Maandelijkse archieven: april 2020

Tijd om stil te staan bij loonkostensubsidies in 2019

Tijd om stil te staan bij de gerealiseerde loonkostensubsidies in 2019

SubAdvies, foto vlnr: Antoin Bakelaar, commercieel manager en John Reijne, oprichter, eigenaar, directeur
SubAdvies, foto vlnr: Antoin Bakelaar, commercieel manager en John Reijne, oprichter, eigenaar, directeur

Ondanks dat het nu misschien zo lijkt, staat de wereld niet stil. Logisch natuurlijk, maar toch is het goed om terug te kijken en stil te staan bij de voorlopig toegerekende tegemoetkomingen in 2019 binnen de Sociale Zekerheid.

Dat vindt SubAdvies.

Het UWV heeft recent de voorlopige berekening van de Wet Tegemoetkomingen Loondomein (WTL) jaargang 2019 aan iedere organisatie toegestuurd.

Waarom actie ondernemen?
Omdat in 49% van de gevallen onjuistheden worden geconstateerd, waardoor organisaties niet de optimale tegemoetkoming ontvangen.

In de voorlopige berekening is het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd-lage-inkomensvoordeel (JLIV) en de loonkostenvoordelen (LKV) per werknemer opgenomen. Het is belangrijk om deze voorlopige berekening goed te controleren, aangezien er slechts beperkt tijd is om correcties door te voeren indien er onjuistheden zijn geconstateerd. Dat vinden John Reijne en Antoin Bakelaar van SubAdvies.

‘Wat moet je doen met de voorlopige berekening voor de WTL 2019 die je als bedrijf per brief of per e-mail hebt ontvangen?’

‘Controleren en indien mogelijk optimaliseren!’

De berekeningen die in de brief staan, zijn voorlopig en dus niet definitief.
Het is daarom belangrijk dat bedrijven de grondslagen zo snel mogelijk controleren op juistheid en volledigheid. Eventuele (aanvullende) correcties over 2019 kunnen tot en met 1 mei 2020 worden gedaan. Deze correcties worden dan meegenomen in de definitieve beschikking.

Er kan nog tot vijf jaar na afgifte van de definitieve beschikking een nacontrole door de Belastingdienst plaatsvinden. Voor eventuele fouten in de loonaangiftes kun je een (forse) boete krijgen. Het is dus belangrijk voor compliance en optimalisatie om de controle goed uit te voeren.

Waar gaat de Wet tegemoetkoming loondomein over?
In de Wet tegemoetkoming loondomein staan drie tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers, namelijk:
1. het loonkostenvoordeel (LKV);
2. het lage-inkomensvoordeel (LIV);
3. het jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV)

Hoe is de juistheid te controleren?
Controleer, analyseer en optimaliseer de voorlopige berekeningen met de volgende checks:
1. Is de hoogte van de tegemoetkoming juist;
2. Zijn er afwijkingen geconstateerd door het UWV – wat is hierin juist;
3. Is de voorlopige berekening juist op basis van data uit het softwarepakket;
4. Is de voorlopige berekening juist op basis van de aangifte loonheffingen;
5. Welke verwerkingen zijn nog doorgevoerd na peildatum 31 januari 2020.

Mogelijk is naar aanleiding van de analyse een correctie nodig. Het is belangrijk dat deze correctie uiterlijk 1 mei 2020 plaatsvindt.

De Belastingdienst stuurt uiterlijk 31 juli 2020 de definitieve berekening van de Wet tegemoetkoming loondomein naar de werkgevers. Uiteraard dien je deze om eerder genoemde redenen en risico’s ook te controleren. Er zijn beperkte mogelijkheden om in bezwaar te gaan tegen deze beschikking. Uiterlijk zes weken na dagtekening van de definitieve berekening zal de Belastingdienst de tegemoetkomingen uitkeren. Dit is naar verwachting medio september 2020.

En nu?
Inmiddels de voorlopige berekening ontvangen? Controleer deze dan op tijd!

Informatie en advies
Wie zeker wil weten dat hij geen tegemoetkomingen mist en compliant is, kan zich laten informeren door SubAdvies. ‘Wij zorgen ervoor dat iedere onderneming van elk formaat efficiënter en optimaal kan presteren op het gebied van Sociale Zekerheid,’ aldus Reijne en Bakelaar. Contact opnemen kan in deze tijd van thuiswerken het beste bij:
Antoin Bakelaar, 06-52091180 of antoin@subadvies.nl

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Tijd om stil te staan bij loonkostensubsidies in 2019

Experts in Flex biedt gratis rekentool voor NOW-subsidie

Experts in Flex biedt een gratis tool waarmee de NOW-subsidie en het voorschot berekend kunnen worden.
Experts in Flex
In de tool is er rekening mee gehouden dat veel flexbedrijven vanuit meerdere BV’s verlonen.

Het addertje onder de NOW
In de eerste uitvoeringsregeling rondom de NOW was er de nodige onduidelijkheid over de manier waarop de subsidie berekend moest worden als er sprake is van een lagere loonsom in maart-april-mei 2020 dan het bedrag van januari 2020 x factor 3.
Die onduidelijkheid is intussen opgeheven, maar daar zullen veel werkgevers niet vrolijk van worden. Vooral niet als er sprake is van een gedaalde loonsom ten opzichte van januari 2020.

De berekening
Het uitgangspunt is de volgende berekening:
Loonsom maart+april+mei x 1,3 x 90% x percentage omzetverlies = subsidie

Het verlies aan omzet moet minimaal 20% zijn. Dit wordt berekend door de omzet van maart-mei 2020 te vergelijken met 1/4 van de totale omzet van 2019. Naar keuze kan de werkgever ook het omzetverlies bepalen door de maanden april-juni 2020 of mei-juli 2020 te vergelijken met 2019.

Als de loonsom stijgt
De loonsom van januari 2020 (x factor 3) wordt vergeleken met de loonsom van maart t/m mei 2020. Het klinkt voor de hand liggend dat als de loonsom is gestegen, de omzet niet gedaald zal zijn. Dan is er dus geen subsidie.
Er wordt echter gekeken naar de concernomzet. Doordat veel flexbedrijven meerdere verlonings-BV’s hebben, kan het voorkomen dat een BV in het concern een hogere loonsom heeft in maart-mei, terwijl de concernomzet toch meer dan 20% is gedaald. Dit heeft een negatieve impact op de totale hoogte van de NOW-subsidie als concern. Bij de BV met de hogere loonsom wordt namelijk niet de loonsom van maart-mei in aanmerking genomen, maar de lagere loonsom van januari x factor 3.

Als de loonsom is gedaald
Hier zit het echte addertje onder het gras.
Een voorbeeld:
Stel de omzet daalt met 20% ten opzichte van 2019.
Door de gedaalde activiteiten is een aantal uitzendovereenkomsten beëindigd, waardoor de loonsom met 10% is verminderd.
Op basis van de omzetdaling zou je een subsidie verwachten van 20% van 90% =18% van de werkelijke loonsom over maart-mei 2020.
In werkelijkheid wordt de subsidie echter 13% van de werkelijke loonsom over maart-mei 2020.

Dit wordt veroorzaakt doordat de daling van de lonen niet wordt gecorrigeerd voor de 20% omzetverlies, maar in zijn geheel wordt meegenomen als aftrekpost.

Daalt de loonsom in maart-mei 2020 met 20% en is de omzetdaling ook 20%, dan is de NOW-subsidie € 0,0.

Gratis rekentool
Experts in Flex heeft een tool ontwikkeld, voor de berekening van de NOW-subsidie. Als u een e-mail stuurt naar info@expertsinflex.nl krijgt u de tool gratis toegestuurd.

