Maandelijkse archieven: augustus 2026

Rechter: niet wervingsmail maar uitzendovereenkomst leidend bij bepaling recht om werk

“Arbeidsperiode: 6 maanden met mogelijkheid tot verlenging.” Dat stond er in een Poolse wervingsmail van het uitzendbureau. Een man reageerde en ging via het bureau aan de slag bij een distributiecentrum van een grote supermarktketen.

Na twee en een halve maand eindigde die inzet echter. Contractbreuk vond de uitzendkracht. De mail schepte de verwachting van een halfjaar werk van 140 uur per maand. Toen de inzet na twee en een halve maand eindigde, voelde hij zich benadeeld en stelde hij dat zijn werkgever en de inlener zich niet aan de toegezegde termijn hadden gehouden. Hij stapte naar de rechter en eiste ruim 11.000 euro als schadevergoeding en billijke vergoeding over de resterende periode.

Het verweer

De uitzender en supermarkketen stelden dat niet de wervingsmail, maar de daadwerkelijk getekende arbeidsovereenkomst bepalend was. De uitzender voerde aan dat het daadwerkelijk getekende contract een uitzendovereenkomst fase A voor de duur van één kalendermaand was, telkens stilzwijgend verlengbaar, met een vaste arbeidsduur van slechts 8 uur per 4 weken. Van een toezegging van zes maanden werk of 140 uur per maand was volgens de uitzendonderneming geen sprake.

Aan het einde van de periode van inzet ontving de uitzendkracht een transitievergoeding van €232,51. De inlenende supermarkt wees erop dat de beëindiging van de inzet een eigen bedrijfsmatige keuze van de inlener was, waarover de kantonrechter zich volgens haar niet hoefde uit te spreken.

De afweging van de rechter

Volgens de kantonrechter wekte de wervingsmail weliswaar de suggestie van een halfjaar werk, maar was dit een aanbod om in onderhandeling te treden en geen bindende toezegging. Beslissend was het contract dat de werknemer daarna ondertekende. Dat was aantoonbaar een overeenkomst voor één maand, met alleen de mogelijkheid, niet de zekerheid, van verlenging. De werknemer verklaarde bovendien zelf dat hij hierover vragen had gesteld voordat hij tekende, waardoor hij zich volgens de rechter bewust was van de werkelijke duur.

De uitspraak

De kantonrechter wees de gevraagde vaststelling van een arbeidshorizon van zes maanden en een arbeidsomvang van 140 uur per maand af. Omdat daarmee de basis onder de gefixeerde schadevergoeding en de billijke vergoeding wegviel, werden ook die vorderingen afgewezen. De werknemer hield alleen recht op een klein bedrag aan achterstallig loon.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zaaknummer 11968457 

Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags | Laat een reactie achter

AI dwingt detacheerders hun businessmodel om te gooien

AI zet de komende tien jaar de detacheringsmarkt op zijn kop. Er komt een verschuiving van ‘uren verkopen’ naar ‘resultaten leveren’. Het draait niet meer om het leveren van capaciteit, maar om het inzetten van geskillde professionals én AI om veranderingen binnen organisaties te realiseren. Dat is de conclusie van het Kwartaalperspectief Detacheringsbranche Q2 2026, geschreven door Han Mesters (ABN AMRO) in opdracht van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN).

Mesters verwacht dat AI het businessmodel van de Nederlandse detacheringssector fundamenteel zal veranderen. In de traditionele economische modellen zijn arbeid, kapitaal en technologie de belangrijkste productiefactoren. Maar de komst van AI zet dit oude denken op z’n kop. AI maakt namelijk kennis overvloedig (gratis beschikbaar) en besluitvorming goedkoper (naast routinematig werk neemt het ook planning, analyses en rapportages over). 

Daarentegen wordt reputatie belangrijker. Mensen willen zaken doen met organisaties die ze vertrouwen. En bedrijven die snel kunnen experimenteren, leren en veranderen presteren beter. “Aanpassingsvermogen wordt de nieuwe productiviteit.”

