Minister Vijlbrief geeft vleessector tot 15 juni: verbeteren of uitzendverbod Geplaatst 3 juni 2026 door Redactie FlexNieuws Minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft de vleessector een harde deadline gesteld. “Ik ben een vrij eenvoudig mens. Ik heb tegen de vleessector gezegd dat zij tot 15 juni hebben om die vooruitgang wel te tonen en dat ik anders ga werken aan een uitzendverbod. Zo simpel is het eigenlijk”, zo zei hij tijdens een commissiedebat Arbeidsmigratie in de Tweede Kamer. De stok achter de deur, een sectoraal verbod op het inlenen van arbeidskrachten via uitzendbureaus, staat in het coalitieakkoord. En een stok achter de deur, zo vindt de minister, moet je ook bereid zijn te gebruiken. Besluit op basis van de Arbeidsinspectie Vijlbrief gaat bij een definitief besluit af op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, niet op het oordeel van de eigen sector: “De slager keurt zijn eigen vlees”, merkte hij op richting de Kamer. De minister heeft onlangs wel uitvoerig met de sector gesproken, van slagerijen tot de grotere vleesverwerkers, en zei daarbij geen mensen te zijn tegengekomen “die het verkeerd bedoelen”. Toch zit de sector volgens hem “in alle toppen van de misstanden”. Zo ligt het percentage ontslag op staande voet in de vleessector nog altijd rond de 10 procent, terwijl het landelijk gemiddelde op zo’n 0,65 procent uitkomt. Het gaat daarbij veelal om personeel dat ingehuurd wordt via uitzenders. Na het verlopen van deze deadline zal het kabinet starten met een internetconsultatie van de algemene maatregel van bestuur (AMvB) die hiervoor al is voorbereid. Een eventueel verbod gaat dus niet direct in, maar het wordt er wel concreter door. Misstanden al sinds 2010 De aanleiding is niet nieuw. Sinds 2010 worden er misstanden geconstateerd bij de behandeling van arbeidskrachten in de vleesketen, veelal arbeidsmigranten die via uitzendbureaus werken. De minister noemde te lage betaling, onjuiste arbeidstijden, onveilig werk, intimidatie en geweld. Sinds 2021 zijn er maar liefst 29 gesprekken met de sector gevoerd, waarvan twaalf op het niveau van de minister. De noodzakelijke vooruitgang ziet Vijlbrief naar eigen zeggen vooralsnog niet. Kamer verdeeld over verbod In de Tweede Kamer zijn de meningen over dit punt verdeeld. Mariëtte Patijn (GL-PvdA) drong het hardst aan: de misstanden in de vleessector zijn volgens haar geen incident maar een structurele trend. Ongeveer 90 procent van de mensen in de sector werkt nu via een uitzendbureau, aldus Patijn, wat volgens haar geen kwestie van piek of seizoen is, maar van structureel werk. Misstanden die volgens Patijn alleen aan te pakken zijn als er met directe dienstverbanden wordt gewerkt – en dus niet met uitzendbureaus – zodat er een “aanspreekbare werkgever is”. Ook voor Stephan Neijenhuis is het geduld op: de tijd van “je best doen” is voorbij, er moet resultaat komen, aldus het D66-Kamerlid. Ook Jurgen Nobel (VVD) wil de misstanden aanpakken, maar waarschuwde ervoor niet hele sectoren – vlees, tuinbouw, logistiek – als geheel weg te zetten en zich te richten op de malafide praktijken. Tegenwind kwam vooral van Femke Wiersma (BBB), die het verbod “rigide” noemde. Zij wees erop dat de brancheorganisatie VleesNL een actieplan met zestien verbeterpunten heeft opgeleverd en dat het aandeel ontslag op staande voet de afgelopen jaren al sterk is gedaald, van zo’n 70 procent naar onder de 10 procent. Wiersma bepleitte het “zwaard van Damocles” in de ijskast te zetten als de sector aantoonbaar levert, en vroeg zich af of de inspectiecijfers niet vertekend zijn doordat juist de vleessector onder een vergrootglas ligt. Vleessector wil zelf malafide bureaus weren In dat actieplan van VleesNL, Gezond, veilig en eerlijk werk , staat dat de sector malafide bureaus