FNV: ‘gelijk speelveld nodig’ Geplaatst 9 juni 2015 door Hinke Wever De FNV wil dat er een gelijk speelveld voor zzp’ers komt en dat voor werk dat structureel is, arbeidscontracten de norm zijn. Opdrachtgevers huren zzp´ers veel te goedkoop in, vindt Ton Heerts. “Als mensen zelf kiezen voor zelfstandig ondernemerschap is daar natuurlijk niets op tegen. Maar als zzp de norm wordt zoals de VVD wil, glijden we af naar een samenleving waarin niemand zeker is of hij de volgende dag nog werk heeft.” “Als alles overgelaten wordt aan de vrije markt, als werknemers alleen als kostenpost gezien worden waarop bezuinigd moet worden, dan gooi je 100 jaar strijd voor een eerlijke en rechtvaardige samenleving weg.” De schuld ligt bij de opdrachtgevers. Zij huren goedkope zzp’ers in, en zorgen daarmee voor verdringing aan de onderkant van de arbeidsmarkt (zie de Volkskrant: verdringing in de pakketbezorging). “Zzp’ers krijgen in toenemende mate werk dat structureel is. Opdrachtgevers wentelen alle risico’s als pensioen, ziekte en werkloosheid af: de zzp’er lost het zelf maar op. Mede door de zelfstandigenaftrek zijn zzp’ers heel goedkoop voor opdrachtgevers. Zo worden opdrachtgevers verder verleid werknemers in te wisselen voor zzp’ers. Door de zelfstandigenaftrek betaalt een zzp’er met een winst van 24.000 euro 8 procent belasting, een werknemer met hetzelfde inkomen betaalt 24 procent. De zelfstandigenaftrek is daarmee een indirecte subsidie aan werkgevers die hun verantwoordelijkheid weigeren te nemen en er miljarden euro’s beter van worden. Dat, terwijl de staat belastinginkomsten derft.” Mensen met werk moeten een normaal inkomen verdienen met de rechtsbescherming van een arbeidsovereenkomst. Ton Heerts: “Als mensen zelf kiezen voor zelfstandig ondernemerschap is daar natuurlijk niets op tegen. Ik weet ook, dat behoorlijk wat zzp’ers ook graag meer vastigheid willen.” Arbeidskorting in plaats van zelfstandigenaftrek “De FNV wil een gelijk speelveld: gelijke betaling voor gelijk werk, ongeacht de (contract)vorm. Dat betekent hogere tarieven voor zelfstandigen – zo kan een zzp’er zich ook verzekeren. Er moet een duidelijk onderscheid zijn tussen werknemers en zelfstandig ondernemers zodat schijnzelfstandigheid kan worden bestreden. Zelfstandigenaftrek kan mogelijk langzaam maar zeker worden ingewisseld voor arbeidskorting.” Bron: FNV, 9 juni 2015 Geplaatst in Nieuws | Tags arbeidskorting, FNV, gelijke arbeidsvoorwaarden, pensioen, schijnzelfstandigheid, Ton Heerts, ziekte en arbeidsongeschiktheid | Reacties uitgeschakeld voor FNV: ‘gelijk speelveld nodig’
FNV tegen sociale voorzieningen zzp’ers Geplaatst 9 juni 2015 door Hinke Wever FNV-voorzitter Ton Heerts wil de zelfstandigenaftrek afschaffen. Hij is fel tegenstander van het gelijktrekken van zelfstandigen en mensen met een vast contract. Hij zei dit vandaag in gesprek met het FD. Het interview is onderdeel van een reeks over de veranderende arbeidsmarkt. Vakbond FNV is tegen de ‘basisregeling’ voor alle werkenden, zoals onlangs voorgesteld door werkgeversvereniging AWVN, zo liet Heerts weten. De bond wil ook geen verdere herziening van de arbeidsmarkt. Zelfstandigenaftrek zorgt voor concurrentievervalsing De kloof tussen vast en flex kan beter worden gedicht door het mes te zetten in de zelfstandigenaftrek, vindt Heerts. Dat dwingt zzp’ers om hogere tarieven te vragen, waardoor ze minder aantrekkelijk zijn om in te huren. “We moeten echt af van die concurrentie op arbeidsvoorwaarden met werknemers.” Vervaging “Ik ben niet tegen echte zelfstandigen, maar nu dreigt een totale vervaging tussen werknemerschap en ondernemerschap en een explosie van het aantal zzp’ers. Dat leidt uiteindelijk tot de uitholling van volksverzekeringen, zoals AOW, WIA en WW,” zegt hij. “Grote groepen mensen worden daardoor op termijn aangewezen op de bijstand.” Volgens Heerts koerst de VVD aan op een aanval op de vakbonden, door te pleiten voor maximale decollectivisering en individualisering. Hij vreest voor het voortbestaan van paritaire scholingsorganen, waar werkgevers en werknemers beide een stem in hebben en aan meebetalen. In de Bouw staat dit al onder druk. Bron: FD, 9 juni 2015 Het interview heeft veel reacties opgeroepen. Zie het antwoord van AWVN-directeur Harry van de Kraats. De oppositie verbaast zich over de felle toon van Heerts. Het kabinet neemt geen lompe maatregelen tegen zzp’ers, zegt Ed Groot (PvdA). De voorzitter van FNV Zelfstandigen vindt dat Heerts ‘voor zijn beurt’ spreekt. Geplaatst in Rechtspraak | Tags AOW, arbeidsmarkt, AWVN, bijstand, concurrentie op arbeidsvoorwaarden, FNV, omscholing, Schijnconstructies arbeidsmarkt, Ton Heerts, vast en flex, WIA, WW, zelfstandigenaftrek, zzp | Reacties uitgeschakeld voor FNV tegen sociale voorzieningen zzp’ers
