Maandelijkse archieven: mei 2016

Nederland en België inspecteren samen uitzendbureau

Drie Nederlandse en vier Belgische/Vlaamse inspectiediensten controleerden op vrijdag 13 mei gezamenlijk een uitzendbureau dat grensoverschrijdend actief is in de bouwsector.

De controle had tegelijkertijd plaats in Nederland (Den Haag) en in België (Turnhout en Hasselt). De inspectie vloeit voort uit de Benelux-samenwerking, waarbinnen de partnerlanden gezamenlijk actief zijn op het terrein van sociale dumping en het tegengaan van schijnconstructies.

In Nederland wijzen de eerste voorlopige resultaten in de richting van uitkeringsfraude en het niet doen van loonaangiften. Ook wordt nog gekeken door de Inspectie SZW of er sprake is van overtreding van de WML. In België werden personen aangetroffen zonder identiteitspapieren. Zij waren evenmin gemeld in het verplichte Belgische aanwezigheidsregistersysteem. Niet uitgesloten wordt dat naar aanleiding van verder onderzoek andere overtredingen worden geconstateerd.

Omstandigheden waarin werknemers onderbetaald worden, (te) lang werken, illegaal arbeid verrichten, er sprake is van uitkeringsfraude of verschuldigde premies en belastingen niet betaald worden, zijn al jaren een doorn in het oog van de Benelux-landen. Er is dit keer een gezamenlijke controle in de bouwsector uitgevoerd. Vaak worden buitenlandse onderaannemers ingeschakeld die niet alle sociale spelregels respecteren en hierdoor ruim onder de reguliere marktprijzen werken. Ook in het verleden zijn al gezamenlijke inspectie geweest om hiertegen op te treden.

Gemengde inspectieteams
Nederlandse inspecteurs van de Inspectie SZW waren bij de controles in België aanwezig. Omgekeerd gingen Belgische/Vlaamse inspecteurs mee naar de controle in Nederland. Er namen totaal 28 inspecteurs (14 uit België/Vlaanderen en 14 uit Nederland) aan deze actie deel.

De vier Belgische/Vlaamse deelnemende inspectiediensten waren: de Sociale Inspectie, de Rijksdienst Sociale Zekerheid (RSZ), de inspectie van de Vlaamse overheid (Handhaving en Toezicht, Departement Werk en Sociale Economie), de inspectie Toezicht Sociale Wetten (Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg). De drie Nederlandse deelnemende inspectiediensten waren: Inspectie SZW, Belastingdienst en UWV.

Doel controleactie
De gemeenschappelijke controle, die op hetzelfde moment plaatsvond in Vlaanderen en Nederland, richtte zich op een Nederlands uitzendbureau gevestigd in Den Haag dat werkzaam is voor verschillende Belgische klanten in de bouwsector. Zowel het hoofdkantoor in Nederland als twee actieve bouwplaatsen (bouw van appartementen) in Turnhout en Hasselt werden aan een inspectie onderworpen.

Door een gezamenlijke Belgisch-Nederlandse risicoanalyse is dit bedrijf naar boven gekomen. Dit gaf aanleiding om ter plaatse gericht te controleren op de correcte naleving van de wetgeving rond o.a. minimumlonen, arbeidstijd, sociale zekerheid, belastingen alsook van de nationale en regionale wetgevingen over uitzendarbeid en –bureaus.

Benelux-afspraken
De gezamenlijke controle van vrijdag is een concrete uitwerking van de afspraken die de drie landen maakten tijdens de Benelux-Sociale Top in 2014 en de Top van Benelux-Eerste ministers in 2015. Ze past ook binnen de daaropvolgende Benelux-aanbeveling over nauwere samenwerking in de strijd tegen grensoverschrijdende sociale fraude, waarin onder andere werd afgesproken om gemeenschappelijke inspecties te organiseren.