wil weren. Zo heeft de brancheorganisatie met haar leden afgesproken uitsluitend te werken met uitzendbureaus die voldoen aan strikte criteria. Daaronder vallen aansluiting bij ABU of NBBU, SNA- en SNF-certificering, het voldoen aan de normeisen van de vrijwillige Wtta-module, en de verplichting om uit eigen beweging melding te doen van bevindingen, boetes of onderzoeken van de Arbeidsinspectie. Verbod al langer in beeld Het sectorale uitzendverbod hangt al langer boven de markt. In september 2024 liet toenmalig minister Van Hijum weten een technische verkenning uit te laten voeren naar de mogelijkheid om uitzendarbeid in risicosectoren als de vleessector te verbieden, en naar de optie om bedrijven te verplichten een minimumpercentage werknemers in vaste dienst te nemen. Hij sprak destijds van “een laatste redmiddel”. Vanuit de uitzendbranche kwam toen forse kritiek. ABU-directeur Jurriën Koops noemde het verkennen van een verbod “voorbarig” en pleitte ervoor alle energie in de invoering van het toelatingsstelsel (de huidige Wtta) te steken. NBBU-directeur Marco Bastian sprak van “paniekvoetbal” en benadrukte dat de sector juist volop in gesprek was over het finetunen van die wet. Toch nam het nieuwe kabinet het punt van een mogelijk sectoraal uitzendverbod dus op in het regeerakkoord. Het bredere debat: aantallen omlaag, maar hoe? Het gesprek over een mogelijk uitzendverbod was onderdeel van een breder commissiedebat over de toekomst van arbeidsmigratie. Vrijwel de gehele Kamer vindt dat de aantallen – er werken naar schatting circa 1,7 miljoen arbeidsmigranten in Nederland – omlaag moeten. Maar de Kamer is sterk verdeeld over hoe je dat moet bereiken. Lees ook: Analyse standpunten politieke partijen: arbeidsmigratie moet worden ingeperkt! Verschillende fracties (CDA, SGP, ChristenUnie, D66, VVD) bepleitten een omslag naar een hoogwaardiger economie, waarin minder wordt geleund op laagbetaalde arbeid en meer wordt ingezet op innovatie, automatisering en het benutten van het binnenlandse arbeidspotentieel. Minister Vijlbrief deelde die analyse: wie het bedrijfsmodel met laagbetaalde arbeid in stand houdt, maakt innoveren onaantrekkelijk. Hij wil het aantal echter niet via een hard kwantitatief richtgetal terugdringen, maar via “verstandig beleid”: laagproductieve sectoren kleiner maken, hoogproductieve groter. De kabinetsbrede taskforce Toekomst van Welvaart, inclusief een talentstrategie, komt hier voor de zomer op terug. SP en JA21 drongen aan op de herinvoering van tewerkstellingsvergunningen voor EU-arbeidsmigranten als manier om echt te sturen. Volgens Jimmy Dijk (SP) biedt dat juist meer zekerheid en rechten; Simon Ceulemans (JA21) noemde het een fundamentele hervorming voorbij de symptoombestrijding. GL-PvdA bleef voorstander van vrij verkeer en wil vooral de uitzendketens inkorten. Vijlbrief was helder: binnen de Europese interne markt “gaat dat echt niet”, al beloofde hij dit desgewenst nog eens uitgebreid per brief te onderbouwen. Ook het punt van de inhouding op het minimumloon voor huisvesting, waarvan voormalig minister Paul de afbouw daags na de verkiezingen terugdraaide, kwam weer terug. Vijlbrief worstelde zichtbaar met de vraag of dit los kan worden gezien van betere huurbescherming, en zegde een aparte Kamerbrief toe over de samenhang en het tijdpad. Die brief moet er kort na de zomer liggen. Als de conclusie is dat het niet uitmaakt, stuurt hij de maatregel alsnog naar de Kamer. Vijlbrief verwees is een reactie op de zorgen vanuit de Kamer naar een aantal reeds aangekondigde voornemens en wetten, zoals de kennismigrantenregeling (wil kabinet behouden, uitwerking na de zomer), de pilot voor internationale vakkrachten (voorstel na de zomer), de start van de Wtta en komst van toezichthouder NAU (operationeel in 2028), een uitbreiding van de Arbeidsinspectie met 135 fte voor het nieuwe toezicht en de problematiek van derdelanders. Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags arbeidsmigratie, uitzendverbod, Vijlbrief, Vleessector | Reacties uitgeschakeld voor Minister Vijlbrief geeft vleessector tot 15 juni: verbeteren of uitzendverbod
