SLUIT MENU

Wet DBA, meer controle en handhaving

Wat kunnen ondernemers verwachten wanneer zij een controle krijgen van de Belastingdienst in het kader van de Wet DBA? Welke impact heeft het beantwoorden van vragenlijsten?

Angelique Perdaems

‘Spreken is zilver, nadenken goud,’ zo adviseert Angelique Perdaems, werkzaam bij Hertoghs Advocaten. ‘Blijf alert en bereid je goed voor.’

Angelique Perdaems is gespecialiseerd in fiscaal recht. Zij assisteert klanten in juridische discussies met de Belastingdienst over boetes en belastingaanslagen zoals loonheffingen. Ook uitzenders, detacheringsbureaus, payrollers en zzp-bemiddelaars behoren tot de klantenkring.

De controle op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is bevroren in afwachting van nieuwe wetgeving voor zzp’ers. Tegelijk is de wet nog wel geldig; de Belastingdienst doet momenteel controles bij bedrijven waarvan het vermoeden bestaat dat zij moedwillig schijnzelfstandigen inzetten. Lees meer

De druk wordt opgevoerd
De bevriezing van de huidige zzp-wetgeving, het zogenoemde handhavingsmoratorium zou geldig zijn tot 1 januari 2020. Op die datum zou de nieuwe wetgeving voor het beoordelen van arbeidsrelaties ingaan. Deze week werd bekend dat het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 1 januari 2021. Bovendien wordt de handhaving aangescherpt doordat de Belastingdienst gaat handhaven als opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet of onvoldoende opvolgen. Dat zeggen minister Koolmees en staatssecretaris Snel deze week in hun brief aan de Tweede (en Eerste) Kamer over de voortgang van de zzp-maatregelen.

Hoe is de huidige situatie?
“De Belastingdienst kan bedrijven een vragenbrief sturen,” zo vertelt Angelique. “In een regulier boekenonderzoek (controle op de boekhouding) wordt ook fysiek een bezoek gebracht aan het betreffende bedrijf. Dat gaat gepaard met uitgebreide vragenlijsten, die ook ingaan op de beoordeling van de arbeidsrelatie. De bewijslast voor kwaadwillendheid (dus het opzettelijk werken met schijnzelfstandigen om loonheffingen te ontduiken) ligt bij de Belastingdienst. Door het handhavingsmoratorium van de Wet DBA kan de Belastingdienst pas concreet iets doen indien er sprake is van kwaadwillendheid en evidente schijnzelfstandigheid.

De criteria voor de gezagsverhouding zijn verduidelijkt in het Handboek Loonheffing (1 januari 2019) en ik vind dat die ook wel zijn aangescherpt. Tijdens reguliere boekenonderzoeken wordt hier wel aandacht aan besteed.

De Belastingdienst vraagt bijvoorbeeld naar arbeidsovereenkomsten. Als er wordt gewerkt met zzp’ers, wordt gevraagd naar de overeenkomst van opdracht en de facturen. Hoeveel uur werkt een zzp’er; wisselt dat per week of per dag? Kan diegene zelf zijn werktijden indelen, wie geeft de instructies? Is er sprake van toezicht op de werkzaamheden? Via dat soort vragen gaat de Belastingdienst na hoe de werkzaamheden door de zzp’ers worden verricht.

De Belastingdienst heeft wat dit betreft heel veel bevoegdheden en mag alle informatie vragen die voor de belastingheffing van belang kan zijn. Dat is dus heel breed.”

Leidt dit in de praktijk tot naheffing of boetes?
“Er zijn nog veel onduidelijkheden in deze wetgeving. Daardoor beseft de Belastingdienst ook wel dat er niet zomaar een naheffing kan worden opgelegd en dat een boete al helemaal niet aan de orde kan komen. In de Kamerbrief van deze week wordt erkend dat het zeer lastig is voor de Belastingdienst om aan de zware bewijslast van kwaadwillendheid en evidente schijnzelfstandigheid te voldoen. [zie pagina 18 van de Kamerbrief]

In het belastingrecht is er veel discussie over de vraag: moet een ondernemer antwoord geven op de vragen als hij daarmee zichzelf kan beschuldigen? Kan hij een beroep doen op zijn zwijgrecht. Formeel hoeft een persoon en/of onderneming niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat geldt ook bij een boete. Volgens de Hoge Raad mag een verklaring niet voor een boete worden gebruikt.* Toch is de ondernemer verplicht alle stukken te geven en vragen te beantwoorden in het belang van de belastingheffing. Verklaringen kunnen dan voor de boete van bewijs worden uitgesloten.”

Vragen leiden tot onrust
“Bij bedrijven ontstaat er dus zeker onrust als er een vragenbrief komt of een boekenonderzoek wordt aangekondigd. Ze weten niet welke financiële gevolgen dit kan hebben. Wij zien dat de Belastingdienst redelijk vlot boetes oplegt, hoewel voor beboeting veel zwaardere voorwaarden gelden dan voor belasting(na)heffing. Dat verliest de Belastingdienst weleens uit het oog.