Deze operationele samenwerking binnen de Benelux is een voorbeeld van hoe oneerlijke concurrentie voor bedrijven in de regio kan worden tegengegaan. De Benelux toont hiermee aan Europa hoe gemeenschappelijke controles georganiseerd kunnen worden en hoe dit probleem door een grensoverschrijdende samenwerking kan worden aangepakt.

Bron: Inspectie SZW, 17 mei 2016

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Nederland en België inspecteren samen uitzendbureau

Op bezoek bij Marcel Burger, Burger Support

Marcel Burger, Burger Support - Femke van Soest, FaseVijf

Deze column is onderdeel van een serie, waarin Femke van Soest, partner/eigenaar van Fase Vijf, op bezoek gaat bij arbeidsbemiddelaars.

Zes vragen aan Marcel Burger
DGA (mede eigenaar) en Senior Consultant Burger Support. Burger Support is een werving- en selectie- bureau, interim en HR-advies voor MKB bedrijven in Flevoland. Burger Support richt zich op MBO+ en HBO-niveau vacatures en kandidaten.

Wat is je huidige functie?
Directeur (mede eigenaar) en senior consultant in Lelystad.

Wat was je start-functie?
In 1990 ben ik begonnen als intercedent bij Unique in Almere.

Wat is je het meest bijgebleven in deze werkperiode?
Het werkplezier, de dynamiek en de humor. Het was echt een gave tijd! Iedere vrijdagmiddag kwamen al jouw uitzendkrachten langs om hun werkbriefje in te leveren en om een borrel te drinken. Het was snoeihard werken, met veel vrijheid en ruimte voor ondernemerschap om je “eigen winkeltje” te runnen. In die tijd spraken we nog niet over werk/privé balans. Ik heb in deze eerste werkperiode veel geleerd en meegemaakt. Van een dagje meewerken op de vuilniswagen (had indertijd een pool van 20 uitzendkrachten op de vuilniswagen) tot een controle anti discriminatie. Ter controle kwam de inspectie undercover langs als secretaresse en een niet-Nederlands- sprekende uitzendkracht. Kijken wat ik ging doen. Pas na een half uur had ik door dat ik in de maling werd genomen, dat dit een valstrik was. Je leert dus je mannetje staan. Wat ook in mijn geheugen gegrift staat, is de enorme competitie tussen de vestigingen. Iedereen wilde de beste zijn! En het mooie is natuurlijk dat je zelf de resultaten kon (en nog steeds kunt) beïnvloeden.

Waar liggen momenteel de grootste kansen voor flex leveranciers?
De grootste kans ligt is het ontzorgen van bedrijven. In ons geval de MKB bedrijven in Flevoland. Bedrijven zijn gefocused op hun core business, expertise (bijvoorbeeld HR support) kopen zij in. Wij merken dat we steeds vaker “on demand” worden ingeschakeld. Bedrijven leggen een vraag neer, wij lossen het voor ze op. Doordat wij als flexleveranciers bij meerdere organisatie naar binnen kijken, kunnen we hen nog beter van dienst zijn. Als je dit goed doet, kun je uitgroeien naar een rol als partner, breder dan alleen flex/HR. Zo verbinden wij wekelijks bedrijven met andere bedrijven, zijn een soort spin in de business.

Wat zou je intercedenten mee willen geven
De rol van intercedent is de beste leerschool om je carrière te starten. Zeker als je het vergelijkt met een traineeship bij een groot bedrijf. Dan zie je slechts één afdeling, in het geval van intercedent leer je je eigen toko te draaien. Je bent een piloot in een cockpit, jij mag aan de knoppen draaien. Het mooie van het vak van intercedent is dat je heel veel invloed hebt, maar ook direct het resultaat ziet van je handelen. Of het nu gaat om kandidaten, bedrijven of tarieven, jij bent degene die beslist of je iemand voorstelt, het bedrijf belt en de marge iets verhoogt of verlaagt om de deal te closen. Kortom, gaaf!

Wie zou jij in de volgende column aan het woord laten?
Ik geef het woord aan Marco Broeknellis, Algemeen Directeur bij AB Flexkracht.

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Op bezoek bij Marcel Burger, Burger Support

Arbeidsinspectie: omstandigheden vaste en ZZP-pakketbezorgers ondermaats

| Arbeidsomstandighedenwet | Arbowet |


Zowel vast personeel als zzp-pakketbezorgers van PostNL verdienen betere werkomstandigheden, vindt de Arbeidsinspectie.

Het postbedrijf is volgens de Arbeidsinspectie in overtreding van de Arbowet en hangt een boete boven het hoofd, zo meldt de Volkskrant. De werkdruk en fysieke belasting is te hoog, en PostNL is volgens de inspectie onvoldoende met de arbeidsomstandigheden van haar personeel bezig.

PostNL zal voor 1 september maatregelen moeten nemen om een boete te voorkomen.

Gezagsverhouding
PostNL houdt vol dat er geen sprake van een ‘gezagsverhouding met de kleine zelfstandigen’, en dat de kritiek  daarom niet gegrond is. De Arbeidsinspectie stelt echter dat de Arbowet ook voor zzp’ers van kracht is.

Bron: de Volkskrant, 13 mei 2016

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsinspectie: omstandigheden vaste en ZZP-pakketbezorgers ondermaats

Uitlener, let op uw AOW’ers! – update

Laatste update: 30 juni 2016
Op onderstaande tekst zijn sinds publicatie wijzigingen aangebracht.
Dit heeft te maken met een tussentijdse wijziging in het overgangsrecht bij de NBBU en het nog niet laten begrenzen van de loondoorbetaling bij ziekte door de ABU. De wijzigingen en aanvullingen op de oorspronkelijke tekst vindt u terug middels de klikbare voetnoten onderaan deze pagina.


Uitlener, let op uw AOW’ers!
1 juli vervalt het overgangsrecht van de Wet Werk en Zekerheid, dat geldt voor alle werknemers. Daarnaast verandert er iets in de Ziektewet voor AOW-gerechtigden. De combinatie van die twee heeft forse impact op het ter beschikking stelling van pensioengerechtigden: de ene arbeidsrechtelijk en de andere voor de kostprijs. In dit artikel bespreek ik de gevolgen.

De wijzigingen in vogelvlucht
Vroeger was het uitzenden van gepensioneerden overzichtelijk en administratief relatief eenvoudig. Er hoefden, behalve voor de zorgverzekering, geen premies te worden betaald en het fasesysteem bood veel en vooral lang flexibiliteit. In enkele jaren is er veel veranderd: het begon met het verschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd, daarna moest er tot 67 jaar pensioenpremie worden betaald en sinds 1 januari zijn de regels voor loondoorbetaling bij ziekte veranderd. Als laatste vervallen op 1 juli aanstaande de uitgebreidere fasesystemen voor AOW’ers in de cao van ABU en NBBU.

Afwijkende fasesystemen voor AOW’ers vervallen
In zowel de cao van de ABU als van de NBBU kunnen gepensioneerden langer worden uitgezonden en is opvolgend werkgeverschap beperkt. Op grond van het overgangsrecht van de WWZ kan daar nog tot 1 juli gebruik van worden gemaakt. Daarna gelden de nieuwe spelregels en daarmee gaat – vooral voor leden van de NBBU – veel van de extra flexibiliteit die er was, verloren (zie kader).

Voor de gebruikers van de cao van de ABU hebben de wijzigingen nauwelijks praktische gevolgen. De minimale mogelijkheden van 52 weken fase A en 6 contracten in 4 jaar fase B blijven behouden.

