Onderhandelingsresultaat CAO Katwijk Chemie 2019-2021 Geplaatst 27 juni 2019 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Katwijk Chemie » | 27 juni 2019 Naam CAO Katwijk Chemie Download Onderhandelingsresultaat CAO Katwijk Chemie 2019-2021 > nog niet beschikbaar Looptijd De looptijd van de nieuwe cao is 24 maanden: van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2021. Loonsverhogingen – 3,2% loonsverhoging per 1 juli 2019 – 2,5% loonsverhoging per 1 juli 2020 Arbeidsvoorwaarden – WGA-premie: deze wordt vergoed door de werkgever; – Vaderschapsverlofregeling wordt aangepast conform wetgeving; – Fietsregeling: op het moment is er nog teveel onduidelijkheid over een nieuwe leaseregeling voor fietsen. Afgesproken is dat OR en directie onderzoek doen naar de mogelijkheden die vanaf 2020 gaan gelden. De vakbonden zullen worden ingelicht over de uitkomsten van dit onderzoek. Bron: CNV Vakmensen, 19 juni 2019 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Katwijk Chemie | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelingsresultaat CAO Katwijk Chemie 2019-2021
Onderhandelingsresultaat CAO Sociaal Werk 2019-2021 Geplaatst 27 juni 2019 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Welzijn » | 27 juni 2019 CAO CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening Download Onderhandelingsresultaat CAO Sociaal Werk 2019-2021 > nog niet beschikbaar Looptijd De looptijd van de cao is van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2021. Loonmutaties – 3,25% loonsverhoging per 1 september 2019 – 3,25% loonsverhoging per 1 juli 2020 Daarnaast wordt vanaf 1 september de betaling van de pensioenpremie gelijk verdeeld tussen werkgever en werknemer. Arbeidsvoorwaarden – Werkbelasting blijft een belangrijk aandachtspunt in de sector, mede door de druk op de gemeentelijke budgetten. Hierdoor moet met steeds minder personeel hetzelfde of zelfs meer en vaak complexer werk worden verricht. Daarom komt er op werkdruk, veiligheid en verzuim een breed begeleidingsprogramma waar de medezeggenschap bij betrokken moet worden. Bron: Zorg+Welzijn, 26 juni 2019 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Sociaal Werk, welzijn, Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelingsresultaat CAO Sociaal Werk 2019-2021
Wet DBA, meer controle en handhaving Geplaatst 27 juni 2019 door Hinke Wever Wat kunnen ondernemers verwachten wanneer zij een controle krijgen van de Belastingdienst in het kader van de Wet DBA? Welke impact heeft het beantwoorden van vragenlijsten? ‘Spreken is zilver, nadenken goud,’ zo adviseert Angelique Perdaems, werkzaam bij Hertoghs Advocaten. ‘Blijf alert en bereid je goed voor.’ Angelique Perdaems is gespecialiseerd in fiscaal recht. Zij assisteert klanten in juridische discussies met de Belastingdienst over boetes en belastingaanslagen zoals loonheffingen. Ook uitzenders, detacheringsbureaus, payrollers en zzp-bemiddelaars behoren tot de klantenkring. De controle op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is bevroren in afwachting van nieuwe wetgeving voor zzp’ers. Tegelijk is de wet nog wel geldig; de Belastingdienst doet momenteel controles bij bedrijven waarvan het vermoeden bestaat dat zij moedwillig schijnzelfstandigen inzetten. Lees meer De druk wordt opgevoerd De bevriezing van de huidige zzp-wetgeving, het zogenoemde handhavingsmoratorium zou geldig zijn tot 1 januari 2020. Op die datum zou de nieuwe wetgeving voor het beoordelen van arbeidsrelaties ingaan. Deze week werd bekend dat het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 1 januari 2021. Bovendien wordt de handhaving aangescherpt doordat de Belastingdienst gaat handhaven als opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet of onvoldoende opvolgen. Dat zeggen minister Koolmees en staatssecretaris Snel deze week in hun brief aan de Tweede (en Eerste) Kamer over de voortgang van de zzp-maatregelen. Hoe is de huidige situatie? “De Belastingdienst kan bedrijven een vragenbrief sturen,” zo vertelt Angelique. “In een regulier boekenonderzoek (controle op de boekhouding) wordt ook fysiek een bezoek gebracht aan het betreffende bedrijf. Dat gaat gepaard met uitgebreide vragenlijsten, die ook ingaan op de beoordeling van de arbeidsrelatie. De bewijslast voor kwaadwillendheid (dus het opzettelijk werken met schijnzelfstandigen om loonheffingen te ontduiken) ligt bij de Belastingdienst. Door het handhavingsmoratorium van de Wet DBA kan de Belastingdienst pas concreet iets doen indien er sprake is van kwaadwillendheid en evidente schijnzelfstandigheid. De criteria voor de gezagsverhouding zijn verduidelijkt in het Handboek Loonheffing (1 januari 2019) en ik vind dat die ook wel zijn aangescherpt. Tijdens reguliere boekenonderzoeken wordt hier wel aandacht aan besteed. De Belastingdienst vraagt bijvoorbeeld naar arbeidsovereenkomsten. Als er wordt gewerkt met zzp’ers, wordt gevraagd naar de overeenkomst van opdracht en de facturen. Hoeveel uur werkt een zzp’er; wisselt dat per week of per dag? Kan diegene zelf zijn werktijden indelen, wie geeft de instructies? Is er sprake van toezicht op de werkzaamheden? Via dat soort vragen gaat de Belastingdienst na hoe de werkzaamheden door de zzp’ers worden verricht. De Belastingdienst heeft wat dit betreft heel veel bevoegdheden en mag alle informatie vragen die voor de belastingheffing van belang kan zijn. Dat is dus heel breed.” Leidt dit in de praktijk tot naheffing of boetes? “Er zijn nog veel onduidelijkheden in deze wetgeving. Daardoor beseft de Belastingdienst ook wel dat er niet zomaar een naheffing kan worden opgelegd en dat een boete al helemaal niet aan de orde kan komen. In de Kamerbrief van deze week wordt erkend dat het zeer lastig is voor de Belastingdienst om aan de zware bewijslast van kwaadwillendheid en evidente schijnzelfstandigheid te voldoen. [zie pagina 18 van de Kamerbrief] In het belastingrecht is er veel discussie over de vraag: moet een ondernemer antwoord geven op de vragen als hij daarmee zichzelf kan beschuldigen? Kan hij een beroep doen op zijn zwijgrecht. Formeel hoeft een persoon en/of onderneming niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat geldt ook bij een boete. Volgens de Hoge Raad mag een verklaring niet voor een boete worden gebruikt.* Toch is de ondernemer verplicht alle stukken te geven en vragen te beantwoorden in het belang van de belastingheffing. Verklaringen kunnen dan voor de boete van bewijs worden uitgesloten.” Vragen leiden tot onrust “Bij bedrijven ontstaat er dus zeker onrust als er een vragenbrief komt of een boekenonderzoek wordt aangekondigd. Ze weten niet welke financiële gevolgen dit kan hebben. Wij zien dat de Belastingdienst redelijk vlot boetes oplegt, hoewel voor beboeting veel zwaardere voorwaarden gelden dan voor belasting(na)heffing. Dat verliest de Belastingdienst weleens uit het oog. De Belastingdienst moet bovendien bewijzen dat er willens en wetens een onjuiste aangifte is ingediend. In de praktijk is er al snel de conclusie: er is een onjuiste aangifte ingediend, dus dat is opzettelijk gedaan. In de vragenbrief van de Belastingdienst staan vrij korte termijnen voor de beantwoording. Wij adviseren hoe dan ook: reageer niet ad hoc vanwege de druk die zo’n brief uitoefent. Werk zorgvuldig, denk na. Vraag tijd om zaken schriftelijk te beantwoorden.” Wat doen jullie? “Als een bedrijf zo’n vragenbrief krijgt van de Belastingdienst, praten wij eerst met de