Opzegtermijnen en contractueel afwijken Geplaatst 9 juni 2015 door Redactie FlexNieuws Opzegtermijnen: contractueel afwijken van wettelijke termijnen onder voorwaarden Een arbeidsovereenkomst kan eenzijdig door de werkgever of werknemer worden opgezegd. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan in beginsel alleen worden opgezegd, wanneer dit recht voor beide partijen schriftelijk is overeengekomen. Bovendien dient de werkgever voorafgaande toestemming van het UWV te hebben ontvangen, voordat hij de arbeidsovereenkomst kan opzeggen. Wanneer een opzegverbod geldt, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst in beginsel niet opzeggen. Wordt een arbeidsovereenkomst opgezegd, dan dient de werkgever of werknemer de voor hem geldende opzegtermijn in acht te nemen. In verband met het arrest van de Hoge Raad van 1 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1192) zal hieronder stil worden gestaan bij de in acht te nemen duur van de opzegtermijn. Wettelijke opzegtermijnen Als uitgangspunt dient dat partijen de opzegtermijnen in acht nemen, zoals neergelegd in art. 7:672 BW. Voor de werknemer geldt een opzegtermijn van 1 maand. De duur van de opzegtermijn voor de werkgever is afhankelijk van de duur van het dienstverband van de werknemer. De werkgever dient een opzegtermijn in acht te nemen van: 1 maand bij een dienstverband tot 5 jaar; 2 maanden bij een dienstverband van 5 tot 10 jaar; 3 maanden bij een dienstverband van 10 tot 15 jaar; en 4 maanden bij een dienstverband van 15 jaar of langer. De opzegtermijn hoeft niet in acht te worden genomen, wanneer de werkgever of werknemer de arbeidsovereenkomst opzegt wegens een dringende reden of tijdens de proeftijd. Contractueel overeengekomen opzegtermijnen De wettelijke termijn kan middels overeenstemming worden gewijzigd ex art. 7:672 BW. Aan de overeenstemming en wijziging zijn voorwaarden verbonden. De door de werknemer in acht te nemen termijn kan door partijen schriftelijk worden gewijzigd. Indien de opzegtermijn van de werknemer wordt verlengd, kan deze termijn niet meer behelzen dan 6 maanden en dient de duur van de voor de werkgever geldende opzegtermijn in ieder geval het dubbele te zijn in vergelijking tot die van de werknemer. Bij CAO kan worden bepaald dat de opzegtermijn van de werkgever korter mag zijn dan het dubbele van de opzegtermijn van de werknemer, met dien verstande dat de opzegtermijn van de werkgever niet korter zal zijn dan de opzegtermijn van de werknemer. De door de werkgever in acht te nemen termijn kan schriftelijk ook worden gewijzigd, met dien verstande dat het verkorten van de opzegtermijn geschiedt op grond van CAO. Daarnaast kunnen de werkgever en werknemer onderling bepalen tegen welke datum de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd (al dan niet met inachtneming van de opzegtermijn), bijvoorbeeld middels een beëindiging met wederzijds goedvinden. Veelal zullen partijen de voor de werkgever geldende opzegtermijn in acht nemen. De reden daarvoor is gelegen in het geldend maken van het recht van de werknemer op een WW-uitkering aansluitend aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer die recht heeft op een WW-uitkering ontvangt niet automatisch een WW-uitkering aansluitend aan de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Wanneer de werknemer in verband met de beëindiging een vergoeding ontvangt van de werkgever zonder inachtneming van de voor de werkgever geldende opzegtermijn, dan wordt de vergoeding gelijk gesteld met het loon dat de werknemer zou hebben ontvangen wanneer de opzegtermijn wel in acht zou zijn genomen. De in acht te nemen opzegtermijn – zijnde de fictieve