVN. Tot hij in het voorjaar van 2025 weer terugkeert in de uitzendbranche als CEO van OTTO Work Force.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Raymond Puts (OTTO Work Force): ‘Wij zijn een corporate bedrijf, maar met een MKB-cultuur’

ABU marktmonitor: aantal uren daalt, omzet groeit

In periode 1, van 29 december 2025 tot 25 januari 2026, daalde het aantal uren met 6% en de omzet nam toe met 1%, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 20% en de omzet is gedaald met 13% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 3% en de omzet nam toe met 3% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 12% en de omzet daalde met 9% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor)
Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor)

 

De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 17 maart 2026.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ABU marktmonitor: aantal uren daalt, omzet groeit

Meldplicht arbeidsongevallen voor uitzenders afgezwakt

Onder de huidige Arbeidsomstandighedenwet is alleen de werkgever verplicht om arbeidsongevallen te melden. Die verplichting geldt als sprake is van een ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden.

Onder de slachtoffers van arbeidsongevallen is het aandeel uitzendkrachten hoog. Van deze groep is 18 procent uitzendkracht, hoger dan je op basis van statistieken over de beroepsbevolking zou verwachten (4%), schrijft de ArbeidsinspectieRelatief veel arbeidsongevallen vinden plaats met arbeidsmigranten, die immers vaak als uitzendkracht werken.

De commissie Roemer, die rapporteerde over misstanden onder arbeidsmigranten, vond het een gemis dat uitzendbureaus geen verantwoordelijkheid hebben bij het melden van een arbeidsongeval. Ze adviseerde om de meldplicht uit te breiden. 

Met de ‘Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners’ komt de demissionaire regering tegemoet aan deze aanbeveling. Het wetsvoorstel ligt voor behandeling bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding van de wet is 1 juli 2027.

Dubbele meldplicht en vergewisplicht

Het wetsvoorstel introduceert een dubbele meldplicht. Zowel het bedrijf dat personeel uitleent, als de organisatie die personeel inleent, moet een ernstig arbeidsongeval melden bij de Arbeidsinspectie.

De uitlener krijgt daarbij een vergewisplicht. Dat houdt in: na een ongeval controleren of de nodige maatregelen zijn genomen zodat uitzendkrachten weer veilig bij deze inlener kunnen werken. De inlener deelt met de uitlener het verbeterplan of een overzicht van de maatregelen die volgen uit een onderzoek van de Arbeidsinspectie. Uit een dossier van de uitlener moet blijken hoe deze heeft voldaan aan de vergewisplicht. 

Vergewisplicht vooraf

In het aanvankelijke wetsvoorstel was ook nog een vergewisplicht vooraf opgenomen. Nog vóór het werk begint, zou de uitlener in een dossier moeten vastleggen hoe de inlener invulling geeft aan veilig werken. Bijvoorbeeld door de instructies en veiligheidsmaatregelen met elkaar te delen. Ook zou de uitlener bij de inlener een overzicht van arbeidsongevallen in de laatste vijf jaar moeten opvragen, om te verstrekken aan de arbeidskracht.

Tijdens de internetconsultatie kwam er, onder meer van de brancheorganisaties, veel kritiek op de vergaande verantwoordelijkheid die werd neergelegd bij de uitzenders. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) constateerde dat de voorgestelde maatregelen onnodig belastend waren.

In het huidige voorstel is de vergewisplicht vooraf grotendeels geschrapt. Wat blijft, is de al bestaande verplichte risico-inventarisatie (RI&E) en de doorgeleidingsplicht op grond van de Waadi. Dat laatste is een algemene verplichting voor uitleners om relevante informatie over de werkplek, veiligheidsrisico’s en arbeidsomstandigheden tijdig door te geven aan de uitzendkracht. De regering vindt beide bestaande wettelijke verplichtingen voldoende.

Brancheorganisatie ABU kan zich nu goed vinden in de wet. “Het zorgt ervoor dat inlener en uitlener beter het gesprek aan kunnen gaan over de veiligheid van de werknemers, wat moet zorgen voor minder ongelukken op de werkvloer”, zo meldt een woordvoerder. “Wij zijn positief over het feit dat onze zorgen over de uitvoerbaarheid zijn meegenomen en de wet is aangepast.”

GL-PvdA: meldplicht uitbreiden 

Bij de behandeling in de kamercommissie SZW verzocht GL-PvdA om de meldplicht uit te breiden. De partij wil dat ook arbeidsongevallen waar een arts bij komt gemeld worden. Dit gaat de regering een brug te ver. “Het raadplegen van een arts zegt niet direct iets over de ernst van het letsel”, antwoordde staatssecretaris Jurgen Nobel. “De meldplicht is alleen bedoeld voor ernstige ongevallen.”

