Voortgang maatregelen ‘werken als zelfstandige’

0
646

Maandag hebben minister Koolmees en staatssecretaris Snel de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de voortgang van de zzp-maatregelen.

  • Zzp’ers aan de onderkant van de markt gaan minimaal 16 euro per uur verdienen.
  • Voor zzp’ers aan de bovenkant van de markt komt er een zelfstandigenverklaring. Die geeft zekerheid over loonheffingen, werknemersverzekeringen, arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen. NB: dit gaat verder dan de opt-out die eerder werd voorgesteld.
  • Alle opdrachtgevers en zelfstandigen krijgen via de opdrachtgeversverklaring vooraf zekerheid.

Deze maatregelen worden op korte termijn verwoord in conceptwetgeving, die voor internetconsultatie wordt aangeboden. Omdat de realisatie van met name de opdrachtgeversverklaring meer tijd vraagt, schuiven een aantal zaken op:

  • De ontwikkeling van een webmodule waarmee de opdrachtgeversverklaring kan worden vastgesteld, loopt vertraging op. De overheid test de webmodule momenteel, in overleg met opdrachtgevers.
  • Het moratorium handhaving Wet DBA wordt verlengd tot 1 januari 2021.

Na de zomer komt er meer informatie wanneer en of de oplevering van de webmodule wel haalbaar is. De ontwikkeling levert vergelijkbare problemen op als vijf jaar geleden met het plan voor de online module ‘Beschikking Geen Loonheffing’ (BGL), bedoeld als vervanger van de VAR.

Minimumtarief geldt ook voor buitenlandse zzp’ers
De zzp-maatregelen moeten oneerlijke concurrentie op de prijs van arbeid tegengaan. Om concurrentie tussen werknemers en (laag betaalde) zzp’ers te voorkomen, is gekozen voor een minimumtarief. Het verschil in arbeidskosten voor werknemers en zzp’ers wordt hierdoor kleiner. Zou het neveneffect kunnen zijn dat dit ook de prijs gaat drukken van zzp’ers die nu beter worden betaald? Het kabinet gaat de arbeidsmarkteffecten van de maatregel onderzoeken. Het minimumtarief gaat overigens ook gelden voor buitenlandse zzp’ers, want het is generiek.

Afbakening: voor wie?
Een maatregel moet handhaafbaar zijn en geen nieuw ontwijkgedrag oproepen. De criteria zijn dus belangrijk.
Het criterium ‘reguliere bedrijfsactiviteiten’ vervalt, want dit blijkt in de praktijk niet werkbaar. Er is ook nog te weinig jurisprudentie over.
Ook het criterium ‘korte duur’ vervalt. Anders worden klussen in stukjes geknipt om het minimumtarief te vermijden.
Het minimumtarief gaat gelden voor zowel zakelijke als particuliere opdrachtgevers.

Minimumtarief gebaseerd op sociaal minimum
In 2019 is het niveau van de bijstandsuitkering netto €13.577 per jaar. Daar is het minimumtarief op gebaseerd. Uitgaande van het idee van een zzp’er voltijd werkt (40 uur per week, 46 weken per jaar) om het bestaansminimum te verdienen.

Het minimumtarief geldt voor alle direct aan de opdracht gerelateerde uren. De zzp’er moet de kosten gerelateerd aan de opdracht daarbovenop in rekening brengen.

Verantwoordelijkheid voor controle en betaling ligt bij opdrachtgever
De offerte wordt belangrijk voor de controle. De zzp’er (opdrachtnemer) moet vooraf een uren- en kostenoverzicht indienen bij de opdrachtgever. Die berekent op basis daarvan of aan het minimum uurtarief is voldaan. Tijdens de opdracht kunnen er meer uren en kosten ontstaan. Een zzp’er (opdrachtnemer) moet die zelf goed bijhouden en na afloop verstrekken aan de opdrachtgever. Die moet extra gemaakte uren en kosten bijbetalen, zodat over het geheel het minimumtarief wordt betaald.

De strikte administratieve verantwoordelijkheid geldt meer voor zakelijke opdrachtgevers dan voor particuliere.

Naleving afdwingen
Opdrachtnemers en belangenorganisaties kunnen naleving van het minimumtarief afdwingen bij de civiele rechter. De Inspectie SZW houdt toezicht op betaling van het minimumtarief.