opzegtermijn – bepaalt in dat geval het tijdstip waarop de werknemer een WW-uitkering ontvangt. Hoge Raad In de praktijk bestond tot voor kort discussie over de gevolgen van het op onjuiste wijze verlengen van de opzegtermijn van de werknemer. In arbeidsovereenkomsten zijn bepalingen overeengekomen waarin de opzegtermijn van de werknemer is verlengd, maar de opzegtermijn van de werkgever niet wordt benoemd of niet minimaal het dubbele behelst van de opzegtermijn van de werknemer. Kortweg rijst dan de vraag welke opzegtermijnen voor partijen gelden. Wordt de opzegtermijn van de werkgever automatisch verlengd tot het dubbele van de opzegtermijn van de werknemer of vallen partijen al dan niet automatisch terug op de wettelijk regeling? De Hoge Raad heeft in zijn bovengenoemde arrest van 1 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1192) uiteengezet wat te gelden heeft. De Hoge Raad heeft geoordeeld in de zaak waarin de werknemer zijn dienstverband heeft opgezegd met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, zijnde 1 maand. De arbeidsovereenkomst bepaalt daarentegen dat voor de werknemer een opzegtermijn geldt van 2 maanden. De opzegtermijn van de werkgever is niet bepaald. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst onregelmatig (ofwel een maand te vroeg) door de werknemer is opgezegd en vordert op die grond een schadevergoeding van de werknemer. De werknemer verweert zich met de stelling dat de contractuele opzegbepaling in strijd is met de wet, omdat de bepaling alleen de opzegtermijn van de werknemer benoemt. Het contractuele opzegbeding is naar het standpunt van de werknemer vernietigbaar, omdat de opzegtermijn van de werkgever niet schriftelijk is overeengekomen, waardoor de werknemer de wettelijke opzegtermijn van 1 maand in acht moet nemen. De Hoge Raad bevestigt het standpunt van de werknemer. Resumerend overweegt de Hoge Raad, dat bij het verlengen van de opzegtermijn van de werknemer, de opzegtermijn van zowel de werknemer, als de werkgever schriftelijk overeengekomen dient te worden. Indien niet aan deze schriftelijkheidsvereiste is voldaan en/of een onjuiste opzegtermijn (van de werkgever) is overeengekomen, dan kan de werknemer (maar niet de werkgever) de contractueel overeengekomen opzegbeding ten aanzien van de termijnen vernietigen. Wordt het opzegbeding door de werknemer vernietigd, dan zijn de wettelijke opzegtermijnen van toepassing. De Hoge Raad verwijst in zijn overweging tevens naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 juli 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BX2526). De CRvB is een van de drie hoogste bestuursrechters in Nederland, die onder meer oordeelt in zaken over sociale voorzieningen, zoals (het toekennen van) een WW-uitkering. In verband met het toekennen van een WW-uitkering en de in acht te nemen (fictieve) opzegtermijn, heeft de CRvB overeenkomstig de Hoge Raad geoordeeld. Dit leidt tot het gevolg dat de bovenbedoelde fictieve opzegtermijn gelijk is aan de wettelijke opzegtermijn, wanneer de werknemer een contractueel opzegbeding rechtens heeft vernietigd. Wet Werk en Zekerheid De opzegtermijn van de werkgever onder huidig recht wordt verkort met 1 maand – met dien verstande dat minimaal 1 maand resteert – wanneer hij toestemming heeft verkregen van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Onder de Wet Werk en Zekerheid wordt de opzegtermijn van de werkgever verkort met de duur van de ontslagprocedure bij het UWV, met dien verstande dat minimaal 1 maand resteert. Voor berekening van de duur van de ontslagprocedure wordt geteld vanaf de ontvangstdatum van het volledige ontslagaanvraag van de werkgever tot de dagtekening van de beslissing van het UWV. Voorts dient de werkgever erop bedacht te zijn, dat de ontslagroute onder de WWZ wettelijk is bepaald. De werkgever dient het UWV om toestemming te verzoeken om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, wanneer de werkgever wenst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen of bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Per 1 juli 2015 is geen toestemming van het UWV vereist, wanneer de werknemer instemt met de opzegging ex art. 7:671 BW (nieuw). Onder de WWZ is