Voor NBBU-leden is de impact forser. Niet alleen wordt de maximale uitzendduur veel korter, ook de rechtspositie van elke AOW’er die nu langer dan 78 weken in fase 2 zit, moet opnieuw worden bepaald. Uit eigen ervaring kan ik u vertellen dat dat erg complex is. FlexKnowledge kan u daarbij helpen. NBBU-leden kunnen natuurlijk ook contact opnemen met hun servicedesk. Vergeet overigens niet dat het vervallen voor het overgangsrecht per 1 juli voor álle werknemers die meer dan 78 weken in fase 2 hebben gewerkt gevolgen heeft!

Nu in beide uitzendcao’s de extra mogelijkheden voor AOW’ers vervallen, zijn vanaf 1 juli de mogelijkheden voor het uitzenden van gepensioneerden weer vrijwel gelijk. Waarbij aangetekend moet worden dat reguliere werkgevers sinds 1 januari zelf ook meer mogelijkheden hebben, omdat zij na de pensionering nog 6 contracten in 4 jaar aan mogen bieden, ongeacht het arbeidsverleden van de werknemer en ook nog maximaal 13 weken loondoorbetalingsplicht bij ziekte hebben.

Loondoorbetaling bij ziekte voor AOW’ers
Niet alleen het fasesysteem voor AOW’ers wijzigt per 1 juli, maar ook de uitvoering van de Ziektewet. Sinds 1 januari 2016 geldt voor AOW’ers een loondoorbetalingsverplichting bij ziekte door de werkgever van maximaal 13 weken in plaats van twee jaar.1 Dat geldt zowel voor ‘gewone’ werknemers als voor gedetacheerden. Deze loondoorbetaling bij ziekte geldt óók voor AOW’ers die een contract met uitzendbeding hebben. Zij vallen in dat geval onder de Ziektewet en krijgen daarom een uitkering van het UWV. Voor die uitkering wordt echter geen premie betaald.

De wijziging is dat vanaf 1 juli het UWV deze Ziektewetuitkering 1 op 1 kan gaan verhalen op de werkgever. Dat betekent dat de uitlener een rekening kan krijgen voor maximaal 13 weken 70% van het dagloon. Zeker voor uitleners die veel met AOW’ers werken, is dit een fors risico. En dit is niet het enige….
Nu deze groep werknemers recht heeft op een Ziektewetuitkering, is er ook een recht op wachtdagcompensatie én op de aanvulling Ziektewet van 70 naar 90/91%. Het feit dat de maximale periode is begrensd tot 13 weken, doet niets aan dat recht af. Het moet worden betaald aan alle gepensioneerden die een contract met uitzendbeding hebben.

Gevolgen voor de kostprijs
Als we de consequenties hiervan doorrekenen in onze standaard kostprijsberekening, dan zijn die fors. De afgelopen jaren zijn er al steeds meer varianten bijgekomen. AOW’ers kunnen namelijk werken op basis van contracten mét en zonder uitzendbeding, er kan in alle fases wel of geen deelname zijn aan de Basisregeling van StiPP maar ook aan de Plusregeling en nu komt daar dus nog ziekterisico, wachtdagcompensatie en aanvulling Ziektewet bij.
In onze standaard rekenmethodiek gaan we uit van een werkgever die werkt met de ABU cao, die is ingedeeld in sector 52 en die de sectorale premies voor de Werkhervattingskas (Whk) betaalt. De werknemer betaalt de maximaal toegestane premies voor de aanvulling Ziektewet, WGA-Flex en WGA-Vast en we gaan uit van deelname aan de Basisregeling van StiPP in alle fases.

In onderstaande tabel hebben wij alleen de premie Aanvulling Ziektewet en wachtdagcompensatie toegevoegd, dus niet de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte.

In de tabellen zijn de kostprijsfactoren genoemd. Als u het bruto uurloon vermenigvuldigt met deze factoren, krijgt u een realistische kostprijs voor de arbeid.

