Raad van State beslecht strijd: Eén cao voor hele beveiligingsbranche Geplaatst 31 oktober 2024 door Redactie FlexNieuws De Raad van State is van oordeel dat de beveiligingsbranche zich moet conformeren aan één branchebrede cao: de cao Particuliere Beveiliging. Dit betekent dat de alternatieve cao van de Vereniging Veiligheidsdomein Nederland (VVNL), die vooral ruimte bood voor het inzetten van flexwerkers en zzp’ers, niet langer geldt. De cao van de VVNL wordt vooral gebruikt door kleinere beveilingsbedrijven; de cao die de Nederlandse Veiligheidsbranche (NVB), afgesloten met vakbonden FNV, CNV en De Unie, vooral door de grote beveiligers. Dispensatie niet langer toegestaan De uitspraak volgt op een juridische strijd die al sinds 2019 speelt, toen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) dispensatie verleende aan VVNL-leden, door onder meer niet onder de cao Particuliere Beveiliging te hoeven vallen. De dispensatie stelde VVNL in staat een eigen cao Veiligheidsdomein af te sluiten. Echter, de Nederlandse Veiligheidsbranche en de vakbonden FNV en CNV vochten deze dispensatie aan, wat uiteindelijk leidde tot de huidige beslissing van de Raad van State. Volgens de Raad heeft de minister onvoldoende onderbouwd waarom alle VVNL-leden, ondanks hun diverse bedrijfskenmerken, dispensatie verdienden. Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken van lagere rechtbanken. Impact De impact van deze beslissing is vrij groot. De VVNL-cao bood haar leden namelijk meer vrijheid om met flexibele arbeidskrachten te werken dan de NVB-cao toestaat. De NVB-cao staat een lager percentage flexwerkers en zzp’ers toe. De uitspraak wordt door vakbonden en de NVB echter positief ontvangen. Volgens hen eindigt hiermee de “oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden” die de dubbele cao’s met zich meebrachten. Toekomst voor VVNL en haar leden VVNL beraadt zich samen met advocaten op de gevolgen van deze uitspraak voor haar leden. Voor de werknemers zou de impact volgens Vincken beperkt blijven, omdat de cao Veiligheidsdomein naar eigen zeggen betere arbeidsvoorwaarden bood dan de cao Particuliere Beveiliging. Toch blijft er onzekerheid over de effecten op de inzet van flexwerkers en de financiële ruimte voor beveiligingsbedrijven. In een speciale ledenbijeenkomst zal VVNL haar leden bijpraten over de veranderingen, zo laat de vereniging weten via haar website. Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags cao | Reacties uitgeschakeld voor Raad van State beslecht strijd: Eén cao voor hele beveiligingsbranche
Misstanden met arbeidsmigranten aanpakken lukt niet met de WTTA Geplaatst 31 oktober 2024 door Redactie FlexNieuws De WTTA, de wet waarin het nieuwe toelatingsstelsel voor de uitzendbranche wordt geregeld, is uitgesteld. De wet is vanaf het begin op z’n minst omstreden. De commentaren bij de internetconsultatie van de ‘sleepwet’ waren niet mals. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) deed er nog een schepje bovenop. “Liever niet nog meer complexe regelgeving. Zeker niet omdat die niet effectief is. Die nemen de misstanden bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten niet weg, simpelweg omdat deze zich voordoen bij ondernemers die zich weinig of niets aan (administratieve) procedures en eisen gelegen laten liggen. Dan helpen nieuwe procedures en eisen niet.” Voor Jacques Raaijmakers mag uitstel afstel zijn. Hij vindt het een domme wet. De fiscaal jurist was in een vorig leven bij de Belastingdienst betrokken bij de opsporing van illegale uitzendpraktijken. In de conclusie van het ATR kan hij zich volledig vinden. “Je tuigt een gigantisch administratief circus op voor de hele branche, maar het malafide deel van de branche bereik je er niet mee.” Zijn vrees