ABN AMRO: Oost-Europese arbeidsmigranten blijven nodig

0
172

Oost-Europese arbeidsmigranten blijven hard nodig voor bedrijven, waarschuwen senior econoom Nora Neuteboom en sector econoom Albert Jan Swart van ABN AMRO. Ze reageren op een uitspraak van vicepremier Hugo de Jonge, die vindt dat er te weinig wordt gesproken over de gevolgen van migratie.

Er moet een grens worden gesteld aan het aantal arbeidsmigranten en vluchtelingen, zo stelde De Jonge in een interview in NRC Handelsblad. ‘Het vrije verkeer van personen in de EU is zo heilig dat we er nauwelijks over durven te praten. Want dat kan ertoe leiden dat we die moeten inperken. Maar ik vind dat we het onder ogen moeten zien.’ Ook de ChristenUnie en oppositiepartij SP pleitten eerder voor het reguleren van arbeidsmigratie. Mede onder druk van de PVV en Forum voor de Democratie wordt dit het politieke thema van 2020.

Oost-Europeanen vervullen 250.000 banen in ons land
Uit recent onderzoek van ABN Amro blijkt dat Europese arbeidsmigranten op de Nederlandse arbeidsmarkt een belangrijke rol spelen. De grootste groep, afkomstig uit de Oost-Europese landen, vervult zo’n 250.000 banen. Circa 180.000 daarvan zijn Polen. Daarnaast werken hier nog eens ongeveer 80.000 Polen die niet permanent in Nederland zijn gevestigd en dus niet in de officiële cijfers worden meegenomen.

De Oost-Europeanen zijn vooral werkzaam in bedrijfstakken met grote personeelstekorten: de agrarische sector, de industrie, de logistieke sector en de bouw. In het oogstseizoen werken ze op de akkers, het hele jaar door in de industrie en de bouw, in onze distributiecentra dag en nacht.

Stijging lonen in Oost-Europa
Het aantal arbeidsmigranten dat uit Oost-Europa komt, zal in de nabije toekomst door economische ontwikkelingen afnemen. De belangrijkste reden hiervoor is de explosieve stijging van de lonen in Oost-Europa. Het minimumloon is de afgelopen vier jaar in Polen met 40% gestegen, in Bulgarije met 65% en in Roemenië met maar liefst 140%.

Doordat de verschillen in loon kleiner worden, wordt het voor Oost-Europeanen steeds minder aantrekkelijk in Nederland te komen werken. Bijkomende factoren zijn de grotere geografische afstand van landen als Polen, Roemenië en Bulgarije en de taal- en cultuurbarrière. Daarom kiezen arbeidsmigranten eerder voor buurlanden zoals Duitsland en Oostenrijk, waar het minimumloon vergelijkbaar is met dat in Nederland.

Praktisch geschoolden
Ondertussen wordt de arbeidsmarkt in Nederland krapper en krapper. Oost-Europeanen zijn in ons land volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vooral werkzaam in praktijkgeschoolde beroepen, waar op dit moment juist veel vraag naar is.

Brexit leidt in VK tot personeelstekorten agrarische sector
Een afname van buitenlandse arbeidskrachten kan net als in het VK grote gevolgen hebben, menen de economen van de bank. Door de onzekerheid rond brexit lieten Oost-Europese arbeidsmigranten het VK het afgelopen oogstseizoen massaal links liggen. Het personeelstekort was zo groot dat sommige boeren niet konden oogsten. Tonnen bessen, appels en bonen zijn weggerot.

Investering in robotisering loopt achter
Ondernemers zouden kunnen investeren in robotisering om op langere termijn met minder mensen toe te kunnen, maar het CBS meldt daarentegen dat arbeidvervangende kapitaalinvesteringen juist zijn teruggelopen. Ondanks alle technologische vooruitgang stijgt de arbeidsproductiviteit nauwelijks. Volgens het CBS groeide de arbeidsproductiviteit tussen 1998 en 2008 met 20,7%. In de periode 2008 tot en met 2018 bedroeg die slechts 3,9%.

Loonsverhoging en inzet van part-timers is nog geen oplossing
Verhoging van de lonen is slechts gedeeltelijk een oplossing. Loonsverhoging zou betekenen dat mensen uit andere sectoren worden weggehaald, wat het probleem verplaatst. Hogere lonen zou mogelijk part-timers kunnen overhalen om full-time te gaan werken en daarmee de arbeidsparticipatie verhogen. Maar de keuze om meer uren te werken is ook afhankelijk van de kosten voor kinderopvang, culturele achtergrond et cetera.

Vergrijzing en risico op bedrijfsverplaatsing naar lage lonen landen
Terwijl arbeidsmigratie uit Oost-Europa verder zal afnemen, zal de druk op de Nederlands arbeidsmarkt door vergrijzing hoog blijven. Als bedrijven onvoldoende geschikt personeel kunnen vinden, kan dit investeringen verder remmen, ondanks het feit dat ze goedkoop kapitaal kunnen aantrekken. Bedrijven kunnen ook besluiten de productie naar het buitenland te verplaatsen. Beide zijn onwenselijk.

Hoe voorkomen we dat de arbeidsmarktkrapte de economische groei afremt? Dat is het politieke thema waar de partijen in 2020 een antwoord op moeten formuleren, vinden de sector-economen van ABN AMRO.

Bron: ABN AMRO Insights, 13 januari 2020