betrokkenen van het bedrijf: hoe zijn de arbeidsrelaties bij jullie vormgegeven? Welke argumenten zien wij als in overeenstemming met zelfstandig werken, of lijkt het in onze ogen meer op het werken in loondienst? Op die manier bereiden wij de ondernemers voor op het gesprek met de inspecteur van de Belastingdienst. Het is belangrijk vooraf je rechten en plichten te kennen. De Belastingdienst mag alles vragen en toch zit daar een grens aan. Voor de ondernemer is het van belang goed te beseffen: welke vragen gaan over mijn positie; wist ik van deze situatie, had ik deze arbeidsrelatie(s) in mijn onderneming moeten voorkomen? Zijn de vragen gericht op het opleggen van een boete? Als de ondernemer zich overdonderd voelt, adviseren wij in ieder geval: blijf niet ondoordacht doorpraten. Je kan vragen om schriftelijk te mogen reageren zodat goed over de antwoorden kan worden nagedacht en kan worden afgestemd met een advocaat. ” Waarvoor gebruikt de Belastingdienst de gesprekken? “Er zijn twee doelen. Enerzijds is het bedoeld als een analyse van hoe het eraan toegaat bij bedrijven, welke arbeidsrelaties er zijn en hoe die zijn ingericht en of dat tot aanpassing in de toekomst of belastingheffing moet leiden. Anderzijds wil de Belastingdienst ook leren van de gesprekken om de nieuwe zzp-wetgeving goed te kunnen inrichten. Wanneer er iets is wat de Belastingdienst tijdens zo’n gesprek triggert, kan dat natuurlijk wel aanleiding geven tot nadere controle. Er is natuurlijk ook nog steeds wel controle op zwart werk, premieheffing zoals sectorindeling en toepassing van de premiekorting. Bijvoorbeeld de vraag of een taxibedrijf voor alle gewerkte uren premiekorting mag toepassen of alleen over de in het contract opgenomen minimum-uren. Dus de controle is veel breder dan alleen voor de Wet DBA. Overigens staat in de brief van deze week dat de Belastingdienst meer personeel in gaat zetten op controle. De controle die de Belastingdienst uitvoert gaat ook nog over voorgaande jaren, tot vijf jaar terug. We hebben daarom ook nog met de oude wetgeving te maken, ook al veranderen straks een aantal regels met de WAB.” Steekproef extrapolatie “Bij een loonbelastingcontrole zien we in zijn algemeenheid wel dat de Belastingdienst controle doet over één jaar en door middel van een steekproef vaststelt welke fouten zijn gemaakt. Aan de hand daarvan wordt bepaald welk bedrag aan loonbelasting zal worden nageheven. Dit wordt vervolgens geëxtrapoleerd naar andere jaren. Vanuit de optiek van de Belastingdienst is dat efficiënt; de loonheffing over 2017 geldt dan ook voor 2016, 2015 en 2014. Voor ondernemers is het wel belangrijk om hier heel kritisch op te zijn. Klopt dit met de feiten? Als de feiten niet hetzelfde zijn, kan niet worden geëxtrapoleerd. Ook moet een steekproef aan allerlei vereisten voldoen. De Belastingdienst moet de naheffing goed onderbouwen. Resumerend: als alles goed is geregeld, ontvangen ondernemers hun reguliere aanslagen. Wij zien echter dat er in de praktijk zomaar een controle kan komen die vaak resulteert in een discussie over de uitleg van de wet.” Interview: Hinke Wever *Een verklaring is wilsafhankelijk materiaal die wel moet worden verstrekt maar niet mag worden gebruikt om iemand te beboeten. Er is discussie over of het onderscheid tussen wilsafhankelijk en niet wilsafhankelijk materiaal in lijn is met de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Zie HR 12 juli 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ3640. Dit arrest wordt besproken in het boek van A.A. Feenstra en A.J.C. Perdaems, De jacht op buitenlands vermogen, Deventer 2017. Hertoghs advocaten gespecialiseerd in het behandelen van conflicten met de overheid: Openbaar Ministerie, FIOD en Belastingdienst. Zie ook Voortgang maatregelen ‘werken als zelfstandige’ Column: Wet DBA nog springlevend Geplaatst in Branchenieuws | Tags arbeidsrelaties, belastingdienst, dba, FIOD, handhaving, interview | Reacties uitgeschakeld voor Wet DBA, meer controle en handhaving