Ook het advies van de ATR om de meldplicht te beperken tot risicosectoren legt de regering naast zich neer. “Uitleners zijn vaak in meerdere sectoren actief”, legde staatssecretaris Nobel uit. Op die manier ontstaat er volgens hem onduidelijkheid en ongelijkheid tussen inleners en ter beschikking gestelde werknemers. Bovendien zullen bedrijven in laag-risicosectoren veel minder te maken krijgen met de meldingsplicht; zij zullen dan ook nauwelijks iets merken van een toegenomen regeldruk.  

Ook uitleners beboet voor niet-melden  

De Arbeidsinspectie kan nu al een boete geven aan een inlener als deze een arbeidsongeval niet meldt, terwijl dat wel had gemoeten. Onder de nieuwe wet kan ook de uitlener een boete krijgen voor niet-melden. Het moet hem dan wel bekend zijn dat er een ongeluk is gebeurd, legt de staatssecretaris uit. Als aan de uitlener niks is verteld en die het redelijkerwijs ook niet had kunnen weten, kan de inspectie afzien van een boete.  

Veilig werken in de bouw 

De bouwsector heeft zelf al een reeks maatregelen getroffen om het werken met uitzendkrachten veiliger te maken. Zo sloot Bouwend Nederland samen met ABU en NBBU het convenant Veilig werken in de bouw met en door ingehuurd personeel.  

De brancheorganisaties willen met elkaar samenwerken aan het basisveiligheidsniveau, de taalvaardigheid en het vakmanschap van ingehuurd personeel. Ook moeten leiding en toezicht op de bouwplaats verbeteren. 

Er zijn leerprojecten begonnen die moeten leiden tot een beter inwerktraject, duidelijke communicatie en contractafspraken, versterking van de uitvoerdersrol en een hoger veiligheidsbewustzijn. Op basis van de geleerde lessen komen er eind 2026 afspraken voor de hele keten.  

 

 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Meldplicht arbeidsongevallen voor uitzenders afgezwakt

Loonafspraken opnieuw ruim boven inflatie; AWVN bezorgd

De januari-cao’s gelden voor 301.000 werknemers. Afgelopen maand werden 17 cao’s afgesloten, iets onder het normale aantal van 28 voor een januarimaand.

Na hoge loonafspraken de afgelopen jaren, komen sinds april 2025 de maandgemiddelden uit onder de 4% in een langzaam dalende trend. Het januari-gemiddelde past in dit beeld. Het gemiddelde over heel 2025 kwam uit op 3,8%. In december afgelopen jaar was het maandgemiddelde 3,4 procent.

Zorgen AWVN over ontwikkeling lonen

AWVN blijft zich grote zorgen maken over de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten en constateert dat cao-loonafspraken erg langzaam reageren op verslechterende economische omstandigheden en geopolitieke onzekerheid. Dat de loonafspraken nog steeds boven de inflatie blijven uitkomen, bevestigt dat de vakbondsroep om koopkrachtcompensatie achterhaald is.

AWVN bevestigt uitspraken van andere instanties, zoals het UWV, over het toenemende aantal reorganisaties in het bedrijfsleven. AWVN, dat adviseert en begeleidt bij herstructureringen en reorganisaties, ziet een sterke toename van het aantal werkgevers dat het personeelsbestand gaat inkrimpen. Oplopende kosten (lonen, energie) en economische onzekerheid zijn de voornaamste oorzaken. Dit wijst er volgens de werkgeversvereniging op dat achter relatief positieve macro-groeicijfers een veel somberder bedrijfseconomische werkelijkheid schuilgaat.

Een belangrijke factor in de historisch gezien hoge loonafspraken is de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor komen werkenden die in de huidige reorganisatiegolf ontslagen worden, meestal snel weer aan werk. AWVN waarschuwt echter voor een trend waarbij goed betaalde banen in de industrie verdwijnen, terwijl beschikbare banen veel lagere salarissen kennen. Het is zeer twijfelachtig, aldus AWVN, of voor de banen die nu verloren gaan werk met vergelijkbare salarissen terugkomt. De vakbonden spelen met vuur, aldus de werkgeversvereniging.

Kerncijfers

Loonafspraken Januari, gemiddeld 3,2%
Loonafspraken kalenderjaar 2026, gemiddeld 3,2%
Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 3,8%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in september 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in januari 2026 17 voor 301.000 werknemers
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand januari 28
Aantal aflopende cao’s in 2026 412 voor 2,9 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2026 ingaan 75 voor 850.000 werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 49 voor 43.000 werknemers

Het cao-seizoen in één oogopslag

Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen).

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Loonafspraken opnieuw ruim boven inflatie; AWVN bezorgd