De Belastingdienst moet bovendien bewijzen dat er willens en wetens een onjuiste aangifte is ingediend. In de praktijk is er al snel de conclusie: er is een onjuiste aangifte ingediend, dus dat is opzettelijk gedaan.

In de vragenbrief van de Belastingdienst staan vrij korte termijnen voor de beantwoording. Wij adviseren hoe dan ook: reageer niet ad hoc vanwege de druk die zo’n brief uitoefent. Werk zorgvuldig, denk na. Vraag tijd om zaken schriftelijk te beantwoorden.”

Wat doen jullie?
“Als een bedrijf zo’n vragenbrief krijgt van de Belastingdienst, praten wij eerst met de betrokkenen van het bedrijf: hoe zijn de arbeidsrelaties bij jullie vormgegeven? Welke argumenten zien wij als in overeenstemming met zelfstandig werken, of lijkt het in onze ogen meer op het werken in loondienst? Op die manier bereiden wij de ondernemers voor op het gesprek met de inspecteur van de Belastingdienst.

Het is belangrijk vooraf je rechten en plichten te kennen. De Belastingdienst mag alles vragen en toch zit daar een grens aan.

Voor de ondernemer is het van belang goed te beseffen: welke vragen gaan over mijn positie; wist ik van deze situatie, had ik deze arbeidsrelatie(s) in mijn onderneming moeten voorkomen? Zijn de vragen gericht op het opleggen van een boete?

Als de ondernemer zich overdonderd voelt, adviseren wij in ieder geval: blijf niet ondoordacht doorpraten. Je kan vragen om schriftelijk te mogen reageren zodat goed over de antwoorden kan worden nagedacht en kan worden afgestemd met een advocaat. ”

Waarvoor gebruikt de Belastingdienst de gesprekken?
“Er zijn twee doelen. Enerzijds is het bedoeld als een analyse van hoe het eraan toegaat bij bedrijven, welke arbeidsrelaties er zijn en hoe die zijn ingericht en of dat tot aanpassing in de toekomst of belastingheffing moet leiden. Anderzijds wil de Belastingdienst ook leren van de gesprekken om de nieuwe zzp-wetgeving goed te kunnen inrichten. Wanneer er iets is wat de Belastingdienst tijdens zo’n gesprek triggert, kan dat natuurlijk wel aanleiding geven tot nadere controle.

Er is natuurlijk ook nog steeds wel controle op zwart werk, premieheffing zoals sectorindeling en toepassing van de premiekorting. Bijvoorbeeld de vraag of een taxibedrijf voor alle gewerkte uren premiekorting mag toepassen of alleen over de in het contract opgenomen minimum-uren. Dus de controle is veel breder dan alleen voor de Wet DBA. Overigens staat in de brief van deze week dat de Belastingdienst meer personeel in gaat zetten op controle.

De controle die de Belastingdienst uitvoert gaat ook nog over voorgaande jaren, tot vijf jaar terug. We hebben daarom ook nog met de oude wetgeving te maken, ook al veranderen straks een aantal regels met de WAB.”

Steekproef extrapolatie
“Bij een loonbelastingcontrole zien we in zijn algemeenheid wel dat de Belastingdienst controle doet over één jaar en door middel van een steekproef vaststelt welke fouten zijn gemaakt. Aan de hand daarvan wordt bepaald welk bedrag aan loonbelasting zal worden nageheven. Dit wordt vervolgens geëxtrapoleerd naar andere jaren. Vanuit de optiek van de Belastingdienst is dat efficiënt; de loonheffing over 2017 geldt dan ook voor 2016, 2015 en 2014. Voor ondernemers is het wel belangrijk om hier heel kritisch op te zijn. Klopt dit met de feiten? Als de feiten niet hetzelfde zijn, kan niet worden geëxtrapoleerd. Ook moet een steekproef aan allerlei vereisten voldoen. De Belastingdienst moet de naheffing goed onderbouwen.

Resumerend: als alles goed is geregeld, ontvangen ondernemers hun reguliere aanslagen. Wij zien echter dat er in de praktijk zomaar een controle kan komen die vaak resulteert in een discussie over de uitleg van de wet.”

Interview: Hinke Wever

*Een verklaring is wilsafhankelijk materiaal die wel moet worden verstrekt maar niet mag worden gebruikt om iemand te beboeten. Er is discussie over of het onderscheid tussen wilsafhankelijk en niet wilsafhankelijk materiaal in lijn is met de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Zie HR 12 juli 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ3640. Dit arrest wordt besproken in het boek van A.A. Feenstra en A.J.C. Perdaems, De jacht op buitenlands vermogen, Deventer 2017.

Hertoghs advocaten gespecialiseerd in het behandelen van conflicten met de overheid: Openbaar Ministerie, FIOD en Belastingdienst.

Zie ook
Voortgang maatregelen ‘werken als zelfstandige’
Column: Wet DBA nog springlevend

Hinke Wever is een creatieve verbinder van werk- en levensterreinen. Ze was als redacteur vanaf de start betrokken bij FlexNieuws.