Economische bottleneck verschuift

Mesters’ conclusie: de traditionele maatstaf arbeidsproductiviteit (output per gewerkt uur) geeft steeds minder goed weer waar waarde ontstaat. Een klein team met AI kan dezelfde output leveren als een veel grotere organisatie. Het verschil zit dan niet in meer arbeid, maar in betere organisatie, data, vertrouwen en besluitvorming. 

Ondernemerschap en aanpassingsvermogen worden de echt schaarse economische middelen. Dat betekent volgens hem niet dat arbeid onbelangrijk wordt, maar wel dat de economische bottleneck verschuift. De vraag is niet: ‘Wie heeft de meeste mensen?’, maar: ‘Wie kan mensen en AI het snelst laten samenwerken aan betrouwbare beslissingen?’ 

Het draait dan voor detacheerders dus niet meer om ‘uren verkopen’, maar om ‘resultaten leveren’. Dit betekent volgens Mesters dat zij hun businessmodel moeten omgooien van capaciteitsleverancier naar productiviteitsleverancier die inzet op cognitief kapitaal.

Andere propositie voor detacheerders

De traditionele waardepropositie van detacheerders staat door AI dus onder druk. Maar er zijn volgens Mesters zeker kansen voor detacheerders als zij een nieuwe propositie hanteren: het vergroten van het aanpassingsvermogen van organisaties.
Dan lever je als detacheerder bijvoorbeeld niet een Java-ontwikkelaar of HR-adviseur, maar een bepaald resultaat. Denk aan: een AI-implementatie, cybersecurity, compliancy, procesverbetering of reorganisatie. Voor detacheerders wordt het leveren van diensten op basis van Statement of Work (SoW) interessanter. 

Daarmee wordt de stap gezet van ‘wij leveren mensen’ naar ‘wij nemen verantwoordelijkheid voor een resultaat of een afgebakende dienst’. Detacheerders spelen dan in op de ontwikkeling in de markt die al gaande is, namelijk dat organisaties steeds meer contract-based services inkopen.

Meerwaarde leveren gebeurt zeker als detacheerders erin slagen hybride teams van continu geskillde professionals en AI te combineren. Dus: minder focus op uren en meer op resultaat en productiviteit van de professionals. De flexibiliteit die detacheerders leveren voorziet dan niet zozeer in de behoefte aan capaciteit voor piekwerk, maar meer tijdelijke capaciteit voor veranderingen binnen organisaties.
Hier komt het belang van vertrouwen om de hoek kijken. Organisaties moeten voor die veranderingen (een deel van) de regie uit handen geven. Zij zullen daarvoor kiezen voor een detacheerder die een sterke reputatie heeft, een echte vertrouwenspartner.

Van capaciteits- naar productiviteitsmarkt 

Mesters voorziet in 2035 een markt waarin niet de detacheerder met de meeste professionals de winnaar is, maar degene die de hoogste productiviteit per professional kan leveren. ‘De omvang van het personeelsbestand wordt minder belangrijk dan het vermogen om professionals effectief te combineren met AI.’

Er komt een verschuiving van een capaciteitsmarkt naar een productiviteitsmarkt. Het gaat dan niet meer om de omzet of het aantal fte, maar om de vraag hoeveel extra economische waarde een detacheerder per ingezette professional creëert.
Dat betekent dat de huidige KPI’s, zoals bezettingsgraad, uurtarief en aantal fte, minder relevant zijn. Nieuwe KPI’s worden bijvoorbeeld de snelheid waarmee schaarse expertise kan worden ingezet, de tijd die nodig is voor reskilling, AI-versterkte productiviteit per professional en de klantproductiviteit als gevolg van die inzet.