Voortgang maatregelen ‘werken als zelfstandige’ Geplaatst 26 juni 2019 door Hinke Wever Maandag hebben minister Koolmees en staatssecretaris Snel de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de voortgang van de zzp-maatregelen. Zzp’ers aan de onderkant van de markt gaan minimaal 16 euro per uur verdienen. Voor zzp’ers aan de bovenkant van de markt komt er een zelfstandigenverklaring. Die geeft zekerheid over loonheffingen, werknemersverzekeringen, arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen. NB: dit gaat verder dan de opt-out die eerder werd voorgesteld. Alle opdrachtgevers en zelfstandigen krijgen via de opdrachtgeversverklaring vooraf zekerheid. Deze maatregelen worden op korte termijn verwoord in conceptwetgeving, die voor internetconsultatie wordt aangeboden. Omdat de realisatie van met name de opdrachtgeversverklaring meer tijd vraagt, schuiven een aantal zaken op: De ontwikkeling van een webmodule waarmee de opdrachtgeversverklaring kan worden vastgesteld, loopt vertraging op. De overheid test de webmodule momenteel, in overleg met opdrachtgevers. Het moratorium handhaving Wet DBA wordt verlengd tot 1 januari 2021. Na de zomer komt er meer informatie wanneer en of de oplevering van de webmodule wel haalbaar is. De ontwikkeling levert vergelijkbare problemen op als vijf jaar geleden met het plan voor de online module ‘Beschikking Geen Loonheffing’ (BGL), bedoeld als vervanger van de VAR. Minimumtarief geldt ook voor buitenlandse zzp’ers De zzp-maatregelen moeten oneerlijke concurrentie op de prijs van arbeid tegengaan. Om concurrentie tussen werknemers en (laag betaalde) zzp’ers te voorkomen, is gekozen voor een minimumtarief. Het verschil in arbeidskosten voor werknemers en zzp’ers wordt hierdoor kleiner. Zou het neveneffect kunnen zijn dat dit ook de prijs gaat drukken van zzp’ers die nu beter worden betaald? Het kabinet gaat de arbeidsmarkteffecten van de maatregel onderzoeken. Het minimumtarief gaat overigens ook gelden voor buitenlandse zzp’ers, want het is generiek. Afbakening: voor wie? Een maatregel moet handhaafbaar zijn en geen nieuw ontwijkgedrag oproepen. De criteria zijn dus belangrijk. Het criterium ‘reguliere bedrijfsactiviteiten’ vervalt, want dit blijkt in de praktijk niet werkbaar. Er is ook nog te weinig jurisprudentie over. Ook het criterium ‘korte duur’ vervalt. Anders worden klussen in stukjes geknipt om het minimumtarief te vermijden. Het minimumtarief gaat gelden voor zowel zakelijke als particuliere opdrachtgevers. Minimumtarief gebaseerd op sociaal minimum In 2019 is het niveau van de bijstandsuitkering netto €13.577 per jaar. Daar is het minimumtarief op gebaseerd. Uitgaande van het idee van een zzp’er voltijd werkt (40 uur per week, 46 weken per jaar) om het bestaansminimum te verdienen. Het minimumtarief geldt voor alle direct aan de opdracht gerelateerde uren. De zzp’er moet de kosten gerelateerd aan de opdracht daarbovenop in rekening brengen. Verantwoordelijkheid voor controle en betaling ligt bij opdrachtgever De offerte wordt belangrijk voor de controle. De zzp’er (opdrachtnemer) moet vooraf een uren- en kostenoverzicht indienen bij de opdrachtgever. Die berekent op basis daarvan of aan het minimum uurtarief is voldaan. Tijdens de opdracht kunnen er meer uren en kosten ontstaan. Een zzp’er (opdrachtnemer) moet die zelf goed bijhouden en na afloop verstrekken aan de opdrachtgever. Die moet extra gemaakte uren en kosten