is dat de WTTA eenzelfde lot beschoren is als de wet DBA. “Ook daarvan was bij de invoering bekend dat hij niet zou werken. Toen hij toch werd ingevoerd, bleek de wet niet te handhaven.” De waarborgsom stelt niets voor Waarom de WTTA niet werkt? “Om te beginnen om de waarborgsom”, zegt Raaijmakers. In het nieuwe stelsel is die waarborgsom € 50.000 voor starters en €100.000 voor bestaande bedrijven. “Die zou moeten dienen om de overtredingen, de belastingclaims en onderbetaling van werknemers daaruit te kunnen voldoen. Maar met € 100.000 begin je niets. Het is een druppel op een gloeiende plaat. Een waarborgsom voor dit soort bedrijven zou in de miljoenen moeten lopen. Dat is niet te realiseren. Als het malafide bureau onvoldoende heeft gestort gekregen op de G-rekening, komen de claims uiteindelijk via de inlenersaansprakelijkheid terecht bij de inlener.” Het werkt evenmin als drempel om de markt te betreden, stelt hij. “Voor een bonafide starter is € 50.000 veel. Maar voor een kwaadwillend bureau dat arbeidsmigranten uitbuit stelt € 100.000 niets voor. Je werpt dus een drempel op voor de verkeerde groep. Illegale bedrijven worden hierdoor niet afgeschrikt en het is fout om die indruk te wekken.” Deels wit, deels zwart Het normenkader is grotendeels geënt op de NEN-normen van het SNA-keurmerk. Volgens Raaijmakers is het een bekend feit dat er onder de NEN-gecertificeerde bureaus zitten die werken met medewerkers die illegaal in Nederland verblijven. Dat komt omdat er niet wordt gecontroleerd op de juistheid en de volledigheid, zegt hij. “Terwijl het dáár juist om gaat. Door deels wit te werken en deels zwart kun je je makkelijk onttrekken aan de normering. Een bureau kan tien mensen in dienst hebben en keurig verlonen en er nog eens honderd zwart uitbetalen. Als je dat slim aanpakt, is het moeilijk te achterhalen.” “Dat is de makke”, vervolgt hij. “Ben je eenmaal toegelaten tot de Nederlandse markt, dan duurt het heel lang voordat je gepakt wordt. Dat is nu zo en onder het nieuwe stelsel is dat niet anders.” Uitzenders vluchten in contracting Voor malafide bureaus is het makkelijk om zich helemaal aan het oog van het toezicht onttrekken. Ze gaan iets anders doen dan ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waar de WTTA op ziet. Als een bureau het te heet onder de voeten wordt, stopt het daarmee en wordt het een schoonmaakbedrijf. Of het gaat over op aannemen van werken of ‘contracting’, weet Raaijmakers. In sectoren als de tuinbouw en bouw is dat vrij makkelijk te realiseren, is zijn ervaring. “Bij de invoering van de inlenersaansprakelijkheid zagen we dat ook massaal gebeuren. Als in een kas de tomaten geplukt moeten worden, schakel je een aannemer in die dat levert tegen een vaste prijs. Zo’n constructie is lastig aan te pakken, omdat het bewijs rust bij de overheid. Er zijn in het verleden vele procedures over gevoerd. Vaak zijn dat omvangrijke en langdurige strafrechtelijke onderzoeken. De mensen die het werk hebben verricht moet je horen, zie die maar eens te pakken te krijgen. Het is enorm tijdrovend.” Wie betaalt, bepaalt Het begint met goede handhavingsinstrumenten, zegt Raaijmakers. “Er is een uitgebreid normenkader opgetuigd, dat ziet er allemaal aardig uit. Maar het zijn papieren voorwaarden. Om een voorbeeld te geven. Je moet als inlener van tevoren de identiteit vaststellen van de uitzendkrachten voordat ze komen. Wie controleert of Jan ook daadwerkelijk Jan is als deze de volgende dag komt werken?” Bovendien, zo stelt hij, is de handhaving in feite aan de particuliere markt gegeven. “De certificerende instellingen zijn in naam onafhankelijk, maar worden betaald door de uitzendbranche. Wie bepaalt, betaalt. De instellingen stellen jaarlijks een rapport op en sturen dat aan de minister van SZW. Op het moment dat ze gebreken constateren, rapporteren ze dat. En dan krijgt het bedrijf een maand de tijd om de gebreken te repareren. Wie ziet erop toe of dat allemaal goed gebeurt? Ofwel, wie controleert de controleurs?” Consequent handhaven van bestaande regels Van de circa 36 duizend bedrijven die uitlenen, zal naar verwachting tussen de 14 en 19 duizend een aanvraag doen, blijkt uit onderzoek van Regioplan. Gezien de beperkte inspectiecapaciteit mogen ondernemingen met het SNA-keurmerk relatief eenvoudig instromen in het nieuwe toelatingsstelsel. Zij hoeven bij hun aanvraag niet aan te tonen dat ze voldoen aan het normenkader. Maar zij vormen slechts een klein deel van de branche. Een tekort aan inspectiecapaciteit bij de handhavende instellingen wordt dan ook een groot probleem, voorziet Raaijmakers. Terwijl juist die handhaving cruciaal is: “Alleen door te handhaven pak je misstanden aan.” Consequente handhaving van bestaande regels is veel effectiever dan een nieuw stelsel optuigen, luidde de conclusie van het ATR en daar kan Raaijmakers zich helemaal in vinden. Er is nu al veel mogelijk als de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie samenwerken. Alleen, de controles zouden zich moeten richten op de sectoren waar veel gerommeld wordt. “De vleessector, de tuinbouw. Iedereen weet waar we moeten zijn.” Toch gebeurt dat nu niet. “Waar staat de Belastingdienst te controleren? Bij de bakker op de op hoek, omdat daar een zaterdaghulp zwart werkt.” Malafide bedrijven kunnen ontsnappen aan controles en boetes door twee jaar keurig belasting te betalen en dan hun BV te laten ‘ploffen’. “Ze zetten een andere naam op het busje. Het komt erop aan de bestuurders achter malafide bedrijven consequent te blijven volgen en stevig te handhaven. Dat werkt. Bovendien, als inleners elke keer de rekening krijgen gepresenteerd, houden ook zij een keer op met het inlenen bij dergelijke bureau.” Den Haag is zo’n voorbeeld van een regio waar veel met “wisselspelers” wordt gewerkt, weet Raaijmakers. “Twintig jaar geleden heeft een regionaal samenwerkingsverband veel malafide uitzendbureaus uit de markt gehaald. Vervolgens werd dat project afgeschaald en begon het weer van voren af aan.” Als malafide bestuurders in het buitenland wonen en hier actief zijn als onderaannemer, wordt het weer een stuk lastiger, zeker als er geen verdrag is met dat land. Maar ook daaraan zal de WTTA weinig veranderen, vermoedt Raaijmakers. “Helemaal uitbannen van malafide praktijken lukt nooit.” Lees ook: Wtta opnieuw uitgesteld Commissiedebat over arbeidsmigratie: alle ballen op de Wtta Flexbranche zeer kritisch op WTTA: ‘sleepwet’ schiet doel voorbij Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags arbeidsmigratie, misstanden, WTTA | 1 Reactie
Herstel ABU Marktmonitor stagneert in het derde kwartaal weer overtuigend Geplaatst 30 oktober 2024 door Wim Davidse Van slakkengang tot verslechtering en dramatisch Na de ABU-cijfers over periode 10 kan de uitzend-balans van het derde kwartaal worden opgemaakt. Het totale aantal uitzenduren in de ABU Marktmonitor is in het derde kwartaal gekrompen met -7,7% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In het tweede kwartaal was die krimp nog -8,6% en in het eerste -8,7%. Dat beeld van vastzitten verdwijnt als we inzoomen op de drie beroepsgroepen. De verschillen daartussen waren al enorm en zijn zelfs groter geworden: de Indu-uren gaan met een slakkengang richting stabilisatie, de Tech-uren krimpen dit jaar elk kwartaal juist wat harder, en de Admin-uren, tja, die krimp blijft behoorlijk dramatisch. Vanwaar die stevige “ondergrondse” verschillen? Luwte, schaarste of overstapaanmoediging Het langzaam naar de oppervlakte zwemmen van de Indu-uren is heel goed te verklaren met de ontwikkeling van de handel binnen de Eurozone (Euro Area, EA in de grafiek hieronder). Onze industrie is sterk afhankelijk van de export, en die gaat voor driekwart naar landen binnen Europa – en die handelen duidelijk nog niet heel opgewonden. Datzelfde geldt dus ook voor de inkoopmanagers en de producenten: de indicatoren die hun vertrouwen tonen (de Purchase Managers Index, PMI, respectievelijk het producentenvertrouwen) zitten nog steeds onder water. De inkoopmanagersindex stond in het voorjaar even boven water, maar zakte toch weer terug naar de andere variabelen. Wat dit allemaal heeft betekend voor de groei van onze economie (het bruto binnenlands product, BBP) vernemen we medio november. De Tech-uren hebben enerzijds te maken met de economische traagheid van de afgelopen kwartalen. Anderzijds hebben werkgevers in de industrie, in de bouw, in de installatie en andere sectoren waar technici werken al jaren te maken met schaarste van goede kandidaten, ook nu, met die vastzittende economie. Dat heeft tot gevolg dat zij geschikte kandidaten liever aan zich willen binden in plaats van ze in te huren. Die ontwikkeling was de afgelopen decennia telkens zichtbaar bij een hoogconjunctuur, maar nu dus zelfs bij een laagconjunctuur. Ook gaan steeds meer technici werken als gedetacheerde of (nog vaker) zzp’en; op een krappe arbeidsmarkt is dat voor technici erg aantrekkelijk. Krapte leidt al met al tot druk op de uitzenduren in Tech. Bij de Admin uren is de verklaring totaal anders. Werk waar voorheen uitzendkrachten voor werden ingehuurd, met name op lager niveau, verdwijnt door digitalisering en offshoring. De toenemende mogelijkheden van robotic process automation (RPA) en kunstmatige intelligentie (AI) en de Global Capability Centres in India en dergelijke zetten dit type uitzendwerk al jaren onder druk. Bij het UWV staat de functie van Administratief medewerker dan ook al een paar jaar te boek als Overstapberoep. Waarom nog steeds stevige tariefstijgingen? De totale omzet in de ABU Marktmonitor kromp met -1,3% ten opzichte van het derde kwartaal van vorig jaar. Dat impliceert dus: nog steeds een flinke stijging van het gemiddelde uurtarief van +6,9%. Het gemiddelde Indu-uurtarief werd +7,2% hoger, het gemiddelde Tech-uurtarief ook en het gemiddelde Admin-uurtarief liefst +10,2%. Hierbij vallen in ieder geval twee dingen op: Hoe kan de totale uurtariefstijging lager zijn dan alle samenstellende delen? Dat heeft te maken met de niet-gepubliceerde Medic-uren en -omzet – daar was de tariefstijging aanzienlijk kleiner; Hoe kan het Admin-uurtarief zo sterk stijgen, terwijl die uren zo duidelijk veel minder populair worden? Dat is mogelijk een gevolg van het relatief snel wegvallen van de goedkoopste Admin-uren. Hoe houdbaar zijn de sterke tariefstijgingen? Eerst leverde de enorme inflatie van 2022 een enorme duwkracht, daarna de sterke stijging van het WML en nu zijn de cao-stijgingen via de inlenersbeloning dat. Verwachtingen voor het vierde kwartaal en verder De sinds de zomer van 2024 nieuw afgesloten cao’s maken duidelijk dat de loonstijgingen in de loop van 2025 wat lager kunnen worden. Tegelijk heeft het FNV “beloofd” in 2025 met een looneis van +7% te komen. Als dan ook de economie weer voorzichtig gaat aantrekken, lijkt er geen einde te komen aan de gemiddelde ABU-uurtariefstijgingen. Voorlopig sukkelt de economie een beetje door. De arbeidsmarkt staat daarom in pauzestand, maar is nog wel steeds krap. Het volume in de ABU Marktmonitor zal in het vierde kwartaal weer een heel klein stapje zetten. Sowieso is een omslag naar urengroei vanwege de krapte niet waarschijnlijk. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags ABU, ABU marktmonitor, Wim Davidse | Reacties uitgeschakeld voor Herstel ABU Marktmonitor stagneert in het derde kwartaal weer overtuigend
