Maandelijkse archieven: februari 2025

Felle reacties uit de flexbranche op verbod inhoudingen voor huisvesting arbeidsmigranten

Verdienmodel op huisvesting arbeidsmigranten?

Minister Eddy van Hijum (SZW) stelt in een ‘toelichting’ op LinkedIn: ‘Het is goed dat werkgevers woonruimte voor arbeidsmigranten regelen, maar in de praktijk zien we dat het te vaak als verdienmodel wordt gebruikt doordat werkgevers extra kosten in rekening brengen. Arbeidsmigranten betalen hierdoor onterecht te hoge kosten voor hun onderdak.’

Het (stapsgewijs, op termijn) afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting is volgens de minister nodig omdat er te veel misstanden plaatsvinden. Arbeidsmigranten moeten beter hiertegen beschermd worden, stelt Van Hijum. Bovendien ligt dit in lijn met het advies van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer), dat heeft aanbevolen om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten ten opzichte van hun werkgever te doorbreken.

Lees ook: Gerichter beleid om slecht betaalde arbeidsmigranten te weren

Flexbranche-adviseur Tres Dijkshoorn-Wolterman stelt in een reactie op LinkedIn dat het voor een SNA-gecertificeerd bureau en ABU- of NBBU-lid niet mogelijk is om van huisvesting een verdienmodel te maken. “De huurprijzen zijn exorbitant hoog. En die woningen moeten ook ingericht en onderhouden worden. Daar moet dik geld bij beste minister! Ga toch eens in gesprek met leden van ABU en NBBU.”

‘Geen woord over PKS’

Er is meer onvrede over het negeren van de ABU- en NBBU- initiatieven om huisvesting van arbeidsmigranten beter te regelen. Zo verbaast Marco Zimmerman (Forvis Mazars) zich erover dat er in de brief (van de minister, red.) met geen woord wordt gerept over het (Prijs-Kwaliteitsysteem voor huisvesting (PKS) dat sinds 1 januari jl. in de CAO voor Uitzendkrachten is opgenomen. Dit Prijs-Kwaliteitssysteem regelt een beperking van de maximale inhouding op het loon van de uitzendkracht. De ABU en NBBU werken dus zelf ook al aan meer transparantie en betere huisvesting van arbeidsmigranten.

Volgens de ABU schaadt het voorstel van de minister juist de positie van deze groep werkenden. De brancheorganisatie stelt dat het plan van de minister het prijs-kwaliteitsysteem voor huisvesting (PKS) ondermijnt, terwijl dit systeem juist zowel de maximale kosten als de kwaliteit van de huisvesting waarborgt.

ABU: ‘misbruik ligt op de loer’

ABU-directeur Jurriën Koops waarschuwt in de reactie op hun site bovendien voor risico’s. “Door dit voorstel verdwijnt transparantie over huisvestingskosten, omdat betalingen buiten de loonstrook om gaan. Hierdoor wordt handhaving door de Arbeidsinspectie onmogelijk en ligt misbruik op de loer.”
Ook Peter Loef, Programmamanager Arbeidsmigratie bij de ABU, stelt dat het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid van huisvestingskosten via de loonstrook de arbeidsmigrant niet zal helpen. Integendeel. “De betaling van huisvestingskosten door de arbeidsmigranten verdwijnt weer onder de radar. Huurkosten die door malafide partijen bij arbeidsmigranten in rekening worden gebracht zijn door deze maatregel straks niet meer zichtbaar en daarmee niet langer controleerbaar. We zijn daarmee terug bij de situatie van voor de invoering van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS), waar juist het realiseren van transparantie en controleerbaarheid een van de doelstellingen was.”

Volgens Loef kiest de minister de verkeerde richting bij het organiseren van meer huurbescherming voor arbeidsmigranten. Zo past volgens hem het idee van een onbepaalde tijd huurovereenkomst niet bij de aard van (tijdelijk) verblijf van arbeidsmigranten in Nederland. Als dat de norm wordt, zullen investeerders en bonafide partijen zich terugtrekken uit de markt, denkt Loef. Met alle gevolgen van dien: ‘meer malafide huisjesmelkers, slechtere omstandigheden voor arbeidsmigranten en een toename van dakloze arbeidsmigranten die moeten aankloppen bij het Leger des Heils.’

