Kamer stemt in met vereenvoudiging Wet banenafspraak Geplaatst 12 februari 2025 door Redactie FlexNieuws Banenafspraak De banenafspraak houdt in dat werkgevers elk jaar een bepaald percentage banen moeten scheppen voor mensen met een arbeidsbeperking. Als ze dat niet doen, dan kan de werkgever een boete krijgen (quotumregeling). De Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Wet bqa) is op 2015 ingegaan en had als doel om in 2026 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat doel wordt bij lange na niet gehaald. Het UWV meldde onlangs dat er sinds de start van de banenafspraak ongeveer 88.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking zijn gerealiseerd. Probleem is dat werkgevers de Wet bqa te ingewikkeld vinden. Daarom heeft het kabinet eind 2023 het wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de Wet banenafspraak naar de Tweede Kamer gestuurd. Die heeft op 11 februari jl. unaniem het wetsvoorstel aangenomen. 3 voordelen van vereenvoudiging Wet banenafspraak De 3 meest relevante veranderingen in de Wet banenafspraak zijn: Er komt één banenafspraak voor alle werkgevers; geen onderscheid meer tussen overheid en bedrijfsleven De quotumheffing verandert; er komt een inclusiviteitsopslag in plaats van een boete als werkgevers de afgesproken aantallen van de banenafspraak niet halen. Deze opslag wordt geheven via een bestaande premie. Loonkostenvoordeel; werkgevers behouden het loonkostenvoordeel (LKV) voor een werknemer uit de doelgroep van de banenafspraak zolang de werknemer in dienst blijft. (Nu krijgen werkgevers maximaal drie jaar loonkostenvoordeel.) De administratieve lasten worden verlicht omdat werkgevers en werknemers geen speciale verklaring meer hoeven aan te vragen bij het UWV om loonkostenvoordeel te krijgen. Nu de Tweede Kamer unaniem heeft ingestemd met het wetsvoorstel lijkt het waarschijnlijk dat ook de Eerste Kamer ermee zal instemmen. Wanneer de wet ingevoerd wordt is nog niet bekend. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags arbeidsbeperking, Banenafspraak, LKV | Reacties uitgeschakeld voor Kamer stemt in met vereenvoudiging Wet banenafspraak
Truc om uitzendkrachten gratis over te nemen, strandt in de rechtbank Geplaatst 12 februari 2025 door Redactie FlexNieuws Uitzendwerk is vaak een opstapje naar een vaste baan. De meeste uitzendbureaus nemen in hun voorwaarden doorgaans een minimum aantal gewerkte uren op voordat de inlener de kandidaat kosteloos kan overnemen. Eerder overnemen kan ook, maar daar staat dan een vergoeding tegenover. Overeenkomst Op 10 december 2021 sluit uitzendbureau SchilderMeesters – de schilderspoot van BaanMeesters – een uitzendovereenkomst met een schildersbedrijf. Als voorwaarde geldt een minimale inleentermijn van 1750 uur. De uitzendkracht neemt in juli 2022 ontslag. Zij heeft op dat moment 908 uur gewerkt. Ze treedt in dienst bij een ander schildersbedrijf. Maar de twee bedrijven vallen wel onder dezelfde groep ondernemingen. Rechter zet streep door concurrentiebeding uitzendbureau Een jaar later herhaalt zich het scenario met deze twee bedrijven, maar nu in omgekeerde richting. Op 21 juli 2023 heeft SchilderMeesters een inleenbevestiging gezonden aan het tweede schildersbedrijf voor de inlening van een uitzendkracht. De minimale inleentermijn voor overname is 2080 uur. In januari 2024 treedt deze uitzendkracht bij het eerste schildersbedrijf in dienst. Zij heeft op dat moment 725,25 uur op basis van de inleenovereenkomst gewerkt. Voor de rechter BaanMeesters stapt naar de rechter. Het verlangt van het schildersbedrijf een vergoeding voor de niet-verleende uren. Het eerste schildersbedrijf betwist dat de uitzendkracht bij haar in dienst is getreden. Het stelt dat het tweede bedrijf een andere rechtspersoon betreft en dat er geen groeps- of dochterverhouding tussen de twee bestaat. Hoge