SUSA sluit zich aan bij Venturion Flex Holding Geplaatst 3 juni 2026 door Redactie FlexNieuws SUSA flexibel studentenwerk is vanaf nu onderdeel van Venturion Flex Holding. Met deze stap sluit SUSA zich aan bij een groep ondernemende nicheorganisaties binnen de wereld van (studenten)werk, talent en ontwikkeling. Door de krachten te bundelen ontstaan er extra mogelijkheden op het gebied van schaal, innovatie, investeringskracht en kennisdeling, waarmee de verdere groei en ontwikkeling van SUSA én de dienstverlening binnen de markt van studenten verder wordt versterkt, zo laat het bedrijf weten. “Deze stap helpt ons om verder te bouwen aan onze missie, met behoud van alles waar SUSA voor staat.” aldus Anne Bijvank-Olthof en Nicky Blom, directie SUSA. Venturion Flex Holding – een consortium van 15 bedrijven, onder meer uitzend- en detacheringsorganisaties – is actief binnen de flexibele arbeidsmarkt en investeert in organisaties die zich richten op talent, werk en ontwikkeling. Via Venturion werken 14.500 uitzendkrachten en de totale omzet van Venturion is € 250 miljoen. Met de overname van Susa breidt Venturion haar footprint in de flexbranche verder uit. Merk en propositie SUSA ongewijzigd Voor klanten, studenten en relaties verandert er niets in de samenwerking met SUSA. Het merk Susa blijft zelfstandig en onder eigen naam opereren, de eigen identiteit blijft behouden en ook de propositie en propositie en dienstverlening blijven ongewijzigd. Ook het management en de teams blijven hetzelfde. De directie van Susa ziet kansen om haar ambities binnen Venturion te verwezenlijken. Het studentenuitzendbureau zegt hierdoor toegang te krijgen tot meer middelen, expertise en te profiteren van schaalvoordelen. Lees ook: SUSA lanceert Inhouse Poolconcept Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags overname, SUSA, Venturion | Reacties uitgeschakeld voor SUSA sluit zich aan bij Venturion Flex Holding
Werkgevers moeten straks bewijzen dat zij minimumloon hebben betaald Geplaatst 3 juni 2026 door Redactie FlexNieuws Werknemers die mogelijk te weinig loon ontvangen, moeten in de toekomst beter worden beschermd. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil een wetswijziging invoeren waardoor werkgevers moeten aantonen dat zij ten minste het wettelijk minimumloon hebben betaald. De maatregel is vooral bedoeld om kwetsbare werknemers, waaronder arbeidsmigranten, te beschermen tegen onderbetaling. Dat schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer. Iedere werknemer in Nederland heeft recht op ten minste het wettelijk minimumloon. Door gebrekkige administratie bij de werkgever is niet altijd vast te stellen of er sprake is van onderbetaling. Dit komt met name bij arbeidsmigranten voor. In deze gevallen kan de Arbeidsinspectie wel een boete opleggen voor het niet (tijdig) verstrekken van de gevraagde informatie. Maar omdat onderbetaling niet kan worden vastgesteld, krijgen deze werknemers niet het loon waar ze recht op hebben. Lees ook: Arbeidsinspectie legt uitzendbureau stil wegens herhaalde overtredingen minimumloon De bewijslast omdraaien Minister Vijlbrief wil via twee verschillende manieren ervoor zorgen dat mensen wel krijgen waar ze recht op hebben. Dit moet in de wet geregeld worden via een zogeheten rechtsvermoeden. Via het rechtsvermoeden wordt de bewijslast omgedraaid. Als de Arbeidsinspectie vermoedt dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever de gevraagde administratie niet toont, mag