NBBU: ‘verslechtering situatie arbeidsmigranten’

De NBBU stelt begrip te hebben voor het feit dat het kabinet toe wil naar een scheiding van wonen en werken, maar ziet in de aangedragen maatregel geen oplossing. Volgens de brancheorganisatie kan het afschaffen van de mogelijkheid om huisvestingskosten in te houden op het minimumloon leiden tot een verslechtering van de situatie van arbeidsmigranten. In lijn met de ABU stelt ook de NBBU: als het innen van huurpenningen niet meer zichtbaar is op de loonstrook, ontbreekt de transparantie. Handhaving is dan niet goed meer mogelijk.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Felle reacties uit de flexbranche op verbod inhoudingen voor huisvesting arbeidsmigranten

Johan Nijp (directeur Alertec Group): “Wij komen zelf van de werkvloer, spreken de taal van de klant” 


De coronacrisis heeft Alertec Group hard geraakt. Maar het bedrijf is de klap weer te boven gekomen. Sterker nog, Alertec heeft de coronatijd goed benut door fors te investeren in automatisering van de hele organisatie, vertelt Johan Nijp (Alertec Group) “Als je genoeg vlees op de botten hebt, moet je investeren in de slechte tijd, om te kunnen groeien als het beter gaat.”

Johan Nijp en André Hamstra, de oprichter van Alertec, zijn uit hetzelfde hout gesneden. “Wij komen beiden van de werkvloer, spreken de taal van de klant”, zegt Nijp. Na te hebben gewerkt in de scheepsbouw, haalde Hamstra hem naar Alertec op het moment dat het uitzendbureau flink ging groeien. Begonnen als junior intercedent heeft Nijp alle stappen doorlopen in het uitzenden om ‘het spel’ te leren. Onder zijn leiding is de Alertec Group – mede door een serie overnames – uitgegroeid tot een succesvolle, middelgrote uitzendorganisatie.

Op overnamepad

Over de reden dat Alertec al jaren actief op overnamepad is, zegt Nijp: “We hebben een sterk netwerk vanuit de metaalindustrie (inclusief scheepsbouw en constructie), maar wilden voorkomen dat we te afhankelijk van die ene sector werden. Dus hebben we een vijfjarenplan gemaakt, andere sectoren verkend, om de gewenste groei en omvang van het bedrijf te realiseren. Autonome groei, maar zeker ook door acquisities.”

Het eerste bedrijf dat Alertec overnam was het (eveneens) Friese D-Jobs, een uitzendbureau dat zich richt op horeca, agri, productie en schoonmaak. Ook Topwurk werd later ingelijfd en omgebouwd naar een D-Jobs-vestiging. 
Special Projects, gespecialiseerd in de bouw, was de tweede grote overname, een uitzendbedrijf dat inmiddels is omgedoopt tot Alertec Bouw. Alertec lijfde vervolgens Intens Detachering in, een bemiddelaar in de zorg. En onlangs is daar Vaktec in Groningen aan toegevoegd, een uitzender die is gespecialiseerd in de chemie. En op het moment van schrijven is Alertec weer met een overname bezig

De overnames van deze, heel verschillende, flexbedrijven lijkt misschien lukraak, maar dat is zeker niet het geval. De kralen rijgen-strategie maakt dat Alertec Group in meerdere sectoren specialist is. De roots mogen dan in het Noorden (met name Friesland) liggen, in deze nichesectoren werkt Alertec voor klanten die overal zitten, van Roermond tot Groningen, van de Maasvlakte tot Amsterdam.

Buitenlandse vakkrachten zelf opleiden

Alertec werk veel met buitenlandse recruitmentkantoren samen. Op dit moment zijn ongeveer 450 buitenlandse vakkrachten via Alertec aan het werk in Nederland. Noodzakelijk, stelt Nijp. “In Nederland worden te weinig mensen opgeleid voor technische beroepen.”

Om aan de grote vraag naar technici te voldoen is zelfs de Alertec Leerschool opgericht, waar eigen praktijkbegeleiders de (binnen- en buitenlandse) flexkrachten opleiden op de werkvloer bij de opdrachtgever. 
De politiek is kritisch op de inzet van arbeidsmigranten, maar volgens Nijp zijn arbeidsmigranten ‘niet meer weg te denken’.