evenmin toestemming van het UWV vereist, wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer wil beëindigen, wanneer de werknemer de voor hem geldende pensioenleeftijd heeft bereikt. In dit verband wordt kortheidshalve verwezen naar het artikel ‘Pensioenontslag en leeftijdsdiscriminatie’. Conclusie Wanneer de werkgever de wettelijke opzegtermijn van de werknemer wenst te verlengen, dan moet de contractueel geldende opzegtermijn van de werknemer èn werkgever schriftelijk worden overeengekomen, waarbij de opzegtermijn van de werknemer maximaal 6 maanden behelst en de opzegtermijn van de werkgever minimaal het dubbele van de voor de werknemer geldende opzegtermijn. Indien het contractuele opzegbeding niet aan deze voorwaarden voldoet, dan kan de werknemer het opzegbeding vernietigen, waardoor de wettelijke opzegtermijnen voor partijen gelden. Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsrecht, opzegtermijn, Van Diepen Van der Kroef Advocaten | Reacties uitgeschakeld voor Opzegtermijnen en contractueel afwijken
Werkgevers positief over aannemen personeel Geplaatst 9 juni 2015 door Redactie FlexNieuws Nederlandse werkgevers blijven positief, maar verwachten het komende kwartaal wel minder werknemers aan te nemen dan in het vorige kwartaal. Dit blijkt uit de arbeidsmarktbarometer (MEOS Q3) van ManpowerGroup onder 59.000 werkgevers, waarvan 750 in Nederland. Nederland scoort +2, ten opzichte van +4 vorig kwartaal. De daling van het netto werkgelegenheidscijfer van -2 ten opzichte van vorige kwartaal, wordt met name veroorzaakt door een daling bij de nutsbedrijven, overheid en maatschappelijke dienstverdeling. Jilko Andringa, algemeen directeur ManpowerGroup Nederland: “In bijna alle sectoren verwachten meer werkgevers hun personeelsbestand te vergroten. De groei is weliswaar minder groot dan vorig kwartaal, maar de score is nog altijd +3 vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Herstel vindt plaats in golfbewegingen.” Groei binnen de sectoren Werkgevers in bijna alle sectoren verwachten het komend kwartaal groei in het personeelsbestand. Alleen werkgevers in de sector landbouw, bosbouw en visserij verwachten minder personeel aan te nemen. De bouwsector liet al langer een stijgende lijn zien en groeit ook het komende kwartaal het hardst. Europese verschillen In Europees perspectief ervaart Nederland samen met België, Spanje, Zwitserland en Zweden een groei kleiner dan +3. Italië is het enige land in Europa met een krimp (-4). Duitsland blijft stabiel en laat voor het vijfde kwartaal op rij een werkgelegenheidscijfer zien van +5. Het Verenigd Koninkrijk scoort voor het derde kwartaal +6 en ook de Verenigde Staten zijn stabiel. Het economisch herstel is daar vooralsnog sterker zichtbaar dan in Europa. Duitsland: 5 (5 Q2) België: 2 (2 Q2) Verenigd Koninkrijk: 6 (6 Q2) Spanje: 1 (4 Q2) Frankrijk: 4 (1 Q2) Bron: Manpower.nl, 9 juni 2015, ManpowerGroup Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags arbeidsmarktbarometer, Jilko Andringa, Manpower, Manpower Employment Outlook Survey, ManpowerGroup, werkgelegenheid | Reacties uitgeschakeld voor Werkgevers positief over aannemen personeel
ABU week 17-20: omzet +20% Geplaatst 9 juni 2015 door Hinke Wever In periode 5 (week 17 – 20) is het aantal uitzenduren met 18% toegenomen en de omzet is met 20% gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, zo meldt de ABU. De cijfers zijn fors beïnvloed door het aantal werkbare dagen in periode 5. Deze periode telde twee werkbare dagen minder ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, hiervoor is gecorrigeerd. De uren in de administratieve sector zijn gestegen met 15% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar en de omzet nam toe met 16%. De uren in de industriële sector vertoonden een stijging van 17% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, de omzet nam toe met 20%. Het aantal uren in de technische sector is toegenomen met 28% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, de omzet nam toe met 26%. Bron: ABU, 9 juni 2015 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags ABU, uitzendbranche, uitzendbureaus, uitzendomzet, Uitzenduren | Reacties uitgeschakeld voor ABU week 17-20: omzet +20%