Bron: Experts in Flex, kijk op downloads, 6 april 2020


Lees ook
De NOW voorzien van rekenvoorbeelden

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Experts in Flex biedt gratis rekentool voor NOW-subsidie

SNCU erkenning voor SEU-examen Backofficeprofessional

SEU
Stichting Examens Uitzendbranche (SEU)

SNCU erkenning voor SEU-examen Backofficeprofessional

De SNCU is per 1 januari 2020 gestopt met de inspecteursopleiding. De certificering is overgedragen aan de Stichting Examens Uitzendbranche (SEU). “Sinds we gestart zijn met de inspecteursopleiding is het aanbod van backofficeopleidingen toegenomen en verbeterd. Daarnaast is in 2018 het SEU-examen Backofficeprofessional ingevoerd. Hiermee is de onafhankelijke certificering geborgd”, vertelt Jaap Buis, directeur van de SNCU. “De kwaliteit van het aanbod is zo hoog, dat er geen noodzaak meer is om een eigen opleiding en examen te organiseren.”

Wat betekent dit voor backoffice medewerkers?
De afgelopen jaren hebben veel backoffice medewerkers de SNCU-opleiding gevolgd, om zich goed voor te bereiden op de inspectie. Het SEU-examen Backofficeprofessional vormt een goede voorbereiding op de inspectie. In dit examen wordt voldoende kennis getoetst over cao en wet- en regelgeving voor medewerkers die zich bezighouden met contract- of salarisadministratie, werkgeverschap en/of toepassing (inleners) cao. De parate kennis blijkt in de dagelijkse praktijk heel waardevol. Deelnemers geven aan dat zij de wet- en regelgeving makkelijker kunnen toepassen. Daarnaast ontstaat er meer begrip voor dilemma’s en vragen van collega’s, wat de onderlinge samenwerking ten goede komt.

Wat betekent dit voor inspecteurs?
Om de kwaliteit van inspecteurs blijvend te borgen wordt het SEU-diploma Backofficeprofessional voor hen verplicht. Daarnaast organiseert de SNCU jaarlijks een verplichte inspecteursdag.

Meer informatie over de opleiders en het examen vindt u op de website van SEU.

Bron: SEU.nl, 6 april 2020

Geplaatst in Arbeidsmarktdata | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor SNCU erkenning voor SEU-examen Backofficeprofessional

CAO Supermarkten – hoe bepaal je de inlenersbeloning?

Nettie Alkema
Nettie Alkema

CAO Supermarkten – hoe bepaal je de inlenersbeloning?

Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik me in deze bizarre tijden wel even heb afgevraagd in hoeverre er iemand zit te wachten op een blog over de inlenersbeloning. Iedereen heeft andere zorgen aan zijn hoofd. En daar heb ik alle begrip voor. Tegelijkertijd is denk ik juist de cao Supermarkten wel heel interessant, aangezien er in deze branche nog volop wordt gewerkt. En ik kan me zo voorstellen dat er ook nog veel uitzendkrachten ter beschikking worden gesteld. Omdat er onder het vaste personeel ziekte zal zijn en er wellicht ook problemen zijn met de opvang van niet naar school toe kunnende kinderen. Daarom hierbij dus toch de cao Supermarkten en de inlenersbeloning!

Er zijn twee cao’s voor de supermarkten, namelijk de cao voor het grootwinkelbedrijf in levensmiddelen (cao VGL), voor werknemers die werken bij de eigen winkels van de grote supermarktketens zoals Albert Heijn en de Jumbo. En daarnaast is er de cao voor het levensmiddelen bedrijf, voor werknemers die werken bij een franchise onderneming of zelfstandige supermarkt. Deze laatste cao staat ook wel bekend als de cao Supermarkten en is de cao die ik in deze blog onder de loep neem. Inhoudelijk verschillen beide cao’s niet of nauwelijks van elkaar; het verschil zit in de afspraken over pensioen- en vutregelingen, waar de uitzendbranche toch niets mee te maken heeft.

De cao kent twee verschillende functiegebouwen- voor de supermarkt zelf en voor de distributiecentra- , loonschalen per uur waardoor er niet zelf gerekend hoeft te worden en een aantal vergoedingen en toeslagen. In deze blog laat ik zien wat de inlenersbeloning in combinatie met deze cao inhoudt. En net als in mijn vorige blogs begin ik met een opsomming: welke elementen van een cao vallen onder de regels van de inlenersbeloning.

  1. Het geldende periodeloon in de schaal
  2. ADV, naar keuze van het uitzendbureau vergoed in tijd of geld
  3. Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid en ploegentoeslag
  4. Initiële loonsverhogingen; hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald
  5. Kostenvergoedingen, maar alleen die kosten die netto vergoed kunnen worden
  6. Periodieken; hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald
CAOWijzer
CAOWijzer helpt je door het doolhof van CAO’s, probeer de tool gratis uit!

Periodeloon
In artikel 18 van de cao wordt aangegeven dat een werknemer ‘uitsluitend op grond van de door hem te verrichten werkzaamheden‘ wordt ingedeeld in het in de bijlage opgenomen referentie functieraster en de bijbehorende functiegroepen. Er wordt dus niet gekeken naar het beroep van een medewerker, enkel de inhoud van de functie is doorslaggevend. Mocht het referentie functieraster geen uitsluitsel gegeven, dan kan een nadere uitwerking worden opgezocht in het handboek referentiefuncties.

In het functieraster wordt ook meteen de functiegroep en de Orba score vermeld, waardoor in de salarisschalen de bijbehorende lonen kunnen worden opgezocht. En zoals gezegd worden de lonen al per uur vermeld en hoeft er dus niet te worden omgerekend.
Voor Participatiewetters geldt een loon van 106% van het wettelijk minimumloon WML (artikel 19 lid 3 van de cao). Vakantiekrachten hebben slechts recht op het WML. Een vakantiekracht is volgens deze cao een scholier of student die tijdens een aaneengesloten vakantiesluiting van onderwijsinstellingen als werknemer gedurende ten hoogste acht weken arbeid verricht.

ADV
In artikel 6 lid 1 tot en met 7 worden de roostervrije uren besproken. Een werknemer heeft recht op 156 roostervrije uren per kalenderjaar. De cao voor uitzendkrachten schrijft voor hoe de waarde van de roostervrije dagen berekend moet worden bij betaling in geld, mocht de inlenerscao hier geen duidelijkheid over geven.

Deze cao bepaalt zelf de waarde van een roostervrije dag. In lid 6 van het genoemde artikel staat dat de roostervrije uren kunnen worden uitbetaald door een toeslag van 8,1% op het loon. Er staat zelfs in sub c van lid 6 dat de toeslag ook betaald moet worden over het loon dat tijdens vakantiedagen wordt doorbetaald. En dat sluit dan weer helemaal aan bij wat de uitzendcao daarover zegt, namelijk dat structurele toeslagen ook tijdens vakantie (en ziekte!) moeten worden doorbetaald (artikel 26 lid 11 en artikel 25 lid 8).

Toeslagen
In de volgende artikelen van de cao Supermarkten worden de verschillende toeslagen besproken:

