Maandelijkse archieven: oktober 2024

Julisa Fereijra-Phelipa (Normec VRO) over haalbaarheid toelatingsstelsel: “De Wtta is er eerder dan je denkt”

Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt een toelatingsstelsel ingevoerd voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. In het nieuwe stelsel mogen uitleners alleen op de markt opereren als zij daartoe toegelaten zijn.
Het streven is invoering van de wet op 1 januari 2026 en starten met handhaven vanaf 2027.

Normec VRO is een van de onafhankelijke geaccrediteerde inspectie-instellingen die toetst op diverse keurmerken. Normec VRO is dan ook nauw betrokken bij de Wtta. Julisa Fereijra-Phelipa zet zich in om bij te dragen aan de uitvoerbaarheid van het toelatingsstelsel. Zo voert Normec VRO onder meer proefinspecties uit om de nieuwe normeisen in de praktijk te toetsen op haalbaarheid en uitvoerbaarheid.

Intermediairs moeten aan heel wat eisen voldoen om een positief inspectierapport te krijgen. De basis is het bestaande normenkader van de Stichting Normering Arbeid (NEN 4400-1). Daarnaast moet een intermediair voldoen aan het  zorgen voor gelijk loon bij gelijk werk, oftewel het toepassen van het juiste loon op basis van het loonverhoudingsvoorschrift (inlenersbeloning), een anti-discriminatiebeleid hebben bij werving en selectie en de veiligheid op de werkplek waarborgen. Andere eisen zijn een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), een (Stichting Normering Flexwonen) SNF-keurmerk (als je ook voor huisvesting zorgt) en een waarborgsom van € 100.000.

Normeisen haalbaar?

“Over de inhoud van dit ‘nieuwe’ normenkader is nog wel wat discussie over wat er wel en niet in moet komen”, vertelt Fereijra-Phelipa. Als voorbeeld noemt zij de normeis dat arbeidsovereenkomsten en loonstroken niet enkel via een portal verstrekt mogen worden. Volgens Fereijra-Phelipa een lastig toepasbare eis die in de praktijk niet haalbaar is (mede omdat dit bovendien problemen met de AVG zou kunnen opleveren). Deze normeis is nu dan ook van tafel.

Een norm waar volgens haar niet aan getornd wordt, is het loonverhoudingsvoorschrift. “Van alles wat te maken heeft met de inlenersbeloning gaat er niets uit het normenkader. Dat is wel een echte verzwaring van het keurmerk dat we nu kennen. De beloning – het juiste (rechtsgeldende) loon toepassen – is het grootste pijnpunt in de Wtta.”

Uitvoering: ‘nog niet alles duidelijk’

“Ook over het inspectieproces en de termijnen waarbinnen hersteld moet worden is discussie”, zegt Fereijra-Phelipa. En ook wat betreft de uitvoering is nog lang niet alles duidelijk. “Bij de uitvoering van ons werk als inspectie-instelling en de impact daarvan op ondernemingen, luistert de gebruikte terminologie heel nauw.” Dat geldt bijvoorbeeld voor een vastgestelde non-conformiteit. Of iets een major of minor afwijking is, maakt een wereld van verschil. “Als een afwijking structureel voorkomt – en dus materieel is – dan is dat een major non-conformiteit. Dat houdt in dat de intermediair het keurmerk verliest of niet behaalt.”

Wtta is er eerder dan je denkt’

De Wtta is met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2026. Maar uitzenders en detacheerders die denken dat het wel opnieuw uitgesteld zal worden en het allemaal niet zo’n vaart zal lopen, hebben het mis volgens Fereijra-Phelipa. “Denk niet, het is met een jaar uitgesteld, dat komt wel. Het is er echt eerder dan je denkt.”  Zij verwacht niet dat de Wtta opnieuw uitgesteld zal worden. “Het verschil met toen en nu is dat er nog echt wat obstakels in de uitvoering zaten. Of het echt 1 januari 2026 wordt, of dat het een aantal maanden of een klein halfjaartje opschuift, durf ik niet te zeggen.”

‘Niet wachten met halen SNA-keurmerk’

Vooruitlopend op de Wtta is er vanaf 1 januari a.s. een aanvullende module beschikbaar op het SNA-keurmerk. Daarin zijn de nieuwe eisen opgenomen die straks ook in het Wtta-normenkader staan. Huidige SNA-keurmerkhouders kunnen nu al die aanvullende module aanvragen (bijvoorbeeld bij Normec).

Maar zeker uitzendondernemingen die nog niet over het SNA-keurmerk beschikken, kunnen eigenlijk niet wachten, stelt Fereijra-Phelipa. “Als ondernemingen zich voor het eerst bij ons aanmelden voor het SNA-keurmerk, halen ze dat in 9 van de 10 gevallen niet in één keer. Die hebben zeker wel een jaartje nodig om de herstelmaatregelen door te voeren en alsnog het keurmerk te halen. Dus wacht nou niet, ook al is de Wtta met een jaar of misschien anderhalf jaar uitgesteld.”