Vakkrachten (uit met name Oost-Europa) zijn heel hard nodig, stelt Nijp. “Als wij die mensen niet zouden hebben, komt MKB Nederland echt in de problemen.” Het idee dat AI en robotisering de oplossing kan zijn, wuift Nijp weg. “Deze vakkrachten kun je niet vervangen door robots.”
De inzet van buitenlandse flexkrachten hoeft ook geen problemen op te leveren volgens hem. Als je je maar aan de regels houdt. Natuurlijk is Alertec SNF-gecertificeerd (huisvesting), heeft het SNA-keurmerk en is het NBBU-lid.


“Je moet investeren in de slechte tijd om te kunnen groeien als het beter gaat.”

Omvang nodig voor investeren in automatisering

Strengere wet- en regelgeving, als het gaat over onder meer de inzet van arbeidsmigranten, maakt volgens Nijp dat je wel moet investeren in automatisering. “Vooral kleinere uitzenders worden daar de dupe van. Je kunt zaken als verloning niet meer met de hand doen. Je kunt je geen fouten daarmee permitteren, dat wordt meteen afgestraft.”

Om te kunnen investeren in digitalisering heb je een bepaalde organisatieomgeving nodig, weet Nijp. “Steeds meer, kleinere uitzendbureaus vragen daarom of ze zich bij ons kunnen aansluiten.”
Drie tot vier keer per jaar wordt Alertec door externe partijen doorgelicht, loonstroken gecontroleerd, gekeken of de CAO correct wordt gevolgd.

Dat alles goed geregeld is bij Alertec komt volgens Nijp door de investeringen in automatisering die in de coronatijd zijn gedaan. “Als je genoeg vlees op de botten hebt moet je investeren in de slechte tijd, om te kunnen groeien als het beter gaat.”

Alertec investeerde in de automatisering van de verloning, finance tot zelfs het wagenpark. Alles om processen nog meer automatisch te laten verlopen. “De uitzendbranche vraagt om snel handelen, daar moet je in mee. Dat betekent dat ook je processen soepel moeten verlopen. Wij hebben de coronacrisis goed benut. Het stevige fundament is nog verder versterkt.”

Dat betekent niet dat de coronacrisis Alertec niet geraakt heeft. De uitzendorganisatie boekt een mooie omzetgroei van circa 25 miljoen (zie kader), maar vóór de coronacrisis tikte het bedrijf de 30 miljoen aan. “We hebben wel tikken gehad, maar de weg omhoog weer gevonden.”

“Steeds meer, kleinere uitzendbureaus vragen of ze zich bij ons kunnen aansluiten.”


Taal van de klant spreken

Alles moet geautomatiseerd en gedigitaliseerd, maar in de kern blijft het uitzendvak hetzelfde. André Hamstra haalde destijds met Alertec Uitzendbureau mensen, waaronder Johan Nijp, van de werkvloer uit de metaalindustrie om hen het beroep van uitzender te leren. Met als argument: “Wil je bij de klant aan tafel zitten, dan moet je zijn taal spreken.”

Een beproefde methode die nu ook Johan Nijp zelf hanteert in alle sectoren en niches waar de verschillende bedrijfsonderdelen van Alertec Group actief is. “Vroeger hoorde ik dat altijd van André. Nu hoor ik mijzelf regelmatig hetzelfde tegen onze mensen zeggen. De geschiedenis herhaalt zich.”

