Raymond Puts wordt topman van Otto Work Force Geplaatst 13 januari 2025 door Redactie FlexNieuws Raymond Puts treedt per 1 april in dienst als CEO van OTTO Work Force, de grootste internationale arbeidsbemiddelaar van Europa. Ruim 27.000 medewerkers werken via OTTO Work Force in voornamelijk Nederland, Duitsland en Polen. Hij gaat zich nu inzetten voor een verantwoorde inzet van arbeidsmigranten in Europa. Puts vervangt Frank van Gool, in december werd bekend dat hij en Karolina Swoboda stoppen bij OTTO Work Force. Voordat zijn periode bij AWVN was Puts onder andere topman bij uitzender en detacheerder USG. ‘Ik heb een prachtige periode meegemaakt bij AWVN. Van de grootste crisis, tot flinke economische groei met krapte op de arbeidsmarkt. In dat uitdagende speelveld zijn we het baken geweest voor werkgevers en zijn we blijven investeren in goede arbeidsverhoudingen. We sloten daardoor toch cao’s op moeilijke momenten, we zijn blijven werken aan een inclusieve arbeidsmarkt en hebben oplossingen aangedragen voor de krapte. Ik heb meer kunnen doen dan ik voor mogelijk had gehouden. Bij OTTO Work Force kan ik nu heel gericht werken aan een van de grote thema’s op de arbeidsmarkt, namelijk de betere inzet van internationale medewerkers’, zegt Puts. De Raad van Toezicht van AWVN buigt zich de komende tijd over de opvolging van Raymond Puts. Foto: AWVN Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags AWVN, OTTO Work Force, Raymond Puts | Reacties uitgeschakeld voor Raymond Puts wordt topman van Otto Work Force
Drijvers (ABU) over handhaving: ‘Onze leden willen het goed doen, maar worden in onmogelijke positie geplaatst’ Geplaatst 13 januari 2025 door Redactie FlexNieuws De laatste weken van 2024 werd Zzp- en Inhurend Nederland overladen met nieuws over het handhavingsmoratorium dat per 1 januari is komen te vervallen. Kamervragen en moties met de roep om een ‘zachte landing, onvrede onder zzp-organisaties,’ het ministerie van Financiën die voor de afhandeling van de toeslagenaffaire gewoon doorgaat met het inhuren van schijnzelfstandigen, de publicatie van het handhavingsplan van de Belastingdienst (met een toelichting van staatssecretaris Van Oostenbruggen) en – tot slot – een flink interview met diezelfde staatssecretaris. En dan zitten we ineens in 2025. Ongetwijfeld wacht een deel van de zzp’ers nog op een nieuwe opdracht (goede cijfers ontbreken nog). Ondertussen draait de wereld ook gewoon door. Betekende die hectische maand december de rust van januari? Of is de rust van januari juist de aanloop naar heel veel onrust in de komende maanden? Die vraag stond centraal in de eerste ZiPtalk podcast van 2025. Daarin probeerden Hugo-Jan Ruts en Narada Bouwland een antwoord te vinden op die vraag, samen met Margreet Drijvers (de programmamanager ZZP-dienstverlening bij de ABU) en Boris Emmerig (partner bij Holla Legal & Tax). De intermediairs liggen boven op de stapel bij de Belastingdienst Wat duidelijk is, is dat de intermediaire sector mag rekenen op bovengemiddelde belangstelling van de Belastingdienst. De nodige bureaus hebben al een uitnodiging ontvangen voor een eerste oriënterend gesprek in januari. Dat de flexbranche extra aandacht krijgt, stond ook aangekondigd in het Handhavingsplan. In zijn interview met ZiPconomy legde staatssecretaris Van Oostenbruggen ook uit dat – omdat de intermediaire sector zich voorstaat op het hebben van kennis van de materie – extra aandacht ook logisch is. Staatssecretaris Van Oostenbruggen over handhaving en zzp: “We moeten nu echt een bocht door.” Emmerig kan zich daar wel iets bij voorstellen. “Intermediairs kun je met