Premiegroep IA, fase A IIA, fase A IB+IIB, fase A IB+IIB, fase B en C
Tot 1 juli 1,3559 1,3559 1,3559 1,3410
Vanaf 1 juli 1,3787 1,3839 1,3559 1,3410

De kosten voor ziekte waren bij IA en IIA tot nu toe 0 en voor IB+IIB kwamen die tijdens de duur van de overeenkomst voor rekening van de werkgever tot een maximum van 2 jaar. Nu zijn de kosten voor alle premiegroepen en fasen tot maximaal 13 weken voor de werkgever.2 Stel dat we die kosten op 3% stellen en die doorrekenen in het voorbeeld, dan worden de factoren als volgt:

Premiegroep IA, fase A IIA, fase A IB+IIB, fase A IB+IIB, Fase B en C
Tot 1 juli 2016
zonder ziektekosten 1,3559 1,3559 1,3559 1,3410
3% kosten voor verzuim 1,3559 1,3559 1,3927 1,3777
Vanaf 1 juli 2016
zonder ziektekosten 1,3787 1,3839 1,3559 1,3410
3% kosten voor verzuim 1,4158 1,4311 1,3927 1,3777

Waar de kosten in premiegroep IB+IIB (detacheren) in ieder geval niet stijgen en afhankelijk van de contractduur kunnen dalen, stijgen de kosten in premiegroep IA of IIA (uitzenden met beding) met ongeveer 5%.

En dan rekenen we met slechts 3% verzuimkosten. Als gemiddelde over een grote populatie is dat wellicht realistisch, maar als de uitlener slechts incidenteel pensioengerechtigden uitzendt en dan 13 weken ziekterisico volledig zelf moet betalen, redt hij het daar niet mee. Een (vereenvoudigd) rekenvoorbeeld:
Stel dat het uurloon € 10,- bruto is. Er wordt 40 uur per week gewerkt. De kandidaat wordt ziek en heeft 13 weken lang recht op loondoorbetaling van 91%, dus € 9,10. De kostprijs in IA is dan een kleine € 13,- per ziekte-uur. Als de kandidaat 13 weken moet worden doorbetaald, dan kost dat ruim € 6700,-!
Wat nu te doen?

Vervallen overgangsrecht

  • Overleg met uw softwareleverancier óf en hoe hij de wijziging van de telling ondersteunt. In ieder geval adviseren wij u de volgende stap te zetten!
  • Voor alle AOW-gerechtigden moet worden gecontroleerd wat de rechtspositie vanaf 1 juli wordt. Houd er rekening mee dat 1 juli een vrijdag is!

Kosten ziekterisico

  • Bepaal de mogelijke extra risico’s en kosten die kunnen ontstaan
  • Pas de interne kostprijsberekeningen aan waarop de tarieven worden gebaseerd
  • Overleg met uw softwareleverancier of en welke aanpassingen er nodig zijn in de inrichting

Als uitlener is de eenvoudigste oplossing om voor pensioengerechtigden het uitzendbeding niet meer te gebruiken. Dan blijven de kosten in principe ongewijzigd na 1 juli, mits van realistische verzuimkosten wordt uitgegaan.

Als inlener weet u nu waarom uw uitzendbureau de tarieven voor gepensioneerden wellicht moet aanpassen per 1 juli.

Wilt u weten wat deze wijzigingen precies voor úw organisatie betekenen? Neem dan contact met ons op, dan kunnen wij het u voorrekenen.

Marcel Reijmers, partner FlexKnowledge

1 Dit geldt (nog) niet voor de CAO van de ABU. De ABU heeft laten weten dat artikel 53 lid 6 van de CAO prevaleert op de wet en dat dus gedurende de hele looptijd van de overeenkomst het loon bij ziekte moet worden doorbetaald. De NBBU heeft de loondoorbetaling bij ziekte in artikel 25 lid 1c van de cao wel begrensd tot maximaal 13 weken.
2 Zie voetnoot 1.

 

AOW’ers in de uitzendcao’s: wat zijn de regels vóór en na 1 juli?

