"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Wet franchise komt eraan, wat gaat er veranderen?

Sander van Riel
Sander van Riel

De Wet franchise komt eraan, wat verandert er voor bestaande en nieuwe franchiseformules?

Door Sander van Riel, VRF Advocaten

Inleiding
De Wet franchise is aangenomen. Op 1 juli 2020 is de Wet franchise in het Staatsblad gepubliceerd. Reden om op een rij te zetten wat de veranderingen zijn. Franchisegevers- en franchisenemers (hierna ook: ‘partijen’) zullen hiermee immers op tijd aan de slag moeten.

De Wet franchise wordt neergelegd in de artikelen 911 tot en met 922 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’). De franchiseovereenkomst wordt daarmee een ‘bijzondere overeenkomst’. Hierop zijn en blijven de algemene regels ten aanzien van overeenkomsten in het algemeen ook van toepassing. De nieuwe ‘bijzondere’ regels gaan echter wel voor op de algemene regels van over overeenkomsten.

In de Wet franchise is geen onderscheid gemaakt tussen typen franchise. Ook de grootte van de franchiseformule is irrelevant. De wet is dus van toepassing op alle franchiseovereenkomsten. Van de wet kan niet ten negatieve van de franchisenemer worden afgeweken. Het is daarmee dwingend recht. Reden genoeg om je dus goed te laten informeren over de gevolgen van de Wet franchise voor de thans gesloten en in de toekomst nog te sluiten franchiseovereenkomsten.

Ten aanzien van de informatieverschaffing kunnen nog nadere regels worden vastgesteld in een algemene maatregel van bestuur (‘Amvb’). Deze nadere regels zijn nog niet vastgesteld.

Doel Wet franchise
Het doel van de Wet franchise is allereerst om een wettelijke basis te creëren voor franchise. Daarbij worden een aantal basisrechten en -plichten voor partijen in de wet geregeld.

Met de Wet franchise wordt eveneens beoogd om de positie van de franchisenemer te versterken. Dit ziet vooral op de informatieverplichting van de franchisegever, zowel in aanloop naar de franchiseovereenkomst alsook tijdens de looptijd hiervan. Ook wordt in de wet een regeling vastgesteld over de door de franchisenemer opgebouwde goodwill en wordt geregeld dat non-concurrentiebepalingen in de franchiseovereenkomst beperkt mogelijk zijn. Ten slotte zijn bepalingen opgenomen over het verplichte overleg tussen partijen.

Wanneer treedt de Wet franchise in werking
De wet treedt in werking op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. Beoogd is om de wijzigingen per 1 januari 2021 in te laten gaan. Ten aanzien van de bepalingen rondom goodwill, non-concurrentiebepalingen en de instemmingrechten van franchisenemers, geldt een overgangsperiode van twee jaar na de inwerkingtreding. Dit overgangsrecht geldt alleen voor bestaande franchiseovereenkomsten.

Welke gevolgen heeft de Wet franchise voor de praktijk?
De Wet franchise heeft kort samengevat de volgende gevolgen voor partijen:

    1. Partijen moeten ervoor zorgen dat hun franchiseovereenkomst per inwerkingtreding van de Wet franchise voldoet aan de eisen van deze wet. Alleen ten aanzien van bepaalde artikelen (goodwill, post-contractueel non-concurrentiebeding en instemming) geldt dus een overgangsregeling.
    2. Partijen zijn verplicht zich ten opzichte van elkaar te gaan gedragen als een goed franchisenemer en een goed franchisegever. Bij de uitvoering van de franchiseovereenkomst, is de franchisegever vooral verplicht om het belang van de franchiseformule als geheel, maar ook de individuele belangen van de franchisenemer(s) voor ogen te houden. Bij botsing van de belangen, dienen partijen met elkaar in overleg te treden. Pas in het uiterste geval kan de stap naar de rechter worden gezet.
    3. Voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst moet de beoogd franchisenemer tijdig informatie verschaffen aan de franchisegever over zijn financiële positie, voor zover deze informatie redelijkerwijs van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.
    4. Voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst moet de franchisegever tijdig de in de Wet franchise genoemde informatie aan de beoogd franchisenemer aanleveren.
    5. In de Wet franchise is een zogenoemde ‘stand-still’ periode van vier kalenderweken opgenomen. Gedurende deze periode, nadat de franchisenemer alle relevante informatie heeft ontvangen, mag de franchiseovereenkomst niet tot stand komen. De franchisegever moet erop letten dat alle informatie, die hij voorafgaand aan de stand-still periode aan de beoogd franchisenemer verstrekt, zo juist, duidelijk en volledig mogelijk is. Dit om te voorkomen dat er steeds nieuwe stand-still periode gaat lopen.
    6. De beoogd franchisenemer moet de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat hij onder invloed van onjuiste veronderstellingen de franchiseovereenkomst aangaat.
    7. Tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst moet de franchisegever tijdig de in de Wet franchise genoemde informatie aan de franchisenemer verschaffen.
    8. Partijen moeten minimaal eenmaal per jaar met elkaar overleggen.
    9. De franchisegever moet, wanneer de franchisenemer daarom vraagt, bijstand en commerciële en technische bijstand verlenen. Dit voor zover het redelijkerwijs noodzakelijk is voor de exploitatie van de franchiseformule.
    10. De franchiseovereenkomst moet een goodwillbepaling bevatten die voldoet aan de eisen van de Wet franchise.
    11. Een post-contractueel non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst moet voldoen aan de vereisten van de wet.
    12. De franchisegever doet er goed aan in de franchiseovereenkomst te bepalen vanaf welk drempelbedrag de voorafgaande instemming van de franchisenemer vereist is, voor de gevallen waarin instemming noodzakelijk is.
    13. De franchisegever doet er goed aan in de franchiseovereenkomst te bepalen van welke franchisenemers hij de hiervoor bedoelde instemming nodig heeft. Dat wil zeggen ofwel van een meerderheid van de franchisenemers, ofwel van iedere franchisenemer die, door een voorgenomen wijziging van de franchiseovereenkomst of de voorgenomen exploitatie van een afgeleide formule, wordt geraakt.

Meer houvast?
Het doel van de Wet franchise is om meer houvast te bieden. Daarbij is rechtspraak (deels) geïmplementeerd in de wet. Dit is deels gelukt. De Wet franchise is immers op een aantal punten concreet. Op de meeste punten bevat de Wet Franchise echter ‘open normen’. Het is daarmee naar mijn mening een voorzichtige verbetering van de positie van de franchisenemer. De praktijk en rechtspraak zal een nadere invulling van de algemeen geformuleerde wettelijke bepalingen moeten bieden. Er is dus nog een lange weg te gaan.

Wel is duidelijk dat wat partijen in de franchiseovereenkomst afspreken in de meeste gevallen doorslaggevend zal zijn. Er is dus nog veel overgelaten aan de contractvrijheid van partijen. De juridische formulering van de bepalingen in de franchiseovereenkomst is hierbij (nog steeds) van uiterst belang. Partijen zullen hun franchiseovereenkomst tijdig moeten aanpassen, zodat deze voldoet aan de wettelijke vereisten. Gezien de open normen van de Wet Franchise is het juist, tijdig en scherp formuleren van de bepalingen in de franchiseovereenkomst een must. Dat geldt ook voor franchiseformules in de uitzend- en payrollmarkt. Ook voor hen is de Wet franchise van toepassing.

Sander van Riel, VRF Advocaten

Flexnieuws geeft ruimte aan auteurs die een artikel willen plaatsen op Flexnieuws.