een mooi Duits woord de ‘Dreh- und Angelpunkt’ van de arbeidsmarkt noemen. Zij nemen daar een belangrijke positie in.” Hij ziet ook wel een voordeel als je als bureau snel aan de beurt bent. “Als ik intermediair was, zou ik zo’n brief van de Belastingdienst eerder als een kans dan als een bedreiging zien. Het biedt de mogelijkheid om buiten de geharnaste kaders van een belastingcontrole in gesprek te gaan over wat wel en niet kan.” Onmogelijke positie Margreet Drijvers constateert wel dat bureaus momenteel wel in een spagaat zitten, onder druk van opdrachtgevers die toch door willen met zzp’ers ondanks dat die als schijnzelfstandigen gezien zouden moeten worden. “De leden van de ABU willen het graag goed doen, maar die worden wel in een onmogelijke positie geplaatst. Ze lopen tegen de verzoeken van de opdrachtgevers aan, de arbeidsmarktkrapte, maar ook de zzp’ers die zeggen: ja, ik ga het gewoon niet doen op detacheringsbasis of uitzendbasis.” Dat het Ministerie van Financiën zelf door wil met schijnzelfstandigen bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen en daarmee bureaus feitelijk vraagt de wet te overtreden, is ook wat dat betreft geen prettig voorbeeld. Het zzp-dossier en wetgeving in 2025: harde of zachte landing? Vier voorspellingen van vier experts. Er ligt hier namelijk ook nog een extra risico voor deze intermediairs, legt Emmerig uit. “Als het fiscale nadeel voor de Staat meer dan 100.000 euro is, dan zijn er richtlijnen binnen de Belastingdienst die zeggen dat een inspecteur dit moet bespreken met een speciale boete-inspecteur en het Openbaar Ministerie. Dan kan strafrechtelijke vervolging aan de orde zijn.” Een intermediair die flink wat zzp’ers aan het werk heeft en ten onrechte geen loonheffing heeft afgedragen, zit al snel boven die 100.000 euro. Dat geldt ook voor een aantal intermediairs betrokken bij het UHT. “Een klant van een intermediair mag niet verwachten dat een intermediair ook strafrechtelijke risico’s gaat lopen. Dat raakt echt aan de reputatie van de intermediair.” Aan de slag Verhalen over een zachte landing betekent in ieder geval niet dat intermediairs en opdrachtgevers rustig kunnen afwachten. Daarover zijn Emmerig en Drijvers het eens. Maar ze zijn het niet eens over het feit of de regels nu duidelijk zijn. “Er is best wel veel duidelijkheid in de jurisprudentie. Je moet het gewoon stap voor stap doen en niet in paniek raken”, aldus Emmerig. Drijvers blijft het merkwaardig vinden er handhaving plaatsvindt zonder een nieuwe wet die de criteria verduidelijkt. “Je kan de afweging nu eigenlijk niet maken zonder een externe adviseur, dat zou je niet moeten willen.” Dat de verschillende informatie websites van de overheid maar matig op elkaar zijn afgestemd, helpt daar niet bij. Emmerig ziet nog wel een voordeel. “Het kwalificeren van arbeidsrelaties blijft een weging van alle omstandigheden, wat vaak niet zwart-wit is maar grijs. Maak die afweging en leg het vooral vast. Dan heb je een pleitbaar standpunt. In een mogelijk discussie met de Belastingdienst krijg je wellicht geen gelijk, maar met zo’n pleitbaar standpunt krijg je in ieder geval geen boete en kan er ook geen sprake zijn van een een strafrechtelijke vervolging waar ik het eerder over had”, legt Emmerig uit. Luister de hele podcast hier terug en hoor daar ook wat Emmerig en Drijvers verwachten van de Hoge Raad, die binnenkort een uitspraak doet het gewicht die het criterium ‘extern ondernemerschap’ behoort te hebben (zie daarover ook dit artikel) Lees ook: “Het extern ondernemerschap-criterium is ‘ook van belang’ en niet van ‘onderschikt belang’ ’’ Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags ABU, handhaving, handhavingsmoratorium | Reacties uitgeschakeld voor Drijvers (ABU) over handhaving: ‘Onze leden willen het goed doen, maar worden in onmogelijke positie geplaatst’