Ruim 20 jaar geleden startte toenmalige zzp’er André Hamstra samen met zijn vrouw hun eigen uitzendbureau: Alertec. Hamstra is nog betrokken als aandeelhouder bij zijn bedrijf, maar heeft de dagelijkse leiding overgedragen aan Johan Nijp, die sinds 2017 directeur is van de Alertec Group.
_
De Alertec Group behaalde in Nederland in 2023 een omzet van € 24,9 miljoen, een omzetgroei van 11 procent ten opzichte van het jaar daarvoor (FlexNieuws Top100). Alertec Group verzorgt de werving en selectie van uitzendkrachten, internationale recruitment van vakkrachten, detachering en zzp-bemiddeling.
_
Door meerdere overnames in de afgelopen jaren bestaat de Alertec Group inmiddels uit de volgende onderdelen: Alertec Uitzendbureau (technisch), D-Jobs Uitzendbureau (allround), D-Jobs Select (werving en selectie), Alertec Bouw, 
Alertec International (internationale recruitment), Alertec Independent, Alertec Arbo (arbodienstverlening), Vaktec (leidingbouw en chemie) en Intens Detachering en Dienstverlening (zorg).
Met vestigingen in Drachten (hoofdkantoor), Heerenveen, Oosterwolde, Dokkum, Leeuwarden, Emmeloord, Groningen, Elst en Amsterdam heeft Alertec Group een sterke positie in het Noorden van het land met de ambitie om het werkterrein verder uit te breiden.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche, Nieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Johan Nijp (directeur Alertec Group): “Wij komen zelf van de werkvloer, spreken de taal van de klant” 


KVK: ​​Aantal zzp’ers daalt verder, gezondheidszorg opnieuw grootste afname

Het totaal aantal stoppers steeg met 6.000 ten opzichte van een jaar geleden, een stijging van 47%. Het aantal starters nam ten opzichte van januari 2024 af met 4.000 (18%). De trend die in december al zichtbaar was, zet in januari door.

Gezondheidszorg sterkste daler 

In aantallen verliest de sector Gezondheidszorg de meeste zzp’ers, bijna 2.000 in één maand, een nog sterkere daling dan in december. Deze sector neemt daarmee bijna de helft van de totale daling voor zijn rekening. Bouw en Zakelijke diensten verliezen beide rond de 1.000 zzp’ers, waarmee direct vrijwel de gehele daling is verklaard.

Joris Knoben, hoogleraar Strategie en Ondernemerschap aan de Tilburg School of Economics and Management: “Zoals verwacht zet de daling van het aantal zzp’ers die in december 2024 is ingezet door. De daling lijkt misschien beperkt, maar de afgelopen jaren kwamen er bijvoorbeeld in de zorg gemiddeld meer dan 1.000 zzp’ers per maand bij. Van die toename naar een afname van 2.000 per maand is echt een trendbreuk. De verwachting is dat de daling van het aantal ZZP’ers nog wel even doorzet. De aandacht voor, en handhaving op, schijnzelfstandigheid wordt opgevoerd waardoor in diverse sectoren er minder mogelijkheden zijn om als zzp’er te werken.”

Knoben stelt dat het goed is dat de daling niet nog veel scherper is: “Het is goed dat de daling enigszins geleidelijk gebeurt. Als dit nog sneller gaat, kan het echt ontwrichtend zijn, bijvoorbeeld als in de Gezondheidszorg plotseling tienduizenden zzp’ers per maand zouden uitstromen.” 

Lees ook: Kamer van Koophandel: groei van aantal zzp’ers in Nederland vertraagt in 2024

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor KVK: ​​Aantal zzp’ers daalt verder, gezondheidszorg opnieuw grootste afname

Kabinet: verbod op inhoudingen op het minimumloon voor huisvesting

Het kabinet wil dat werkgevers geen geld meer op het minimumloon van werkenden kunnen inhouden als vergoeding voor de kosten van huisvesting. Op dit moment mogen werkgevers maximaal 25% van het minimumloon in rekening brengen voor huisvestingskosten. Deze regeling wordt veelal gebruikt bij huisvesting van arbeidsmigranten.

Inhoudingsmogelijkheid als verdienmodel

De inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting kan een verdienmodel in de hand werken waarbij arbeidsmigranten worden uitgebuit. Daarom wordt deze regeling stapsgewijs afgebouwd en op termijn afgeschaft, zo schrijft minister Van Hijum (SZW) in een brief aan de Tweede Kamer. Hij vindt dat het belangrijk is dat werkgevers verantwoordelijkheid blijven nemen voor de huisvesting van hun werknemers. Dit kunnen zij doen door een huurcontract aan te bieden, waarbij de werknemer zelf de betaling doet, bijvoorbeeld via automatische incasso.
Van Hijum: “Het kabinet wil dat werkgevers arbeidsmigranten een eerlijke prijs laten betalen voor huisvesting. We zien dat werkgevers de inhoudingsmogelijkheid te veel als verdienmodel gebruiken. Ik heb uit de verkenning naar deze regeling geconcludeerd dat er te veel misstanden rondom deze regeling bestaan en heb daarom besloten dat deze op termijn afgeschaft wordt.”

Uit een verkenning is duidelijk geworden dat arbeidsmigranten door de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting tot op zekere hoogte ontzorgd worden, maar dat de inhoudingsmogelijkheid ook als verdienmodel wordt gebruikt, zo stelt de minister. Zo blijkt dat door de inhoudingsmogelijkheid regelmatig het maximale bedrag wordt ingehouden op het loon, terwijl de kwaliteit van de woning dit soms niet rechtvaardigt. Voor de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt door het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid makkelijker om te controleren of een werkgever het wettelijk minimumloon betaalt.

Afhankelijkheid arbeidsmigranten doorbreken

Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten heeft aanbevolen om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten te doorbreken. De Wet goed verhuurderschap regelt dat een huurovereenkomst gescheiden moet zijn van het arbeidscontract. De inhoudingsmogelijkheid zorgt er echter voor dat er toch nog een te groot verband bestaat tussen arbeid en huur, zo vindt het kabinet. Om deze redenen wil het kabinet de regeling ten aanzien van huisvesting op termijn afschaffen.

Vanaf 1 januari 2025 is in de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten een Prijs-kwaliteitsysteem (PKS) voor het inhouden van huisvestingskosten van arbeidsmigranten opgenomen. Dit systeem moet zorgen voor meer transparantie en betere huisvesting. Het PKS bouwt voort op eerdere initiatieven, zoals de scheiding van de woon- en huurovereenkomst, met als doel betere leefomstandigheden voor arbeidsmigranten.

Een volledig verbod op het inhoudingen voor huisvesting waardoor de werkenden onder het minimumloon komt gaat overigens pas in op januari 2030. Op dit moment mogen werkgevers maximaal 25% van het salaris inhouden op het minimumloon. Vanaf 1 januari 2026 wordt dit percentage ieder jaar vijf procent minder waardoor in 2030 een einde komt aan deze regeling.

Inhoudingen voor zorg blijft

Van Hijum vindt dat inhoudingen voor zorg op dit moment werkt zoals beoogd. “Er is een breed draagvlak voor deze inhoudingsmogelijkheid. Ik wil de inhoudingsmogelijkheid voor zorg daarom in stand houden. Arbeidsmigranten zijn erbij gebaat, want zij voelen zich ontzorgd en beschermd en krijgen zo niet te maken met onverwachte zorgkosten” zo constateert de minister in zijn brief.

 

Geplaatst in In de wereld, In de wet, Politiek, Wetten & CAO’s | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet: verbod op inhoudingen op het minimumloon voor huisvesting

Onrust rondom uitzend- en softwarebedrijf JEX: rook, vuur of geen vuiltje aan de lucht?

JEX is opgericht in 2020 door CEO Nick Hillebrand. Hij wil met de tech-startup snel doorgroeien naar een omzet van € 1 miljard. Zover is het nog niet. Het Rotterdamse uitzend- en softwarebedrijf verkeert momenteel in ‘geldnood’, zo kopte het FD eerder deze week. Er zou volgens de accountant ‘gerede twijfel’ zijn over de continuïteit van het bedrijf.

Het artikel roept wellicht meer vragen op dan antwoorden. Dus gingen we wat uitgebreider in gesprek met Hillebrand, met een kritische blik van investeerder en flexondernemer Rob de Laat.

De cijfers

Het FD zet de cijfers op een rij: een verlies in 2023 van € 24,5 miljoen bij een omzet van € 112 miljoen. Daarnaast was er in 2023 een negatief eigen vermogen (€ 15 miljoen), een werkkapitaaltekort (€ 44 miljoen) en een belastingschuld (€ 25 miljoen). Uit de opbrengsten uit uitzendactiviteiten van € 100 miljoen blijft na het uitbetalen van uitzendkrachten slechts een brutomarge van € 2,3 miljoen over. En dan zit JEX ook nog eens in een duur kantoorpand, het voormalig hoofdkantoor van Unilever. Er zou voor het eind van 2025 minimaal € 13 miljoen extra kapitaal nodig zijn om te kunnen blijven bestaan.