Goed om te weten, intermediairs die vóór 1 juli 2026 over het SNA-keurmerk beschikken (in het SNA-register zijn ingeschreven) komen in aanmerking voor de overgangsregeling. “Dat heeft te maken met gedoogde wachtrijen die de minister hanteert. Dan heb je enkel op basis van het SNA-keurmerk al een plekje in het nieuwe toelatingsregister en kun je gewoon doorgaan. Inleners mogen dan van jou inlenen omdat je een toegelaten partij bent.” En lukt het echt niet om vóór 1 juli 2026 het SNA-keurmerk te halen, meld je dan in ieder geval vóór 1 januari 2026 aan voor de overgangsregeling, zo adviseert Fereijra-Phelipa. “Als je aantoont dat je voldoende inspanningen levert kom je ook in een wachtrij.” Want wel of niet tijdig zijn toegelaten is een wereld van verschil. “Niet toegelaten zijn staat gelijk aan niet meer mogen uitzenden of detacheren.”

Dit artikel is gebaseerd op de FlexNieuws podcast van vrijdag 18 oktober jl, waarin Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) in gesprek gaat met Julisa Fereijra-Phelipa. De hele podcast beluisteren? Klik dan hier.

Julisa Fereijra-Phelipa zal tijdens het FlexFuture event op 26 november 2024 uitgebreid ingaan op alle ins & outs rondom de Wtta.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Julisa Fereijra-Phelipa (Normec VRO) over haalbaarheid toelatingsstelsel: “De Wtta is er eerder dan je denkt”

Optimaal rendement uit een training? De manager maakt het verschil

De rol van de manager is bepalend voor het succes van een training. Onderzoek van Broad en Newstrom laat namelijk zien dat de betrokkenheid van de direct leidinggevende cruciaal is bij het omzetten van trainingskennis naar de praktijk. Door het leerproces op te delen in drie fases – vóór, tijdens en na de training – en de invloed van de verschillende betrokkenen (manager, trainer, trainee) te combineren, hebben Broad en Newstrom aangetoond wie op welk moment de meeste invloed heeft op de kennisoverdracht. Hieruit blijkt dat de rol van de manager voorafgaand én na afloop van de training bepalend is voor het rendement van de training. 

Praktische tips voor maximale impact van een training

Toch wordt in de praktijk vaak te veel verwacht van alleen de trainee of trainer, terwijl juist jij als manager het verschil kunt maken. Hoe je dat doet? We geven je enkele tips.

  • Vóór de training

Bespreek samen het belang van de training. Gaat het om meer kennis, andere vaardigheden of misschien nieuw gedrag? Vraag wat je medewerkers zelf verwachten van de training en welke leerdoelen ze hebben. En bepaal samen wanneer de training geslaagd is. Door hen actief te betrekken, vergroot je motivatie en betrokkenheid. 

  • Tijdens de training

Blijf betrokken! Toon oprechte belangstelling, vraag regelmatig naar de voortgang en misschien kan je nog ergens ondersteunen? Door je medewerkers te laten zien dat je geïnteresseerd bent in hun ontwikkeling, stimuleer je hen om het beste uit zichzelf te halen. 

  • Na de training

Creëer ruimte voor reflectie en feedback. Vraag je medewerkers hoe ze de nieuwe kennis ervaren en begeleid hen bij het toepassen van de nieuwe vaardigheden in het dagelijkse werk. Bespreek samen welke successen zijn geboekt en welke uitdagingen er nog zijn.

Laat rendement niet aan het toeval over

De uiteindelijke opbrengst van een training hangt voor een groot deel af van jouw actieve rol als leidinggevende. Door in elke fase – voorbereiding, inhoud en opvolging – bewust bezig te zijn met de kennisoverdracht en de vertaling naar de dagelijkse praktijk, zorg je ervoor dat een training niet alleen leerzaam is, maar ook echt leidt tot verandering en/of verbetering binnen je organisatie.

Heb jij al ervaring met het vergroten van de impact van een training op je team? Deel je inzichten en tips hieronder of op onze LinkedIn-pagina. Samen kunnen we leren hoe we training écht laten renderen!

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Optimaal rendement uit een training? De manager maakt het verschil

Omzet Randstad krimpt opnieuw, ook in Nederland

Dinsdagochtend publiceerde Randstad z’n cijfers over het derde kwartaal, en die waren ook dit kwartaal nog stevig rood gekleurd: zo is de omzet van de groep in Nederland gekrompen met -7% (ten opzichte van een jaar eerder, na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). Dat was al de zevende stevige kwartaalkrimp op rij, maar toch iets minder dan in het vorige kwartaal, toen de omzet van de Randstad-groep in Nederland met -9% kleiner werd. De omzetkrimp was wel aanzienlijk groter dan die van ManpowerGroup eind vorige week.