Mesters trekt de vergelijking tussen een vermogensbeheerder en de detacheerder-nieuwe-stijl: een vermogensbeheerder optimaliseert de inzet van financieel kapitaal. Een toekomstige detacheerder optimaliseert de inzet van menselijk kapitaal én AI-capaciteit. “De vraag wordt dan niet: ‘Wie heb je beschikbaar?’, maar: ‘Welke combinatie van mensen, AI-agenten en kennis levert voor deze klant de hoogste productiviteit?’”

 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , , | 1 Reactie

Zo bereidt u zich voor op de overgangsregeling Wtta

De invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) komt dichterbij. Per 1 januari 2027 treedt het nieuwe toelatingsstelsel in werking. Voor bestaande uitleners is er een overgangsregeling. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moeten zij zich tussen 1 november en 31 december 2026 aanmelden bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).

Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de digitale voorbereiding. U heeft eHerkenning niveau 3 (EH3) en een Berichtenbox voor Bedrijven nodig. De aanvraag van deze voorzieningen kan enige tijd in beslag nemen.

Overgangsregeling biedt bestaande uitleners extra tijd

De overgangsregeling geeft bestaande uitleners de tijd om zich goed voor te bereiden op het nieuwe toelatingsstelsel. Zij krijgen in die periode de kans om hun processen op orde te brengen, bijvoorbeeld op het gebied van administratie, loonbetaling, naleving van regels en huisvesting. Zonder deze overgangsregeling zouden uitleners hun activiteiten op het gebied van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten direct moeten staken. Dit kan grote gevolgen hebben voor bedrijven die afhankelijk zijn van de inzet van tijdelijke arbeidskrachten.

Alle uitleners kunnen zich aanmelden voor de overgangsregeling. Dit kan van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 via de website www.toelatinguitleenmarkt.nl.

Digitale voorbereiding is noodzakelijk

De aanmelding voor de overgangsregeling en de latere toelatingsaanvraag verlopen volledig digitaal. Hiervoor is eHerkenning op betrouwbaarheidsniveau 3 (EH3) nodig.

EH3 is niet alleen noodzakelijk om toegang te krijgen tot het digitale portaal van de NAU, maar wordt ook gebruikt om documenten tijdens het toelatingsproces digitaal en rechtsgeldig te ondertekenen. Beschikt een onderneming nog niet over EH3, of is het huidige niveau lager? Dan is het verstandig om dit nu al te regelen.

Daarnaast moeten uitleners beschikken over een Berichtenbox voor Bedrijven. De NAU gebruikt deze Berichtenbox voor de communicatie over de aanvraag, waaronder berichten over eventuele hersteltermijnen en definitieve besluiten.

Vier zaken om nu te controleren

De NAU adviseert uitleners om hun digitale voorbereiding niet uit te stellen. Concreet gaat het om de volgende stappen:

Controleer uw eHerkenning

Controleer of uw eHerkenningsmiddel minimaal niveau 3 heeft. Is dat niet het geval, regel dan tijdig een upgrade of vraag EH3 aan.

Activeer uw Berichtenbox voor Bedrijven

Met EH3 kunt u via Ondernemersplein de Berichtenbox voor Bedrijven activeren. Deze voorziening is kosteloos.

Zorg voor toegang tot de diensten van de NAU

In de dienstencatalogus van uw eHerkenningsleverancier moet toegang tot de diensten van de NAU worden geregeld. De NAU geeft aan dat hierover meer informatie volgt zodra haar diensten in de dienstencatalogus beschikbaar zijn.

Controleer uw KvK-gegevens

Controleer of de gegevens van uw onderneming in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel actueel en correct zijn. Controleer daarnaast of de Berichtenbox aan de juiste onderneming is gekoppeld.