Raad: Als de inlener de terbeschikkingstelling beëindigt, eindigt uitzendovereenkomst van uitzendwerknemer van rechtswege De rechter volgt de redenering van het schildersbedrijf niet. Beide vennootschappen hebben immers (indirect) dezelfde bestuurders/aandeelhouders en zijn op hetzelfde adres gevestigd. Het zijn formeel geen moeder en dochter, eerder ‘tante en nicht’, aldus de rechter. Maar ze zijn zozeer verbonden dat zij over en weer afspraken kunnen maken over het ‘doorschuiven’ van personeel om te ontkomen aan de vergoedingen die aan BaanMeesters moeten worden betaald. De rechter veroordeelt het eerste schildersbedrijf tot een betaling van € 20.961,58, vermeerderd met de proceskosten van € 2.745,22. Bron: Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2024:9664, 30 januari 2025 Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags inleenovereenkomst, jurisprudentie, overname | Reacties uitgeschakeld voor Truc om uitzendkrachten gratis over te nemen, strandt in de rechtbank
ABU over beleid arbeidsmigranten: ‘Stop met zwalkend beleid en symboolpolitiek’ Geplaatst 12 februari 2025 door ABU Kort na zijn aantreden gaf minister Van Hijum al aan geschrokken te zijn van de erbarmelijke omstandigheden waarin sommige arbeidsmigranten wonen en werken. Begrijpelijk, want de misstanden zijn schrijnend en komen veel te vaak voor. Zelf ben ik ook regelmatig ontzet, onthutst en vooral enorm kwaad over de manier waarop deze mensen worden behandeld. In alle emotie zou je soms bijna vergeten dat de meeste arbeidsmigranten wél gewoon tevreden zijn over hun werk- en woonsituatie. Aanpak misstanden: ‘druppels op de gloeiende plaat’ Daarom was het hoopgevend dat Van Hijum direct vastberaden en enthousiast leek om deze misstanden aan te pakken. Nu hij bijna een jaar onderweg is, kan ik niet anders dan toegeven: aan enthousiasme geen gebrek. In november stuurde hij een brief naar de Kamer over zijn aanpak, waarin hij maar liefst zo’n dertig initiatieven presenteerde. Lekker bezig, zou je denken. Een daadkrachtige minister die misstanden serieus aanpakt. Maar helaas: enthousiasme alleen blijkt niet voldoende om de problemen op te lossen. Want wat we nu zien, is vooral zwalkend beleid, veel symboolpolitiek en een paar druppels op de gloeiende plaat. Neem bijvoorbeeld zijn beleid rondom de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Aan de ene kant wil hij hen minder afhankelijk maken van hun werkgever, maar tegelijkertijd wil hij diezelfde werkgevers meer verantwoordelijk maken voor hun arbeidsmigranten. Twee tegenstrijdige uitgangspunten die hij allebei tegelijk probeert te realiseren. Je hoeft geen Einstein te zijn om te snappen dat dit natuurlijk niet gaat. In de praktijk leidt dit tot zwabberend beleid. Dan die symboolpolitiek. Een recente maatregel geeft de Arbeidsinspectie de mogelijkheid om zwaardere boetes op te leggen aan bedrijven die arbeidsmigranten illegaal in dienst nemen. Klinkt goed, maar in de praktijk is de maximale boete verhoogd van 8.000 euro naar 12.500 euro. Voor criminele ondernemers nog steeds een schijntje. Bovendien is de pakkans minimaal, want de Arbeidsinspectie heeft onvoldoende capaciteit om te handhaven. Daar komen 90 extra fte bij. Op papier een versterking, maar in werkelijkheid vergelijkbaar met minister Faber die met 50 marechaussees de Nederlandse grenzen denkt te bewaken. Hooguit een druppel op de gloeiende plaat, maar vooral symboolpolitiek dus. Voorstel minister Van Hijum Tegen deze achtergrond was ik niet heel verbaasd over het meest recente voorstel dat Van Hijum op 6 februari naar de Kamer stuurde: werkgevers mogen straks geen huur meer inhouden op het loon van arbeidsmigranten. Dit voorkomt afhankelijkheid, maar maakt het tegelijkertijd moeilijker om werkgevers verantwoordelijk te houden voor huisvesting. Nog steeds zwabberen dus. Maar wat vooral pijnlijk is: het pakt de criminele ondernemers die misbruik maken van het systeem niet aan. Die houden zich nu al niet aan de regels, dus waarom zouden ze dat straks wel doen? Dit voorstel klinkt misschien dus wel lekker daadkrachtig, maar een échte oplossing biedt dit voorstel niet. Mijn oproep aan de minister is daarom: stop met zwalkend beleid en symboolpolitiek. Werk vanuit een heldere visie aan uitvoerbare regels die niet alleen goed klinken, maar die in de praktijk ook nog goed werken. En bovenal: investeer serieus in handhaving, want alleen daarmee pakken we de echte boeven aan. Voor zo’n aanpak kan hij rekenen op de leden van de ABU. Auteur: Leo van der Pol (Directeur Advies, Strategie en Kennis bij ABU). Lees meer: Felle reacties uit de flexbranche op verbod inhoudingen voor huisvesting arbeidsmigranten Gerichter beleid om slecht betaalde arbeidsmigranten te weren Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags ABU, arbeidsmigranten, Eddy van Hijum | Reacties uitgeschakeld voor ABU over beleid arbeidsmigranten: ‘Stop met zwalkend beleid en symboolpolitiek’
8 misverstanden over de handhaving op schijnzelfstandigheid Geplaatst 10 februari 2025 door Redactie FlexNieuws Op 1 januari 2025 is de handhavingspauze op schijnzelfstandigheid gestopt en daar bestaat een hoop verwarring over. Volgens intermediaire dienstverleners maken ondernemers zich veel te vaak onterecht zorgen. Daarom maakten brancheverenigingen Bovib, Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), Nederlandse Bond voor Bemiddelings- en. Uitzendbureaus (NBBU), Raad voor Interim Management (RIM) en Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) samen een document waarin ze de acht meest gehoorde misvattingen weerleggen. Advocaat Joost van Ladesteijn (Vertex Legal BV) publiceerde onlangs een reeks onterechte aannames over de handhaving op schijnzelfstandigheid. Zijn lijst was een inspiratiebron voor dit overzicht. 8 misverstanden Hieronder staan de meest gehoorde misvattingen. In het document van de coalitie vind je uitgebreidere uitleg. Download het hier. 1. Per 1 januari gaat de Belastingdienst weer handhaven op basis van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) Dit klopt niet, want ook in voorgaande jaren werd er al gehandhaafd. In afwachting van nieuwe, duidelijkere regels rondom werken met zzp’ers werd handhaving op schijnzelfstandigheid in 2016 opgeschort. Tijdens dit handhavingsmoratorium vonden wel controles plaats, maar zonder naheffing en boetes. Opdrachtgevers die ten onrechte zzp’ers inhuurden, kregen ‘een aanwijzing’ om de werkwijze aan te passen. Pas als een opdrachtgever deze aanwijzing niet opvolgde, was er sprake van ‘kwaadwillendheid’ en kon hij een boete krijgen. Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst weer direct naheffingsaanslagen loonheffing en correctieverplichtingen voor de sociale premies opleggen, zonder aanwijzing of waarschuwing vooraf. De Belastingdienst controleert mede op basis van bestaande rechterlijke uitspraken. De belangrijkste uitspraak komt van de Hoge Raad in de zaak van de maaltijdbezorgers van platform Deliveroo. De Hoge Raad gaf daarbij een (niet-uitputtende) lijst criteria om te bepalen of werk uitgevoerd kan worden ‘buiten dienstbetrekking’. Deze criteria gelden voor alle vormen van inhuur van zelfstandigen. 2. Per 1 januari gaat de Belastingdienst handhaven op basis van de wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) Dit klopt niet, want VBAR is nog maar een concept wetsvoorstel. Het wetsvoorstel VBAR is een voorstel van Karien van Gennip, de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Er zijn nog veel vragen en politieke partijen hebben eerder stevige kritiek geuit op het concept. Het voorstel is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer en in maart 2025 zal er waarschijnlijk een stevig debat gevoerd worden over dit wetsvoorstel. 3. Organisatorische inbedding van het werk is een doorslaggevend criterium bij de vraag of iemand als zzp’er mag werken Dit klopt niet, want volgens de Hoge Raad moet je ‘holistisch’ naar de situatie kijken. Anders gezegd: alle omstandigheden wegen mee. Uit het Deliveroo-arrest blijkt dat onder meer de volgende criteria van belang zijn: Aard en duur van de werkzaamheden. De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald. Inbedding van het werk en de persoon in de organisatie en bedrijfsvoering van de opdrachtgever. Het al dan niet bestaan van de verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren. De manier waarop de contractuele relatie tussen partijen is vormgegeven. De wijze van beloning en de hoogte van de beloning. Loopt de uitvoerder commercieel risico. Gedraagt de uitvoerder zich als ondernemer, bijvoorbeeld door te werken aan reputatie en acquisitie? Is de uitvoerder fiscaal gezien ondernemer, hoeveel opdrachtgevers heeft hij en hoe lang is de duur van de opdrachten? 4. Er geldt een beperkt aantal gezichtspunten om te beoordelen of er een arbeidsovereenkomst bestaat Dit klopt niet, want in een holistische benadering doen alle omstandigheden van de individuele situatie ertoe. Zie misverstand 3. 5. Ondernemerschap van de persoon is irrelevant of van ondergeschikt belang bij de beoordeling van arbeidsrelaties Dit klopt niet, want in een holistische benadering doen alle criteria ertoe. Zie misverstand 3. Deze misvatting is waarschijnlijk ontstaan door het nieuws rondom het conceptwetsvoorstel VBAR. Daarin wordt ondernemerschap van de persoon als ondergeschikt beschouwd. Criteria die specifiek te maken hebben met de opdracht, zijn volgens VBAR het belangrijkst. Pas als er nog steeds twijfel bestaat over de arbeidsrelatie, weegt ondernemerschap van de persoon mee. Maar vooralsnog is VBAR slechts een wetsvoorstel, dus hier zal de Belastingdienst niet op handhaven. 6. Er bestaan 100% compliant zzp-contracten Dit klopt niet, want of een samenwerking voldoet aan de wet hangt uiteindelijk af van de uitvoering en de feitelijke omstandigheden. Uiteindelijk kijkt een inspecteur naar hoe opdrachtgever en opdrachtnemer in de praktijk samenwerken. Wat er op papier staat, is van ondergeschikt belang. Bepaalde partijen beloven zogenaamde ‘Wet DBA-proof’-overeenkomsten, maar zulke contracten zijn onmogelijk. Hiervoor betalen is weggegooid geld. Een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst geeft wel wat houvast om te voldoen aan wet- en regelgeving, maar het is nooit een garantie. De modelovereenkomsten van onder andere Bovib, ABU, NBBU en RIM zijn verlengd en geldig tot in elk geval eind 2029. 7. De meeste zzp’ers zijn uit noodzaak zzp’er Dit klopt niet, veruit de meeste zelfstandig ondernemers kiezen bewust voor deze manier van werken. Uit cijfers van CBS en TNO (2023) blijkt dat slechts 10% van de zzp’ers liever in loondienst zou werken. Het percentage zzp’ers dat min of meer gedwongen voor zichzelf begon daalt bovendien, blijkt uit een recent onderzoek van onafhankelijk onderzoeksbureau SEOR op verzoek van de NBBU. De motieven om als zzp’er aan de slag te gaan zijn veel vaker positief dan negatief. Het aantal bewuste, hoogopgeleide zzp’ers die hun eigen arbeid verkopen, groeit zelfs. Dat blijkt uit analyse van Sjanne Marie van den Groenendaal in het rapport ‘De zzp’er bestaat wél’. Wie de zzp’er indeelt naar startmotieven, ziet dat de groep ‘gedwongen zzp’ers’ steeds kleiner wordt. 8. Zzp’ers scoren slecht op brede welvaart Dit klopt niet, vrijwillige zelfstandig ondernemers ervaren juist een hogere brede welvaart dan mensen in loondienst. Uit recent onderzoek van Rabobank blijkt dat zzp’ers die uit vrije wil zzp’er zijn geworden, relatief veel brede welvaart hebben. Zij scoren 5,2 procent hoger dan mensen in loondienst. Mensen die uit noodzaak zzp’er zijn geworden, scoren een 8,6 procent lagere brede welvaart dan mensen in loondienst. Maar in punt 7 zagen we al dat dit slechts een heel klein deel is van het geheel. Bovendien krimpt deze groep. Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags #zzpdebat, ABU, bovib, handhavingsmoratorium, NBBU, RIM, VVDN | Reacties uitgeschakeld voor 8 misverstanden over de handhaving op schijnzelfstandigheid