Nog te onderzoeken
Hoe zit het met het wettelijk minimumloon voor overeenkomsten van opdracht (WML-ovo), fictieve dienstbetrekkingen, ketenaansprakelijkheid en het uitzonderen van bepaalde groepen? Daar wordt nog onderzoek naar gedaan.

Opt-out voor hoog betaalde zzp’ers geldt ook voor pensioen en cao’s
De opt-out met zelfstandigenverklaring is breder, geldt voor vrijwaring van loonheffing, maar ook vrijwaring van pensioen en cao’s. Sociale partners kunnen echter nog wel bepaalde cao- of pensioenbepalingen laten gelden voor werknemers met een zelfstandigenverklaring.

Voorwaarden voor zelfstandigenverklaring
– In de overeenkomst van opdracht moet zijn opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten.
– De arbeidsbeloning bedraagt minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019).
– De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal een jaar.
– De opdrachtgever en opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
– De opdrachtgever moet zijn ingeschreven in de Kamer van Koophandel.

Controle door opdrachtgever op tarief
De opdrachtgever krijgt voor bovenstaande eenzelfde controlerende verantwoordelijkheid als bij het minimumtarief voor zzp’ers.

Maximaal een jaar
Partijen moeten afspreken hoelang de overeenkomst duurt, waarvoor de zelfstandigenverklaring geldt. Voor het gebruik van deze verklaring (opt-out) mag maximaal een jaar worden gewerkt aan een opdracht. Dit is niet afhankelijk van het (juridische) bedrijfsonderdeel binnen een onderneming, het is dus concernonafhankelijk. Er komt een samentelregeling. Alle werkzaamheden die door een werkende eerder zijn verricht voor dezelfde opdrachtgever, ongeacht de contractvorm, tellen mee.
Als na afronding van een opdracht minimaal 6 maanden geen werkzaamheden zijn verricht voor die opdrachtgever start bij aanvang van de werkzaamheden een nieuwe termijn van een jaar.

Gezamenlijke verklaring
Beide partijen tekenen samen de zelfstandigenverklaring voorafgaand aan de werkzaamheden voor een opdracht, met vermelding van het KvK nummer. De verklaring mag zelf worden opgesteld, maar er komt ook een format voor, dat kan worden gebruikt.

Als achteraf blijkt dat niet aan de voorwaarden voor de zelfstandigenverklaring is voldaan, geldt die niet met terugwerkende kracht. Als deze vrijwaring niet geldt, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer nog beoordelen of het mogelijk is te werken buiten dienstbetrekking bijvoorbeeld via de webmodule. Is dat niet het geval dan kan de opdrachtnemer alsnog aanspraak maken op rechten als werknemer.

De bewijslast dat aan de voorwaarden van de zelfstandigenverklaring is voldaan, ligt bij de opdrachtgever. Als niet aan de voorwaarden is voldaan, kunnen correctieverplichtingen, naheffingen en boetes worden opgelegd door de Belastingdienst.

Wetgeving wordt nu vormgegeven
Het bovenstaande wordt nu omgezet in wetgeving. Hoe de relatie is met de fictieve dienstbetrekking en de doorwerking van het bovenstaande naar andere arbeidsrechtelijke wetgeving wordt nog uitgezocht.

De ontwikkeling van de webmodule voor het bepalen van wel/niet werken als zelfstandige is omslachtig, het maken van een goede ‘beslisboom’ is een verhaal apart. Zie voor details pagina 15 van de Kamerbrief.

Handhavingsmoratorium verlengd en uitgebreid
Het handhavingsmoratorium is verlengd tot 1 januari 2021, in afwachting van de nieuwe wetgeving.
De Belastingdienst kan momenteel in de praktijk moeilijk de bewijslast rondkrijgen dat werkgevers willens en weten gebruik maken van schijnzelfstandigen. Als een bedrijf een verdedigbaar standpunt heeft, en ook de aanwijzingen van de Belastingdienst niet opvolgt, kan de Belastingdienst dit op dit moment niet direct benoemen als ‘kwaadwillend’ en daar tegen optreden. Daarom worden de handhavingsmogelijkheden tijdens dit ‘moratorium’ uitgebreid. Als de Belastingdienst aangeeft dat een bedrijf niet werkt volgens de huidige wetgeving, en die aanwijzingen blijken achteraf niet te zijn opgevolgd, dan kan de Belastingdienst handhavend optreden.

Bron: Kamerbrief ‘Voortgang uitwerking maatregelen werken als zelfstandige’, 24 juni 2019

Zie ook
Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen