Afnemende groei van de economie in Q1, flexbranche flink gekrompen Geplaatst 30 april 2026 door Wim Davidse De economie is in het eerste kwartaal van 2026 met +1,2% gegroeid ten opzichte van een jaar eerder – de laagste groei sinds het voorjaar van 2024. De werkgelegenheid gemeten in personen tussen 15 en 75 jaar die in Nederland werken en wonen (de zogenoemde werkzame beroepsbevolking) groeide met +0,3%, dus minder snel dan de +0,6% in de tweede helft van 2025. Hoewel er dus iets meer mensen werkten, werkten zij in totaal iets minder uren: -0,4% ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit de cijfers die het CBS op 30 april publiceerde. Wil je meer weten over deze trends en de impact die dit heeft op ondernemen in flex? Kom dan naar het FlexNieuws TOP 100 LIVE event, 20 mei in Amsterdam. In een middag ben je weer helemaal bij. Keynotes door Wim Davidse en Han Mesters (ABN AMRO), kennissessies (met Q&A) over wetgeving, compliance en tech & AI. Interviews met ondernemers in de flexbranche. Voorzichtig herstel flexbranche alweer voorbij Nadat het CBS een aantal correcties had doorgevoerd in de afgelopen maanden, bleek de flexbranche in de tweede helft van 2025 te zijn gegroeid, in termen van uren. Daarvan is in het eerste kwartaal van 2026, met een fikse urenkrimp van -4,8%, duidelijk geen sprake; dat is de sterkste krimp sinds de zomer van 2024. De urenkrimp in Q1 was daarmee ook maar een fractie kleiner dan de -5,1% van de ABU marktmonitor. In de onderstaande grafiek, met de flexbranche-uren per kwartaal vanaf 1995, is de stevige stap terug in het eerste kwartaal, net als in 2023, goed duidelijk. (In dat jaar ontvouwde zich vervolgens een milde recessie.) Ook is duidelijk dat het aantal in Q1 gemaakte uren later lag dan in enig kwartaal tijdens de coronacrisis van 2020-2021. Het aandeel van de flexbranche-uren in de totaal gewerkte uren kwam in Q1 uit op 5,3%, het laagste aandeel sinds Q1 2014. Het wordt daarmee steeds duidelijker dat er geen sprake is van flex-herstel, niet tijdelijk, en al helemaal niet structureel. Dat lijkt, met de blijvend onzekere politieke, maatschappelijke, geopolitieke en economische omstandigheden, en de dus hoogstwaarschijnlijk voortdurende pauze op de arbeidsmarkt, in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt, voorlopig ook niet aan de orde. Vermoedelijk hebben de op 1 januari van dit jaar in werking getreden cao’s voor uitzendkrachten en voor detachering ook niet bijgedragen aan het bestendigen van het vorig jaar ingezette herstel. Lees ook: Kleine omzetgroei totale flexbranche in het vierde kwartaal En ook weer niet geprofiteerd van minder zzp’ers De flexbranche-uren zijn dus met -4,8% gekrompen, maar het aantal door zelfstandigen gewerkte uren is in Q1 zelfs met -6,0% gekrompen – de sterkste krimp sinds eind 2020 (toen vanwege de corona-lockdowns). Het door werknemers (in vaste dienst of met tijdelijke dienstverbanden, niet: uitzendkrachten en gedetacheerden) gewerkte aantal uren groeide daarentegen met +1,5%. Niet in uren, maar in personen gemeten zien we nog het volgende: Het aantal werknemers met een vast contract groeide nog met +1,1% – minder sterk dan in de voorgaande kwartalen, maar wel harder dan de +0,3% van de totale werkzame beroepsbevolking. Hun aandeel in die groep groeide dan ook van 56,8% een jaar geleden naar 57,2% nu – het op één hoogste aandeel in meer dan 12 jaar (Q3 2025 had met 57,3% het hoogste aandeel). Het aantal werknemers in de interne flexschil (vooral tijdelijke werknemers en oproepkrachten) groeide met +3,3% nog harder (na +3,2% in Q4), naar een aandeel van 24,2%; dat was een jaar eerder nog 23,5%. Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden werd -4,1% kleiner, dat is wat minder dan het gemiddelde van de afgelopen 2 jaar (-4,7%), en omvat nu nog 3,4% van alle werkenden – dat is het allerlaagste percentages van deze eeuw, zelfs lager dan tijdens de corona-lockdowns (de piek lag in Q4 2016 op 5,4%). In Q1 waren er nog 974.000 zzp’ers (eigen arbeid), voor het eerst sinds het voorjaar van 2022 minder dan een miljoen – eind 2024 piekte hun aantal op 1.091.000 – nu dus -10,7% minder. Ten opzichte van een jaar eerder ging de krimp met -7,8% een fractie minder hard dan in het vorige kwartaal (toen met een heel stevige -8,0%, wat toen het sterkste jaar-op-jaar zzp-krimppercentage van deze eeuw was). Hun aandeel in de werkzame beroepsbevolking zakte voor het eerst sinds eind 2021 onder de 10%: 9,9% – een jaar eerder was dat nog 10,8% en in het laatste kwartaal voor de start van de handhaving Wet DBA (Q4 2024) piekte dat aandeel nog op 11,1%. De externe flexschil omvatte daarmee in Q1 13,3% van de werkzame beroepsbevolking, een behoorlijk tuimeling sinds de 14,8% van Q4 2024, die bijna volledig voor rekening van de zzp’ers komt, en voor een klein deel door de krimp van uitzenden en detacheren. (Piek: 14,9% in Q4 2022.) Al met al omvatte de totale flexschil in Q1 nog 37,6% van de werkzame beroepsbevolking, wat minder dan de 37,9% van een jaar eerder. (Piek: 40,4% in Q2 2017.) Arbeidsposities per kwartaal Met de veranderingen van de aantallen personen per arbeidscontractvorm per kwartaal ten opzichte van een jaar eerder samengevat in een grafiek, wordt wederom de impact van de handhaving van de Wet DBA op het aantal zzp’ers eigen arbeid duidelijk. Dat aantal is begin 2025 direct gekrompen, eerst elk kwartaal wat sneller, en in Q1 van dit jaar dan weer wat minder dan in Q4 – of dat een trendbreuk is, of een seizoenseffect, of wat anders, dat zal de komende kwartalen moeten blijken. Ook wordt duidelijk dat werkgevers absoluut de voordelen van flexibele arbeid zien, en dat vertalen naar een sterke groei van de interne flexschil – in Q1 is die ontwikkeling zelfs relatief sterk. Of anders samengevat: Het is duidelijk dat werkgevers in de turbulente context van 2026 blijven hechten aan de flexibiliteit en wendbaarheid van hun personeelsbestanden. De invulling daarvan verschuift al sinds begin 2025 van de externe naar de interne flexschil. De flexbranche is veel harder gekrompen dan de totale flexschil – het is dus aan de flexbranche om te ontdekken hoe beter van die blijvende flexbehoefte te gaan profiteren. Lees ook: Spannend: eerste Q1-cijfers van ABU, PageGroup en ManpowerGroup Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags cijfers, flexbranche | Laat een reactie achter
Minister Aartsen wil statushouders sneller aan het werk helpen met startbanen Geplaatst 30 april 2026 door Redactie FlexNieuws In de eerste jaren nadat iemand een status heeft gekregen en moet inburgeren, werkt 75 procent niet. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) wil inzetten op een aanpak om hen mee te laten doen op de arbeidsmarkt. Als eerste stap gaan ruim tachtig gemeenten zorgen voor startbanen voor statushouders, zo snel mogelijk na vestiging in een gemeente. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie): ‘Als je naar Nederland komt dan ga je aan het werk en leer je de taal. Dat moet het uitgangspunt zijn, maar zo is het nu niet. Het is écht een gemiste kans als we talent onbenut laten. We hebben iedereen keihard nodig op de arbeidsmarkt. Iedereen kan iets en heeft talenten. Door te werken bouw je als nieuwkomer bovendien sneller een zelfstandig bestaan op, leer je de taal en lever je een bijdrage aan onze samenleving. Het is het essentieel dat nieuwkomers de kans krijgen én grijpen om snel aan het werk te gaan.’ Lees ook: Rekenkamer: arbeidspotentieel statushouders blijft onbenut Slechts een kwart van de statushouders voor wie de inburgeringsplicht geldt, werkt nu tijdens de inburgering. Terwijl veel nieuwkomers wel kunnen en willen werken. Het kabinet wil daarom dat meer gemeenten aan de slag gaan met startbanen voor statushouders zodra zij komen wonen in de gemeente. Werk en inburgering worden dan gecombineerd. Statushouders doen op die manier sneller mee in onze maatschappij, leren de taal op de werkvloer en helpen bovendien de krapte op de arbeidsmarkt te verminderen. Proef in verschillende gemeenten Sinds 2023 is in een aantal gemeenten, waaronder Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven al ervaring opgedaan met startbanen. Uit een evaluatie van deze proef blijkt dat 44% van de deelnemers aan het werk is gegaan. Slechts een klein deel (10%) viel uit. De proef maakt duidelijk dat het vinden van geschikte werkgevers op dit moment nog een knelpunt vormt bij het aanbieden van deze banen. Een reden daarvoor is dat statushouders vanwege inburgeringslessen vaak beperkt beschikbaar zijn voor werk. Ook de extra begeleiding die nodig is door taalachterstand, culturele verschillen, de zorg voor het gezin en het tekort aan kinderopvang en naschoolse opvang spelen een rol. Daarnaast is voor veel werk, zeker in tekortsectoren, een specifieke opleiding nodig. Lees ook: Statushouders duurzaam aan het werk: kansen voor zorg en bedrijfsleven Deelnemers noemen motivatie, zingeving, sociale contacten en het sneller leren van de taal als belangrijkste redenen om te werken. Extra inkomen wordt minder vaak genoemd. Dit komt omdat veel statushouders door de verplichtingen die horen bij de inburgering aanvankelijk alleen parttime kunnen werken. De financiële prikkel om te werken is dan niet altijd aanwezig. Naarmate statushouders langer in Nederland zijn, breiden zij hun deeltijdbaan vaker uit. In de proeven is aandacht besteed aan deze knelpunten en zijn enkele werkzame aanpakken gerealiseerd. Zo werden statushouders met extra begeleiding aan een baan geholpen. In de meeste gevallen kregen zij eerst een korte training gericht op werknemersvaardigheden en het oefenen met taal. Ook werd gewerkt met coaches en vaste aanspreekpunten voor werkgevers en statushouders. Lees ook: Samenwerken voor integratie van statushouders Succesvolle aanpakken Het kabinet wil de komende periode kijken hoe het meer statushouders aan werk kan helpen. Daarbij kijkt het ook hoe de in de proef geconstateerde succesvolle aanpakken door zoveel mogelijk gemeenten toegepast kunnen worden. Minister Aartsen presenteert voor de zomer een nieuwe, brede aanpak over werk voor nieuwkomers. Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags onbenut arbeidspotentieel, statushouders | Laat een reactie achter
Minister Aartsen wil zzp-dossier ‘normaliseren’ Geplaatst 30 april 2026 door Redactie FlexNieuws De ambitie van Aartsen is helder: na zijn termijn van vier jaar zou het zzp-dossier geen politiek hoofdpijndossier meer moeten zijn. “De reden waarom we het er nu over hebben, is omdat het niet goed geregeld is in de wet en dat het dus bijzonder is geworden”, aldus de minister tegen ZiPconomy. Om dat te bereiken zet hij in op meerdere sporen tegelijk: de net aangenomen Wet rechtsvermoeden, voortzetting van de handhaving door de Belastingdienst, een communicatiecampagne én de nog te behandelen Zelfstandigenwet. Bovenal moet de Rijksoverheid laten zien hoe inhuur van zzp wel kan. Eerste zzp-wet in tien jaar door Tweede Kamer De Tweede Kamer ging onlangs akkoord met het wetsvoorstel Rechtsvermoeden bij laag tarief. Voor Aartsen een belangrijke mijlpaal. “Het is natuurlijk heel bijzonder dat we voor het eerst in tien jaar tijd überhaupt een zzp-wet door de Kamer heen kunnen krijgen. Want het is geen vanzelfsprekendheid. Alle wetsvoorstellen zijn de afgelopen tijd gesneuveld.” In zijn eerste week als minister besloot Aartsen het oorspronkelijke verduidelijkingsdeel van de VBAR van tafel te halen, omdat daarvoor geen Kamermeerderheid bestond. Hij ging door met de Zelfstandigenwet en het rechtsvermoedensdeel. Dat laatste biedt volgens hem een oplossing voor kwetsbare werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt: mensen die op papier zzp’er zijn, maar zich in de praktijk meer werknemer voelen. Lees ook: Tweede Kamer stemt in met wet rechtsvermoeden werknemerschap bij laag tarief Geen minimumtarief Het rechtsvermoeden van werknemerschap iets waar zelfstandigen een beroep op kunnen doen, als ze ingehuurd worden over de tarief van 38 euro per uur. Aartsen erkent dat hier veel misverstanden over bestaan. “Dan ga ik het hier nog een keer heel duidelijk herhalen. Dat heb ik ook in de Kamer gezegd: de 38 euro – of je er nu boven of onder zit – zegt helemaal niets over of je wel of geen zelfstandige bent.” Het tarief is volgens de minister een ‘extra steuntje in de rug’ om naar de rechter te kunnen stappen voor wie dat wil. “Ook onder de 38 euro kun je prima zelfstandig werken. Je moet alleen even zorgen dat je het op een goede manier hebt georganiseerd.” De verwachting is overigens niet dat veel kwetsbare werkenden daadwerkelijk naar de rechter zullen stappen. Aartsen rekent vooral op een preventieve werking: opdrachtgevers die onder dat tarief uitbetalen, zullen kritischer moeten kijken naar de aard van de arbeidsrelatie. Handhaving niet stopzetten De Zelfstandigenwet zal naar verwachting pas in 2028 in werking treden. Veel zzp’ers en intermediairs pleiten ervoor om het handhavingsmoratorium te verlengen tot die nieuwe wet er is, omdat zij merken dat opdrachtgevers minder inhuren. Aartsen wil daar niet aan. “De makkelijke oplossing zou zijn: zet de handhaving stop. Maar dat vind ik om een aantal redenen een slecht idee, omdat je dan een stap terugzet. Dan ga je weer naar een oude situatie waarin vrijheid-blijheid mag, waarin alles mag. Dan komen we weer al die schrijnende gevallen tegen, al die foute-boelgevallen. Dan wordt er weer een negatief beeld over zzp’ers neergezet.” Bovendien wil de minister ‘zigzagbeleid’ voorkomen waarbij handhaving steeds aan en uit wordt gezet. Wel kondigt hij aan dat er in het hier en nu stappen worden gezet. Het toetsingskader van de Belastingdienst is al aangepast aan de nieuwe jurisprudentie uit het Uber-arrest, waarbij extern ondernemerschap een belangrijke rol speelt. Campagne ‘Zo kan ZZP wel’ Het grootste probleem op dit moment is volgens Aartsen de onduidelijkheid over de regels, waardoor opdrachtgevers categorisch geen zzp’ers meer durven aan te nemen. “Daar moeten we vanaf”, aldus de minister. Hij pakt dat op twee manieren aan. Allereerst geeft de Rijksoverheid het goede voorbeeld. De leidraad inhuur van de overheid was nog gebaseerd op de inmiddels van tafel gehaalde VBAR. “Daarvan hebben we gezegd: dat kan niet. We gaan echt terug naar het Uber-arrest en de Deliveroo-criteria.” Daarnaast start het kabinet voor de zomer met een overheidscampagne onder de noemer ‘Zo kan ZZP wel’. “We willen aan opdrachtgevers gaan uitleggen dat je, als je je aan deze spelregels houdt, heel goed met zzp’ers kunt werken. Begin nou eens met de vraag: vertel mij nou eens hoe dat externe ondernemerschap bij jou eruitziet. Heb je nog meer klussen? Hoe actief ben je met je acquisitie? Doe je nog andere dingen ernaast? Hebben we bij de klus die we doen een kop en een staart afgesproken?” Lees ook: Kabinet lanceert campagne ‘Zo kan zzp wél’ en past webmodule aan Zij-aan-zij werken kan wél Een belangrijke verschuiving ten opzichte van eerdere ministers: Aartsen stelt expliciet dat zij-aan-zij werken – ongeveer hetzelfde werk doen als een werknemer in loondienst – op zich mogelijk is voor zzp’ers. Iets wat onder eerdere bewindslieden categorisch leek te worden uitgesloten. “In het verleden waren er ministers die op basis van de toen geldende jurisprudentie zeiden: zij-aan-zij werken, dat kan natuurlijk niet. We hebben nu het Uber-arrest gezien, waarin de rechter zegt: dat kan wél.” Aartsen herhaalt deze boodschap bewust, omdat de woorden van een minister gewicht hebben in de markt. “Het klinkt misschien soms als open deuren, maar het is wel heel belangrijk voor de communicatie dat een minister en een overheidscampagne dit zeggen.” Pacificeren met de Zelfstandigenwet Een belangrijke vervolgstap is de Zelfstandigenwet, die voor het eerst in de Nederlandse wet vastlegt wanneer iemand als zelfstandige kan werken. “In heel veel andere Europese landen staat dat in de wet opgeschreven. Wij zijn een van de weinige West-Europese landen die dat nergens in de wet heeft staan”, aldus de minister. De Hoge Raad heeft de wetgever inmiddels al twee keer expliciet opgeroepen om met duidelijkere regels te komen. Politiek ligt de wet gevoelig: de linkerflank vindt het te makkelijk worden voor zzp’ers, de rechterflank wil geen extra verplichtingen. Aartsen, die het wetsvoorstel als Kamerlid zelf mede-initieerde, zit nu met een minderheidskabinet en zoekt steun van zowel links als rechts. Hij roept op tot pragmatisme. “Tegen beide kanten zeg ik dan: als iedereen in zijn gelijk blijft staan, gebeurt er niks.” De minister noemt zijn aanpak met een knipoog naar het verleden ‘pacificeren’: een politiek midden vinden tussen meer regels voor zzp’ers en het beschermen van de positie van werkenden. “Heel veel zzp’ers zijn erbij gebaat dat we dit nu voor eens en altijd oplossen. Het gaat niet lukken door te zeggen: we doen nul regels. Je zult toch een paar spelregels met elkaar moeten afspreken om dit probleem op te lossen. En andersom geldt ook: we gaan niets geks doen in het arbeidsrecht, we gaan geen werknemersrechten uithollen.” Het hele gesprek te beluisteren op Spotify of kijk: Bron: ZiPconomy Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags Thierry Aartsen, ZZP forum | Laat een reactie achter
Podcast DetAIchering met Nubos: de balans tussen technologie en menselijk oordeel Geplaatst 30 april 2026 door Joinuz Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich razendsnel binnen de recruitment- en detacheringsbranche. Maar terwijl technologie steeds meer taken overneemt, blijft één vraag centraal staan: wie neemt uiteindelijk de beslissing? In de tweede aflevering van de podcast DetAIchering gaan Tristan van Heerdt en Joy Buijsse (Joinuz) in gesprek met Coen van der Kolk (Nubos). Het gesprek laat zien hoe AI processen versnelt en slimmer maakt, maar ook waar de grenzen liggen. De kern: technologie verandert het vak, maar vervangt de recruiter niet. Waar AI vandaag al het verschil maakt (en waar niet) AI wordt in hoog tempo geïntegreerd in recruitmentprocessen. Niet als toekomstbeeld, maar als praktische tool die vandaag al wordt ingezet. Tegelijkertijd blijkt dat de impact sterk afhankelijk is van hoe en waar je het toepast. Automatisering van administratieve taken Repetitief werk zoals verslaglegging, matching en e-mailverwerking wordt steeds vaker door AI opgepakt. Taken waar recruiters weinig energie van krijgen, verdwijnen naar de achtergrond waardoor er meer ruimte ontstaat voor persoonlijk contact. Matching gaat verder dan harde criteria AI kijkt niet alleen naar cv’s en skills, maar ook naar gedrag, voorkeuren en soft skills. Toch blijft interpretatie cruciaal. De uiteindelijke beoordeling vraagt nog altijd om menselijk inzicht. Wetgeving remt volledige automatisering De realiteit is dat AI niet alles mág overnemen. Kandidaten volledig automatisch afwijzen zonder menselijke check is juridisch beperkt. Dat houdt de recruiter bewust in de loop. Kwaliteit van data bepaalt succes AI is zo goed als de data die je erin stopt. Onvolledige of vervuilde data leiden direct tot slechtere uitkomsten. Dat maakt datakwaliteit en goede systeemkoppelingen essentieel. AI als assistent, niet als vervanger De rol van de recruiter verschuift. Minder uitvoeren, meer sturen. AI wordt een hulpmiddel dat werk uit handen neemt, terwijl de professional de regie houdt. Van hype naar toepassing: zo wordt AI al ingezet Waar AI lange tijd vooral een buzzwoord was, verschuift de focus nu naar concrete toepassingen. En die zijn dichterbij dan veel organisaties denken. Vandaag wordt AI al gebruikt voor: automatische transcriptie en samenvatting van gesprekken het genereren van offertes en e-mails koppelingen tussen ATS-systemen en jobboards via API’s voorselectie van kandidaten op basis van uitgebreide profielanalyse Tegelijkertijd ontstaat er een nieuw spanningsveld. Kandidaten gebruiken dezelfde technologie om hun cv’s en motivatiebrieven te optimaliseren. Op papier lijkt iedereen steeds beter, waardoor het echte onderscheid juist weer buiten het document ligt. AI gaat vooral het werk overnemen dat niemand leuk vindt. Het menselijke gesprek en het echte oordeel blijven bij de recruiter liggen – Coen van der Kolk Recruitment staat op een kantelpunt De ontwikkelingen rondom AI raken aan grotere veranderingen in de arbeidsmarkt. Schaarste aan talent dwingt organisaties efficiënter te werken, terwijl technologie schaalbaarheid mogelijk maakt. Maar er is ook een keerzijde. De markt wordt overspoeld met tools en aanbieders, waardoor het lastig wordt om te bepalen wat daadwerkelijk waarde toevoegt. Niet elke oplossing is volwassen. En niet elke belofte wordt waargemaakt. Succesvolle inzet van AI vraagt daarom om een nuchtere aanpak: klein beginnen, testen en alleen opschalen als het echt werkt. Daarnaast groeit het belang van vertrouwen. Kandidaten willen weten hoe AI wordt ingezet en wat er met hun data gebeurt. Transparantie wordt daarmee een randvoorwaarde. De toekomst: minder werk, meer gesprek AI gaat het werk in recruitment onmiskenbaar veranderen. Administratieve lasten verdwijnen steeds verder naar de achtergrond en processen worden slimmer ingericht. Wat overblijft, en juist belangrijker wordt, is het menselijke aspect. Het gesprek, de inschatting, de klik. De technologie maakt ruimte. De recruiter maakt het verschil. De tweede aflevering van DetAIchering laat zien hoe organisaties vandaag al met AI aan de slag kunnen, zonder de menselijke maat te verliezen. Benieuwd naar het volledige gesprek? Luister de aflevering hier. Geplaatst in AI, In de cloud | Tags AI, detachering, joinuz | Laat een reactie achter
Uitzendsector België krimpt verder, herstel blijft uit Geplaatst 29 april 2026 door Redactie FlexNieuws De Belgische uitzendsector heeft in maart 2026 opnieuw een stap terug gezet. Volgens cijfers van brancheorganisatie Federgon daalde het aantal gepresteerde uren uitzendarbeid met 1,16% ten opzichte van februari. Daarmee zet de neerwaartse trend – die feitelijk in 2018 begon – zich voort. De daling deed zich voor in beide segmenten van de markt. In het ‘bediendesegment’ (vergelijkbaar met de Nederlandse term administratieve beroepen) was sprake van een duidelijke afname van 2,03%, terwijl het ‘arbeiderssegment’ (industrie, techniek) een meer beperkte, maar nog altijd negatieve ontwikkeling liet zien van -0,73%. Fors lagere volumes op jaarbasis Ook in vergelijking met maart 2025 blijft de sector onder druk staan. De totale uitzendactiviteit ligt 6,64% lager dan een jaar geleden. Vooral het bediendesegment daalde met -8,81% flink, terwijl het arbeiderssegment met -5,03% eveneens stevig terrein verloor. In dezelfde periode daalde het aantal uren volgens de ABU marktmonitor met 5% ten opzichte van een jaar eerder. De Federgon-index, die het activiteitenniveau afzet tegen januari 2007 (basis = 100), kwam in maart uit op 83,22 punten. In februari stond deze nog op 84,20. Vooruitzichten blijven somber Volgens Federgon zijn er voorlopig weinig signalen die wijzen op een herstel. “De uitzendactiviteit is in maart verder afgenomen. Op maandbasis vertoont de activiteit geen tekenen van verbetering, terwijl de ontwikkelingen op jaarbasis wijzen op aanhoudende druk in alle segmenten en op een ongelijkmatige dynamiek tussen de regio’s,” aldus Paul Verschueren, Directeur Research & Economic Affairs. Daar komt bij dat het ondernemersvertrouwen slechts zeer gematigd is. Dit voedt de verwachting dat een opleving van de vraag naar uitzendkrachten op korte termijn uitblijft. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags Federgon | Laat een reactie achter