Maandelijkse archieven: mei 2022

Medewerkers huiverig om hun ontwikkelwensen uit te spreken

Medewerkers huiverig om hun ontwikkelwensen uit te spreken

40% van werkend Nederland heeft het gevoel dat ze hun ontwikkelwensen niet kunnen uitspreken en 60% procent ervaart geen duidelijke richting. Dat blijkt uit onderzoek onder ruim 2.000 werkende Nederlanders door onderzoeksbureau Memo2 in opdracht van Centraal Beheer, onderdeel van Achmea.

1 op 5 medewerkers spreekt wensen eigen ontwikkeling niet uit, bron Centraal Beheer

Roger Schoone, learning & development manager: “Een gemiste kans. Stimuleren van het gesprek over leren en ontwikkelen levert zowel medewerker als werkgever veel op. Een bedrijf wordt wendbaarder, toekomstbestendiger en kan makkelijker inspelen op veranderingen. Bovendien leidt scholing van werknemers tot meer motivatie en loyaliteit. Er ligt hier nog veel potentie voor werkgevers, zeker met het oog op de huidige krappe arbeidsmarkt.”

Alles al weten
Ruim 40% van de medewerkers spreekt hun wensen voor ontwikkeling niet uit. Opvallend resultaat hierbij is dat ze zeker de behoefte hebben om te leren en zichzelf te ontwikkelen, maar vaak niet weten welke kant ze op willen. Maar liefst 60% van de medewerkers ervaart geen duidelijke richting. “Veel medewerkers zijn zich niet zo bewust van hun ontwikkel- en leerwensen. Daarnaast is er soms aarzeling om je leerwensen uit te spreken, want dan moet je ook vertellen dat je ergens niet goed in bent. Medewerkers denken vaak dat ze alles moeten weten. Een open cultuur en dialoog zijn dus erg belangrijk. Om medewerkers te motiveren, te binden en te behouden, kunnen bedrijven dus meer aandacht besteden aan leren en ontwikkelen en vooral aan de continue dialoog die medewerkers en leidinggevenden daar met elkaar over hebben”, betoogt Schoone.

Bijblijven
Leren en ontwikkelen is niet voor alle werknemers vanzelfsprekend. Niet in alle organisaties is ruimte voor leermomenten. 51% van de respondenten vindt dat hun werkgever mogelijkheden biedt om hen voor te bereiden op verandering binnen hun vakgebied. Grofweg de andere helft vindt dus dat deze mogelijkheden er onvoldoende zijn. Roger Schoone: “De maatschappij verandert razendsnel. Digitalisering zorgt ervoor dat ons werk verandert. Het kost meer moeite om bij te blijven.

Medewerkers kunnen de hulp van hun werkgever goed gebruiken om bij te blijven. Het goede nieuws is dat er veel dingen zijn die werkgevers kunnen doen om de ontwikkeling van hun medewerkers te stimuleren. Het ontwikkelen begint bij het onderzoeken van de ontwikkelwensen. “Zorg ook dat je het gesprek met je medewerkers erover voert. Zijn er dingen die ze lastig vinden en die ze graag willen leren? Naast het aanbieden van opleidingsmogelijkheden, doen werkgevers er goed aan om richting te geven om ook hulp, coaching of (al dan niet gepersonaliseerde) leersuggesties voor (toekomstige) rollen aan te bieden bij het maken van de keuze.”

Geen zelfredzaamheid maar samenredzaamheid
Ook hier zit volgens Schoone weer een belangrijk inzicht. “Als je als werkgever je medewerkers helpt bij de keuze, willen de medewerkers ook de vrijheid blijven voelen om zelf te kiezen. Het is belangrijk dat medewerkers zich een kant op ontwikkelen die ze zelf willen. Leiderschap is daarbij belangrijk. Conclusie hierbij is dat als je een goede werkgever in een krappe arbeidsmarkt wilt zijn, het belangrijk is om ontwikkelmogelijkheden te stimuleren en het gesprek erover te voeren. En tegelijkertijd de medewerker zelf voldoende vrijheid te bieden om eigen keuzes te maken.”