ze een fictieve onderbetaling van het loon berekenen. Daarna kan ze de werkgever verplichten om dit geld alsnog te betalen. Zo helpt het rechtsvermoeden werknemers om hun loon daadwerkelijk te ontvangen. Ook in de rechtszaal is het de werkgever die straks moet bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Op dit moment ligt de bewijslast nog bij de werknemer. Werknemers ervaren dat het lastig is om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer weinig documenten heeft ontvangen van de werkgever. De introductie van het rechtsvermoeden vormt een extra instrument dat kwetsbare werknemers kan helpen om hun verdiende loon daadwerkelijk te ontvangen. Het rechtsvermoeden was ook een van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. De komende maanden zal de minister het rechtsvermoeden verder uitwerken tot een wetsvoorstel. Lees ook: 1 op de 5 uitzendkrachten verdient minimumloon — en dat minimumloon behoort tot hoogste in Europa Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags arbeidsmigranten, minimumloon | Reacties uitgeschakeld voor Werkgevers moeten straks bewijzen dat zij minimumloon hebben betaald
Lees het FlexNieuws TOP 100-magazine nu ook online Geplaatst 3 juni 2026 door Redactie FlexNieuws Vorige maand publiceerden we al de FlexNieuws TOP 100 2026. Vorige week werd tijdens het FlexNieuws TOP 100-live event in Amsterdam ook het magazine officieel gepresenteerd: een fraaie printuitgave van 100 pagina’s, boordevol cijfers, duiding en interviews met flexondernemers, wetenschappers en experts. Interviews met flexondernemers De omzetontwikkeling van de TOP 100 flexbedrijven in Nederland laat een wisselend beeld zien. Waar de ene organisatie krimpt, blijft de andere juist groeien. Flexondernemers – van kleine werving- en selectiebureaus tot grote bemiddelaars in arbeidsmigranten – vertellen hoe zij met hun strategie succesvol blijven, ondanks uitdagende marktomstandigheden. Ook bevat het magazine een drieluik over de kracht van vrouwelijk ondernemerschap in de flexbranche. Daarnaast biedt het magazine uitgebreide analyses over trends en ontwikkelingen in de markt, uitgesplitst naar onder meer de kansrijke maar uitdagende uitzendmarkt, de ploeterende detacheringsmarkt, de opkomst van backofficedienstverlening en de kansen en risico’s binnen de MSP- en brokermarkt. Actuele wet- en regelgeving Uiteraard is er ook volop aandacht voor actuele wet- en regelgeving, waaronder de aanstaande Wtta. Die informatie wordt aangevuld met de uitkomsten van het FlexNieuws-lezersonderzoek over de ervaringen en verwachtingen van collega’s in de flexbranche. Het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026 biedt ondernemers waardevolle inzichten in de kansen en uitdagingen voor hun eigen flexbedrijf. Naast de printuitgave is het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026 nu ook als pdf beschikbaar. Download het magazine hier. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags FlexNieuws TOP 100 | Reacties uitgeschakeld voor Lees het FlexNieuws TOP 100-magazine nu ook online
Hogere tarieven stuwen omzet flexbranche, maar urenkrimp houdt aan Geplaatst 2 juni 2026 door Wim Davidse Volgens de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek maandagochtend heeft gepubliceerd, groeide de omzet van de totale Zakelijke dienstverlening, waar de flexbranche onderdeel van is, in het eerste kwartaal van 2026 met 4,9% ten opzichte van een jaar eerder. Dat was een relatief sterke groei, na de 4,5% in het laatste kwartaal van 2025 en de 3,6% in het hele jaar 2025. Dat is daarmee ook voor het eerste kwartaal een behoorlijk positief beeld. De Specialistische zakelijke diensten (zoals juridische diensten, ingenieursbureaus en accountantskantoren) groeiden met 4,2% in Q1 wat minder hard dan de Overige zakelijke diensten (+5,5%). De flexbranche maakt deel uit van die Overige zakelijke diensten en zag in Q1 de omzet met 3,8% groeien. Dat was dus ook nu weer wat minder dan het gemiddelde van de zakelijke diensten, maar na alle recente kwartaalcijfers toch best positief. Ook gezien de omzetgroei in het voorgaande kwartaal (na correctie door het CBS: +0,8% in Q4 2025). En zeker in vergelijking met de urenkrimp die we al eerder konden vaststellen: een daling van 5,2% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025 (na correctie door het CBS), wat een stevige stijging van het gemiddelde uurtarief impliceert van liefst 9,5%. Tariefstijgingen te sterk en onvoldoende Eerder werd al duidelijk dat het gemiddelde uurtarief in de ABU Marktmonitor in de loop van de afgelopen maanden steeds sterk steeg, tot 10,4% in periode 4 (ongeveer gelijk aan april). In vergelijking met de cao-lonen en de inflatie, en na de relatieve rust van 2024-2025, is dat een enorm sterke stijging. Uit het onderzoek dat we in april onder onze lezers uitvoerden, bleek dat 54% ervaart dat hun opdrachtgevers minder inhuren vanwege de flinke stijging van de tarieven die in rekening moeten worden gebracht. Ook ervaart 43% dat de marge onder druk staat: de enorme stijging van de tarieven is onvoldoende om de stijging van de kostprijs en de eigen kosten te dekken. Volgens de CBS-data, die ook de bruto toegevoegde waarde (BTW) van de flexbranche (grofweg de macro-economische variant van de brutomarge van de flexbranche) sinds 2022 meten, is de brutomarge nog met 0,2% gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dat is dus nog groei, maar een stuk minder dan in de voorgaande kwartalen. Sinds de arbeidsmarkt min of meer structureel krap is (vanaf het voorjaar van 2018, met uitzondering van het bijzondere tweede en derde kwartaal van 2020), is het inherente uurtarief (totale omzet gedeeld door totale aantal uren) continu met gemiddeld zo’n 7 tot 8% gestegen ten opzichte van een jaar eerder. In 2025 was dat ineens nog maar 1%. Enorme verschillen in de flexbranche De omzetgroei van 3,8% in het eerste kwartaal van 2026 is het gewogen gemiddelde van de ontwikkelingen van de ruim 20.000 flexbureaus die in de Nederlandse flexbranche actief zijn. In de afgelopen weken hebben we al gezien dat de ABU Marktmonitor meer omzetgroei liet zien dan in 2025, de VvDN Kwartaalmonitor minder omzetkrimp, en de beursgenoteerde staffing companies een sterk wisselend beeld. Op basis van alle nu bekende cijfers kan worden geraamd dat al die duizenden bureaus die hun cijfers niet elk kwartaal publiceren (De REST in de grafiek), in Q1 samen 5% omzetgroei hebben gerealiseerd. Nog steeds positieve omzetverwachtingen Op korte termijn is urengroei van de flexbranche als geheel nog steeds onwaarschijnlijk, vanwege de combinatie van pauze op de arbeidsmarkt, krapte op de arbeidsmarkt, grote geopolitieke en economische risico’s en de nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en gedetacheerden. Sterke indicatoren als de inkoopmanagersindex en het producentenvertrouwen wijzen nog steeds op gematigde voortzetting van de economische groei. De indicator die de intentie meet om de komende drie maanden meer mensen aan te nemen, is nog steeds positief, maar zakt wel. De omzet in de ABU Marktmonitor is in de vierde periode van 2026 (dus in Q2) met 4,8% gegroeid, dus sterker dan in Q1. Het scenario voor de flexbranche in en na 2026 blijft al met al overeind en lijkt zelfs wat beter te kunnen worden, met wat minder urenkrimp en meer omzetgroei in 2026 dan eerder verwacht. Hopelijk is dat genoeg om de nominale omvang van de brutomarge overeind te houden. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags CBS, omzetcijfers | Reacties uitgeschakeld voor Hogere tarieven stuwen omzet flexbranche, maar urenkrimp houdt aan