Arbeidsmigrant met werkende partner blijft steeds vaker in Nederland Geplaatst 10 januari 2025 door Redactie FlexNieuws Tussen 2005 en 2016 kwamen 225 duizend arbeidsmigranten uit de EU/EVA en 76 duizend kennismigranten van daarbuiten naar Nederland. Dat is 22 procent van de totale immigratie van mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit. In de periode 2013 tot 2016 kwamen 107,3 duizend arbeidsmigranten uit de EU/EVA naar Nederland. Dit is meer dan twee keer zo veel als tussen 2005 en 2008. Het aantal kennismigranten van buiten de EU/EVA steeg van 15,1 duizend tussen 2005-2008 naar 36,3 duizend tussen 2013-2016. Vooral Poolse arbeidsmigranten Van de Europese arbeidsmigranten die tussen 2005 en 2016 naar Nederland kwamen, had 32 procent de Poolse nationaliteit. Verder kwamen vooral Duitsers (9 procent), Britten (8 procent), Italiaans (7 procent) en Fransen (5 procent) naar Nederland. Wereldwijd kwamen vooral Indiase (29 procent), Amerikanen (13 procent), Chinese (10 procent), Turkse (6 procent) en Japanse (5 procent) arbeidsmigranten naar Nederland. Vertrekkansen kleiner met gezin, vooral als de partner werkt Migranten die alleen wonen of een andere woonsituatie hebben (zoals samenwonen met anderen) vertrekken vaker dan arbeidsmigranten met een partner en/of kinderen. Behalve samenwonen met een partner en/of een of meerdere kinderen, vertrekt een arbeidsmigrant vooral minder vaak als de partner betaald werk heeft. Dit geldt zowel voor alle onderzochte groepen. Arbeidsmigranten blijven steeds vaker in Nederland als zij hier een partner of kinderen hebben. Deze toename geldt met name voor kennismigranten. Relatief weinig arbeidsmigranten wonen bij aankomstkomst in Nederland direct met een partner en/of kind, waarbij in het onderzoek alleen is gekeken naar de woonsituatie en werkstatus van de partner in het eerste jaar na aankomst. Poolse arbeidsmigrant vertrok vaker, Indiase kennismigrant bleef langer Bijna 7 op de 10 van de Europese arbeidsmigranten en kennismigranten verlieten Nederland binnen vijf jaar. Bij kennismigranten daalde dit percentage naar 62 procent in de recentste groep (die tussen 2013 en 2016 arriveerde), vergeleken met 70 procent bij de oudere onderzochte groepen. Arbeidsmigranten uit Polen (maar ook uit Bulgarije, Roemenië en Hongarije) die tussen 2013-2016 naar Nederland kwamen, vertrokken na vijf jaar vaker (70 procent) dan de Poolse arbeidsmigranten die tussen 2005 en 2008 naar Nederland kwamen (58 procent). Kennismigranten uit India vertrokken steeds minder vaak. Van de kennismigranten die tussen 2005 en 2008 naar Nederland kwamen, vertrok 79 procent binnen vijf jaar. Bij de groep die tussen 2013 en 2016 naar Nederland kwam, was dat 65 procent. Geplaatst in Flexdata, In de branche, Nieuws | Tags arbeidsmigranten, CBS, Kennismigranten, migratie, onderzoek | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsmigrant met werkende partner blijft steeds vaker in Nederland
Instroom uit de WW daalt, dat lijkt vervelend, maar legt enorme kansen bloot Geplaatst 9 januari 2025 door Wim Davidse In en uit de WW Net voor de kerstvakantie bleek dat het aantal mensen met een WW-uitkering in november op 177.000 was gekomen (het aantal werklozen dat maandelijks door het CBS wordt vastgesteld, kwam in november op 372.000, ofwel 3,7% van de beroepsbevolking; de twee variabelen zijn heel erg verschillend gedefinieerd). De grafiek toont dat het aantal werklozen alweer zo’n twee jaar lichtjes oploopt. Desalniettemin is de werkloosheid nog steeds enorm laag, en de krapte van de arbeidsmarkt dus groot. Hoewel beide curven er behoorlijk rustig uitzien, verhullen zij een turbulent beeld van in- en uitstroom: maandelijks komen er nieuwe werklozen bij en vinden werklozen een baan (of gaan naar de bijstand, of verlaten de arbeidsmarkt). Dat laatste wordt de uitstroom genoemd. De dalende uitstroom-aantallen in 2021-2022 waren een gevolg van de sterk afnemende werkloosheid (van minder werklozen kunnen er ook minder uitstromen), in 2023 speelde ook de milde economische recessie mee (minder nieuwe mensen nodig), en de lichte groei in 2024 was waarschijnlijk een gevolg van de weer wat aantrekkende economie, bij een krappe arbeidsmarkt. Belangrijk voor de flexbranche, dus aderlating De mensen die uit de WW stromen, vinden een tijdelijke of een vaste baan bij een werkgever, gaan werken via een uitzendbureau of detacheringsbureau, gaan zzp’en, of gaan de bijstand in. In 2018 ging maar liefst 28%, dus ruim meer dan een kwart, van de uitstromers via een uitzend- of detacheringsbureau aan de slag, blijkt uit UWV-analyses. In 2023 (de meest recente analyse) was dat nog maar 21%. Voor de uitzend- en detacheringsbureaus was dat dus een flinke aderlating: in 2018 was liefst 23%, dus zowat een kwart, van de instroom van uitzend- en detacheringskrachten afkomstig uit de WW! In 2023 was dat nog maar 13%. En dat dan dus ook nog eens bij lagere aantallen uitstromers. Dat betekent dat de instroom bij uitzendbureaus en detacheringsbureaus vanuit de WW in aantallen sinds 2018 aanzienlijk is afgenomen, van bijna 104.000 in 2018 naar ruim 48.000 in 2023. Dat is meer dan een halvering. Het totale aantal uitzend- en detacheringskrachten is sinds 2018 ook afgenomen, van 441.000 tot (waarschijnlijk) zo’n 360.000 in 2024. Maar: als de instroom vanuit de WW daaruit wordt gehaald, blijkt dat het aantal anderszins instromende uitzend- en detacheringskrachten (de groene curve in de grafiek) niet of nauwelijks structureel af te nemen! (De corona-crisis had in 2020 natuurlijk wel een enorm maar gelukkig tijdelijk effect.) En dat in een superkrappe arbeidsmarkt! Wat is hier aan de hand? Veranderende kenmerken van werklozen Laten we eerst eens kijken naar de bron van de instroom in de uitzend- en detacheringsbureaus c.q. de uitstroom uit de WW: de werklozen. We kunnen met behulp van de CBS-data de samenstelling van de werkloze beroepsbevolking bekijken, gesegmenteerd naar leeftijd en naar opleidingsniveau, en de verandering van die samenstelling over de jaren. Met de focus op leeftijd, valt onmiddellijk op dat het aantal werklozen van 15 tot 35 jaar in de afgelopen 7 jaar heel licht is opgelopen en dat het aantal werklozen van 35 tot 75 jaar stevig is gekrompen. De hele krimp van de werkloosheid is voor rekening van die 35plussers gekomen! Ook als we de focus verleggen naar opleidingsniveau wordt zo’n typische ontwikkeling duidelijk: het aantal lager en middelbaar opgeleiden dat werkloos is, is afgenomen, het aantal hoogopgeleide werklozen is iets toegenomen. De daling van de werkloosheid is volledig te danken aan de krimp van het aantal lager en middelbaar opgeleide werklozen. Kortom, werklozen zijn relatief jonger en hoger opgeleid geworden. Veranderende kenmerken van uitzendkrachten en detacheringskrachten Ook de uitzend- en detacheringskrachten kunnen we op die manier bekijken. En het beeld komt verrassend overeen. Het aantal uitzend- en detacheringskrachten tot 35 jaar is redelijk stabiel gebleven, het aantal 35plussers