Dit wordt bevestigd in het onderzoek. Medewerkers die wel duidelijke richting krijgen, waarderen dit ook erg. 86% van deze mensen is hier (zeer) positief over. Hetzelfde geldt voor 85% van de mensen die vrijheid ervaren in hun ontwikkelkeuzes. Schoone concludeert: “Leren en ontwikkelen is niet de individuele verantwoordelijkheid van een medewerkers. Medewerkers willen vrijheid, maar ze willen ook graag hulp. Je doet het samen. Ik ben er echt van overtuigd dat het gaat om ‘samenredzaamheid’ in plaats van zelfredzaamheid.”

Bron: Centraal Beheer/Memo2, persbericht 12 mei 2022

Lees ook
Meer werkgeluk met talentgericht leiderschap
MatchQ, welk talent maakt jouw organisatie succesvol?

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Medewerkers huiverig om hun ontwikkelwensen uit te spreken

Zin en onzin van het melden van datalekken

Zin en onzin van het melden van datalekken

Door Gerrit van Rooij
Functionaris Persoonsgegevens (FG) van HelloFlex group*

In de recente periode waren er de nodige berichten over datalekken. Zo klagen gemeenten over de administratieve ballast die datalekken met zich meebrengen. Het aantal datalekken dat ze hebben gemeld is de afgelopen jaren flink gestegen: van 400 in 2017 tot 5000 in 2021. Een gemiddelde melding kost tussen de 2,5 en 4 uur aan tijd. Dat legt dus een flink beslag op de tijd van de ambtenaren.

Tegelijkertijd verscheen het jaarverslag van de toezichthouder. De toezichthouder in Nederland, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), ontving in 2021 25.000 datalekken. Dit was maar een lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor. Wel constateert de AP dat de gemelde datalekken ernstiger waren.

Daarnaast deden zich weer de nodige datalekken voor. Om er een paar te noemen: een ransomware aanval op de gemeente Buren, gestolen persoonsgegevens bij het beveiligingsbedrijf I-Sec, of een aanval op schoonmaakbedrijf CWS.

Voor mij reden om een aantal zaken over datalekken op een rijtje te zetten.

1. Waarom moeten datalekken eigenlijk gemeld worden?
Als er een datalek is betekent dit dat betrokkenen (denk aan werknemers of consumenten) van wie de data gelekt zijn, dus verloren zijn gegaan en mogelijk toegankelijk zijn voor derden, een risico lopen. Hun gegevens kunnen misbruikt worden door cybercriminelen voor phishing-doeleinden of ID-fraude. Andere risico’s zijn bijvoorbeeld imagoschade als gegevens openbaar gemaakt worden, of anderszins schade als persoonsgegevens niet meer gebruikt kunnen worden (eind vorig jaar was er een hack bij een Amerikaans salarisprovider waardoor klanten wekenlang geen salaris konden overmaken aan hun werknemers!).

Doel van de melding is dus om ervoor te zorgen dat bedrijven en betrokkenen snel maatregelen kunnen nemen om de risico’s zoveel mogelijk tegen te gaan of te verhelpen.

2. Moet ik alle datalekken melden aan de AP?
Je hoeft (beveiligings-)incidenten alleen te melden als er een privacy-risico van een betrokkene mee gemoeid is. Deze afweging moet je altijd zelf maken en vastleggen in het interne incidentenregister.

De toezichthouder noemt zelf als uitzondering het lekken van persoonsgegevens naar iemand die te vertrouwen is. Dan volstaat het om deze persoon te informeren en te vragen de persoonsgegevens te wissen.

Ook moet het gaan om persoonsgegevens. Dus zijn er alleen zakelijke contactadressen gelekt dan zal dit vaak niet als een datalek gezien worden.