bijbetalen, zodat over het geheel het minimumtarief wordt betaald. De strikte administratieve verantwoordelijkheid geldt meer voor zakelijke opdrachtgevers dan voor particuliere. Naleving afdwingen Opdrachtnemers en belangenorganisaties kunnen naleving van het minimumtarief afdwingen bij de civiele rechter. De Inspectie SZW houdt toezicht op betaling van het minimumtarief. Nog te onderzoeken Hoe zit het met het wettelijk minimumloon voor overeenkomsten van opdracht (WML-ovo), fictieve dienstbetrekkingen, ketenaansprakelijkheid en het uitzonderen van bepaalde groepen? Daar wordt nog onderzoek naar gedaan. Opt-out voor hoog betaalde zzp’ers geldt ook voor pensioen en cao’s De opt-out met zelfstandigenverklaring is breder, geldt voor vrijwaring van loonheffing, maar ook vrijwaring van pensioen en cao’s. Sociale partners kunnen echter nog wel bepaalde cao- of pensioenbepalingen laten gelden voor werknemers met een zelfstandigenverklaring. Voorwaarden voor zelfstandigenverklaring – In de overeenkomst van opdracht moet zijn opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. – De arbeidsbeloning bedraagt minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019). – De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal een jaar. – De opdrachtgever en opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring. – De opdrachtgever moet zijn ingeschreven in de Kamer van Koophandel. Controle door opdrachtgever op tarief De opdrachtgever krijgt voor bovenstaande eenzelfde controlerende verantwoordelijkheid als bij het minimumtarief voor zzp’ers. Maximaal een jaar Partijen moeten afspreken hoelang de overeenkomst duurt, waarvoor de zelfstandigenverklaring geldt. Voor het gebruik van deze verklaring (opt-out) mag maximaal een jaar worden gewerkt aan een opdracht. Dit is niet afhankelijk van het (juridische) bedrijfsonderdeel binnen een onderneming, het is dus concernonafhankelijk. Er komt een samentelregeling. Alle werkzaamheden die door een werkende eerder zijn verricht voor dezelfde opdrachtgever, ongeacht de contractvorm, tellen mee. Als na afronding van een opdracht minimaal 6 maanden geen werkzaamheden zijn verricht voor die opdrachtgever start bij aanvang van de werkzaamheden een nieuwe termijn van een jaar. Gezamenlijke verklaring Beide partijen tekenen samen de zelfstandigenverklaring voorafgaand aan de werkzaamheden voor een opdracht, met vermelding van het KvK nummer. De verklaring mag zelf worden opgesteld, maar er komt ook een format voor, dat kan worden gebruikt. Als achteraf blijkt dat niet aan de voorwaarden voor de zelfstandigenverklaring is voldaan, geldt die niet met terugwerkende kracht. Als deze vrijwaring niet geldt, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer nog beoordelen of het mogelijk is te werken buiten dienstbetrekking bijvoorbeeld via de webmodule. Is dat niet het geval dan kan de opdrachtnemer alsnog aanspraak maken op rechten als werknemer. De bewijslast dat aan de voorwaarden van de zelfstandigenverklaring is voldaan, ligt bij de opdrachtgever. Als niet aan de voorwaarden is voldaan, kunnen correctieverplichtingen, naheffingen en boetes worden opgelegd door de Belastingdienst. Wetgeving wordt nu vormgegeven Het bovenstaande wordt nu omgezet in wetgeving. Hoe de relatie is met de fictieve dienstbetrekking en de doorwerking van het bovenstaande naar andere arbeidsrechtelijke wetgeving wordt nog uitgezocht. De ontwikkeling van de webmodule voor het bepalen van wel/niet werken als zelfstandige is omslachtig, het maken van een goede ‘beslisboom’ is een verhaal apart. Zie voor details pagina 15 van de Kamerbrief. Handhavingsmoratorium verlengd en uitgebreid Het handhavingsmoratorium is verlengd tot 1 januari 2021, in