Volgens plan

“JEX heeft sinds dag één een strategie neergelegd die geld kost en waarin kosten voor de baten uitlopen,” zo reageert Hillebrand. “De financiële situatie is dus zoals die verwacht was, met een negatief resultaat. Dat zal ook voor 2024 gelden en pas na de zomer van 2025 zal JEX winstgevend worden op maandniveau. Dat de accountant zich onthoudt (van oordeel, red.) is logisch op het moment dat er in de toekomst een kapitaalbehoefte is en deze nog niet is veiliggesteld. Dat is geen rare situatie, maar een logische.”

“De feitelijke kern van het FD artikel is dat JEX nog een kapitaalinjectie nodig heeft, niet dat dat acuut een zorg is, waar de lezer door de kop wel op een verkeerd been wordt gezet. De kop “JEX zoekt tot IPO nog extra kapitaal” zou daarin dus ook een passendere titel zijn geweest, maar natuurlijk minder clickbait.”

Blijvende zorgen

Rob de Laat, ervaren ondernemer en investeerder in de flexbranche, heeft zijn bedenkingen. “Kijk je naar de cijfers die in het FD staan, dan zijn ze technisch failliet. Ze draaien € 2,3 miljoen brutomarge, verdeeld over – naar ik begrijp – 200 klanten. Dat is gewoon erg weinig per klant.  Daar moeten dus alle eigen bedrijfskosten nog van af. Ondertussen moeten ze per jaar  – een ruwe schatting – alleen al € 2 miljoen aan rentelasten aan bestaande obligatiehouders betalen. Los nog van aflossingen. Ik hoor nog geen geloofwaardig verhaal hoe ze hier uit gaan komen. Dat lukt je niet alleen innovatie of AI.”

“JEX begon als een soort MSP, maar zonder dat je de indruk had dat zij echt die business snapten. Toen richtten ze zich meer op de backoffice. Dat zijn beiden businessmodellen met lager marges. Daarna gingen ze op overnamepad door uitzenders te kopen. Nu lees ik dat ze de winstgevendheid fors willen verghogen als software- en technologiebedrijf. Maar hoe, met welk verdienmodel, dat hoor ik niet,” aldus een kritische De Laat.

Hogere marges

Hillebrand neemt de tijd voor zijn antwoord: “Er wordt natuurlijk veel gerefereerd naar ‘uitzendbedrijf’, maar JEX is in de basis een software- en technologiebedrijf. De afgelopen vier jaar is er door meer dan 100 man aan IT ontwikkeld. Daarbij hebben we innovatiekracht gestopt in het ontwikkelen van een AI-platform en AI-agents.”

“Het is altijd de strategie geweest om volumes op te bouwen in een markt waar de marges laag zijn en daar ook een merk op te bouwen. In de tussentijd konden we dan de ontwikkeling van hoog-marge diensten en producten opzetten en profiteren van merkbekendheid bij livegang van die diensten en producten. Natuurlijk duurt dat zoals bij ieder softwarebedrijf te lang in de eerste fase, maar momenteel is alles live en wordt het verkocht aan de markt. In april hebben we de grote migratie van alle klanten naar onze nieuwe systemen.”

“Daarbij komt de echte marge dus vanuit de software, de AI oplossingen en vanuit consultancy diensten. Allemaal zaken die sinds september en november van 2024 actief zijn. De tractie hierop is groot en we sluiten nu op het AI platform gemiddeld 80-120 klanten per maand aan, los van de andere oplossingen. De marges hierop zijn niet flinterdun zoals in de uitzendmarkt, maar hoog en supergezond. Idem voor consultancy diensten en de uitzendsoftware. De combinatie tussen AI, software en consultancy vindt vaak plaats en wordt ook al door een groot deel van onze backoffice klanten nu afgenomen.

Kortom: marges nemen snel toe en zorgen voor het sterke verdienvermogen van JEX waar we altijd naartoe hebben gewerkt, wat we altijd als plan gedeeld hebben en waar onze investeerders allemaal achterstaan. Onze strategie begint zich nu uit te betalen, en dat is waar de focus van aandacht zou moeten liggen om Nederland verder op de kaart te zetten en ondernemerschap te motiveren.”