    • Artikel 7 behandelt de toeslagen voor onregelmatige uren voor winkelpersoneel. Kort samengevat betekent dit 50% toeslag op nachtelijke uren tussen 22:00 en 06:00. Behalve op zondag want dan krijg je sowieso 100% extra, ongeacht of de zondag wel of niet een feestdag is. Werk je op een feestdag (niet zijnde een zondag) en had je normaliter ook gewerkt, dan krijg je ook 100% toeslag.
    • Artikel 8 gaat ook over onregelmatige uren maar dan voor medewerkers van distributiecentra. Voor doordeweekse dagen geldt het volgende:
      CAO Supermarkten, toeslagen op door-de-weekse dagen
      Voor zon- en feestdagen geldt hetzelfde als voor winkelpersoneel.
    • Ook in artikel 8 wordt geregeld dat wanneer je in een vriescel werkt, je een vriestoeslag ontvangt van 8% op het uurloon. Er is lange tijd onduidelijkheid geweest of dergelijke toeslagen ook onder de inlenersbeloning vielen. Ik vond persoonlijk altijd van wel, omdat het naar mijn mening onrechtvaardig is om uitzendkrachten die in een vriescel werken standaard een lagere beloning te betalen dan reguliere werknemers. Gelukkig is dit geregeld in de nieuwe cao voor uitzendkrachten die per 30 december 2019 in werking is getreden. In artikel 16 Inlenersbeloning staat heel duidelijk in lid 1 sub c dat de toeslagen voor werken onder fysiek belastende omstandigheden samenhangend met de aard van het werk ook onder de inlenersbeloning vallen. En werken onder lage temperaturen wordt dan eveneens expliciet benoemd.
    • Artikel 9 regelt de vergoeding voor overwerk. Van overwerk is sprake wanneer de werknemer in overleg tussen werkgever en werknemer, opdracht heeft gekregen langer te werken dan de normale arbeidsduur van 40 uur per week. Onder overwerk wordt in elk geval NIET verstaan de arbeid die wordt verricht gedurende maximaal een kwartier per dag aansluitend aan de werktijd volgens rooster, wegens drukke werkzaamheden of voor het afmaken van een bepaalde taak. Deze tijd wordt wel betaald maar er geldt geen toeslag.
      Wordt er wel overgewerkt, dan geldt er een vergoeding van 135% tenzij de werknemer is ingedeeld in functiegroep E tot en met I. Voor deze werknemers wordt er van uit gegaan dat overwerk in het loon is inbegrepen.
      Leidinggevenden wordt ook een overwerkvergoeding betaald, tenzij in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat een aantal overuren al in het loon verdisconteerd is. Dit kan tot maximaal vijf overuren per week. Het loon moet dan ook wel evenredig hoger zijn dan het van toepassing zijnde loon uit de loonschalen.

Initiële loonsverhogingen
De huidige cao loopt tot en met 31-05-2020. De meest recente initiële loonstijging dateert van 31 december 2019. Deze bedroeg 2,5%. Het is vanzelfsprekend nog niet bekend wat de toekomstige wijzigingen zullen zijn. Via een abonnement op CAOWijzer blijf je eenvoudig op de hoogte van de ontwikkelingen.

Kostenvergoedingen
De cao kent geen andere kostenvergoeding dan de maaltijd- en koffievergoeding.
In artikel 4 lid 5 staat dat de werknemer die op een dag meer dan 4,5 uur werkt en na 19:00 uur nog doorwerkt, recht heeft op een warme maaltijd van redelijke kwaliteit. De vergoeding of verstrekking van een maaltijd is gericht vrijgesteld volgens de werkkostenregeling wanneer de maaltijd een meer dan bijkomstig zakelijk karakter heeft. Als een werknemer door zijn werk tussen 17:00 en 20:00 niet thuis kan eten, wordt in elk geval aan die definitie voldaan. Dat betekent dat de vergoeding of verstrekking netto verwerkt mag worden en dat de uitzendkracht daarmee ook recht heeft op deze vergoeding of verstrekking.