ABU

  • Voor 1 juli: In artikel 13 lid e wordt voor gepensioneerden fase A verlengd tot maximaal 130 weken en in artikel 17 lid 5 wordt de inpassing van opvolgend werkgeverschap geregeld. Het komt erop neer dat als de werknemer bij zijn oude werkgever bleef, hij nog 52 weken in fase A mocht werken en daarna 6 contracten in 4 jaar in fase B mocht krijgen.
  • Na 1 juli: In artikel 13 vervalt lid e en wordt fase A ook voor pensioengerechtigden dus maximaal 78 weken. In het nieuwe artikel 17 lid 5 staat dat het relevante arbeidsverleden moet worden verrekend, maar dat er nog steeds altijd 52 weken fase A overblijven, waarna nog 6 contracten in 4 jaar mogelijk zijn in fase B.

NBBU

  • Voor 1 juli: Opvolgend werkgeverschap voor AOW’ers is geregeld in artikel 32 en in artikel 33 is het Fasensysteem AOW-Plus beschreven. Dat betekent: 26 weken fase 1, 130 weken fase 2 en dan 234 weken fase 3 waarin 18 detacheringscontracten gegeven mochten worden. In geval van opvolgend werkgeverschap blijven er minstens de 18 contracten in 234 kalenderweken over in fase 3 en dat kon oplopen tot 28 contracten in 364 kalenderweken.
  • Na 1 juli: fase 1 en 2 worden samen 78 weken en daarna volgen nog 6 contracten in 4 jaar in fase 3. Hiermee komt artikel 33 te vervallen en wordt artikel 32 aangepast op de situatie per 1 juli 2016. Het arbeidsverleden van een AOW-gerechtigde die voorafgaand aan het opvolgend werkgeverschap een overeenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd heeft gehad, hoeft niet te worden meegenomen, bij opvolgend werkgeverschap. Dat betekent dat de kandidaat dus mag beginnen in week 1 van fase 1. Als een uitzendkracht de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en hij zit op dat moment in fase 3, dan zullen (conform artikel 7:668a lid 12 BW) alle contracten die binnen fase 3 zijn aangegaan voorafgaand aan het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, komen te vervallen en wordt er opnieuw vanaf begin fase 3 gestart met contracten.

Reguliere arbeidsrecht

  • De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd loopt van rechtswege af bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd en daarna mag elke werkgever nog 6 contracten in 4 jaar geven.

Bovenstaande is een hele korte en niet volledige samenvatting van de fasesystemen. De exacte regels staan in de genoemde cao-artikelen, zie ABU-cao en zie NBBU-cao.

 


Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Uitlener, let op uw AOW’ers! – update

FNV Bouw bezorgd om onvrijwillige flexwerkers

Janna Mud (FNV Bouw) zegt het aantal onvrijwillige flexwerkers in de bouw zorgelijk te vinden.

Het sectorhoofd reageert in een persverklaring op recente cijfers van het CBS en TNO, waaruit blijkt dat in het eerste kwartaal van dit jaar een kwart van alle werknemers in Nederland werkt op basis van een flexibel dienstverband.

Liever vast
Mud is niet verrast door het feit dat de meeste flexwerkers onvrijwillig hun rol vervullen: “De cijfers zijn een bevestiging van het beeld dat wij zelf hebben van de sector. Veruit de meeste flexwerkers in de bouw doen het niet voor de lol. Ze hebben tegen hun zin grote inkomensonzekerheid.”

Zekerheid
Werkgevers zouden volgens volgens Janna Mud moeten durven investeren in het aanbieden van banen met zekerheid en contracten, in ruil voor loyaliteit van hun personeel. “Dat is de investering meer dan waard, zeker in een tijd van toenemende schaarste aan vakkrachten.”

Bron: FNV, 18 mei 2016

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor FNV Bouw bezorgd om onvrijwillige flexwerkers