Redactie FlexNieuws 2 juni 2026 0 reacties Print Kabinet verschuift bewijslast bij onderbetaling naar werkgeverBij twijfels moeten uitzendbureaus gaan bewijzen dat het minimaal het minimumloon is uitbetaald, in plaats van dat de bewijslast bij werkenden of de Arbeidsinspectie ligt. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigt in een brief aan de Tweede Kamer een nieuwe wet aan die werknemers beter moet beschermen tegen onderbetaling. De wet introduceert een zogeheten rechtsvermoeden: als een werkgever geen deugdelijke loonadministratie kan overleggen, wordt fictieve onderbetaling vastgesteld en moet de werkgever bewijzen dat hij wél correct heeft betaald. Nu ligt die bewijslast nog bij de werknemer of de Arbeidsinspectie. De maatregel geldt voor alle werkgevers, waaronder uitzendbureaus. Concrete norm: zes maanden, 36 uur, minimumloon Het rechtsvermoeden werkt met een vaste fictieve norm. Bij een vermoeden van onderbetaling wordt aangenomen dat de werknemer gedurende zes maanden, 36 uur per week, tegen het minimumloon heeft gewerkt. De werkgever (uitlener) moet vervolgens bewijzen dat hij dit loon heeft betaald, of dat de werknemer minder uren heeft gemaakt. De minister benoemt ook uitdrukkelijk de positie van inleners. Als de administratie van het uitzendbureau tekortschiet, kan de Arbeidsinspectie gegevens opvragen bij de inlener. Daarmee komt de driehoeksrelatie tussen uitzendbureau, inlener en arbeidsmigrant nadrukkelijk in het vizier van de handhaving. Twee varianten naast elkaar De wet kent twee sporen die elkaar aanvullen. In de bestuursrechtelijke variant kan de Arbeidsinspectie het rechtsvermoeden inroepen als zij onderbetaling vermoedt maar de werkgever de gevraagde administratie niet overlegt. De inspectie berekent dan een fictieve onderbetaling en legt een nabetalingsverplichting op. In de civielrechtelijke variant verschuift de bewijslast in een rechtszaak van de werknemer naar de werkgever. Dat verlaagt de drempel voor werknemers om hun recht op te eisen, zeker wanneer zij weinig documentatie hebben ontvangen. Preventieve werking voor bonafide bureaus Van de wet gaat ook een preventief effect uit: onderbetaling en gebrekkige administratievoering “lonen” straks minder. Tegelijkertijd benadrukt de minister dat voor werkgevers die hun administratie wél op orde hebben en tijdig gegevens aanleveren er niets verandert. De wet is nadrukkelijk gericht op malafide praktijken, niet op bonafide uitzendbureaus. Aanbeveling Commissie Roemer Het rechtsvermoeden was één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, ook bekend als de Commissie Roemer, naar voorzitter Emile Roemer. Minister Vijlbrief werkt de aanbevelingen van het Aanjaagteam uit, in lijn met de motie-Van Apeldoorn. Minister Vijlbrief: “Een werkgever moet altijd zorgen voor een eerlijk loon en veilig werk. Iedereen in Nederland heeft daar recht op, waar je ook vandaan komt.” Vervolgstappen De komende maanden werkt de minister het rechtsvermoeden verder uit tot een wetsvoorstel. Voordat dit naar de Raad van State gaat, toetst de Arbeidsinspectie eerst de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De voortgang wordt gerapporteerd in de periodieke voortgangsrapportage over de uitvoering van de aanbevelingen van het Aanjaagteam. rechtsvermoeden minimumloon Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws