Sectorfondsen werken samen aan plan van-werk-naar-werk

0
417
Adriana Stel, directeur Stichting DOORZAAM
Adriana Stel, directeur Stichting DOORZAAM

Een kopgroep van ‘krimp en groei’-sectorfondsen heeft een convenant gesloten voor het maken van een concreet, laagdrempelig plan waarmee mensen worden begeleid van-werk-naar-werk.

Interview met Adriana Stel, directeur Stichting DOORZAAM

Het begon als een initiatief van Stichting DOORZAAM (het fonds voor de duurzame inzetbaarheid van de uitzendbranche) en het Sectorfonds Luchtvaart.

Inmiddels hebben zich hierbij aangesloten: RegioPlus (het samenwerkingsverband van de veertien regionale werkgeversorganisaties in Zorg en Welzijn), Sociaal Fonds Mobiliteit, Fonds Scholing en Ordening voor het besloten busvervoer, Wij Techniek, Stichting CA-ICT, Stichting Ontwikkelingsfonds Levensmiddelenindustrie, Sector Fonds Post en Koeriers en  Stichting Opleiding en Ontwikkeling Metaalbewerking. Samen zijn deze fondsen goed voor 3,2 miljoen werkenden, 36% van de werkzame Nederlandse beroepsbevolking.

Werkperspectief bieden
“Veel mensen zijn door de coronacrisis op drift geraakt. Ze raakten hun werk tijdelijk of langdurig kwijt. Waar kunnen zij aan de slag? Welke opleidingen of trainingen zijn daarvoor nodig en hoe kan dit op elkaar worden afgestemd? Tot nu toe gebeurt er veel op basis van spontane initiatieven – iedereen kent de ontroerende verhalen in de media – maar er is een gestructureerd plan nodig, dat de krimp en groei van werk binnen sectoren in kaart brengt en mensen langdurig perspectief geeft op het vervolg van hun loopbaan.

Opleiding- en ontwikkelingsfondsen zijn opgericht om de communicatie en het aanbod hiervoor in te richten. Zij kunnen werkenden en bedrijven benaderen met een concreet plan voor hulp. Daar zijn ze voor.”

Dat zegt Adriana Stel, directeur van Stichting DOORZAAM, het arbo- en opleidingsfonds voor de uitzendsector, waarin de duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten centraal staat. DOORZAAM is het enige sectoroverstijgende cao-fonds in ons land, omdat uitzendkrachten in alle mogelijke sectoren werken. Van de scholingsvouchers en van-werk-naar-werk-vouchers en het Alles-in-1-traject voor uitzendkrachten is dit jaar al boven verwachting veel gebruik gemaakt. Lees meer

Waar is krimp, waar is groei? Is daar op te matchen?
“De uitzendbranche heeft enorme klappen opgevangen tijdens de eerste lockdown in de crisis. In het hele land verloren 118.000 uitzendkrachten hun baan. Nu komt de uitzendbranche weer op gang, zoals onder meer blijkt uit de marktcijfers van de ABU en de NBBU. Gelukkig merkten wij bij DOORZAAM dat uitzenders meer dan voorheen aandacht hebben voor de kansen en begeleiding van hun uitzendkrachten. De crisis heeft dat aangemoedigd en ik moet zeggen dat het mijn oude uitzendhart deugd doet.

Als sectorfondsen willen wij samen verder kijken dan de korte termijn. We onderzoeken de vraag: waar is krimp? Is die krimp tijdelijk of langdurig? Waar is groei? Welke beroepen hebben dan overeenkomsten als je kijkt naar de vaardigheden en het type persoonlijkheid die daarvoor nodig zijn? Is daar op te matchen?

De horeca ligt nu bijvoorbeeld grotendeels stil, maar wanneer mensen van die sector massaal overstappen naar andere sectoren ontstaat er een nieuw probleem. Goede koks zijn schaars, de horeca wil zulke vakmensen niet verliezen.”

Ondersteunende taken creëren
“Ik ben betrokken bij het overleg van NL werkt door, een initiatief van onder meer VNO-NCW en UWV. Er zijn voorbeelden van stewardessen die de zorg ingaan. De realiteit is dat een opleiding voor de zorg zo’n drie jaar duurt. Zij zullen daar op dit moment dus korte tijd  kunnen werken in ondersteunende taken. Wie tijdelijk instroomt als monteur voor de installatietechniek kan misschien relatief eenvoudige werkzaamheden doen, waarmee de hoofdmonteur wordt ontlast. Dit zijn vormen van jobcarving. Je deelt daarbij een baan op in hoofd- en bijtaken. Dat vraagt nogal wat aanpassingsvermogen in het hele veld van werk. Werkgevers moeten water bij de wijn doen; als ze mensen tijdelijke banen bieden, kunnen ze niet een ‘schaap met vijf poten’ eisen. Ook de werkenden, de vakmensen in die sectoren zullen inschikkelijk moeten zijn en meewerken aan oplossingen. We moeten in Nederland hiervoor breed de handen ineen slaan.”

Model voor analyse van krimp en groei in beroepen
“In de kopgroep van O&O-fondsen zijn wij bezig met de analyses van krimp en groei aan de hand van een model dat de luchtvaartsector en de ICT-sector al eerder hebben gebruikt. Hierin wordt uitgegaan van beroepen. Wij kijken naar competentieprofielen en gaan uit van CBS-cijfers over dataprofielen. Het CBS brengt maandelijks de groei en krimp in kaart aan de hand van de gegevens van loonsommen in sectoren. Tot op beroepsniveau wordt daarmee duidelijk waar de loonsom stijgt en daalt. Dat zegt iets over tekorten en overschotten aan mensen in die beroepen.

Met ons plan van aanpak en de ontwikkeling van een deugdelijk instrument voor de matching op beroepsniveau willen wij aanhaken bij bestaande initiatieven. Het is niet de bedoeling dat de O&O-fondsen een soort matchingplatform worden. Dat moeten de werkgevers onderling, de uitzenders of het UWV doen. In ieder geval de partijen die al substantiële resultaten kunnen laten zien in matching.”

Gerichte actie nodig
“De ministeries van SZW en EZ, werkgeversorganisatie VNO-NCW en de bestuurders van vakbonden zijn blij met ons initiatief, omdat er gerichte actie nodig is.

Als kopgroep vertegenwoordigen wij 3,2 miljoen werkenden. Wat wij bedenken wordt geen exclusief feestje; als wij het plan van aanpak rond hebben, mogen alle sectoren aansluiten.

Er zijn langdurige oplossingen nodig om de arbeidsmarkt weer vlot te trekken. Zijn die pragmatisch en werkbaar? Dan kan van daaruit het geld worden toegekend en besteed, zodat we gezamenlijk heel werkend Nederland ermee dienen.”

Interview: Hinke Wever

Lees ook
Skillspaspoort kan overstap naar ander werk makkelijker maken
Interview DOORZAAM: Kans op werk begint met aandacht, waarna elke stap telt
DOORZAAM maakt uitzendkrachten duurzaam inzetbaar
O&O conferentie: ‘Leren & werken net zo normaal als eten & drinken’