Bron: NAU

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , , | Laat een reactie achter

Wouter Lampe nieuwe Director SME, Permanent Recruitment & Specialties van Adecco Nederland

Adecco Nederland benoemt Wouter Lampe tot de nieuwe Director SME, Permanent Recruitment & Specialties. Lampe brengt ruime ervaring mee op het gebied van staffing, logistiek en workforce solutions. In zijn loopbaan heeft hij diverse commerciële en operationele leiderschapsrollen vervuld, waarin hij werkte aan groei, het versterken van teams en het ontwikkelen van dienstverlening. 

Toekomstambities

Lampe over zijn keuze voor Adecco Nederland: “Ik heb ontzettend veel zin om bij Adecco te starten en verder te bouwen aan de groei van SME, Perm & Specialties (Top Secretaries). Ik zie dit als een prachtige kans om iets sterks en duurzaams neer te zetten en bij te dragen aan de ambitie om impact te maken voor mensen en opdrachtgevers. Ik ben er klaar voor, let’s go!”

“We kijken uit naar de komst van Wouter. Zijn ondernemende aanpak, focus op groei en vermogen om teams en dienstverlening verder te ontwikkelen, sluiten goed aan bij onze ambities voor de toekomst,” aldus Femke Hellemons, Country Head Adecco Nederland.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Laat een reactie achter

Aandeel inhuur bij provincies daalt, maar volume blijft op peil

Provincies besteedden in 2025 15,4 procent van het totale personeelsbudget aan externen. Dat is iets lager dan het jaar ervoor. Dat blijkt uit de jaarlijkse personeelsmonitor van A&O-fonds Provincies. “Deze afname weerspiegelt de inspanningen om meer interne capaciteit op te bouwen en te investeren in de ontwikkeling van de eigen medewerkers”, zo duidt het A&O-fonds Provincies de daling.

Opvallend zijn de grote verschillen per provincie. De provincie met de minste inhuur gaf 5,5 procent uit aan externe inhuur; de provincie met de meeste inhuur zat op 25,6 procent. De daling van het percentage inhuur bij de provincies past in een trend die sinds een aantal jaar ook te zien is bij de andere bestuurslagen, de rijksoverheid en gemeenten.

Volume blijft op peil

Toch zeggen deze percentages niet alles. Het volume aan inhuur, de omzet dus, daalt niet. Dat komt omdat de totale loonsom bij alle overheden de laatste jaren fors is gestegen. Zo nam het aantal fte bij provincies in 2025 met 7,2 procent toe en zijn de gemiddelde loonkosten per fte sinds 2018 met meer dan 30 procent gestegen. Meer personeel en stijgende lonen zorgen ervoor dat de totale loonkosten bij het rijk, provincies en gemeenten in vijf jaar tijd rond de 40 procent zijn gestegen.

Het percentage dat aan externe inhuur wordt uitgegeven mag dan dalen, de totale loonsom groeit harder waardoor de totale uitgaven aan externe inhuur nog redelijk op peil blijven. Zo laten cijfers van de rijksoverheid zien dat in 2023 net zo veel uitgegeven werd aan externe inhuur als in 2025, terwijl het percentage inhuur daalde van 15,4 naar 13,1 procent.

Overheid grootste inlener van uitzendkrachten

In de verschillende rapportages omtrent externe inhuur wordt geen onderscheid gemaakt naar type inhuur (uitzenden, detachering, zzp of consultancy). Uit een analyse van CBS-cijfers door Wim Davidse blijkt wel dat de overheid in het tweede kwartaal van 2026 is uitgegroeid tot de grootste inlener van uitzendkrachten en gedetacheerden. Met 44.000 fte per kwartaal heeft de publieke sector industrie en logistiek voorbijgestreefd, sectoren die lange tijd samen met de bouw het klassieke top 3-trio vormden.

De overheid is echter niet de grootste inlener geworden doordat de inleen explosief is gegroeid. Het gaat om een relatief stabiele situatie, terwijl sectoren zoals industrie en bouw sinds hun piek in het vierde kwartaal van 2016 meer dan gehalveerd zijn.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Laat een reactie achter