Mondiaal

Wereldwijd zag Randstad de omzet in het derde kwartaal met -5,9% afnemen, naar 6,0 miljard euro. In het vorige kwartaal was de omzetkrimp nog -8%, cumulatief is de mondiale omzet over de eerste 9 maanden met -7% gekrompen.

De brutomarge van het totale concern zakte naar 19,5% van de omzet (20,6% een jaar eerder) en de winstmarge (voor rente, belastingen en goodwill-afschrijvingen, EBITA) zakte ook dit kwartaal weer sterk, van 4,4% in Q3 2023 naar 3,3% van de omzet. Het viel de aandelenbeurs blijkbaar heel erg mee: halverwege de middag stond het aandeel Randstad (RAND.AS) +2,7% hoger dan gistermiddag bij sluiting, terwijl de beurs (AEX) op een kleine min van -0,2% stond.

Noord-Amerika en Duitsland niet

In de Randstad-groep was Operational (vooral grootschalig uitzenden) in het derde kwartaal goed voor 67% van de totale concern-omzet, Professional (onder andere detacheren) voor bijna 16%. De rest van de omzet komt voor twee derde van Digital en voor een derde van Enterprise (onder andere MSP en RPO). Operational boekte ook in het derde kwartaal met -4% de kleinste omzetkrimp, Professional werd -10% kleiner. Digital deed -11% en Enterprise -8%. 

Ook geografisch waren de verschillen binnen het Randstad-concern groot. In Noord-Amerika, goed voor net geen 20% van de mondiale concern-omzet, realiseerde Randstad een omzetkrimp van liefst -9% (cumulatief over de eerste 9 maanden -13%). De winst (EBITA) zakte er met ruim een derde naar een winstmarge van 3,6%.

De omzet in Noord-Europa (goed voor ruim 31%) daalde met -8% (cumulatief -9%), en de winstmarge ging van 4,7% naar 3,8%. Duitsland kreeg ook dit kwartaal met -11% de sterkste omzetdaling van de regio te verwerken (cumulatief -14%). De cumulatieve winstmarge in Duitsland is met +0,3% nog net positief.

Zuid-Europa (plus Groot-Brittannië en Latijns-Amerika) is met bijna 39% de grootste Randstad-regio en zag de omzet met nog maar -2% kleiner worden (cumulatief -2%). De winstmarge zakte er relatief weinig, van 5,3% naar 4,5%. Frankrijk, in z’n eentje goed voor 15% van de concern-omzet, beleefde een krimp van -7% (cumulatief -6%). De winstmarge zakte er stevig van 5,2% naar 3,9%. De Italiaanse omzet groeide met +3%, de Spaanse omzet vertoonde double digit growth, dus minstens +10% ten opzichte van een jaar eerder, en in Brazilië groeide de omzet met +13%.

De kleinste Randstad-regio tot slot is Asia-Pacific, goed voor 10% van de totale omzet; daar zakte de omzet met -5% (cumulatief -7%) en de winstmarge van 5,0% naar 4,8%.

Gemêleerd beeld in Nederland

Nederland is qua omzet nog steeds het grootste land in de regio Noord-Europa, en goed voor ruim 12% van de omzet van het totale Randstad-concern. Met een omzetkrimp van -7% in het derde kwartaal kwam de omzet van de Randstad-groep in ons land uit op 736 miljoen euro. De Nederlandse Operational-omzet daalde met een heel stevige -8% (was -10%), terwijl de Professional-omzet in ons land net als in het vorige twee kwartalen met +1% groeide. De winstmarge (EBITA) zakte van 6,0% in Q3 2023 naar 5,3%.

De Nederlandse kwartaalomzet van 736 miljoen euro is één van de laagste in de afgelopen 10 jaar, alleen in de corona-kwartalen van 2020 ging het slechter. De overwegend lagere omzetten in de periode van 2009-2014 zijn enerzijds een gevolg van de abominabele economische situatie van toen (hypothekencrisis, eurocrisis) en anderzijds van de inmiddels sterk gestegen gemiddelde uurtarieven.

De voorgenomen overname van de zorg-specialist Zorgwerk zal de Nederlandse omzet van de Randstad een aardige boost geven van wellicht zo’n 150-200 miljoen euro per kwartaal. De totale bruto-marge van Zorgwerk lag in 2023 op 206 miljoen euro. De zorgsector is in termen van werkgelegenheid (veruit) de grootste sector van de Nederland, en de vergrijzing blaast hierbij nog een stevige groeiwind in de rug.