is flink afgenomen en bijna volledig verantwoordelijk voor de krimp van het aantal uitzend- en detacheringskrachten. Het aantal uitzendkrachten met een lagere of middelbare opleiding is flink afgenomen, samen ruim -28%, het aantal hoogopgeleiden is licht gegroeid. Kortom, ook uitzend- en detacheringskrachten worden relatief jonger en hoger opgeleid. Dat roept belangrijke vragen op – over mogelijke kansen Steeds minder 35plussers die werkloos zijn, dus minder uitstroom van deze groep uit de WW, dus minder instroom van deze groep bij de uitzend- en detacheringsbureaus? Steeds minder lager en middelbaar opgeleiden die werkloos zijn, dus minder uitstroom van deze groep uit de WW, dus minder instroom van deze groep bij de uitzend- en detacheringsbureaus? Zou dat het zijn? Jongeren, dat wil zeggen mensen tot 35, hebben minder ervaring en blijven daarom opstappen via uitzend- en detacheringsbureaus? Zou kunnen. Maar die jongeren zijn dan zo te zien wel steeds vaker hoogopgeleid. Zouden zij ook iets anders zoeken dan een opstap? Zoeken zij ook niet naar vrijheid, naar variatie, naar een expeditie waarin ze ontdekken wat ze leuk en interessant en waardevol en passend vinden? Is dat niet een geweldige kans voor uitzend- en detacheringsbureaus? Tegelijk ligt de economie al 2 jaar op z’n gat (en de vooruitzichten zijn hooguit matig), en werkgevers hebben nu minder vacatures en worden dus minder met de krapte geconfronteerd en gaan dus weer hogere eisen stellen, dus weer meer ervaring vragen van kandidaten, dus minder enthousiasme voor jongeren? Maar wat dan als in de loop van 2025 of wellicht nog wat later de economie weer genoeg aantrekt, en er, zoals altijd bij herstel, snel meer jongeren nodig zijn …? En omdat werkgevers tegelijk steeds meer geconfronteerd worden met vergrijzing, uitstroom van ouderen, die relatief vaak laag of middelbaar opgeleid waren, en door vooral middelbaar opgeleiden vervangen (moeten) worden, die ook heel schaars zijn, en dus snel een vast contract krijgen aangeboden? Wat als nou blijkt dat werkgevers wel vaste contracten bieden, maar vervolgens niet echt (of: echt niet) een aanstekelijke werkomgeving, zouden die ouderen dan niet (weer) als uitzend- of detacheringskracht aan de slag willen? Zijn dat geen interessante kansen, over de volle linie van de arbeidsmarkt? Wat moeten we daarvoor gaan doen? En stoppen? Wanneer beginnen we? Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags werkloosheid, WW, WW’ers | Reacties uitgeschakeld voor Instroom uit de WW daalt, dat lijkt vervelend, maar legt enorme kansen bloot
Familiebedrijf Wiertz Company geniet ‘de charme van de middelgrote HR-dienstverlener’ Geplaatst 9 januari 2025 door Arthur Lubbers “Dit is een familiebedrijf pur sang.” Aan Marcel Michiels de taak om de organisatie gereed te maken voor gezonde groei waarin die familiewaarden behouden blijven. Bij het uitbreiden van de dienstverlening profiteert Wiertz Company volgens hem van ‘de charme van de middelgrote uitzender’. Lees in dit interview hoe het bedrijf dit in Zuid-Nederland in praktijk brengt. Met zijn HBO-diploma Mens & Arbeid in Tilburg op zak stuurde Marcel Michiels in 1989 zoveel mogelijk open sollicitaties. Want het was een tijd van hoge werkloosheid en hij was dan ook blij dat Randstad als een van de eerste werkgevers reageerde. Op z’n 23e ging hij er als intercedent aan de slag. “Daar heb ik echt het vak geleerd. Het was een andere tijd, er waren nog geen computers, alleen papieren inschrijvingen en vrijdagmiddagborrels op de vestiging waar de uitzendkrachten hun werkbriefjes afleverden.” In tien jaar tijd klom Michiels steeds hoger op de carrièreladder bij Randstad. Tot Roda JC de top-amateurvoetballer Michiels vraagt om commercieel directeur te worden. Michiels beleeft mooie successen bij de voetbalclub, maar maakt na bijna negen jaar toch weer de overstap naar de flexbranche, als directeur van Flexpoint (nu SD Worx). In 2014 benadert een headhunter hem om bij Volta Limburg (nu Volta NXT, onderdeel van Essent) de slag te maken van nutsbedrijf naar een commerciële organisatie. Na tien jaar stapt Michiels in de zomer van 2024 toch weer over naar de flexbranche. Harm Wiertz, oprichter van Wiertz Company, nodigt hem uit om een hapje te komen eten en vraagt Michiels of hij interesse heeft om als CEO na een woelige periode met directiewisselingen het bedrijf weer in rustiger vaarwater te brengen. Aan Michiels de taak om duurzame groei in de komende jaren te realiseren. Daarnaast ondersteunt senior Michiels de jonge Niklas Wiertz (COO) om hem klaar te stomen om over een aantal jaren de eindverantwoordelijkheid over het familiebedrijf te dragen. Wiertz Company kent een stabiele omzet in 2023 en 2024 van circa € 100 miljoen. Daarmee behoort de generieke uitzender tot de middelgrote uitzendorganisaties volgens de FlexNieuws TOP100. Wiertz Company is opgericht in 1997 door Harm Wiertz en Dionne Wiertz-Buck. Het Limburgse familiebedrijf maakt in de 27 jaar dat het actief is in de arbeidsbemiddeling een gestage groei door. Inmiddels telt Wiertz 10 vestigingen in de regio Zuid (in Zuid-Limburg vestigingen Parkstad, Maastricht en Sittard-Geleen), 4 in Oost (Nijmegen, Eindhoven, Venlo, Weert) en 3 in West (Bergen op Zoom, Middelburg en Axel). Deze laatste locaties zijn er met de overname van De Pooter Groep in 2022 bijgekomen. Het bedrijf is uitgegroeid tot een allround HR-dienstverlener met vijf dienstverleningsconcepten: uitzenden, payroll, detachering, zzp-bemiddeling en werving en selectie. Bij Wiertz Company werken dagelijks 130 vaste medewerkers en maar liefst 4.500 flexmedewerkers bij ruim 500 werkgevers. Familiewaarden Het zijn juist die familiewaarden die Michiels zo aanspreken. “De dynamiek is heel anders dan bij de corporates waar ik heb gewerkt. Dit is een familiebedrijf pur sang. Hier kijken we niet alleen naar korte termijnwinst, maar streven we naar duurzame groei. Harm Wiertz heeft het altijd over het Rijnlandse model met als uitgangspunt ‘als het de ander [klanten, flexkrachten en eigen medewerkers] goed gaat, gaat het ons ook goed’. Duurzaamheid, echt toegevoegde waarde willen bieden, daar is het familiebedrijf mee doordrenkt. Zo worden er vanuit de Wiertz Foundation bijvoorbeeld jaarlijks ruim honderd mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan werk geholpen.” “Je ziet dat opdrachtgevers weifelend zijn over de inhuur van zzp’ers. Wij bieden hen perspectief. Want of het nou zzp, detachering of payroll is – dat maakt voor ons niet uit.” Large accounts en MKB Wiertz is van oudsher een generieke uitzender, maar heeft tegenwoordig vijf dienstverleningsconcepten: naast uitzenden zijn dat detacheren, zzp, werving en selectie en payroll. Bij detachering en zzp-bemiddeling is wel degelijk sprake van focus op specifieke sectoren, namelijk industrie, logistiek, techniek en office (onder meer gericht op semi-overheid, zoals het onderwijs). Binnen het uitzenden is er een splitsing tussen large accounts en MKB. Bij large accounts gaat het om volumespelers in de grootschalige industrie en logistiek. Daarvoor zet Wiertz ook arbeidsmigranten in. Zo werken er inmiddels op weekbasis 700 tot 800 arbeidsmigranten via Wiertz. “Een paar jaar geleden is de keuze gemaakt om ons te richten op