Flexbranche in 2025: lichte groei verwacht van 1,5% Geplaatst 7 februari 2025 door Redactie FlexNieuws Vraag trekt licht aan in 2025 Naar verwachting zal het aantal uitzenduren in de flexbranche, die bestaat uit uitzendbureaus, arbeidsbemiddelaars en payrollers, in 2025 met 1,5% licht groeien, na twee jaren van krimp. De sector is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de economie en voelt het als één van de eersten als opdrachtgevende bedrijven hun activiteiten op- of afschalen. Nu de economie weer enigszins aantrekt, komt er vanuit bedrijven langzaamaan weer meer vraag naar uitzendkrachten. Controle op schijnzelfstandigheid gunstig voor uitzenders en detacheerders Naast een aantrekkende economie is de handhaving op schijnzelfstandigheid sinds begin dit jaar gunstig voor uitzenders en detacheerders. Veel van het werk dat voorheen door zzp’ers werd gedaan, kan niet langer als zodanig worden uitgevoerd. Inlenende bedrijven kiezen er naar verwachting dan ook vaker voor om zzp’ers een vast contract aan te bieden of om zzp’ers via een uitzend- of detacheringsbureau in te huren, aangezien dat nu de meest flexibele arbeidsvormen zijn. De uitzendbranche zal vooral profiteren van een aantrekkende vraag naar uitzendkrachten vanuit sectoren als schoonmaak, beveiliging, zorg en kinderopvang. Voor meer specialistisch werk zal vaker voor detachering worden gekozen. Herstel bleef vorig jaar uit Net als in 2023, bleven de marktomstandigheden voor de flexbranche vorig jaar uitdagend. Het aantal uitzenduren kromp opnieuw fors met circa 5%. Vanwege een lage economische groei en aanhoudende geopolitieke onzekerheid in de markt bleven bedrijven zeer terughoudend met het inhuren van uitzendkrachten en gedetacheerden. Dit gold zeker voor de industrie en transport & logistiek , twee sectoren waar doorgaans veel uitzendkrachten werkzaam zijn. Bovendien was er minder vraag doordat bedrijven in een structureel krappe arbeidsmarkt werknemers eerder een vast contract aanbieden. Richting het einde van 2024 trok de vraag licht aan. Zo kampte eind 2024 een kwart van de flexbedrijven met vraaguitval, terwijl dit halverwege 2024 nog voor veel meer (40%) bedrijven gold. Verdere afname uitzendbanen in 2024 De verminderde vraag naar uitzendkrachten is ook duidelijk zichtbaar in de ontwikkeling van het aantal uitzendbanen. Vorig jaar waren er gemiddeld 39.000 uitzendbanen minder dan in 2023. De daling was wel minder fors dan in 2023, toen er gemiddeld 56.000 minder uitzendbanen waren. De afname in het aantal uitzendbanen kwam niet alleen door minder vraag naar uitzendkrachten vanwege het economische sentiment, ook werden er meer vaste contracten afgesloten (+1,5%). Naar verwachting gaat het aantal uitzendbanen dit jaar weer licht toenemen. Krapte op de arbeidsmarkt grootste uitdaging De grootste uitdaging voor de flexbranche is en blijft de structurele krapte op de arbeidsmarkt. Ondanks dat er minder vraag was naar uitzendkrachten had nog altijd tweederde van de flexbedrijven eind 2024 last van de personeelsschaarste. Dit betrof zowel eigen personeel als uitzendkrachten en zet een rem op de groei van flexbedrijven. Immers, door het personeelstekort stokt de toestroom van (nieuwe) uitzendkrachten en daarmee ook de groei. Ook is er nog altijd sprake van een mismatch op de arbeidsmarkt, waarbij vraag en aanbod niet goed op elkaar aansluiten. 