De trends in de flexmarkt (en waarop je moet anticiperen) Geplaatst 30 oktober 2024 door Willem Vernooij Het Flexbureau Trendrapport 2024-2025 van Flexpedia is een gids voor compacte en middelgrote flexbureaus. Het rapport biedt inzichten op basis van input van tientallen flexondernemers en flex-experts zoals Sjuk Akkerman, Wim Davidse en Han Mesters. “Het rapport is speciaal ontwikkeld voor compacte en middelgrote flexbureaus. We wilden de visie van flexondernemers en experts samenbrengen om waardevolle, praktische kennis over de flexbranche te delen,” zegt Aldert Faassen, marketeer bij Flexpedia en initiatiefnemer van het rapport. Dit zijn de vijf belangrijkste trends: Trend 1: de krappe arbeidsmarkt is structureel (maar biedt ook kansen) De krapte op de arbeidsmarkt zal langer duren dan we denken. Daarom doen uitzenders er goed aan om zich erbij neer te leggen en zich aan te passen. Arbeidsstrateeg en hoofdredacteur van FlexNieuws Wim Davidse zegt daarover in het rapport: “Het gekke is dat ondanks de stand van zaken op de arbeidsmarkt de totale flexschil van bedrijven groeit. Vroeger zagen we bij een krappe arbeidsmarkt het aantal vaste contracten groeien en de flexschil krimpen. Nu is dat dus anders.” Davidse merkt op dat de externe flex harder groeit dan de interne flex. Met andere woorden: de toename van zzp’ers is een grote subtrend. De eerste FlexNieuws TOP 100 ooit: met alle toppers, cijfers en inzichten Daarnaast is er bij organisaties een toegenomen interne know-how over recruitment. Stijn Rhebergen, oprichter van uitzendbureau Lokaal Werkt: “De arbeidsmarkt is al krap, maar daarbij zie ik steeds meer vooral grotere organisaties die zelf hun vacatures proberen in te vullen met nieuwe recruitmenttools die op de markt zijn. Ze worden slimmer en handiger. Dat heeft tot gevolg dat een kandidaat vaak direct naar zo’n organisatie gaat in plaats van via een uitzendbureau.” Toch ziet Wim Davidse in de huidige markt kansen voor flexbureaus. Hij roept uitzenders op om niet te lang te blijven hangen in fase 1/2 of A. “Er zijn twee soorten uitzenders die in deze tijd hard groeien. Zij die hun eigen flexkrachten zo snel mogelijk een vast contract aanbieden, fase 4 of C, en die deze krachten dan in feite gaan detacheren bij verschillende, afwisselende opdrachtgevers. En zij die bewust blijven hangen in fase 1/2 of A maar hun kandidaten van daaruit via gerichte opdrachten helpen zoeken naar de ultieme werkgever, en de kandidaat daar een vast contract in het vooruitzicht stellen.” De bureaus die dat niet doen lopen volgens Davidse enorme risico’s in deze arbeidsmarkt. “Dat zijn de vastgeroeste organisaties die het willen doen zoals ze het altijd deden, die het niet lukt om mentaal en cultureel te veranderen.” Trend 2: Verschuivende geopolitiek Han Mesters, sector banker bij ABN AMRO, en tevens historicus: “We zitten nu in de fase van postglobalisering. Door alle ontwikkelingen zou het in mijn ogen op de wat langere termijn zomaar kunnen gebeuren dat Europa nog meer dan nu op zichzelf is aangewezen.” Flexbranche in turbulente tijden: “Durf te investeren in human capital” Wat er elders in de wereld gebeurt, raakt jou als klein flexbureau in de Nederlandse polder vroeg of laat ook. Mesters: “Een open economie als de Nederlandse gaat hier onherroepelijk last van krijgen. Want wat betekent het voor bedrijven die nu werknemers uit bijvoorbeeld China en India halen? Met name de cyclische sectoren worden geraakt, zoals de industrie, het transport en de logistiek.” Voor een flexbureau betekent dit dat de keuze voor je eindmarkten steeds belangrijker wordt. “Zorg ervoor dat je je gaat richten op markten die niet afhankelijk zijn van de