afwachting van de nieuwe wetgeving. De Belastingdienst kan momenteel in de praktijk moeilijk de bewijslast rondkrijgen dat werkgevers willens en weten gebruik maken van schijnzelfstandigen. Als een bedrijf een verdedigbaar standpunt heeft, en ook de aanwijzingen van de Belastingdienst niet opvolgt, kan de Belastingdienst dit op dit moment niet direct benoemen als ‘kwaadwillend’ en daar tegen optreden. Daarom worden de handhavingsmogelijkheden tijdens dit ‘moratorium’ uitgebreid. Als de Belastingdienst aangeeft dat een bedrijf niet werkt volgens de huidige wetgeving, en die aanwijzingen blijken achteraf niet te zijn opgevolgd, dan kan de Belastingdienst handhavend optreden. Bron: Kamerbrief ‘Voortgang uitwerking maatregelen werken als zelfstandige’, 24 juni 2019 Zie ook Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen Geplaatst in Branchenieuws | Tags arbeidsrecht, belastingdienst, dba, werken als zelfstandige, Zelfstandigenverklaring, zzp | Reacties uitgeschakeld voor Voortgang maatregelen ‘werken als zelfstandige’
Werknemers meer tevreden over arbo-contact Geplaatst 26 juni 2019 door Redactie FlexNieuws Werknemers zijn meer tevreden over hun contact met de arbodienst. Vergeleken met 2016 zijn medewerkers nu meer te spreken over de werkwijze, de toegankelijkheid van de professionals, en de manier waarop met privacy wordt omgegaan. Dat zijn enkele conclusies uit onafhankelijk onderzoek van marktonderzoeksbureau Ipsos onder ruim 900 medewerkers, in opdracht van de brancheorganisatie van arbodiensten OVAL. Tweederde tevreden Het onderzoek richtte zich op de communicatie met de arbodienst, de gemaakte afspraken en de manier van werken, en vroeg naar de dienstverlening van de bedrijfsarts, de casemanager of contactpersoon en ‘andere medewerkers’. Zo’n 70% is in het algemeen ‘tevreden’ of ‘zeer tevreden’ over de arbodienst. De waardering voor de casemanager of contactpersoon steeg van 66% naar 71%, op het gebied van privacy zelfs van 66% naar 75%. Teamwork Volgens OVAL-directeur Petra van de Goorbergh laten de uitkomsten positieve effecten van taakdelegatie binnen de bedrijfsgezondheidszorg zien. “Goede bedrijfsgezondheidszorg en preventie vragen om teamwork waarbij krachten van bedrijfsartsen, casemanagers, arboverpleegkundigen en andere professionals worden gebundeld. Zo wordt ieder op zijn of haar deskundigheid ingezet en is meer ruimte voor maatwerk. En daar is meer en meer tevredenheid over, zo blijkt.” Preventie “De bedrijfsarts houdt te allen tijde de eindverantwoordelijkheid, maar krijgt meer tijd om alleen die werkzaamheden te doen die echt alleen hij kan uitvoeren”, legt Van de Goorbergh uit. “De bedrijfsarts heeft daardoor ook meer ruimte om verzuim te voorkomen door werkgevers te adviseren over preventie.” Werkwijzer Taakdelegatie Begin mei heeft het ministerie van SZW de Werkwijzer Taakdelegatie gelanceerd. Kern is dat bepaalde uitvoerende taken worden uitgevoerd door specialisten, zoals de casemanager of arbeidsdeskundige, met als doel de kwaliteit te verhogen door doeltreffender te werken. OVAL aan de Werkwijzer bijgedragen, de branchevereniging heeft de belangrijkste elementen gebundeld en vertaald naar twee folders. OVAL OVAL bundelt de krachten van dienstverleners die actief zijn op het terrein van werk, loopbaan en vitaliteit. Zij maken samen duurzame inzetbaarheid werkend. Hun opdrachtgevers zijn werkgevers, verzekeraars, UWV, gemeenten en individuele werknemers en werkzoekenden. OVAL-leden voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Ze worden hier regelmatig op getoetst. Bron: OVAL, 26 juni 2019 Geplaatst in Nieuws | Tags arbodienst, bedrijfsarts, OVAL | Reacties uitgeschakeld voor Werknemers meer tevreden over arbo-contact