In artikel 8 lid 10 staat specifiek voor chauffeurs van distributiecentra dat zij een koffievergoeding per dagdeel kunnen ontvangen wanneer zij niet in een filiaal of kantine kunnen koffiedrinken. Of deze vergoeding netto of bruto moet worden uitbetaald staat er niet bij. Normaliter moeten dergelijke vergoedingen worden voorgelegd aan de Belastingdienst om ze netto te kunnen betalen. Dit is in het geval van de cao Supermarkten niet gebeurd. Er zou kunnen worden aangesloten bij de cao voor het Beroepsgoederenvervoer die wel is voorgelegd. De Belastingdienst heeft zich op het standpunt gesteld dat vergoedingen als consumpties onderweg vrijgesteld zijn van loonheffingen en premies. Om zeker te stellen dat ook de in de cao vermelde vergoeding van koffiegeld netto betaald mag worden, zou ook dit moeten worden voorgelegd aan de Belastingdienst. Alleen wanneer netto vergoeding is toegestaan, heeft de uitzendkracht ook recht op een dergelijke vergoeding.

Ook chauffeurs hebben recht op een maaltijdvergoeding wanneer zij meer dan 4,5 uur hebben gewerkt en na 19:00 doorwerken. Zij moeten wel een bon overleggen en ontvangen dan maximaal € 5,45 per dag.

Periodieken
Artikel 18 van de cao geeft het systeem van toekenning van functiejaren aan. Hoeveel functiejaren iemand kan krijgen is afhankelijk van de functiegroep waarin de werknemer is ingedeeld en van zijn leeftijd. Toekenning van het functiejaar geschiedt in ieder geval steeds per 1 januari van enig jaar.

Toekenning van een functiejaar kan in functiegroepen D en E worden overgeslagen, wanneer de werknemer aantoonbaar onvoldoende functioneert. Dit zal wel gemotiveerd aan de werknemer moeten worden medegedeeld.

Tot slot
CAOWijzer is een online tool die intermediairs ondersteunt bij het correct toepassen van de inlenersbeloning. Want eenvoudig is de inlenersbeloning niet!
CAOWijzer beschikt inmiddels over ruim 200 cao’s waarvan de inlenersbeloning is uitgewerkt. Via een eenvoudige wizard is de juiste minimumbeloning te vinden. Daarnaast lees je alles over toeslagen, vergoedingen etc.
Nieuwsgierig? Ga naar www.caowijzer.com en vraag een proefabonnement aan.

Vragen of opmerkingen?
Heb je vragen of opmerkingen? Aarzel niet om me te mailen of te bellen. Ik ben bereikbaar via info@caowijzer.com, nalkema@flexknowledge.nl of op 06-28933997.

Nettie Alkema

Lees ook
CAO VVT – hoe bepaal je de inlenersbeloning?
CAO Metalektro, hoe bepaal je de inlenersbeloning?
CAO Metaal en Techniek, hoe bepaal je de inlenersbeloning?
CAO Bakkersbedrijf, hoe bepaal je de inlenersbeloning?
CAO Retail Non-Food, hoe bepaal je de inlenersbeloning?
CAO Schoonmaak, hoe bepaal je de inlenersbeloning?

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor CAO Supermarkten – hoe bepaal je de inlenersbeloning?

KVK: grootste groep ondernemers vindt TOGS en Tozo meest relevante regelingen

De overheidsregelingen TOGS (Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren) en Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) worden door de grootste groep ondernemers als meest relevant genoemd.

Er is een verdeeld beeld over de duidelijkheid van de informatie van overheidsregelingen. Zelfstandigen en micro-mkb’ers geven relatief vaker aan al in financiële moeilijkheden te zitten dan grotere bedrijven. De impact van het coronavirus is het grootst op reguliere werkzaamheden van kleinere bedrijven. Dat blijkt uit de KVK Flitspeiling onder ruim 10.000 ondernemers die in de periode van 26 tot en met 30 maart 2020.