wereldeconomie,” aldus Mesters. Trend 3: Toenemende digitalisering “Tijdens de coronapandemie is digitalisering in een stroomversnelling gekomen,” zegt Sjuk Akkerman, sector banker bij ING. De komst van AI gaf een flinke impuls aan de digitalisering. “De enorme ontwikkeling daarvan biedt ook enorme kansen voor flexbureaus. Zo kan AI het matchen van kandidaten met vacatures sneller en beter doen. Ook het schrijven van vacatureteksten kun je geheel of deels door AI laten doen.” Lees ook dit artikel: Kansen van AI voor het ”gewone” flexbedrijf deel 1: overzicht in vogelvlucht Trend 4: Anti-flex overheid “De overheid ziet mensen liever in vaste dienst,” zegt Han Mesters van ABN AMRO. “En dat is echt een bedreiging voor flexbureaus. Het gekke is dat jonge mensen juist flexibel willen werken. Zij zijn de aanjager van de groei in flex.” Politieke impulsen om flexwerk uit de overheidssector te weren om vaste contracten weer de norm te laten worden, vindt Mesters niet meer van deze tijd. “Het gaat daarbij allemaal over contractvormen, terwijl die er niet toe doen. Het gaat in deze arbeidsmarkt veel meer om competentie.” Wat flexbureaus moeten doen In het trendrapport geven experts tevens vijf prioriteiten voor flexbureaus. Waar moet je op anticiperen? 1. Zet je kandidaten op 1 en niet je opdrachtgevers Richt je eerst op je kandidaten en daarna pas op je opdrachtgevers. Davidse: “Er zijn nog altijd bureaus die juist de opdrachtgevers op 1 zetten en voor hen gaan zoeken naar het schaap met de vijf poten. Het is heel simpel: dat werkt niet. Zet je kandidaat op 1. Dit veronderstelt dat je de kandidaat écht kent. Wat willen je kandidaten? Wat drijft ze? Wat zijn hun interesses? Wat moet jij als flexbureau voor ze betekenen? Recruitment wordt zo strategische marketing.” 2. Voer een strategisch dialoog met je opdrachtgever Voer een goed en inhoudelijk gesprek met je opdrachtgever om te ontdekken wat zij nodig hebben. Mesters: “Het is cruciaal dat je open op zoek gaat naar de behoefte van de opdrachtgever. Welke competenties heeft hij nodig? Denk niet verkokerd in categorieën als uitzenden, detacheren en zzp. Maar doe een open, breed aanbod, met allerlei contractvormen en competenties.” 3. Pak de kansen die de trends van 2024-2025 je bieden Elk nadeel heeft z’n voordeel. En ook onder de trends van 2024-’25 zijn kansen te bespeuren. Akkerman: “Voor opdrachtgevers kun je bijvoorbeeld nog meer waarde toevoegen door je dienstverlening te gaan verbreden. Er komt heel veel wet- en regelgeving af op bedrijven. Met name kleinere bedrijven hebben niet altijd een HR-afdeling. Jij als flexbureau hebt veel kennis van en ervaring met wet- en regelgeving en HR-gerelateerde zaken. Daarmee kun je kleine bedrijven prima helpen.” Het hele Flexbureau Trendrapport 2024-2025 is te downloaden op de website van Flexpedia. Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags arbeidsmarkt, flexbedrijf, flexmarkt | Reacties uitgeschakeld voor De trends in de flexmarkt (en waarop je moet anticiperen)
Opnieuw daalt aantal uitzenduren met 7 procent, ook omzet daalt Geplaatst 29 oktober 2024 door Redactie FlexNieuws De ontwikkelingen per sector zijn als volgt: Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 16% en de omzet is gedaald met 8% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Industriële sector: Het aantal uren daalde met 3% en de omzet steeg met 3% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Technische sector: Het aantal uren daalde met 12% en de omzet daalde met 6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 26 november 2024. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags ABU, marktmonitor, omzet, uitzendbranche | Reacties uitgeschakeld voor Opnieuw daalt aantal uitzenduren met 7 procent, ook omzet daalt