Ook is er geen sprake van een datalek als de persoonsgegevens niet benaderbaar zijn. Een verdwenen device met versleutelde persoonsgegevens is geen datalek. Wel natuurlijk onder de voorwaarde dat de er een back-up is van de persoonsgegevens en dat de sleutel apart is gehouden.

Nota bene: als het gaat om datalekken die waarschijnlijk een hoog risico voor betrokkenen opleveren dan moet je ook deze informeren. Dat is vaak aan de orde als het gaat om gevoelige of bijzondere persoonsgegevens, er veel persoonsgegevens bij betrokken zijn en als het gaat om kwetsbare betrokkenen (bijvoorbeeld kinderen).

3. Hoe bepaal ik wat het risico is en of ik moet melden?
De toezichthouder heeft op haar website een aantal voorbeelden uitgewerkt: voorbeelden datalekken. En wil je echt meer weten lees dan vooral eens de voorbeelden van de Europese toezichthouder: voorbeelden datalekken EDPB.

4. Moet ik als verwerker ook datalekken melden?
Ja, dat moet je. Maar niet aan de AP maar aan je opdrachtgever, zijnde de verwerkingsverantwoordelijke. In de verwerkersovereenkomst zijn hier nadere afspraken over gemaakt. De melding moet in ieder geval zo snel mogelijk doorgegeven worden, en niet binnen 72 uur zoals zo vaak gedacht wordt. Als je nog niet alle informatie hebt kan je deze ook in delen verstrekken.

5. Wat is het risico als ik een datalek niet meld?
Het grootste risico ligt natuurlijk bij de betrokkenen. Als een datalek niet gemeld wordt kan het gebeuren dat er onvoldoende of te laat maatregelen worden genomen om het privacy-risico te verkleinen.

Voor een bedrijf ligt er het risico dat het datalek uiteindelijk toch bekend wordt. Bijvoorbeeld door klachten van betrokkenen of meldingen van klokkenluiders. Of gewoon doordat een hacker de gelekte persoonsgegevens te koop aan biedt. In dat geval loopt je het risico dat de AP achter je aan gaat of dat je claims van betrokkenen of klanten aan je broek krijgt. Zo kreeg de PVV in 2021 een boete van 7500 euro voor het niet mededelen van een datalek.

Uber en Booking.com kregen boetes opgelegd van respectievelijk 600.000 en 475.000 euro. Maar dat was omdat ze de datalekken te laat hadden doorgegeven.

6. Wat is het risico als ik een datalek wel meld?
De toezichthouder kan optreden naar aanleiding van je melding. Dit kan variëren van voorlichting tot het opleggen van boetes.

De ‘pakkans’ lijkt echter laag te zijn. In hun jaarverslag lees je dat slechts in ‘enkele honderden’ (van de 25.000) gevallen actie ondernomen is. Vorig jaar zocht Netkwesties uit dat het zelfs maar in 0,15% van de gevallen gebeurde.

7. Wat zijn voorbeelden van datalekken?
Datalekken komen in alle vormen voor. Een overzicht van datalekken vind je bijvoorbeeld hier: overzicht datalekken.

Voor de duidelijkheid. Bij datalekken gaat het vaak om data die onbevoegd door anderen (kunnen) worden ingezien, maar het kan ook gaan om persoonsgegevens die niet meer beschikbaar, of niet meer juist zijn.