5% hogere tarieven in 2025 Voor het derde jaar op rij stegen de tarieven in de flexbranche in 2024 met ten minste 7%. Dit kwam met name door hogere loonkosten en een langere time-to-hire. Door de structureel krappe arbeidsmarkt duurt het zoeken naar een juiste kandidaat veelal langer en stijgt de zogenoemde ‘cost-per-hire’. Daarnaast lagen de cao-lonen vorig jaar gemiddeld 6,6% hoger dan in 2023, de grootste stijging in 40 jaar. De tarieven in de flexbranche stijgen dit jaar – naar verwachting met 5% – gematigder dan in de voorgaande drie jaren. Door de aanhoudende krapte blijven met name de loonkosten ook dit jaar stijgen. Wet- en regelgeving maakt uitzendwerk duurder en minder flexibel Naast een structureel krappe arbeidsmarkt wordt de sector ook geraakt door strengere wet- en regelgeving. Dit maakt uitzendwerk duurder en minder flexibel. Zo heeft een uitzendkracht inmiddels recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als een werknemer in loondienst, zoals een marktconform pensioen en een transitievergoeding. Daarnaast is het uiteindelijke doel om uitzendwerk alleen in te zetten voor ‘ziek & piek’ en niet langer voor werk op structurele basis, een enkele uitzondering daargelaten. Bovendien zadelt de invoering van het toelatingsstelsel (wet Wtta) de sector op met extra kosten en regeldruk. Al zorgt de wet er echter ook voor dat de drempel voor nieuwe toetreders in de markt hoger wordt. Het is echter nog niet bekend per wanneer de wet wordt ingevoerd. Generieke uitzenders staan onder druk Ondanks een aantrekkende vraag naar uitzendkrachten is de verwachting dat generieke uitzenders het naar de toekomst toe moeilijk blijven houden. Zo is er minder vraag naar uitzendkrachten voor standaardwerk, zoals in distributiecentra en de industrie. Simpelweg omdat uitzendwerk door nieuwe wet- en regelgeving nog nauwelijks voordelen heeft boven iemand vast in dienst nemen. De enige reden is flexibiliteit, al wordt dat steeds meer ingeperkt. Daarnaast zijn er door verdergaande automatisering over de gehele linie ook minder mensen nodig, niet alleen in de productie, maar ook op het gebied van administratief werk. Minder vraag door gebrek aan snelgroeiende bedrijven Een andere ontwikkeling die generieke uitzenders raakt betreft het wegvallen van de vraag naar grote aantallen uitzendkrachten vanuit snelgroeiende bedrijven. In de afgelopen jaren werden miljarden geïnvesteerd in onder meer flitsbezorgers Gorillas, Getir, Zapp en Flink, maaltijdbezorging en online supermarkten Crisp en Picnic. Dat zwengelde de vraag naar grote aantallen uitzendkrachten en zzp’ers aan. Tijdens de coronapandemie kwam daar de GGD bij die veel uitzendkrachten nodig had op de priklocaties. Dat is inmiddels allemaal grotendeels weggevallen en is er tot nu toe nog niets nieuws op grootschalig niveau voor in de plaats gekomen. AI nog geen strategische prioriteit in de flexbranche Ten slotte heeft de wereldwijde opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) zijn impact op de flexbranche . Generatieve AI (GenAI) zal naar verwachting op termijn de bemiddelingsrol van veel traditionele uitzenders en arbeidsbemiddelaars grotendeels kunnen overnemen. Maar ondanks een structureel krappe arbeidsmarkt is AI nog geen strategische prioriteit voor de meeste recruiters in de flexbranche wereldwijd. Eerst moeten nog de nodige stappen worden gemaakt op het gebied van digitalisering. Om echter toekomstbestendig te blijven is het belangrijk dat flexbedrijven GenAI tijdig en succesvol inzetten, zodat ze efficiënter en productiever werken en daarmee een concurrentievoordeel hebben. Lees ook: De (vooruit)blik van Wim Davidse: de flexbranche in en na 2025 Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags flexbranche, groei, ING, schijnzelfstandigheid, Uitzenduren | Reacties uitgeschakeld voor Flexbranche in 2025: lichte groei verwacht van 1,5%