Volgens Hillebrand betekent dat dat JEX ‘op maandniveau’ in de zomer winst gaat maken. En dat geldt volgens hem voor het totale concern. De eerste maanden op EBITDA-niveau en daarna ook op alles onder EBITDA-niveau. “Voor 2026 krijg je vervolgens een volledig positief jaar op basis van nettoresultaat”, belooft hij.

Kapitaalstromen JEX

Snel zwarte cijfers schrijven of niet, feit blijft dat er bij een bedrijf als JEX veel geld – van klanten en werkenden – door de systemen en boeken gaat. En dat het flink wat geld nodig heeft. Dat kan een gevaarlijke mix zijn, zo leert de ervaring. “Als JEX niet tijdig nieuw kapitaal aantrekt, dreigt een situatie waarin geldstromen in de uitzendketen onder druk kunnen komen te staan. Dat zagen we eerder bij TCP,” aldus De Laat.

De broker kwam in acuut geldnood nadat een van haar grootste klanten weigerde aan haar financiële verplichtingen te voldoen. TCP kon de verleiding niet weerstaan om intern met geld te schuiven, met als gevolg dat uiteindelijk het hele bedrijf opviel en bijvoorbeeld ook zzp’ers hun geld niet kregen.

Hillebrand hierover: “Ik kan begrijpen dat er in de globale markt sowieso goed gekeken moet worden naar liquiditeiten van leveranciers, maar dat geldt voor iedere speler actief in de markt. Niet voor niets is het belang van de normeringspartijen aanwezig.

Een andere zorg in de markt is het vermoeden dat JEX bestaande verplichtingen richting obligatiehouders betaalt door nieuwe obligaties uit te geven. Ook die zorgen zijn volgens Hillebrand niet nodig: “JEX financiert haar gehele operatie sinds de oprichting onder anderen met debt en equity stortingen. Dat gaat niet in op losse onderdelen. In de komende maanden zal er ook weer nieuw kapitaal worden aangetrokken en de behoefte qua cashflow is minder dan het gedeelde bedrag, voornamelijk ook doordat de resultaten van JEX snel en sterk verbeteren.”

“Scaleup verhaal nodig”

Van rook, laat staan vuur, is er geen sprake, zo valt uit de woorden van de zelfverzekerde Hillebrand op te maken. Daar wringt volgens De Laat de schoen. “Als startup kan je het je veroorloven om met grote beloftes te komen over disruptie, explosieve groei en innovatie. Maar JEX is ondertussen te groot voor dat soort kreten. Ze zijn geen startup meer. Er is serieus geld nodig. Daar hoort een meer volwassen verhaal bij, en dat mis ik. Wie ben je nu? Hoe zit het met je verdienvermogen? Dat is waar nieuwe investeerders naar kijken. Zonder gezond verdienvermogen creëer je namelijk ook geen waarde.”

Hillebrand:  “De investeerders krijgen van ons ook deze informatie, over bijvoorbeeld het verdienvermogen. Dat is logisch, maar natuurlijk niet iets wat je overal publiekelijk ophangt. Er is een goede reden dat diverse Nederlandse investeringsfondsen mij na het FD artikel een positief bericht stuurden met dat we de tractie vast moeten houden en ons niet moeten laten afleiden door de media die zich slecht informeren in bedrijfsmodellen.

Volgens Hillebrand heeft het weliswaar iets langer geduurd dan gedacht – en is daarom de strategie enigszins bijgesteld – maar is er nu sprake van een kentering in de organisatie. “We maken substantieel minder kosten dan voorheen omdat de grote investeringen gedaan zijn en de marges lopen wekelijks op door het aansluiten van nieuwe klanten. Dat is het momentum waar we naar zochten en waar we stevig voor geïnvesteerd hebben.”

De JEX-CEO voegt nog daaraan toe dat JEX innovatie naar de Nederlandse markt probeert te brengen. “Dat kost tijd en geld en wordt niet door iedereen begrepen. Het verkeerd neerzetten van bedrijven als JEX kan de innovatie-angst in het land verder versterken, terwijl het toch al een terughoudende markt is. Belangrijk dus om innovatie te motiveren in plaats van in een verkeerd daglicht te zetten.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | 5s Reacties