8. Het beste kan je natuurlijk datalekken voorkomen. Maar hoe doe je dat?
Dat doe je door de AVG en beveiliging in je bedrijf serieus te nemen. Zorg dat je de risico’s kent en dat je maatregelen treft. Ik ga hier geen uitputtend lijstje opnemen maar denk vooral aan het updaten van je systemen en software, het beveiligen van de toegang met een tweede factor, het hebben van werkende back-ups en het scheiden van data. Maar met technische maatregelen alleen ben je er niet. De meeste datalekken ontstaan door (onbewust) menselijk handelen. Informeer en train medewerkers om hun veiligheidsawareness op orde te houden. En tenslotte: pas altijd de beginselen van de AVG toe. Denk hierbij vooral aan het alleen verzamelen van gegevens die je nodig hebt en het wissen ervan als je die niet meer nodig hebt. Of aan het versleutelen van persoonsgegevens zodat niemand er iets mee kan.

9. Is ransomware een datalek dat je moet melden?
Dat kan zeker het geval zijn. Bijvoorbeeld omdat hackers de data eerst gekopieerd hebben om je daar later mee te chanteren. Of als je geen back-up hebt gemaakt of als deze gegevens niet meer bruikbaar zijn. In het document van de EDPB (zie onder vraag 2) zijn een aantal voorbeelden uitgewerkt.

10. Wat kost een datalek?
IBM houdt bij wat een datalek in de VS kost. Ze hebben berekend dat er meer dan 4 miljoen dollar gemoeid is met een datalek. Het gaat hierbij om gederfde omzetten, uitgaven in het kader van onderzoek en het nemen van maatregelen, en kosten van juridische ondersteuning en claims. De kosten van het melden van datalekken tenslotte zijn maar 5% van het totaal. Dus gemeenten kunnen zich wat mij betreft beter druk maken om het voorkomen van datalekken!

*Maandelijks schrijven Gerrit van Rooij van HelloFlex Group en/of Inge Brattinga van VRF Advocaten columns voor FlexNieuws over allerlei praktische zaken met betrekking tot bescherming van persoonsgegevens.

Lees ook:
Inge Brattinga: verwerking persoonsgegevens en inzageverzoek AVG
AVG: AI, algoritmes en automatische besluitvorming bij recruitment
AVG en gezondheidsgegevens
AVG en gebruik van social media bij recruitment

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Zin en onzin van het melden van datalekken

Het beste voor de uitzendkracht en opdrachtgever? Het kan!

Het beste voor de uitzendkracht en opdrachtgever? Het kan!

Als uitzendorganisatie wil je natuurlijk het beste voor je uitzendkrachten. En voor je opdrachtgevers.Het beste voor je uitzendkracht EN de opdrachtgever? Het kan! bron Doorzaam

Werken je uitzendkrachten met plezier? Dan is dat goed voor hen, opdrachtgevers en voor jou als uitzender.

De kans om een uitzendkracht door te plaatsen of van werk naar werk te begeleiden wil je natuurlijk niet missen. Want dat is zonde voor de uitzendkracht, jou als uitzendpartij en voor de opdrachtgever! Maar hoe krijg je dat allemaal voor elkaar?

Doorzaam

Doorzaam
Doorzaam is de stichting van de uitzendbranche die zich inzet voor de duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten. “Wij geloven dat iedere uitzendkracht vitaal, veilig, vaardig en met plezier zijn/haar werk kan doen en kan blijven doen. Wij bieden diverse trajecten en diensten aan die je als uitzendorganisatie gratis* kunt inzetten. Uitzendkrachten kunnen ook direct met ons contact opnemen wanneer ze interesse hebben in het Alles-in-1 traject,” zegt Chantal Huinder, directeur Doorzaam.

Alles-in-1
Het Doorzaam traject ‘Alles-in-1 voor uitzendkrachten’ helpt uitzendkrachten om duurzaam inzetbaar te zijn en te blijven. Het gaat om concrete ondersteuning in de vorm van scholing, training of coaching op diverse terreinen. Onder persoonlijke begeleiding van een coach onderzoekt de uitzendkracht wat de uitdagingen zijn met betrekking tot de duurzame inzetbaarheid voor nu en de toekomst en gaat daarmee aan de slag door middel van het inzetten van een beschikbaar budget.
Alles-in-1 voor uitzendkrachten, bron Doorzaam
Wanneer je de uitzendkracht aanmeldt voor het traject Alles-in-1 van Doorzaam, haal je het beste uit de uitzendkracht naar boven. Dat is fijn voor de uitzendkracht, opdrachtgever en voor jou.

Quotes van uitzendkrachten over het traject:
“Dat ik een hele hoop kwaliteiten bezit die ik vrijwel nooit aanspreek.”
“Dat er in mij geloofd wordt en ik naar de nieuwe uitdaging uitkijk!”
“Dat er wel mensen zijn die mij verder willen helpen.”

Voordelen van het volgen van Alles-in-1
Hieronder een aantal indrukwekkende inzichten van uitzendkrachten die dit traject eerder volgden:

  • 58% geeft aan meer zelfvertrouwen gekregen te hebben
  • 82% voelt zich gemotiveerd om zichzelf te ontwikkelen/te leren
  • 44% is beter geworden in het huidige werk*

*Deze cijfers komen uit het onderzoek onder 1200 uitzendkrachten van KBA Nijmegen in opdracht van Doorzaam.

Pak nu ook je kans! Meld meteen je uitzendkracht aan voor dit waardevolle en gratis traject. Al 996 intercedenten gingen je voor.

Inspiratie
Bekijk deze video’s waarin uitzendkrachten aan het woord komen en vertellen wat het traject hen gebracht heeft. Groei als bureau met duurzaam inzetbare uitzendkrachten. Doorzaam regelt het voor je!

* mits je afdraagt aan SFU

Bron: Doorzaam, mei 2022

Lees ook
Chantal Huinder wordt nieuwe directeur van Doorzaam
1500 uitzendkrachten duurzamer inzetbaar via traject Alles-in-1
Kans op werk begint met aandacht, waarna elke stap telt
DOORZAAM maakt uitzendkrachten duurzaam inzetbaar

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Het beste voor de uitzendkracht en opdrachtgever? Het kan!

Mkb’ers zien digitalisering en work-life balance als positief effect coronacrisis

De coronacrisis heeft volgens vier op de tien mkb-bedrijven in de zakelijke dienstverlening een positieve impact gehad op de digitalisering binnen hun bedrijf.
Het mkb-gevoel nu, bron Teamleader
Tegelijkertijd heeft het thuiswerken tijdens de pandemie volgens 38 procent ook een positieve impuls gegeven aan de opkomst van de hybride werkplek en is de grens tussen het ‘thuiskantoor’ en de traditionele werkomgeving definitief vervaagd.

Dit heeft er mede voor gezorgd dat een derde van de ondernemers vindt dat de coronacrisis een gunstige invloed heeft gehad op de work-life balance van werknemers.

Twee jaar corona heeft ook tot andere grote verschuivingen geleid in de manier waarop mkb’ers in de zakelijke dienstverlening ondernemen. Dat blijkt uit onderzoek van Teamleader, leider in de markt voor Work Management-software. In het e-book ‘Het mkb-gevoel nu’ wordt de balans opgemaakt na twee jaar corona. Ruim 300 mkb-ondernemers en vijf experts delen hun inzichten en ervaringen over hoe zij de weg naar herstel en groei hebben ingezet.

De coronacrisis heeft de wereld van veel mkb-ondernemers in de zakelijke dienstverlening flink op zijn kop gezet. Van de ene op de andere dag werd het kantoorleven ingeruild voor een thuiskantoor en stond het verdienmodel van veel bedrijven onder druk. In tegenstelling tot wat veel ondernemers vreesden, ging dat echter niet ten koste van de productiviteit. Zo zien vier op de tien werkgevers dat thuiswerken eerder een positief effect heeft gehad op de productiviteit dan andersom (10 procent).