KVK Flitspeiling 1, gevolgen coronacrisis

De Flitspeiling is een continue meting van een beperkt aantal vragen om zicht te krijgen op de impact van de coronacrisis en hoe ondernemers aankijken tegen de steunmaatregelen van de Rijksoverheid. De peiling is in te vullen door bezoekers van KVK.nl/corona en door ondernemers die per nieuwsbrief zijn uitgenodigd door KVK of andere partijen. De deelnemers aan het onderzoek zijn dan ook een specifieke doelgroep met voornamelijk ondernemers die geraakt worden door de coronacrisis, zij zullen namelijk sneller de KVK.nl/corona bezoeken.
Voor grotere bedrijven (vanaf 10 werkzame personen) ligt het moment dat zij verwachten in financiële moeilijkheden te komen, iets verder in de toekomst. In de horeca en persoonlijke dienstverlening is vaker sprake van financiële moeilijkheden op korte termijn en 4 op de 10 ondernemers zitten momenteel al in financiële moeilijkheden.

KVK Flitspeiling 1, TOGS en TOZO voor grootste groep ondernemers relevant

TOGS en Tozo meest relevant
In de peiling is gevraagd naar de waardering van de ondernemers voor de verschillende regelingen in het noodpakket voor economie en banen. Met name de zelfstandigen vinden de TOGS en de Tozo de meest relevante regelingen (circa de helft van de respondenten). TOGS wordt met name door respondenten uit het micro-mkb (2 tot en met 9 werkzame personen) en door ondernemers uit de horeca en persoonlijke dienstverlening als meest relevant aangemerkt. Bijna vier op de tien ondernemers vinden de mogelijkheid van het uitstel van betalen van belasting relevant en een kwart zegt dat over de regeling NOW (Overbrugging behoud werkgelegenheid). Op regelingen als de verruiming van de BMKB (Borgstelling MKB-kredieten), GO (Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering) en de rentekorting voor kleine ondernemers op microkredieten door Qredits zal naar verwachting een veel kleinere groep ondernemers een beroep doen. Dat is ook logisch, aangezien deze regelingen meer gericht zijn op een specifieke doelgroep.

Verdeeld beeld
Ongeveer een kwart van de ondernemers vindt de informatie over overheidsregelingen (zeer) duidelijk, meer dan een derde vindt de informatie (zeer) onduidelijk en een ander derde deel is neutraal. Uit de toelichtingen van ondernemers blijkt dat de onduidelijkheid veelal samenhangt met: veranderende informatie, gebrek aan overzicht, onduidelijkheid over de voorwaarden om in aanmerking te komen (SBI-code) etc. Ondernemers die aangeven de informatie duidelijk te vinden, merken daarbij op dat het wel lang duurt, dat actie nodig is en dat er veel informatie op ondernemers wordt afgevuurd.

Grote impact
Meer dan de helft van de zelfstandigen geeft aan dat de reguliere werkzaamheden momenteel helemaal niet doorgaan en bij micro-mkb’ers is dat iets minder dan de helft. Een grote impact is ook zichtbaar in de persoonlijke dienstverlening, horeca en cultuur sport en recreatie; het merendeel van de ondernemers uit deze sectoren geeft aan dat de reguliere werkzaamheden op dit moment helemaal geen doorgang kunnen vinden.

KVK Flitspeiling
De Flitspeiling is een continue meting op basis van vijf à zes vragen, die ondernemers kunnen invullen op www.kvk.nl/corona. In de Flitspeiling zijn ondernemers oververtegenwoordigd die geraakt worden door de coronacrisis, zij zullen sneller de KVK.nl/corona bezoeken. De resultaten van het onderzoek hebben betrekking op deze specifieke doelgroep en gelden niet voor de totale Nederlandse ondernemerspopulatie. Een profiel van de respondenten is opgenomen in paragraaf 1.5 van het rapport. De peiling werd gehouden van 26 tot en met 30 maart 2020. Ruim tienduizend ondernemers deden aan de peiling mee. De KVK-Flitspeiling wordt wekelijks gepubliceerd.

Bron: KVK, 3 april 2020

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor KVK: grootste groep ondernemers vindt TOGS en Tozo meest relevante regelingen