Platformarbeid: arbeidsovereenkomst, zzp of uitzendovereenkomst?

0
290

Platformarbeid: arbeidsovereenkomst, zzp of uitzendovereenkomst?

Annemiek Poortman
Annemiek Poortman

Door Annemiek Poortman, Marxman Advocaten

De laatste tijd komt de vraag vaker voor de rechter: Is er sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer gebruik wordt gemaakt van een digitaal platform om werknemers in contact te brengen met klanten?

In de Uber uitspraak van 13 september 2021 werd geoordeeld van wel. Daar werden de chauffeurs geacht te werken op basis van een arbeidsovereenkomst met Uber. Een week later stond bij het Gerechtshof Amsterdam opnieuw de vraag centraal hoe het werken via online platform Helpling dat vraag en aanbod naar schoonmaakdiensten samenbrengt moet worden gekwalificeerd. Hebben de schoonmakers een arbeid- of uitzendovereenkomst? En zo ja met wie?

Kwalificatie arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst
Om van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW) te spreken, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. De werknemer voert (persoonlijk) arbeid uit tegen betaling van loon en onder gezag van de werkgever, kortom: arbeid, loon en gezag. De Hoge Raad heeft in november 2020 in het arrest X/Amsterdam geoordeeld dat een overeenkomst wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst indien de inhoud van de overeenkomst voldoet aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. De bedoeling van partijen speelt bij deze kwalificatie geen rol.

Een uitzendovereenkomst is ook een arbeidsovereenkomst (7:690 BW) maar dan een bijzondere. Er is sprake van een driehoeksverhouding, waarbij de werknemer door de werkgever in het kader van de uitoefening van het bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde (de inlener) om daar arbeid onder gezag van die derde te verrichten.

Helpling
Helping biedt een online platform waarop schoonmakers zich kunnen aanbieden en waar huishoudens op zoek kunnen naar een voor hun geschikte schoonmaker. Helpling heeft een kleine rol in de selectie van de schoonmaker, door de identiteitsgegevens van de schoonmaker te controleren. De uiteindelijke selectie van de schoonmaker doet het huishouden op basis van het opgestelde profiel en tarief van de schoonmaker.

De kantonrechter was in eerste aanleg van oordeel dat tussen de schoonmakers en Helping geen arbeids- of uitzendovereenkomst bestond. Wel bestond een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens. Het Gerechtshof Amsterdam zet daar nu een streep door en beoordeelt de verhouding tussen de schoonmakers en Helping als een uitzendovereenkomst op grond van art. 7:690 BW. Laten we die beoordeling nader bekijken aan de hand van de drie elementen arbeid, loon en gezag.

Arbeid
Het Hof stelt vast dat de werkzaamheden persoonlijk door de schoonmaker ten behoeve van het huishouden worden verricht. Helpling heeft geen inzicht of de arbeid wordt verricht, en/of op welke wijze. Dit bemoeilijkt de kwalificatie van een arbeidsovereenkomst met Helpling nu het ontbreekt aan direct gezag en zij geen materiele werkgeversrol lijkt uit te oefenen.

Loon
Ook bij de vaststelling van de hoogte van de beloning had Helpling nauwelijks zeggenschap. Zij stelde weliswaar een ondergrens aan het tarief en gaf de schoonmakers advies over het tarief, maar de uiteindelijke hoogte werd – met een grote mate van vrijheid – vastgesteld door het huishouden en de schoonmaker. Ook dit punt pleit nog voor een arbeidsovereenkomst tussen de huishoudens en de schoonmaker.

Echter belangrijk in deze kwestie is dat de beloning niet rechtstreeks van de huishoudens aan de schoonmaker wordt betaald, maar dat hiervoor een door Helpling verplicht gesteld betalingsplatform moet worden gebruikt. Helpling ontvangt een percentage van de  vergoeding. Het feit dat de betaling niet rechtstreeks geschiedt, maar via Helpling doet afbreuk aan de kwalificatie arbeidsovereenkomst tussen schoonmaker en huishouden.

Gezag
De vraag of sprake is van een gezagsverhouding is nog steeds het meest kenmerkende criterium bij het onderscheid tussen een arbeidsovereenkomst en een andere arbeidsrelatie, en daarmee beslissend voor de vraag of sprake is van ‘werknemer’ ‘uitzendkracht’ of (bijvoorbeeld) een zelfstandige zonder personeel (zzp-er). Het speelt bij de beoordeling een sleutelrol. Als gezegd heeft Helpling op de werkvloer geen invloed of leiding en toezicht op de arbeid. Die ligt volledig bij de huishoudens. Zij bepalen de werkzaamheden, de schoonmaakmiddelen en de werkwijze. Anderzijds lijkt het Hof de formele werkgeversrol wel aan Helpling toe te kennen. De betaling (van reguliere loonbetalingen) vindt plaats op een wijze die door Helpling wordt voorgeschreven. De formele gezagsrelatie, dat wil zeggen de wijze waarop de werkzaamheden van een schoonmaker ten behoeve van een huishouden bedrijfsmatig zijn ingebed, wordt daarmee voor een belangrijk deel bepaald door Helpling. Verder benoemt het Hof nog dat Helpling de huishoudens niet stimuleert om een werkgeversrol aan te nemen. Door de huishoudens wordt geen loon betaald bij ziekte, of een transitievergoeding bij vertrek.

Kwalificatie uitzendovereenkomst
Bij de kwalificatie van deze verhouding overwoog het Hof dat sprake is van arbeid: namelijk de door de schoonmakers verrichte schoonmaakwerkzaamheden. Verder wordt over de schoonmakers gezag uitgeoefend: er is direct toezicht door het huishouden en er is formeel gezag door Helping. Tevens wordt er loon betaald. Hiermee is aan de vereisten van een ‘arbeidsovereenkomst’ voldaan. Het Hof oordeelde echter dat er geen sprake is van een gewone arbeidsovereenkomst tussen Helping en de schoonmakers, omdat de werknemers structureel ter beschikking worden gesteld aan inleners. Daarbij is het voor een arbeidsovereenkomst ongebruikelijk dat de werkgever geen enkel inzicht heeft in de door zijn werknemer verrichte arbeid. Daarnaast vinden de werkzaamheden altijd plaats onder toezicht en leiding van een inlener. De terbeschikkingstelling van schoonmakers geschiedt in het kader van de bedrijfsvoering van Helpling en de schoonmakers worden door Helpling ter beschikking gesteld om arbeid bij de huishoudens te verrichten via een opdracht van die huishoudens aan Helpling. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor het bestaan van een uitzendovereenkomst (7:690 BW).

Anderzijds oordeelt het Hof dat de werkwijze van Helping niet verenigbaar is met een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens. Er is weliswaar sprake van arbeid en gezag, maar de schoonmakers worden betaald via de door Helping voorgeschreven betalingsdienst. Ook het niet hoeven doorbetalen bij ziekte en het eenvoudig kunnen wisselen van schoonmaker voor de huishoudens, wijzen erop dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen de schoonmakers en de huishoudens. Overigens kan je je dan de vraag stellen of dit dan niet valt te kwalificeren als een vorm van payrolling. Deze kwalificatie gaat echter bij Helpling niet op. Kenmerkend voor payroll is het afwezig zijn van de allocatiefunctie, hetgeen bij Helpling juist kenmerkend kan worden genoemd. Zij brengen immers uit hoofde van het bedrijf vraag en aanbod bij elkaar middels een digitaal platform.

Uitspraak Uber
De uitspraak Helpling ligt in lijn met de recente uitspraak van de kantonrechter die oordeelde dat tussen de chauffeurs die via het digitale platform van Uber werken, en Uber een arbeidsovereenkomst bestaat. Helpling en Uber beheren beiden een online platform waar vraag en aanbod naar een bepaalde dienst samen wordt gebracht. In dat kader is het opvallend dat de chauffeurs van Uber werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst en de schoonmakers van Helpling werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst.

Doorslaggevend verschil is dat in Helpling leiding en toezicht bij de huishoudens ligt, een derde in de zin van een uitzendovereenkomst en anderzijds de betaling via Helpling geschiedt. Bij Uber wordt het werkgeversgezag juist aan Uber toegedicht nu zij middels een app en bijbehorend algoritme controle en gezag over de chauffeurs kan uitoefenen. De hedendaagse, door technologie beheerste tijd staat toe dat het criterium ‘gezag’ meer indirect (vaak digitaal) controlerende invulling krijgt. Werknemers zijn zelfstandiger geworden en verrichten hun werk op meer wisselende (zelfgekozen) tijden. Geoordeeld wordt dat in de verhouding tussen Uber en de chauffeurs sprake is van deze “moderne gezagsverhouding.

Hoewel er kanttekeningen zijn te plaatsen bij de beoordeling van het Hof in de Helpling uitspraak, kunnen we uit deze uitspraken afleiden dat de toekomst voor platformarbeid minder flexibel lijkt te worden. Het laatste woord lijkt dan ook nog niet gezegd over de arbeidsverhoudingen bij het gebruik van digitale platforms.

Heeft u vragen over of er in uw situatie sprake is van een arbeidsovereenkomst, neemt u gerust contact op met Annemiek Poortman, advocaat Arbeid & Organisatie bij Marxman advocaten.
Annemiek Poortman is bereikbaar op nummer 033 -450 8000.

Lees ook
Helpling, prikbord voor schoonmaakhulp, is uitzendbureau
Uberchauffeurs vallen onder CAO Taxivervoer

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here