de large accounts. Je ziet ook dat we daar relatief snel voet aan de grond hebben gekregen en al gauw een serieuze partij zijn geworden.” Maar die focus op large accounts is volgens Michiel wel ten koste gegaan van het MKB-segment. “Het contact tussen Wiertz Company en het MKB ging enigszins verloren de laatste tijd. We willen dat verloren terrein zo snel mogelijk terugwinnen.” Wiertz Company wil binnen het MKB nadrukkelijker groeien met haar nog relatief nieuwe dienstverleningsconcepten werving en selectie en zzp. “Daar is ook nog een gezonde marge te maken die nodig is in de mix van dienstverlening.” De huidige onrust in de zzp-markt ziet Michiels als een kans. “Je ziet dat opdrachtgevers weifelend zijn over de inhuur van zzp’ers. Wij bieden hen perspectief door met onze vijf dienstverleningsconcepten altijd een passende vorm te kunnen bieden. Want of het nou zzp, detachering of payroll is – dat maakt voor ons niet uit.” Partnership De uitzendbranche heeft het lastig. De uitzenduren blijven fors teruglopen, zo blijkt uit de ABU Marktmonitor. Maar Michiels denkt met Wiertz Company desondanks de gezonde groeiambities waar te kunnen maken. “Als Wiertz Company profiteren wij van de ‘charme van het middelgrote uitzendbedrijf’. Wij hebben een sterke lokale positie, kennen de marktsectoren heel goed, zitten dicht bij de klant.” Reden waarom Wiertz ook vaak wordt ingezet naast de corporate uitzendorganisaties. “Wij hebben veel meer een partnership-rol dan een koude leveranciersrol. We denken mee bij strategische uitdagingen en zijn in staat snel oplossingen te vinden.” Als voorbeeld noemt Michiels het aanbieden van twee opleidingstrajecten samen met een opdrachtgever in de chemische industrie in Terneuzen. Opleiden als bindmiddel “Het zelf opleiden van flexkrachten slaat aan in de markt en klanten waarderen dat. Als wij met initiatieven komen haken opdrachtgevers graag aan”, stelt Michiels. En flexkrachten waarderen dat ook. “Wij proberen onze medewerkers te binden en perspectief te bieden. Opleiden is een belangrijk bindmiddel.” Investeren in opleiding van flexkrachten is volgens hem nodig om echte toegevoegde waarde te blijven bieden op een concurrerende markt. “De prijsdruk in de flexbranche is extreem hoog, terwijl de schaarste op de arbeidsmarkt ongekend groot is. Wil je uit die harde prijzenslag wil blijven, dan moet je je onderscheiden door meer op de waarde-as te komen. Het opleiden van flexkrachten is een heel goede manier om echt toegevoegde waarde te leveren.” Duurzame groei “De focus ligt de komende jaren op het realiseren van een gezonde groei in Zuid-Nederland.” 2023 en 2024 waren de jaren van ‘stabilisatie’ waarin er volgens Michiels een iets behoudender koers is gevaren (met een omzet rond €100 miljoen). Voor 2025 verwacht hij een omzetgroei naar € 105 miljoen en wellicht een sterkere groei in de jaren daarna. “Maar wij hanteren niet zozeer harde getallen. Het familiebedrijf is gericht op het werken aan een gezonde organisatie met tevreden medewerkers.” Michiels is dan ook zeer positief over de vooruitzichten in 2025 en de portefeuille is goed gevuld. “We zijn goed voorgesorteerd als organisatie op het realiseren van duurzame groei en hebben uit tenders en offerterondes aan het eind van 2024 al veel opdrachten binnengehaald van nieuwe klanten en uitbreiding bij bestaande klanten. We gaan zeker weer stappen vooruit maken.” Geplaatst in Nieuws | Tags arbeidsbemiddeling, detachering, FlexNieuws TOP 100, ondernemen, uitzendbranche, Uitzenden | Reacties uitgeschakeld voor Familiebedrijf Wiertz Company geniet ‘de charme van de middelgrote HR-dienstverlener’