Verwachtingen

In de eerste weken van oktober zag Randstad de mondiale omzet stabiliseren op het niveau van het derde kwartaal. Omdat de omzet in het laatste kwartaal van vorig jaar een sterke krimp (-12% j/j) liet zien, zal de krimp dit kwartaal daarom meevallen.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Omzet Randstad krimpt opnieuw, ook in Nederland

Randstad wil Zorgwerk overnemen

Zorgwerk is een aanbieder van talentoplossingen in de zorg en staat bekend om innovatieve oplossingen die klanten in de gezondheidszorg, het sociale domein en kinderopvang helpen in hun talentbehoefte. Zorgwerk biedt een digitaal platform dat efficiënt zorgprofessionals verbindt aan de huidige vraag naar talent. Daarnaast bereidt het de 75.000 aangesloten zorgprofessionals op de toekomst voor door middel van vaardighedenontwikkeling en training.

De vraag naar gespecialiseerd talent in de zorg blijft groeien. Waar nu 1 op de 7 werkende Nederlanders in deze sector werkt, is de verwachting dat door de snel toenemende vergrijzing dit aantal in 2040 stijgt naar één op 1 op de 4.

Organisaties in de zorg maken gebruik van Zorgwerk om aan hun personeelsbehoeften te voldoen, variërend van urgente vervangingen tot langdurige oplossingen. De aangesloten zorgprofessionals hebben real-time toegang tot het digitale platform, waardoor ze zelf kunnen kiezen wanneer en waar ze werken.

Sterker antwoord op de behoeften van zorgklanten

Sander van ‘t Noordende, CEO Randstad: “We zijn er trots op het Zorgwerk-team en hun uitgebreide netwerk van gekwalificeerde en toegewijde zorgprofessionals te verwelkomen bij Randstad. Onze strategie richt zich op groeisectoren en het inzetten van digitale platformen om meer gepersonaliseerde en interacties met klanten te creëren. Door Randstad en Zorgwerk te combineren, hebben we een sterker antwoord op de behoeften van onze zorgklanten met alle soorten contractvormen. Zo helpen we ook bij het aanpakken van uitdagingen van de zorgsector, waar talenttekorten dagelijks voelbaar zijn.”

Daniëlle van der Burg, CEO Zorgwerk: “Met Randstad hebben we een partner gevonden die onze groeidoelstellingen ondersteunt. Onze cultuur draait om talenten en klanten, met innovatie en verbetering van onze bedrijfsprocessen als kern. Deze combinatie stelt ons in staat om een leidende en gerespecteerde positie rond zorgtalent op te bouwen. Samen met Randstad zie ik een groot potentieel om onze strategie verder te verbeteren, onze groei te versnellen en aanzienlijke voordelen voor de maatschappij te bieden.”

De transactie is onderworpen aan consultatie met de vertegenwoordigers van de werknemers en de voltooiing ervan is onder voorbehoud van goedkeuring door de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Randstad wil Zorgwerk overnemen

Uitstel invoering Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (Wtta)

Onderzoek naar uitvoerbaarheid

De belangrijkste reden voor het uitstel is de noodzaak tot verder onderzoek naar de uitvoerbaarheid van de wet. Specifiek wordt onderzocht welke organisatie het meest geschikt is om de rol van Toelatende Instantie (TI) op zich te nemen. Aanvankelijk werd Dienst Justis genoemd voor deze taak, maar deze blijkt slechts gedeeltelijk ondersteuning te kunnen bieden. SZW overweegt nu of de uitvoering van de TI mogelijk intern binnen het ministerie kan worden gerealiseerd.

Samenwerking voor een sterk toelatingsstelsel

De minister benadrukt dat de uiteindelijke TI een strategische en betrokken positie moet innemen om als het ‘kloppend hart’ van het toelatingsstelsel te fungeren. Een intensieve samenwerking met publieke toezichthouders en private inspectieorganisaties is cruciaal om adequaat in te spelen op trends in de uitleenmarkt. De TI moet daarbij de belangen van alle betrokken partijen, waaronder arbeidskrachten en uitleners, zorgvuldig afwegen in elke stap van het proces.

Doel van de wet

De Wtta heeft als doel de bescherming van werknemers te verbeteren en een gelijk speelveld voor bedrijven te waarborgen. Het tegengaan van malafide uitleners blijft daarbij een prioriteit. Tegelijkertijd is het van belang dat bonafide bedrijven niet onnodig hun toelating verliezen door een te strikte controle op administratieve details.

Hoe nu verder?

Het uitstel biedt tevens iets meer ruimte voor ondernemingen om zich voor te bereiden op de komst van de Wtta door nu alvast het SNA keurmerk te behalen. Met dit keurmerk in handen kom je namelijk in aanmerking voor de overgangsregeling die nog gewoon van kracht blijft en mitigeer je de risico’s van het niet meer mogen uitvoeren van je activiteiten

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Uitstel invoering Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (Wtta)