Nu ondernemers terugkijken op deze ingrijpende periode, blijkt dat de pandemie niet alleen maar negatieve kanten had. Als hen wordt gevraagd van welke aspecten zij het meeste hebben geleerd, worden de inzichten die mkb’ers hebben verkregen in de financiële resultaten en inkomsten van hun onderneming het meest genoemd (48 procent).

Ook hebben veel ondernemers geleerd over het belang van een goede work-life balance van werknemers (44 procent), de positieve resultaten van hybride werken (44 procent) én het belang van een sterke interne cultuur (38 procent).

Balanceren tussen financiële stabiliteit en innoveren
Na twee jaar corona zien de meeste mkb-bedrijven in de zakelijke dienstverlening de toekomst met vertrouwen tegemoet. Hoewel bijna drie op de vijf ondernemers positieve verwachtingen hebben over de toekomst van hun bedrijf en 57 procent optimistisch is gestemd over hun eigen sector, benadrukt ruim een derde wél dat een gezonde financiële basis en het creëren van financiële buffers hun belangrijkste focus heeft.

Zo heeft de crisis óók zijn sporen nagelaten en geeft 40 procent aan dat dit negatieve impact heeft gehad op hun financiële resultaten. Zij zijn daarom voorzichtig en focussen zich in hun plannen voor het komende jaar vooral op de financiële buffers van hun bedrijf in plaats van nieuwe investeringen.

Ook de geestelijke gezondheid van werknemers en de interne cultuur en werkplezier van het personeelsbestand werden volgens 34 procent van de ondernemers door corona negatief beïnvloed, en hebben hierdoor nu meer aandacht van mkb’ers.

In het e-book ‘Het mkb-gevoel nu’ maakt Teamleader de balans op na twee jaar corona. Ruim 300 mkb-ondernemers en vijf externe experts delen hun inzichten en ervaringen over de weg naar herstel en groei.

Bron: Teamleader, persbericht 12 mei 2022

Geplaatst in Tooling | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Mkb’ers zien digitalisering en work-life balance als positief effect coronacrisis

Jongvolwassenen laten baan schieten door krappe woningmarkt

Jongvolwassenen laten baan schieten door krappe woningmarkt

22 procent van Nederlanders durft geen baan in andere stad aan te nemen. Voor jongvolwassenen geldt dit bij dertig procent.

De oververhitte woningmarkt heeft een grote invloed op de keuzes van mensen wat betreft hun maatschappelijke carrière. Bijna een kwart van hen denkt niet van baan te kunnen veranderen, als dit betekent dat ze moeten verhuizen naar een andere plaats.

De situatie van de huidige woningmarkt heeft dus ook zijn weerslag op de carrière van Nederlanders. Bij jongvolwassenen gaat dit zelfs om één derde van de Nederlanders; in de zuidelijke provincies is dat percentage in de leeftijdscategorie tot 34 jaar zelfs veertig procent.

Voornamelijk jongvolwassenen in de Randstedelijke provincies zijn inmiddels doordrongen van het feit dat ze ook met andere woonplaatsen genoegen moeten nemen. Twee derde van de Nederlanders tussen de achttien en 34 jaar verwacht een andere woonplaats te moeten overwegen. Vooral jonge stellen ervaren moeite om door te stromen naar een grotere woning in dezelfde omgeving.

Verhuizen naar een andere regio betekent voor jonge gezinnen niet alleen verandering voor de ouders maar ook voor de kinderen, hun school en vriendenkring.

Een derde van de Nederlanders denkt nog altijd dat het aanbod er op de woningmarkt niet op vooruitgaat. Dat blijkt uit onderzoek van MUNT Hypotheken onder meer dan duizend mensen met een koophuis.

Bron: MUNT Hypotheken, persbericht 11 mei 2022

Lees ook
10 problemen en oplossingen voor de krappe arbeidsmarkt
Krappe arbeidsmarkt voor bijna driekwart beroepsgroepen

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Jongvolwassenen laten baan schieten door krappe woningmarkt